Introductie: Een Terugblik op Modelbouw en Geschiedenis
Na een zomerstop van een maand of drie, ben ik vandaag weer eens in de hobbykamer geweest. Niet veel gedaan, vooral even verf, lijm en plastic snuiven... en opruimen terwijl ik bezig was, wat hard nodig was. Maar er is wat geknutseld aan mijn ruimteworm, de Beech Staggerwing. En ik heb een ander oud project weer op de werkbank gelegd: een 1/72 Revell Westland Wessex. Vandaag heb ik lekker wat naadjes weg zitten schuren op de rompnaden.
Maar voordat ik de bouw oppak, is het misschien handig even een duik te doen in het verleden. We gaan terug naar 4 mei 2011, de tijd dat ik nog geen airbrush had, nog veel meer te leren had op modelbouwgebied dan nu. En de dag ook dat ik het verjaardagskadootje van mijn schoonouders van de plank af haalde. Mag ik u voorstellen: De Westland Wessex.

De Geschiedenis van de Sikorski S-58 en de Geboorte van de Wessex
De Engelse firma Westland begon in 1935 met het maken van vliegtuigen, waarvan de bekendste de Westland Lysander is. Na de oorlog werden ze eigenlijk de Europese kopieermachine van het Amerikaanse merk Sikorski. Zo'n beetje elk belangrijk Sikorski model is wel door Westland in licentie gebouwd, dus ook de Wessex, wat origineel een Sikorski S-58 is.
De geschiedenis van de Wessex begint dus in Amerika in 1949. Op 10 november vloog daar voor het eerst de Sikorski S-55 (militaire code H-19). Dit was de eerste échte troepentransporthelikopter die de VS in dienst namen, en dus ook degene waarmee het pionierwerk gedaan is om te leren de helikopter in gevechtssituaties te gebruiken, zoals dat nu ook nog gebeurt. Dat alles kon omdat de motor verschoof van het midden - waar het ding voor passagiersgebruik nogal in de weg zat - naar de neus. De S-55 heeft in Korea dienst gedaan, werd door Westland gekopieerd als de Whirlwind, en werd tijdens de Vietnamoorlog vervangen door de S-58, wat een doorontwikkeling is van de S-55.
De S-58 vloog voor het eerst in maart 1954 en ging vanaf 1955 in operationele dienst bij de US Navy en de US Marines onder de namen S-58 Seabat en S-58 Seahorse. Ondanks de ietwat ongebruikelijke naamgeving durfde Westland het aan om het zeepaardje in licentie te gaan bouwen en kreeg de rechten in '56. Logisch, want op zich voldeed de S-58 prima, met maar twee kleine nadelen.
Zoals gezegd lag de motor voorin, en stond de rotor op het dak, waardoor de aandrijfas de cabine een tikkie in tweeën deelde. In de praktijk bleek dat nogal lastig om gewonde piloten uit de cockpit te tillen. Tweede nadeel was dat de vijand, de Vietcong in dit geval, al snel doorhad dat die hooggeplaatste glascabine het handigst was om op te mikken. Stak lekker uit en bij raak was het heel waarschijnlijk dat het zeepaardje uit de lucht kwam vladderen.
De Transformtie naar de Wessex: Britse Aanpassingen en Verbeteringen
Na wat proefvluchten besloten de Engelsen dat de motor helemaal niks was en werd die door hun vervangen voor een Napier Gazelle gasturbine, waardoor ons zeepaardje ook gelijk een 'nosejob' nodig had. Met de nieuwe, iets lichtere motor was de helikopter meer in balans qua gewicht/vermogen. De gasturbine was betrouwbaarder dan de originele Wright motor, de heli trilde minder en was ineens zuiniger.
En zo ging hij bij de Royal Navy in dienst, onder de veel stoerdere naam Wessex! (één van de originele Angelsaksische koninkrijken in Groot-Brittannië). Later zijn er ook types ontwikkeld met een twin Rolls Royce Gnome motor. Deze kun je herkennen aan de enkele uitlaat. De Gazelle-versie heeft 2 kleine uitlaten per kant.
Hij werd wederom gebruikt voor troepentransport, onderzeebootbestrijding en SAR (Search and Rescue) taken. De originele Sikorski heeft gevlogen bij de Luftwaffe, het Belgische leger, Cambodja, Canada, het Franse leger, Israël, Thailand en het Zuid-Vietnamese leger. Verder de marines van Argentinië, Brazilië, Frankrijk, Duitsland, Indonesië, Italië, Japan én Nederland. De Engelsen bleven de Wessex tot 2003 voor troepentransport gebruiken. Hij heeft ook gevlogen bij de Australian Navy, Irak, Ghana, Brunei en Uruguay. De Engelsen bleven de Wessex tot 2003 voor troepentransport gebruiken. Niet slecht voor een gekopieerd zeepaardje!

De Modelbouw: Revell Wessex HAS.3 in Detail
De versie die ik ga bouwen is de HAS.3 (de uitvoering die in 1967 in dienst kwam, met uitgebreidere sonar, radar en vlieg elektronica) en komt uit het bekende blauwe doosje met het klepje aan de zijkant. En dat ziet er dan zo uit. Keer je dat doosje om, dan komt er dit allemaal uitvallen. Wat allemaal weer niet tegenvalt. Leuke details erin, zelfs de rotors worden geleverd als voorgevormde skischansjes. Ik hoef niet al te veel vruchtvlees weg te snijden. Alleen is dít dan weer heel jammer: wie verzint het nou om dáár een verbinding naar de sprue te maken! En we laten het onderwerp sinkholes maar even links liggen. Gelukkig heb ik op de Airfix Black Widow kunnen oefenen.
Goed, wat verder nog: met de glaasjes is dan weer niets mis, en we hebben plakkertjes voor twee uitvoeringen. Een effen blauwe die gevlogen heeft in 1982 tijdens de Falklandoorlog, en de geel-blauwe op de boxart, die vloog in mei 1980. Beide uitvoeringen hebben dienst gedaan op de HMS Antrim (aldus Revell).

Bouwproces: Interieur en Voorbereiding
Als eerste stap heb ik wat raad opgevolgd en ben flink aan het snuffelen gegaan naar referentiefoto's. Ik heb gelijk maar wat aantekeningen gemaakt op de bouwhandleiding waar ik op moet letten. Bij vorige kitjes merkte ik toch dat je de helft alweer vergeten bent na de derde keer kijken in de handleiding. Bon, op naar het eerste plakklusje, en zoals altijd gaat het dan om de binnenboel, wat dan weer niet zo heel spannend is.
De stuurknuppeltjes moesten in de bodemconsole gelijmd. De stoeltjes moesten in elkaar, waarbij ik die lelijke ingegoten riemen maar gelijk weggehaald heb. Dat is nu klaar voor een kleurtje, wat ik zondag ga doen wegens dan heb ik meer tijd. Eén etage lager in de heli zit dan de cabine, die bestaat uit wel drie hele deeltjes. Maar ik had bij een ander bouwverslag gezien dat iemand een leren... euh bagagevanger?... in de deuropening had gebouwd. En dat wilde ik ook. Dus knipperdeknip, plakkerdeplak, meeterdemeet. En tada! Ik heb bewust de strips niet strak gelijmd, omdat ik het effect van hangend leer na wilde bootsen. Het heeft toch een eigen gewicht, zeg maar. Ik vind het leuk, alleen... tja, wil ik een beetje eer van mijn bagagevanger hebben, dan zal ik de deur open moeten laten, en da's toch weer wat kalig.
Nou was ik op mijn speurtocht naar referentiefoto's en kleurtjes ook dít tegengekomen, en dat leek me nou wel weer grappig erin. Dus: meetlatje erbij, 1/72 mannetje opgemeten om te zien waar zijn knieholtes ergens zitten, en freubelen maar weer. Beetje spelen met styreen, beetje voorboren in grondplaatje, beetje drogen, beetje nog meer plakken... en het frame ligt klaar om zondag bekleed te worden. Kijken wat dat wordt. En dan als laatste een klein overzichtsfoto'tje van de rest van de onderdeeltjes die klaar zijn voor verf.

Verder Bouwen: Bankje, Stoffering en Verf
Heerlijk zondagje zitten freubelen en knutselen. Dus nu tijd om te laten zien wat er dan zoal gebeurd is. Nou, ik ben de meubelmakerij ingegaan (as if..). Laatste plaatje van de vorige update was het frame van een bankje ter opfleuring en decoratie van den cabine. Als je dat dan met lijm aan elkaar gaat lassen, krijg je een leuk simpel frame. Na het proefplaatsen ging het bankje-in-wording naar de afdeling stoffering, waar de linnen zitdoeken van de bekende firma Tamiya geplaatst werden, gevolgd door de plaatsing in de cabine, gebruikmakend van alle moderne verzwaringsmiddelen (vast-is-vast methode, de rest lost een schuurpapierke wel op). Daarna terug naar de stoffeerhal voor de rugleuning, waar de stof en leren bevestigingsstraps gecreëerd werden, die uiteraard met gezwinde spoed, wegens nu waren ze nog vers, op hun positie gedrapeerd werden.
Het interieur is nu af, zodat binnenkort de binnenhuisarchitecten kunnen komen om alles van een vrolijk kleurtje te voorzien. Na een dagje of wat kijken en sparren met medebouwers was ik toendertijd niet helemaal tevreden over bankjes versie 1, vooral bij de rugleuning. Dus... doen we gewoon nog een poging. Zoals je kunt zien heb ik de rugleuning nu in stukken gemaakt in plaats van alles in een keer proberen uit te snijden, en yep, hij wordt daardoor nog mooier. Is dat belangrijk dan? Nou nou, je gaat uiteindelijk door twee raampjes er bovenop kijken. Hij komt namelijk half voor die raampjes te hangen, dus ja.
Daarna kreeg het allemaal zijn eerste verfje: Humbrol 128 grijs voor de cabine, en mix van ivoor en wit voor het canvas, aluminium voor het frame, en glossy bruin voor de lederen riemen. Het canvas heb ik daarna wat opgeleukt door het met wit te drybrushen, vooral de randen en bij de lederen straps, om plooien na te bootsen. Trouwens, de achterkant van het frame heb ik niet geverfd. Die kan je namelijk niet zien, dus waarom zou ik ook.
Technieken: Washes en Verwerings-Experimenten
Ik heb mijn eerste wash geprobeerd op de vloer. Die wilde ik een vuil uiterlijk geven onder het motto: mariniers zullen vast hun voeten niet vegen als ze binnenkomen na een oefening. Ook de wanden hebben een pinwash gehad om er wat meer leven in te krijgen. Maar uiteindelijk vond ik de wash op de wanden teveel van het goede. Het moet in schaal 1/72 vind ik veel subtieler. En ook de sinkmarks vooraan de vloer vielen meer op dan ik dacht. Dus alles staat nu opnieuw in de basiskleur, alleen de wash bij het bankje vond ik goed. Die heb ik wel laten zitten.
Wel nog even snel de achterkant van het canvas strak gemaakt. Over sinkmarks gesproken, er zaten er nog wat meer. Daarna grondkleur en gelijk de raampjes meepakken met zwartgrijs, om het rubber na te bootsen. Dus dat staat er nu zo bij. Na de cabine ging de aandacht naar de cockpit. Hier te zien in een beeldig combo van grijs (Humbrol 128) en grijszwart (Revell 9), wat meer een metaaleffect gegeven met potlood. Gelijk ook maar de voetpedalen meegenomen (en niet te zien op foto, maar ook de stoelranden hebben een potlood gezien). En daarna lekker aan het prutsen geweest met kleurtjes om de metertjes tot leven te laten komen. Overigens, omdat Revell de metertjes heeeel anders had bedacht als de echte referentiefoto, is het een vrije interpretatie geworden. Den stoeltjes, wegens staan in een heli is ook weer zo wat. En als laatste: het dashboard (eigenlijk niet fatsoenlijk te fotograferen. Als je te veraf zit zie je niets, te dichtbij en je ziet weer teveel. Maar goed, lekker belangrijk).
Al met al moet ik zeggen dat de bouw lekker vlotjes loopt eigenlijk, en de verweringstruukjes zijn heel leuk om mee te experimenteren.

De Gevreesde Wash: Experimenten en Verbeteringen
Ongehinderd door enige kennis modderde ik vanochtend weer lekker door met mijn Wessex. Wat dan weer een leuk linkje is naar deze update, want vandaag staat de gevreesde wash op het programma. Ik zat dus al een tijdje tegen de sapjes en wasjes aan te hikken. Allemaal een beetje eng, zeg maar. Uiteindelijk, onder het motto: "het is maar plastic, dus lekker belangrijk als het niet lukt", eens een sopje gemaakt. En daarna aan de zwabber gegaan. Moet ik er even bij vertellen dat ik het subtiel wil houden. Aan de referentiefoto's kun je zien dat die Navy choppers heel best onderhouden werden, dus meer dan een bergje stof zal er denk ik niet in de cabine te vinden zijn geweest, vandaar ook de keus voor een grijstint.
Maar neuh, het resultaat klopt voor mijn gevoel weer niet, dus wattenstaafje erbij, poets poets, en... we hebben weer een schoon werkblad. Moet ik er nu alleen achterkomen wat me niet bevalt. Bakkie koffie erbij en ineens ging er een lampje branden, dus sop poging twee. En kijk nou eens, dat was het. Stof/vuil heeft normaal niet de eigenschap ergens onder te hangen, meer erop te liggen. Daarom klopte het plaatje niet voor me. Goed, dan nu het wattenstaafje er weer bij, poets poets... Da's dan weer te subtiel... sopje maar weer. En wattenstaafje. Kijk, dat lijkt ergens op. Dat gaan we zo even laten, eerst maar eens wat meningen verzamelen.
Ik heb gelijk weer wat nieuws geleerd trouwens: dat ik wel echt moet zorgen dat mijn plamuur lakwerk helemaal glad is, wil ik dat ook niet extra diepte geven. Voor een deel wilde ik niet teveel schuren aan de binnenkant, om niet de paneellijnen te beschadigen, maar dit is iets téveel "franse slag". Maar goed, het is de macrostand, de binnenkant, en het meest wordt gecamoufleerd door mijn bankje. Dusssss, ik kom er dit keer mee weg. Doorsoppen maar.
Volgende op de lijst zijn de cabinewanden. Daar vloeide het sapje ineens veel minder, dus eerst maar voorsoppen met wasbenzine. Sapje maar weer. Poesten. En... mhoa. Probleem is hier eigenlijk dat de details te grof zijn. En de wash dat nog eens versterkt. Dus eerst maar eens wat grove delen met zwart wegmoffelen. En daarna maar eens wat anders geprobeerd. Met Jugs had ik het in de chat al over dit probleempje gehad. Je kan natuurlijk de omgeving donkerder maken voor diepte, en gelijk de breedte van iets accentueren. Maar je kan natuurlijk ook het opliggende deel lichter maken, en daarmee gelijk een deel smaller maken. Dus operatie dry-brush. Niet teveel, ik wilde dat het lichter werd, zonder dat je kon zien dat ik het lichtgrijs gemaakt had. Zelfde truc aan de andere kant.
Voor nu best. Nieuw bakje pakken en wat bruin verdunnen, en hoppa, de bodem in de sop. Ja, maar je wilde toch subtiel bezig zijn? Dat klopt. Ik ga er nog steeds vanuit dat zo'n cabine regelmatig wordt schoongespoten, zekers op zee. Maar ik wilde ook een beetje rommelen met een stevigere wash. En ik vermoed ook stiekum dat de mariniers die vervoerd worden van en naar het "slagveld" niet netjes hun voeten zullen vegen voordat ze vanuit de modder naar binnen stappen. Dus vrolijk een beetje getamponeerd met het wattenstaafje, en voilà. Dat ziet er helemaal uit zoals vroeger het welpenlokaal na een dagje padvinderen in de regen. Ik ben tevreden dus.
Zooitje maar eens in elkaar zetten, kijken of het wat is. Mmwojaah... voor een eerste keer niet eens slecht. Ik ga het allemaal eens een dag of twee/drie laten staan, en dan eens kijken wat of ik er van vind. Vooral de wanden weet ik nog niet wat ik er van vinden moet. Dus lever gerust commentaar. Ik kan het allemaal nog meenemen in een tweede sopronde. (Ik lijk meneer Cactus wel).
Flory Models weathering wash short
Grove Muren en Stucwerk: Een Contrast
Een grove muur kan karakter geven aan een ruimte, maar als je liever een strakke, moderne uitstraling wilt, is stucen de oplossing. Gaat het om een muur met structuurverf, spachtelputz of oneffen metselwerk? Met het juiste stucwerk krijgt elke muur weer een glad, egaal oppervlak. Grove muren kunnen er onverzorgd uitzien en lastig zijn om te schilderen of te behangen. Bovendien hecht verf minder goed op een onregelmatige ondergrond.
tags: #grove #stucwerk #getamponeerd