Vandaag legt Ridder Bas uit hoe het komt dat het stadje Elburg zo'n kaarsrecht stratenpatroon heeft. Elburg is een prachtige oude vestingstad aan de voormalige Zuiderzee. Binnen de stadsmuren lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. Maar als we de maquette van de historische binnenstad in Museum Elburg bekijken valt het kaarsrechte stratenplan op, en de locatie van de kerk, ergens weggemoffeld in een hoek bij de stadsmuur.
Meestal bestaan middeleeuwse binnensteden uit een wirwar van kromme of rondlopende straten rondom een kerk of de markt. Hoe komt Elburg dan aan zijn dambord-plattegrond? Dat komt omdat de stad eigenlijk veertiende-eeuwse nieuwbouw is. In de dertiende eeuw lag hier een nederzetting, die in 1233 stadsrechten kreeg van graaf Otto II van Gelre. Elburg draaide op landbouw, visserij en vooral op handel, vanwege de gunstige ligging aan de Zuiderzee. Vanuit hier was je immers zo op weg naar Scandinavië of Engeland.

Maar diezelfde Zuiderzee bedreigde de jonge stad ook. Als het stormde, sloegen de golven grote stukken land weg. En in twee grote overstromingen in 1362 en 1367 verdronken honderden mensen en dieren. In 1392 gaf de hertog Willem van Gelre zijn rentmeester Arent thoe Boecop de opdracht om Elburg 'te versetten'. Dat liet Boecop zich geen twee keer zeggen: hij ging aan de slag en kwam met een vooruitstrevend ontwerp. Elburg moest gebouwd worden in het rechthoekige dambordpatroon van een Romeinse stad, met kaarsrechte straten en stegen. De nieuwe stad werd volledig ommuurd, met twee toegangspoorten (de Mheen- en de Goorpoort), twintig muurtorens en vier hoektorens. De oude situatie werd in vier jaar omgezet en in 1396 was het werk klaar.
Alleen de kerk stond nog buiten de muren, omdat de bisschop nog geen toestemming had gegeven voor de verhuizing. Pas een jaar later kwam die toestemming en werd de kerk binnen de muren geplaatst. Maar die paste alleen nog weggemoffeld in een hoek bij de stadsmuur, want het hart van de stad was al bebouwd. In de eeuwen daarna werden er uiteraard verbeteringen aan de vesting aangebracht, maar aan het oorspronkelijke stratenplan is nooit iets veranderd. En zo komt het dat Elburg er nog vrijwel net zo uitziet als 628 jaar geleden.
Hoe komt Elburg aan die rechte straatjes? Ridders van Gelre is het geschiedenisplatform van Omroep Gelderland. Hier volg je het laatste nieuws over de Gelderse historie! Kijk op riddersvangelre.nl. Tip: iedere zaterdag organiseert Ridder René een exclusieve gratis rondleiding op een bijzondere locatie.

Ontstaanscontext en bouw van de stad
Elburg (uitspraakâ) is een Hanzestad in Nederland. Het is gelegen aan het Veluwemeer en het Drontermeer in de provincie Gelderland, en is de hoofdplaats van de gemeente Elburg. De stad Elburg is vooral bekend vanwege haar middeleeuwse vesting met een nagenoeg volledig recht stratenplan. Ooit was Elburg een vissers- en handelsplaatsje dat rechtstreeks op de Zuiderzee uitkeek en bestond uit een lintbebouwing rondom de huidige Ellestraat en het verlengde daarvan. Elburg en haar vrijheid waren onderdeel van het oude Doornspijk. Aangenomen wordt dat Elburg tussen 1220 en 1271 stadsrechten kreeg, vermoedelijk van graaf Otto II van Gelre en mogelijk in 1233.
Op 5 september 1310 werden deze stadsrechten op de landdag van Speyer vervallen verklaard omdat Otto niet bevoegd was om stadsrechten te verlenen en geen koninklijke toestemming had gevraagd. In 1312 werden de oude stadsrechten door Reinald I met bewilliging herbevestigd en uitgebreid. Elburg kreeg dezelfde rechten als Doesburg. In 1341 gaf Hertog Reinoldt van Gelre aan de stad Elburg alle vrijheden die de stad van Zutphen heeft. Het oude Elburg was een langgerekte bewoning aan een lange straat (de 'Oude Straat') vanaf de Oude Bleek in het noorden tot voorbij de 'Oude Kerk' naar het zuiden. Op deze hoger gelegen kuststrook nam in de dertiende eeuw de bevolking toe, waardoor vissers, ambachtslieden en handelslui zich vestigden. Hierdoor kreeg het gebied stedelijke kenmerken op grond waarvan het stadsrecht kreeg.

Uit een reconstructie aan de hand van de kaart van Jacob van Deventer uit circa 1560 blijkt dat de oude stad Elburg gelegen heeft aan weerszijden van de Oude Straat vanaf de Goorsluis tot aan de Oude Bleek. Het gedeelte van de Oude Straat, dat nu Ellestraat heet, werd met de bebouwing aan weerszijden, samen met de nieuw aangelegde stad opgenomen binnen de ommuring. Op 2 oktober 1392 gaf Willem van Gulik, de toenmalige hertog van Gelre, het bevel om de stad Elburg te verplaatsen en haar vrijheid uit te breiden. Hij gaf hiertoe zijn rentmeester Arent thoe Boecop de volgende opdracht: "Wij willen dat sy onze stat versetten sullen op een andere stede." Voor zover bekend is er geen specifieke of dringende reden voor de verplaatsing van de stad, en zijn machtspolitieke motieven van de graaf, zoals voor veel middeleeuwse nieuwe steden gold, voor de nieuwe aanleg Elburg niet evident. Het motief voor de aanleg van de nieuwe stad Elburg was het maken van winst door Thoe Boecop.
Arent thoe Boecop liet in vier jaar tijd (1392-1396) gebruik makend van een deel van de bebouwing van de oude stad een nieuwe stad bouwen met een vrijwel rechthoekige plattegrond, waarin de straten planmatig werden aangelegd. Na de bouw van de nieuwe stad stond het kerkgebouw nog altijd op de oude plaats buiten de nieuwe stadsmuren. Pas in 1397 gaf de bisschop zijn goedkeuring om de huidige Grote of Sint-Nicolaaskerk binnen het nieuwe stadje te herbouwen. Op dat moment was er nog een plaats in de hoek vrij en dus is Elburg een van de weinige oude steden waar de kerk niet centraal maar aan de rand staat.

De bouw van de vesting ging verder met wal, gracht en kazematten. De kerk werd uiteindelijk binnen de muren geplaatst, maar de rest van de stad volgde het dambordpatroon en bleef heel lang vrijwel ongewijzigd. In de eeuwen daarna werd de vesting vergroot en versterkt met hoekbastions en extra gracht, terwijl het stratenpatroon zijn regelmaat behield. De combinatie van regelmaat in het stratenplan en de aanwezigheid van de middeleeuwse verdedigingswerken geeft Elburg zijn kenmerkende karakter.
Materialen en bestrating van de huidige binnenstad
De Elburgse binnenstad kenmerkt zich door keitjesstoepen die typerend zijn voor het gebied. Deze stoepen bestaan uit witte keitjes met ingelegde figuren van zwarte keitjes. Ze dateren uit eeuwenoude bouwtradities en geven samen met de smalle oneffen straten een historisch beeld. De bestrating rondom haven en gracht is zorgvuldig afgestemd op de historische verbeelding van de vesting en laat zich zien in de patronen van de verkeersroutes die de stad verbinden met het havengebied.
In de negentiende eeuw groeide de stad uit tot een combinatie van historische panden en nieuwbouw, maar de oorspronkelijke gracht en de fortificaties bleven grotendeels behouden. De havenkade van Elburg werd in 2008 opnieuw ingericht en bestraat met een klinkerachtige bestrating die aansluit bij de historische binnenstad. Het ontwerp voor haven en plein is ontwikkeld met inbreng van alle betrokkenen in de klankbordgroep, zodat draagvlak en historische authenticiteit gewaarborgd bleven. Een belangrijk onderdeel van het huidige plan was het leggen van een verbinding tussen de historische binnenstad en het nieuwe plein, die de stadsdeling harmoniseert met het historisch materiaal.

Vraag en antwoord: waarom blijft het stratenpatroon kaarsrecht?
Het kaarsrechte stratenpatroon is het resultaat van de veertiende-eeuwse nieuwbouw onder toezicht van de rentmeester Arent thoe Boecop. De stad werd als vrijwel rechthoekige plattegrond opgezet met regelmatige straten en stegen, zodat de dichtheid en de toegankelijkheid van de stadswijken centraal stonden. De kerk werd aan de rand geplaatst omdat het hart van de stad al was bebouwd tegen de tijd dat de fabricage van de centrale as voltooid was. In de loop van de eeuwen bleef het stratenpatroon ongewijzigd, terwijl verdedigingswerken werden toegevoegd en later verbeterd. Zo heeft Elburg haar middeleeuwse sfeer behouden, ondanks latere uitbreidingen en herontwikkelingen.

Gerelateerde onderwerpen en bronnen
- Stadsaanleg in de late middeleeuwen en de regelmaat van straten en kavels
- Het ca. 1392-1396 ontstane dambordpatroon en de verplaatsing van de stad
- De bouw van de Vischpoort en kazematten rondom de vesting
- Medievale en latere functies van kerken en gildehuizen in Elburg
De geschiedenis van de Elburgse vestingwerken komt uitgebreid aan bod in studies over Gelre, de stedenbouw van de late middeleeuwen en de specifieke geschiedenis van Elburg als Hanze-stad. Het verhaal wordt ondersteund door reconstructies uit kaarten en historische bronnen die het planmatige karakter van Elburg onderstrepen.
| Onderwerp | Belangrijke feiten |
|---|---|
| Oorsprong van stadsrechten | 1233-1271, mogelijk door graaf Otto II van Gelre |
| Nieuwe stad en plattegrond | Dambordpatroon, kaarsrechte straten, 1392-1396 |
| Verdedigingswerken | Omwalling, 2 poorten, 20 muurtorens, 4 hoektorens, later bastions |
| Relatie kerk | Kerk buiten de eerste muur, later verplaatst en deels ingeklemd |
| Haven en economie | Zuiderzeehandel, visserij, havenkade heringericht in 2008 |
Het moderne erfgoed van Elburg is een samenspel van historisch stratenplan, keitjesstoepen en beschermde monumenten. Door restauraties en herontwikkelingen in het havengebied blijft de withinstad zowel functioneel als historisch representatief voor de middeleeuwse visie op stadsbouw.
tags: #elburg #binnenstad #bestrating