Het tijdelijk deel omgevingsplan bestaat uit de ruimtelijke regels (onder andere bestemmingsplannen en beheersverordeningen) en de bruidsschat omgevingsplan Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper). In het tijdelijk deel omgevingsplan staan regels voor buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Deze regels richten zich op de ligging en het type leiding (aard van de stof en bij gas, de maximale druk). In het tijdelijk deel omgevingsplan kunnen ook regels over ondergrondse hoogspanningsverbindingen staan. Bij een aanvraag om een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken (artikel 22.26 bruidsschat) wordt getoetst of het te bouwen bouwwerk aan de regels van het omgevingsplan voldoet. Alleen die delen van buis- en leidingenstelsels die als bouwwerk aan te merken zijn, kunnen hieronder vallen. De ondergrondse buis- en leidingenstelsels vallen niet onder deze vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) heeft het Rijk ondergrondse buis- en leidingenstelsels aangewezen als vergunningvrij voor de omgevingsplanactiviteit (artikel 2.29, onder p, Bbl). Een uitzondering hierop zijn de buisleidingen met gevaarlijke stoffen voor warm water of stoom.
Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de gemeente de regels van het tijdelijk deel omzetten naar het nieuwe deel omgevingsplan. Dit moet voor 1 januari 2032 klaar zijn. De regels moeten onder meer voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper). Bij buisleidingen met gevaarlijke stoffen spelen vooral de aspecten veiligheid en ruimtelijke inpassing.
De regels die zich richten op de regulering van de werkzaamheden in de openbare ruimte bij de aanleg van nutsvoorzieningenkabels staan nu in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) of Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI). Deze regels moeten uiterlijk voor 1 januari 2032 in het omgevingsplan zijn opgenomen. De regels over telecomkabels blijven echter in de APV of AVOI staan. De reden hiervoor is dat de regels hun grondslag vinden in de Telecommunicatiewet. Doordat de regels over telecomkabels uitputtend zijn geregeld in de Telecommunicatiewet worden deze regels niet opgenomen in het omgevingsplan.

De aanleg van buisleidingen in strijd met het omgevingsplan kan worden geregeld met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In artikel 2.29 van het Bbl zijn bouwactiviteiten door het Rijk aangewezen, die zonder omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit uitgevoerd mogen worden. De regels in het omgevingsplan zijn niet van toepassing op deze vergunningvrije bouwactiviteiten. Bouwwerken met betrekking tot buis- en leidingstelsels vallen onder deze vergunningvrije bouwactiviteiten (artikel 2.29 aanhef, onder p, onder 4 Bbl).
De regels voor de technische bouwactiviteit richten zich op bouwwerken. De Telecommunicatiewet (artikel 5.4, vierde lid) bevat een regeling over werkzaamheden voor de aanleg van telecommunicatiekabels. Deze wet regelt een gedoogplicht voor de aanleg van kabels met betrekking tot het communicatienetwerk in openbare en niet-openbare gronden (artikel 5.2). Voor de aanleg van kabels in de openbare grond geldt een meldingsplicht. De AVOI is van toepassing op het aanleggen van kabels en leidingen in openbare gronden in beheer bij gemeenten. De regels over de aanleg van kabels en leidingen in de AVOI die niet over telecommunicatiekabels gaan, moeten naar het omgevingsplan. Dit zijn de regels die zijn gebaseerd op de Gemeentewet. Deze regels moeten uiterlijk voor 1 januari 2032 in het omgevingsplan worden opgenomen.
In het Bal (Bal Regulation) stelt het Rijk algemene regels bij activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het graven in een bodem is een milieubelastende activiteit als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3, met uitzondering van de waterbodem (artikel 3.48f Bal en 3.48d Bal). Bij het graven in een bodem als milieubelastende activiteit geldt een informatieplicht (artikel 4.1220 Bal). Om schade aan waterstaatswerken te voorkomen gelden er specifieke regels in een beperkingengebied met betrekking tot waterstaatswerken. Het ontgronden voor het aanleggen van kabels en leidingen in het beperkingengebied waterstaatswerken in beheer van het Rijk is een vergunningvrije activiteit (artikel 6.28 Bal).
Regels in een beperkingengebied met betrekking tot een weg voorkomen dat er op of vlak naast wegen activiteiten plaatsvinden die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de conditie van de weg. Het aanleggen van kabels en leidingen in een beperkingsgebied met betrekking tot een weg is een beperkingengebiedactiviteit. Het aanleggen van kabels en leidingen op vastgestelde locaties rondom spoorwegen wordt in het Bal benoemd als een beperkingsgebiedactiviteit bij spoorwegen. Voor deze activiteit gelden specifieke rijksregels (paragraaf 9.2.1 van het Bal). Voor de aanleg van bepaalde elektriciteitskabels en beschermbuizen geldt een vergunningplicht (artikel 9.20 Bal).
In de omgevingsverordening Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) worden onderwerpen geregeld die van provinciaal belang zijn. De waterschapsverordening Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) bevat voor iedereen geldende regels voor waterkeringen, watergangen en grondwater binnen het beheergebied van een waterschap.
Een mooie gietvloer is een bijzondere aanwinst in huis. Je kan kiezen uit veel kleuren, het vereist weinig onderhoud en heeft een zeer lange levensduur. Komen de kabelgoten in de gietvloer zelf, dan moet er een dikkere gietlaag komen dan als je alle elektra later aanlegt en dus sleuven moet gaan frezen. Huur hiervoor een elektrische sleuvenfrees. Maak allereerst een goed werkplan waarin de positie van eventuele stopcontacten, schakelaars en de loop van alle kabelgoten goed zijn ingetekend. Hou daarbij rekening met het eventueel plaatsen van vloerverwarming en zorg hierbij dat je zo min mogelijk bochten maakt. Is veel bochtenwerk onvermijdbaar? Haal dan zoveel mogelijk onderdelen uit elkaar om ze na het doortrekken van de leidingen weer in elkaar te zetten. Het is van groot belang dat je de juiste keuze maakt hoe de kabelgoten komen te liggen. Na het storten van je vloer is een wijziging vrijwel niet meer uit te voeren, je zal daarvoor moeten breken. Overweeg eventueel om een professionele elektricien in te schakelen die de kennis in huis heeft om alles veilig te installeren. Laat hem de door jezelf aangelegde elektra in ieder geval controleren. Je hebt gekozen voor een vloer waar je jaren plezier van wilt hebben. Zorg er daarom voor dat de vloer en de onderliggende elektra in één keer goed worden geïnstalleerd. Het bespaart je veel werk!
Historische oriëntatie en normen
Sinds wanneer Toen in de vorige eeuw het gebruik van elektriciteit steeds grotere vormen aannam kwam men er ook op ongelukkige manieren achter dat er vooral vanuit veiligheidsoogpunt eisen moesten worden gesteld want elektriciteit kan heel gevaarlijk zijn. Dit resulteerde in 1940 tot de eerste druk van de NEN1010. In deze norm zijn de minimale eisen beschreven waar een elektrische installatie aan moet voldoen in woningen, utiliteit en fabrieken. De wet Dit zijn gedeeltelijk wettelijke normen. De voorschriften die betrekking hebben op veiligheid zijn volgens de Regeling Bouwbesluit wettelijk. Er mag in sommige gevallen wel van de NEN1010 norm worden afgeweken maar dan moet een alternatief minstens gelijkwaardig zijn aan de norm. De eisen hebben betrekking op veiligheid, inspecteren, installatievoorschriften en werkvoorschriften. Leg ook geen lasdozen van verschillende groepen aan elkaar.
Buig maximaal 3 scherpe bochten in 1 5/8″ (16mm) leiding, als dit niet is te voorkomen moet een trekdoos worden geplaatst. Probeer bochten zo flauw mogelijk te maken, draad trekken gaat dan veel makkelijker. In 5/8″ (16mm) buis mogen maximaal 5 draden, 3 x 2,5mm2 en 2 x 1,5mm2, in flexibele buis 1 draad minder. In 3/4″ (19mm) buis mogen 5 draden van 2.5mm2 of 3 draden van 2.5mm2 en 4 x 1,5mm2. Leidingen moeten deugdelijk vast zitten, voor 5/8″pvc geldt horizontaal beugelen om de 40cm, verticaal om de 50cm en 10 cm vanaf een lasdoos, wandcontactdoos, bocht, sok of lichtpunt. Dit geldt niet voor inbouwinstallaties welke tijdelijk worden vastgezet en later worden aangesmeerd met specie of stucwerk. Open en/of losse bedrading is niet toegestaan.
Zware verbruikers >2000 watt zoals ovens en wasmachines moeten aangesloten worden op een eigen eindgroep. Zonnecel installaties moeten worden aangesloten op een eigen eindgroep achter een aardlekschakelaar. Een eindgroep is maximaal 16 ampere (max 3680 Watt) als dit een automaat is een B-karakteristiek. Dit kan ook een kookgroep (2 x 230V) zijn of een krachtgroep (3 x 400V). Een hoofdschakelaar is verplicht. Alle groepen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. Een installatie moet verdeeld zijn over minstens 2 aardlekschakelaars. Er mogen maximaal 4 eindgroepen achter 1 aardlekschakelaar. Alle aansluitpunten voor wandcontactdozen en lampen etc. moeten zijn voorzien van een beschermingsleiding. Maximaal 5 draden in een lasdop.
Installaties moeten bereikbaar zijn. Installaties moeten overzichtelijk zijn. Vreemde metalen delen moeten vereffend worden via een centrale aardrail bij de groepenkast met een blanke aarddraad van minstens 4 mm2 in buis of 6 mm2 los (dit i.v.m. veiligheid). Voordat je elektra gaat aanleggen is het verstandig om te kijken naar de beschreven richtlijnen en tips. Deze richtlijnen en tips helpen je op een juiste en eenvoudige manier elektra aan te leggen. Stroomtoevoer vanaf de groepenkast gaat naar een centraaldoos. Per kamer wordt er een aparte centraaldoos gebruikt. En vanaf de centraaldozen lopen leidingen naar lichtpunten, wandcontactdozen en schakelaars. Als basisregel geldt dat alle stroom die naar lampen, wandcontactdozen en schakelaars gaat vanuit een centraaldoos moet komen. Na het aanleggen van centraaldozen, elektrabuizen en installatiedraden kun je vervolgens wandcontactdozen, schakelaars, dimmers of zonnepanelen aansluiten. Onderaan dit artikel vind je de FAQ’s over dit onderwerp. Wil je zonnepanelen aansluiten? Lees dan ook alles over zonnepanelen in combinatie met een PV-verdeler in dit artikel: Alles over de PV-verdeler.
Het is belangrijk wanneer je elektra gaat aanleggen dat je het verschil weet tussen spanning en stroom. Wil je meer informatie over spanning en stroom? Lees dan alles hierover in dit artikel: Spanning, stroom en weerstand. Wil je alleen een centraaldoos aansluiten? Lees dan alles over centraaldozen in dit artikel: Hoe moet je een centraaldoos aansluiten? Als je meer informatie wilt hebben over IP-waarden, lees dan dit artikel: IP-waarden.
Voor buiten elektra gelden andere regels en voorschriften. Je mag zelf elektra aanleggen voor zaken achter de meterkast. De richtlijnen punt voor punt beschreven: Punt 1: Spanningsloos maken, Punt 2: Leidingen tekenen, Punt 3: Belasting van groepen, Punt 4: Kleuren van installatiedraden, Punt 5: Type behuizingen en materialen, Punt 6: Locatie wandcontactdoos en lichtschakelaars, Punt 7: Badkamer zones. De badkamer zones zijn uitgewerkt met Zone 0, Zone 1, Zone 2 en Zone 3, elk met specifieke beveiligingsvereisten.

Het plaatsen van wandcontactdozen is bij voorkeur niet lager dan 30 cm boven de vloer. Wandcontactdozen in de keuken en lichtschakelaars hebben een standaardhoogte van 105 cm boven de vloer. In de badkamer worden zones met IP-classificaties gehanteerd om veiligheid te waarborgen. Tot 1996 hoefde in een woning alleen de stopcontacten in de keuken en badkamer en andere natte ruimtes geaard te zijn; tegenwoordig moet elk stopcontact in de woning geaard zijn. Dit betekent dat de stopcontacten moeten worden aangesloten met 3 draden, een bruine, een blauwe en een groen/gele.
Wanneer je elektrisch gereedschap gebruikt voor je klus, let dan op het volgende: wanneer er met elektrisch gereedschap werkt, rol de kabelhaspel dan helemaal uit. Sluit nooit te veel haspels en verlengsnoeren op elkaar aan en op dezelfde groep, dit kan overbelasting en oververhitting veroorzaken. Voor lange einden naar bijv. (vaat)wasmachine e.d. is het verstandig om apparaten op aparte groepen aan te sluiten. De kosten voor het aanleggen van elektra kunnen erg verschillen, afhankelijk van materialen, omvang van de klus en eventuele installatiekosten.
In de praktijk: enkele praktische aanbevelingen voor een gietvloer met elektra
- Maak vooraf een werkplan met de posities van stopcontacten, schakelaars en kabelkanalen. Overweeg vloerverwarming en minimaliseer bochten in de leidingen.
- Leg kabelgoten zo dat ze later goed af te werken zijn onder de gietlaag; als kabels in de vloer komen, kan een latere wijziging lastiger zijn.
- Hangt de keuze af van welformen zoals wapeningsnetten en betonnen deklaag; overweeg eventueel professionele installatie en controle na voltooiing.
tags: #elektraleiding #hoort #niet #in #vloer