In Limburg zijn 210.000 gasmaskers in beslag genomen, omdat er asbest in de filters zit. De maskers werden gevonden in een loods in de gemeente Maasgouw, bij Roermond. Volgens de Inspectie Leefomgeving en Transport zit er asbest in de filterbussen en dat is verboden, omdat het gevaarlijk is voor de gezondheid. Ingeademde asbestdeeltjes kunnen na verloop van tijd kanker veroorzaken. Oude legerkisten De maskers, die waarschijnlijk zijn geïmporteerd uit Rusland, werden aangetroffen in 5250 oude legerkisten. De eigenaar van de gasmaskers wordt verdacht van het bezit en de verkoop van asbesthoudende producten. Volgens de inspectie en het Openbaar Ministerie werden de maskers via internet verkocht. Twee maanden geleden kwam de inspectie al met een waarschuwing. Het tv-programma Hart van Nederland meldde toen dat op onder meer Marktplaats grote partijen van die gasmaskers werden aangeboden.
Russisch leger en het distributieverhaal
Russisch leger Tegen het programma zei een handelaar dat het hem vooral om de houten legerkisten ging. Die worden vaak gebruikt als bijzettafeltje. De gasmaskers, die volgens hem overblijfselen zijn uit het Russische leger, kregen de klanten er gratis bij. Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen die tot de silicaten behoren. Ruw asbest bestaat uit langwerpige bundels die zijn opgebouwd uit kristallen die lengtesplijting vertonen. De kristallen worden asbestvezels genoemd en kunnen na beschadiging zo klein worden dat zij niet met het blote oog waar te nemen zijn. Er bestaan verschillende soorten asbestmineralen. Alleen aan de kleur van het ruwe asbest kan men zien tot welke soort het asbest behoort. Wanneer het materiaal verwerkt is, kan dat niet meer.
Globale productie en historische toepassingen
Asbest is een delfstof die in de 21e eeuw voornamelijk in Azië en Zuid-Amerika gewonnen wordt. In 2021 werd er wereldwijd 1,2 miljoen ton gedolven. De Thetford Mines in de Canadese provincie Quebec waren in de jaren 1870 de eerste mijnen op industriële schaal. Later in de 19e eeuw volgden ook het Russische Rijk, Noord-Italië en Zuid-Afrika. Canada bleef een groot deel van de 20e eeuw een van s werelds belangrijkste producenten, met onder meer de enorme mijn van de naar het mineraal genoemde Quebecse stad Asbestos (heden Val-des-Sources genaamd).
Asbest wordt al sinds de oudheid gebruikt en werd al vlug onderkend vanwege zijn brandwerende eigenschappen: in het Rome van de oudheid gebruikten de Vestaalse maagden het voor hun eeuwig brandende lampenpitten. De Romeinse schrijver Plinius spreekt ook van een onbrandbare stof die gebruikt werd voor lijkwaden voor koningen. Arabische troepen zouden asbest in de strijdkledij verwerkt hebben zodat ze bij een bestorming brandbommen konden gebruiken en toch zelf aanvallen. Karel de Grote had een tafelkleed van asbest dat hij tot verbijstering van zijn gasten in het vuur wierp na de maaltijd.
Toepassingen en gevaren van asbest
Sommige asbesthoudende toepassingen hebben een generieke naam, zo wordt asbestbeplating met een honingraatstructuur vaak 'eterniet' genoemd, terwijl het bedrijf Eternit niet de enige producent van asbestplaten was. Flensafdichtingen (pakkingen) met asbest worden met paroniet aangeduid, ongeacht de fabrikant van de pakking. In onderstaande tabel worden de belangrijkste asbesttoepassingen vermeld. De risicoklasses en gehaltes dan wel soorten asbest zijn indicatief. Vaak een grijze kleur, ongeveer 5 mm dik. Meestal geschroefd of geklemd, soms losstaand (bloembakken). Asbestkoord bestaat altijd voor 100% uit chrysotielvezels; omdat de vezels zijn geweven bevat koord geen bindmiddel. Er bestaan grofweg twee typen; amosiethoudende leidingisolatie welke met de hand werd aangebracht en voorgevormde calciumblokken die meestal chrysotiel bevatten. De eerste toepassing komt vaak voor in keukens, de tweede werd veel gebruikt bij industriële heetwaterleidingen. De van motieven voorziene bovenste (vinyl)laag bevat geen asbest, alleen de viltachtige onderste laag. Brandwerend en warmte-isolerend. Zeer losgebonden, het bindmiddel is in de loop der tijd vaak volledig vergaan. Spuitasbest is hierdoor zeer kwetsbaar en onoordeelkundige verwijdering leidt tot een grote vezelemissie.
Gezondheidseffecten van asbest
Isolerende laag rondom spanten van kantoorgebouwen, winkels en industriële complexen, soms als plafondisolatie in bv. Kan verschillende kleuren hebben, vaak groen, grijs of bruin, soms zwart. Altijd zwart van kleur, bestaat voornamelijk uit teer en een lage concentratie asbest. Asbestvezels komen in de buitenlucht voor in concentraties van 20 tot 40 vezels per m³. De voornaamste bronnen van asbestvervuiling in de buitenlucht zijn asbestcementproducten en incidenten zoals brand en sloop in gebouwen die asbest bevatten. In de jaren tachtig lagen de concentraties veel hoger, van 100 tot 1000 vezels per m³ met uitschieters tot tienduizenden vezels per m³ in de buurt van asbestbronnen. Zolang asbest in gebonden toestand verkeert, is er geen gevaar voor de gezondheid. Als losse asbestvezels worden ingeademd lopen zij vast in de kleine luchtwegen en longblaasjes. Daar worden de kleine vezels opgenomen door macrofagen. Vezels die hiervoor te groot zijn, kunnen gaan migreren in de weefsels. Ook kunnen zij zich via de lymfebanen verspreiden en zo terechtkomen op plaatsen ver verwijderd van de kleine luchtwegen. De meeste ziekten openbaren zich pas tientallen jaren nadat de blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden en zijn niet of nauwelijks te genezen. De kans op het krijgen van asbestziekten is afhankelijk van de totale hoeveelheid ingeademde asbestvezels. De zogeheten cumulatieve blootstelling, met als eenheid vezeljaar, is het product van de blootstellingsconcentratie en de blootstellingsduur. Eén vezeljaar is 1 vezel per ml x 1 arbeidsjaar. Eén arbeidsjaar bestaat uit 240 werkdagen van 8 uur. Voor het blootstellingsniveau van asbest bestaat geen veilige ondergrens. Voor het krijgen van asbestose moet er minimaal 5 vezeljaar blootstelling aan asbest zijn geweest.
Regelgeving en veiligheid rondom asbest
Aanvankelijk werd gedacht dat het vooral de chemische samenstelling van asbest was die verantwoordelijk is voor de kankervorming. Deze opvatting is terug te vinden in de wetgevingen op dit gebied in een aantal landen: gebruik van blauw asbest is verboden, gebruik van de andere soorten aan strenge regels gebonden. In de jaren zestig van de 20e eeuw deed de Nederlandse bedrijfsarts J. Stumphius onderzoek naar de effecten van het gebruik van asbest als isolatiemateriaal bij scheepswerf De Schelde. Hij toonde aan dat werken met asbest kan leiden tot mesothelioom, een zeldzame, maar dodelijke vorm van kanker van het long- of buikvlies. Vanaf 1984 werd asbest niet meer gebruikt in vinylzeil. Vanaf 1 juli 1993 werd de toepassing en verkoop van asbest in andere vormen niet langer toegestaan en gebruik in de bouw definitief verboden. Er is echter nog veel asbest in gebouwen aanwezig: naar schatting enkele miljoenen kilo's.
In Nederland werd asbest op grote schaal toegepast en werd in 1978 een verbod op het gebruik van crocidoliet (blauw asbest) en spuitasbest ingevoerd. Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 is van kracht geworden en in 2010 adviseert de Gezondheidsraad de asbestnormen aan te scherpen. Vanaf 2022 is het sloop- en asbestattest vereiste bij verkoop van een woning in Vlaanderen ingevoerd als onderdeel van het beleid tegen asbestafbouw. In Nederland geldt dat bij blootstelling aan asbest de werkgever aansprakelijk kan zijn onder specifieke bepalingen; daarnaast zijn er regelingen rondom tegemoetkomingen aan slachtoffers via verschillende instanties.
Asbest in museale collecties en praktische aanpak
Voor musea levert de regelgeving een uitdaging op: de regelgeving is niet ontworpen met cultureel erfgoed in gedachten. Asbest komt in museale collecties vaak voor in historische objecten, apparaten of kunstwerken, waarbij het behoud en de presentatie centraal staan. Denk aan het Arbobesluit en het Arbeidsomstandighedenbesluit als kader, maar ook het Landelijk asbestvolgsysteem (LAVS) voor saneringsprojecten. Een quickscan en een fysieke check in de collectie vormen de eerste stappen wanneer men vermoedt dat er asbest aanwezig is. Een DAV-1-opleiding kan nuttig zijn, maar een DAV mag alleen werken onder toezicht van een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. Voor musea is samenwerking met gecertificeerde bedrijven verplicht, met een strikte scheiding van rollen tussen inventarisatie en sanering. Een DIA (Deskundig Inventariseerder Asbest) is de eerste stap en op basis van de inventarisatie kan worden besloten of asbest behouden of verwijderd moet worden. Bij verwijdering is een gecertificeerd saneringsbedrijf nodig, gevolgd door een onafhankelijke laboratoriumvrije meting. Het hele proces kan kostbaar zijn, dus meerdere offertes worden aangeraden, samen met de garantie van certificering van betrokken partijen.
Er zijn ook praktische details over monsters nemen, analyselevers en het gebruik van LAVS om informatie te delen tussen opdrachtgevers, inventariseerders, saneringsbedrijven, eindinspectiebedrijven en toezichthouders. Het is belangrijk om het proces zorgvuldig te plannen en de juiste stappen te volgen om blootstelling te minimaliseren en veiligheid te waarborgen bij sanering en verwijdering.

In samenhang met de geschiedenis en regelgeving blijven de lessen uit het verleden relevant: asbestrisico's zijn significant bij onjuiste hantering, terwijl een zorgvuldig proces en gecertificeerde deskundigen de risico's aanzienlijk kunnen beperken. De aandacht ligt op een balans tussen volksgezondheid, erfgoedbehoud en economische factoren bij sanering en beheer van asbesthoudende materialen.