De Sint-Carolus Borromeuskerk ligt aan het Hendrik Conscienceplein in Antwerpen. Het is een parochiekerk en voormalige jezuïetenkerk in barokke stijl. De kerk is ontworpen door François d’Aguilon en Pieter Huyssens (leden van de jezuïetenorde) en gebouwd tussen 1615 en 1621. Oorspronkelijk was de kerk gewijd aan Ignatius van Loyola, de stichter van de jezuïetenorde. Na het opheffen van de orde in 1773 werd de kerk opnieuw gewijd, ditmaal aan Carolus Borromeus, een aartsbisschop van Milaan en kerkhervormer.
Peter Paul Rubens speelde als schilder-decorateur-architect een belangrijke rol bij de bouw en inrichting van de kerk. Hij had een hand in de toren, de voorgevel, het hoogaltaar, het plafondstucwerk en de Houtappel- of Mariakapel. Helemaal bovenin in de punt van de voorgevel staat Jezus als kind op de knie van zijn moeder, een beeldhouwwerk gemaakt door Hans van Mildert. De Madonna ziet naar de zegen uitkijken die Jezus uitdeelt aan de voorbijgangers op het kerkplein. In de gevel staan zes beelden: de vier evangelisten met hun bijbehorende attributen; linksboven Johannes die omhoog kijkt, met een adelaar onder zijn beeld; rechtsboven Lucas met een stier; rechtsonder Marcus die omhoog wijst; en in het midden het blazoen met de letters IHS.

Het schip van de kerk is fraai en wordt geflankeerd door bovengalerijen waar de 14 staties hangen, geschilderd door Eduard Dujardin en H.E. Janssens. Deze staties tonen de lijdensweg van Jezus als spirituele inspiratiebron en nodigen gelovigen uit tot stil gebed en bezinning bij elke afbeelding.
De preekstoel, vervaardigd in 1718 door Jan Peter van Baurscheit de Oude, is indrukwekkend; hij wordt ondersteund door een figuur van de Kerk die over de ketterij zegeviert, terwijl een engeltje met bliksemschichten een zevenkoppige draak neerwelt. De wanden van de kuip en het klankbord tonen twaalf scènes uit het leven van de Maagd Maria. De biechtstoelen zijn versierd met levensgrote engelen en thema’s uit het christendom: linker biechtstoel verbeeldt berouw met een rouwende engel, rechter biechtstoel symboliseert matigheid en vasten en zuivering met twee engelenfiguren en bijbehorende voorstellingen zoals teugels en een vis met een kruik water.
Het hoofdaltaar is opmerkelijk vanwege een enorm schilderij van 5,35 bij 4 meter dat voortdurend wisselt. Achter het altaar bevindt zich een reservebak met vier diepe sleuven waar schilderijen op doek beurtelings tentoongesteld worden door een katrolsysteem, zodat de mis thematisch kan worden uitgelicht. Op het moment van bezoek hing het schilderij De kroning van Maria bij het hoofdaltaar. Oorspronkelijk was de kerk aan Sint-Ignatius gewijd, maar het hoofdschilderij Sint-Ignatius kon door wisselbeurten niet altijd in de kijker staan, wat tot de toewijding aan de ordestichter rechtvaardigde.

De Mariakapel aan de rechterkant bevat vele marmeren kunstwerkjes en een Lieve-Vrouwebeeld uit het hout van de miraculeuze boom van Scherpenheuvel, geschonken door de aartshertogen Albrecht en Isabella. De plafonddecoratie rondom Maria is rijk aan symbolen uit de Loreto-liturgie en toont Maria’s naam te midden van haar litanieën. Rubens heeft ook een grote invloed op het plafondstucwerk gehad, zoals bevestigd wordt door bronnen die Rubens’ betrokkenheid bij de stuccowerk onderstrepen. Godefridus Houtappel was schenker van de Mariakapel; zijn grafsteen ligt vóór het altaar waar de familie bij elkaar ligt in een grafkelder. De Mariakapel bevat zes levensgrote witmarmeren beelden uit het atelier van Colijns de Nole, waaronder vier patroonheiligen van de opdrachtgevers en Anna ’s Grevens.

Het orgel uit 1720, waarschijnlijk gebouwd door Carolus Dillen uit Mechelen, verving het orgel dat de brand van 1718 niet overleefde. De orgelkast is het werk van Jan Pieter I van Baurscheit. Boven de orgelbekroning staan twee engelen en een engel die de maat slaat, terwijl andere engelen live muziek maken. Links flankeren koning David met een harp en rechts Sint-Cecilia het orgel klankgebied; beiden zijn typische kerkmuzikale figuren. De harp en de rechtervingers van David zijn gedeeltelijk verdwenen, maar de voorstelling blijft imponerend.
In de Mariakapel en elders in de kerk zijn ook andere monumenten te bewonderen, zoals de verering van de vermoorde witte pater Charles Deckers, een Antwerps figuur die pleitte voor rechten van meisjes en vrouwen en voor een betere verstandhouding tussen christenen en islamieten. Deckers werkte lange tijd in Algerije en wordt herdacht in de kerk als een deel van het erfgoed van de orde en van Antwerpen.

Openings- en zondagregeling: de kerk is van maandag tot en met zaterdag geopend van 10:00 tot 12:30 en van 14:00 tot 17:00 uur. Zondag is de kerk gesloten, behalve voor de vieringen. Zo vindt elke zondag om 11:30 uur een Artiestenmis plaats, een mis met livemuziek door verschillende muzikanten uit binnen- en buitenland. Deze mis heeft al meer dan 75 jaar plaats op alle zon- en feestdagen in de perfecte akoestiek van de kerk en is toegankelijk voor iedereen.
Historische achtergrond en architectuurchronologie in het kort:
- Roeping en oorsprong: Jezuïeten kochten Huis Van Aken en ontwikkelden het project voor een middeleeuwse campus tot een barok kerkencomplex.
- Architecten en bouw: François d’Aguilon en Pieter Huyssens ontwierpen de kerk; de bouw vond plaats tussen 1615 en 1621; Rubens leverde bijdragen aan het ontwerp en schilderingen.
- Inventaris en kunstwerk: Rubens schilderde plafondstukken en werkte mee aan de voorgevel; 39 plafondschilderijen zijn aan hem toegeschreven. De Mariakapel en de zijkapellen kenmerken zich door uitgebreide marmeren sculpturen en iconografie.
- Brand en restauratie: De brand van 1718 verwoeste delen, maar de kerk overleefde en kreeg een herstelling en uitbreiding, inclusief het huidige orgel en de katrolkast voor de schilderijen.

De gevel van de Sint-Carolus Borromeuskerk toont Italiaanse inspiratie, met verwijzingen naar Il Gesù in Rome en Genueense elementen die Rubens kon inzetten via zijn modellenboek. Rubens’ ontwerp voor het embleem in de voorgevel ligt in het British Museum. Ondanks de Italiaanse invloed behoudt de kerk haar eigen scherpe, evenwichtige proporties, een variatie in steenmaterialen en rijke beeldversiering, waardoor het een sleutelvoorbeeld van de noordoostelijke barok in Europa blijft.
Het leven van Carolus Borromeus (1538-1584) begon in een adellijke familie aan de Vaticaanse kant van de geschiedenis: hij werd op jonge leeftijd bisschop van Milaan en zette stelsels en instructies op voor de katholieke eredienst. Borromeus publiceerde Instructiones Fabricae et Supellectilis Ecclesiasticae, een invloedrijk standaardwerk voor kerkinrichtingen dat lange tijd als leidraad diende voor de bouw van katholieke kerken. Zijn werk droeg bij aan de inhoud en vormgeving van architectuur en inrichting, waaronder het idee dat ramen beelden van heiligen moeten bevatten, de sacristie centraal moet zijn en het hoofdaltaar via treden boven de vloer uitkomt; bovendien dient het aantal gevelde deuren oneven te zijn en bij voorkeur gelijk aan het aantal beuken van de kerk.
tags: #gevel #carolus #borromeuskerk