De nationale DNA-cel deelt een cruciale rol binnen het federaal parket. Het is verantwoordelijk voor het toekennen van DNA-codenummers, het beheren van DNA-profielen en het ondersteunen van opsporingsonderzoeken bij strafzaken. Sinds enkele jaren valt de cel tijdelijk onder het federaal parket en sinds 2017 is sprake van een definitieve integratie met specifieke reglementaire aanpassingen en benoemde taken.
Achtergrond en integratieproces
De nationale DNA-cel werd oorspronkelijk ingericht binnen de gemeenschappelijke steundienst onder leiding van de voorzitter van het College van procureurs-generaal. De oorspronkelijke oprichting lag vast in de KB van 17 juli 2013. Een jaar later koos de wetgever ervoor om artikel 143ter van het Gerechtelijk Wetboek op te heffen en het kader tijdelijk te laten bestaan via een regeling die uiteindelijk in 2017 definitief werd gemaakt door de Wet tot oprichting van de DNA-databank intervenanten.
Met de Wet van 17 mei 2017 werd de nationale DNA-cel definitief geïntegreerd in het federaal parket. Een aanvullend KB met uitvoeringsbepalingen was nodig om de regeling operationeel te krijgen. De organisatie en financiering van de cel bleven daarbij binnen de begroting en huisvesting van het federaal parket, en de cel kwam rechtstreeks onder de federale procureur te vallen. Dit maakte een einde aan de eerdere periodes van terbeschikkingstelling van gerechtspersoneel aan de DNA-cel, die vijf jaar kon duren en twee maal hernieuwbaar was.
Taken en werking van de DNA-cel
De primaire taken van de nationale DNA-cel omvatten: toekennen van DNA-codenummers, beheren van DNA-profielen en het uitvoeren van vergelijkend onderzoek in strafzaken. De cel werkt daarbij nauw samen met andere actoren zoals verificateurs, verpleging, opsporingsambtenaren en het lab waar DNA-onderzoeken plaatsvinden. Het doel van deze werkzaamheden is om DNA-onderzoeksresultaten te koppelen aan strafzaken en om relevante informatie te leveren voor onder meer terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit.
In het procesverloop heeft de cel de verantwoordelijkheid voor rapportage en verslaggeving met betrekking tot DNA-onderzoeken. Het lab ontvangt DNA-profielen en voert de benodigde vergelijkingen uit, onder meer met celmateriaal, en coördineert de verdere stappen in de strafprocedure volgens het Wetboek van Strafvordering. De betrokkenheid van Justitiële Informatiedienst en andere instanties zoals paragraaf 4.1.3.3. en artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet wordt expliciet genoemd in de regelingen.
Belangrijk is de notie dat het onderwerp van DNA-onderzoek altijd wordt benaderd met de nadruk op een correcte procedure en bescherming van rechten. Zo wordt onderling vergeleken met het oog op het doel, zoals bedoeld in het eerste lid, en wordt nagegaan of de verplichtingen uit artikel 10, derde lid, onder b, zijn nagekomen. De samenwerking met de opsporingsambtenaar en de verantwoording aan de Justitiële Informatiedienst zorgen voor samenhang in de uitvoering.
Interne regelgeving en communicatie
De communicatie en rapportering aan de Justitiële Informatiedienst speelt een centrale rol. In het tweede lid, onder e, en de Justitiële Informatiedienst daarvan in kennis, wordt de informatiestroom geregeld. Daarnaast wordt vastgesteld wat er gebeurt in het geval van een ander misdrijf dan waarvoor de DNA-databank is aangewend, en hoe de gegevens aan de hand van artikel 18 en 18a van de Wet op de DNA-databank beheerd en bewaard blijven.
Een essentieel aspect is de verslaggeving, waarbij het verslag bedoeld in het eerste lid wordt opgesteld. Dit verslag biedt de basis voor de werking van de DNA-regeling in strafzaken en de integratie van DNA-profielen in de procedure.
Toegang en middelen
Abonnees hebben toegang tot uitgebreide actuele teksten en jurisprudentie via Polinfo.be. De relevante regelgeving en commentaarteksten bieden context en duidelijkheid over de toepassing van de DNA-regeling in strafzaken, inclusief de bepalingen met betrekking tot de DNA-databank en de interventies.
Praktische gevolgen van de integratie
Met de definitieve integratie van de nationale DNA-cel in het federaal parket zijn de volgende praktische veranderingen doorgevoerd: de cel blijft functioneren op de budgetten van het federaal parket en wordt rechtstreeks aangestuurd door de federale procureur; gerechtspersoneel wordt niet langer ter beschikking gesteld aan de DNA-cel voor lange perioden; de interne expertise wordt behouden doordat medewerkers van het parketsecretariaat worden ingezet om de continuïteit en deskundigheid te waarborgen.
Deze structuur zorgt voor een efficiënte toewijzing van DNA-codenummers en -profielen, een betere coördinatie met opsporingsdiensten en een gestroomlijnd proces voor het verrichten van DNA-onderzoeken in strafzaken. De samenwerking met de laboratoria, de verantwoording aan de Justitiële Informatiedienst en de naleving van de wettelijke kaders blijven hierbij cruciaal.

Klinische genetica – Hoe werkt DNA onderzoek?
Bescherming van rechten en wettelijke kader
Het geheel opereert binnen het wettelijke kader van het Wetboek van Strafvordering en de DNA-wetgeving met aanvullende bepalingen uit de Dienstenwet en relevante KB's. De regels beschermen de rechten van verdachten en getuigen, waarborgen de integriteit van het onderzoek en dienen als basis voor de rechtspositie in de strafzaak.
| Onderdeel | Belangrijkste verantwoordelijkheid | Betrokken door |
|---|---|---|
| DNA-codenummers toekennen | Nationale DNA-cel | Federaal parket |
| DNA-profielen beheren | Laboratoria en cel | Justitiële Informatiedienst |
| Vergelijkend onderzoek | Cel en opsporingsambtenaren | Wetboek van Strafvordering |
| Rapportage en verslag | Cel en laboratorium | Federaal parket |