Namen van gevelvormen in de Amsterdamse architectuur: een verkenning van topgevels, trapgevels en meer

Typisch Amsterdams is de topgevel-architectuur. gebeeldhouwde geveltoppen ontstaan, die aan hun stijlkenmerken goed te dateren zijn. De gevel markeert de grens tussen privé en openbaar. De oorzaak van de Amsterdamse topgevelarchitectuur ligt in de smalle parcellering, waardoor de nok van het dak loodrecht op de straat staat. Dit geeft de gevels een dubbele functie: ze behoren tot het stadsgezicht en tegelijk tot het huis als grens tussen binnen en buiten.

De topgevelarchitectuur is vooral een eigenschap van het smalle Amsterdamse huis, terwijl het dubbele huis met de nok evenwijdig aan de straat meestal een rechte lijstgevel heeft. Het standaard-Amsterdamse grachtenhuis is drie raamassen breed; het dubbele huis vijf raamassen breed zodat de ingang in het midden geplaatst kan worden. In de loop der tijd zijn er echter veel uitzonderingen op deze standaardbreedtes ontstaan door ruil en herindeling bij de veiling van bouwkavels in de 17de eeuw. Grachtenhuizen in tussenmaat of juist grote maten, zoals in de Gouden Bocht, komen vaker voor.

  • Topgevels zijn trapsgewijs versmald en komen vaak voor bij pakhuizen en woonhuizen op grachten.
  • Een puntgevel is een gevel met een scherpe top en wordt vaak bij het smalle straatbeeld toegepast.
  • Klokgevels vormen een verlengde van halsgevels en zijn in Amsterdam tussen circa 1660 en 1790 veelvuldig te zien.
  • Een lijstgevel heeft een brede kroonlijst over de hele gevel en is typisch voor grote, brede herenhuizen.

Hoe gevels zich verhouden tot bouwperioden en stijlkenmerken

Gevels kunnen vrij goed aan de hand van stijlkenmerken worden gedateerd. Een chronologisch overzicht van gedateerde gevels met een bouwjaarsteen of gevelsteen helpt om de stilistische ontwikkeling te traceren. De datering van de gevel zegt echter niet noodzakelijk iets over de datering van het achterliggende huis: vaak kan achter een voorgevel een jonger of ouder huis schuilgaan. In de 18de en 19de eeuw komt het vaak voor dat de voorgevel wordt vervangen, terwijl soms met behoud van de oude voorgevel een geheel nieuw huis wordt opgetrokken. Ook oude topgevels worden herplaatst of herplaatst op nieuwbouwpanden, en ramen zijn vaak vernieuwd. Kruiskozijnen uit de 16de eeuw blijven vrijwel nooit meer in originaliteit bestaan.

De verschillende geveltypen die in Amsterdam voorkomen, kun je als volgt herkennen:

  1. Trapgevels (ca. 1600-1665): een gevel die eruitziet als een trap met meerdere treden; vaak afgedekt met natuurstenen platen tegen waterterugslag.
  2. Halsgevels (ca. 1640-1775): een halsvormige top met vaak sierelementen zoals klauwstukken aan de zijkanten; verhoogde halsgevels leefden korter (1640-1670).
  3. Verhoogde halsgevels: een variant met extra trapje en vaak een runderoog in het midden van het trapgedeelte.
  4. Klokgevels (ca. 1660-1790): klokvormige top die kan voorkomen bij pakhuizen en woningen; ontstaan als een verlengde halsgevel.
  5. Lijstgevels (vanaf ca. 1625): brede kroonlijst en vaak rijk geornamenteerd, zeker bij grote huizen.
  6. Tuitgevels (ca. 1620-1720): puntige geveltop met een hals, veelal toegepast bij pakhuizen en woonhuizen.
  7. Ritsek gevels/gescoorde ornamenten: ornamenten zoals rolornamenten (ca. 1570-1600) en andere decoraties zijn zeldzaam maar nog te zien in sommige gevels.

Belangrijke bouwonderdelen en decoratieve termen

Een balustrade is een hekwerk met spijlen langs balkons of daken; een borstwering is een massief hekwerk. De sluitsteen houdt vaak de boog op zijn plek, terwijl een middenstijl en tussendorpel een kruiskozijn verdelen in vakken. Ramen kunnen voorzien zijn van luiken, vooral bij kruiskozijnen uit de 16de eeuw. Een kraagsteen steekt uit de muur om gewicht te dragen, en een console is het vooruitstekend onderdeel mogelijk gemaakt door steen, hout of metaal. Een risaliet is een vooruitstekend deel van de gevel dat doorloopt over de gehele hoogte; een middenrisaliet kan de ingangspartij bevatten. Zuilen zijn decoratief; zuilen hebben een kapiteel met beeldhouwwerk. Spekbanden of speklaag zijn horizontale muurversieringen die baksteen en natuursteen afwisselen. Waterspuwers zijn figuren aan de uiteinden van goten die regenwater afvoeren, vaak als monsters of dieren.

Ook de rotsvormen en de ornamenten geven aanwijzingen over de bouwperiode. In de 19de eeuw verschenen oud uitziende gevels in Amsterdamse binnenstad die herkenbaar zijn aan motiefjes of kleurverschillen onder de bogen. Als stenen onder de bogen plat liggen, duidt dat op een oudere gevel. De kruiskozijnen hadden vaak luiken en zijn tegenwoordig vrijwel allemaal vernieuwd of vervangen.

Praktische tips voor het ontdekken van geveltypes tijdens een vaartocht

Amsterdam staat bekend om zijn historische grachtenpanden die worden versierd door prachtige gevels. Het design van de gevels weerspiegelt trends uit verschillende tijdperken. Een boottocht langs de grachten is de beste manier om de verschillen tussen trapgevels, klokgevels, halsgevels en lijstgevels te ervaren. Voorbeelden die je kunt bekijken: Herengracht 81 (oudste woonhuis van Amsterdam) en 170 (Bartolotti huis); langs de Prinsengracht en Brouwersgracht kun je Café Papeneiland zien; langs de Keizersgracht staan zowel oude als nieuwe klokgevels naast elkaar.

Afbeelding: Diverse Amsterdamse geveltypes langs de gracht

Naast de geveltypen zijn ook specifieke huizen van belang: een houten gevel uit ca. 1530 op het Begijnhof, een gevel met rolornamenten uit ca. 1570-1600 in Sint-Annenstraat, of het grachtenhuis met een jaartalsteen uit 1606. In het Begijnhof is een voorbeeld van een drielaansgevel en het schaarse houten geveltype te zien. Het Begijnhofmuseum toont een combinatie van gevelhistorie en bouwkunst.

Een korte rondleiding langs vier typerende gevels

  • 1) Trapgevel: trapvormige top met treden; veel voorkomen tussen 1600 en 1665; Bekijken bij het Grachtenmuseum en het huis op Oudezijds Voorburgwal 14.
  • 2) Halsgevel en verhoogde halsgevel: halsgevel met sierelementen zoals klauwstukken; verhoogde halsgevel met extra trapje en runderoog; gelegen langs de grachten, bijvoorbeeld Oudezijds Voorburgwal en nabij Keizersgracht.
  • 3) Klokgevel: klokvormige top, vaak naast halsgevels; Café Hoppe aan het Spui heeft een klokgevel; tussen 1660 en 1790 veelvuldig toegepast.
  • 4) Lijstgevel: brede kroonlijst, meestal wit; karakteristiek voor grote herenhuizen; verschenen circa 1625 en blijven populair tot in de negentiende eeuw.

Historische context en nuance

De beschreven stijlen komen overal in het land voor, maar de Amsterdamse gevel is vooral verbonden met het stadsbeeld. De voorgevel kan een jonger of ouder huis verbergen; vaak werd de voorgevel vernieuwd terwijl de rest van het huis behouden bleef. De 19de eeuw bracht veel oud uitziende gevels met speciale motieven en kleurverbanden; dit soort gevels kan vaak gedateerd worden aan de hand van de steenbewerking onder de bogen.

tags: #gevel #vorm #naam