Voor het berekenen van de afvoercapaciteit van een dak zijn de afmetingen van de HWA-buizen en het aantal HWA-buizen mede bepalend. Dit aantal wordt bepaald door het dakoppervlak, de hoeveelheid neerslag en de afvoercapaciteit. i = regenintensiteit en is 1,8 liter/(minuut · m²). Het dakoppervlak wordt bepaald met het product van de lengte (l) en de effectieve breedte (b) van het dakvlak. De dakhelling ε bepaalt de reductiefactor β. (β = 0,3). Bij platte daken wordt de afvoer van regenwater naar de dakafvoer vertraagd. Hiervoor wordt de regenintensiteit (i) van 1,8 l/(min.m²) vermenigvuldigd met de factor α.
Nu moet eerst het aantal HWA-buizen (n) worden bepaald. Max. Tabel 3.6 Min. min. min. De riolering in een woning is een complex samenspel van leidingen en standleidingen die zichtbaar en onzichtbaar aanwezig zijn. Door slimme koppelingen te maken is het mogelijk om meerdere aan- en afvoer locaties met elkaar in verbinding te brengen. Afschot riolering vormt een onderdeel van dit systeem, eenvoudig gesteld is dit een deel van de leiding of afvoer met een helling. In plaats van rechte leidingen gebruikt men juist een verschil in hoogte om de doorvoer te optimaliseren. Een afschot is een hellende leiding door de hellingshoek beter vloeistof laat weglopen.
Afschot riolering leidt de vloeistoffen naar de juiste locatie zonder afzuiging of andere methoden. Het is daarmee een eenvoudige doch effectieve manier om de riolering door de woning letterlijk in goede banen te leiden. Het hoogteverschil in centimeters ten opzichte van waterpas wordt per meter aangegeven om zo de hellingshoek te bepalen. Het mag duidelijk zijn dat vloeistoffen door zwaartekracht van een hoger gelegen punt naar een lager gelegen punt stromen.
Met name als buizen zichtbaar zijn dan zien schuin geplaatste buizen er op het eerste gezicht ‘slordig’ uit. Je zou als leek verwachten dat de buizen horizontaal of verticaal geplaatst worden met haakse verbindingen. Dit zou echter betekenen dat vloeistoffen niet in beweging komen of door de zwaartekracht juist te snel verplaatsen. Door afschot riolering toe te passen zal doorstroming plaatsvinden met invloed op de snelheid om niet over de maximale capaciteit te gaan. Volgens de NEN 3215 norm dient het afschot van verzamel leidingen in liggende positie en afwater rioolleidingen een hoogteverschil van 5 tot 20 millimeter per meter bezitten. Er is bij afschot riolering dus een marge tussen 5 en 20 millimeter, wat is de beste hellingshoek per situatie?
Bij keukens is een afschot van 20 millimeter doorgaans de norm. Dit resulteert in een vrij steile hellingshoek wat voorkomt dat vet zich kan hechten aan de buis. Om de doorstroming niet onnodig af te remmen moeten er geen aanpassingen in richting (hoeken) in de leidingen voorkomen. Bij de afvoer van hemelwater hoeft de helling minder steil te zijn omdat het water vanzelf al beter doorstroomt. Het is dan beter om een helling van ongeveer 5 millimeter aan te houden anders kan de riool bij een hevige regenbui overlopen.

De OIOPUT is een ontstoppingsput en heeft een ruim reservoir om dergelijke problemen te voorkomen, snel stromend water wordt opgevangen en naar de straat afgevoerd. Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden.
Afschot is het hoogteverschil tussen het begin en het einde van een leiding. Bij een riolering zorgt dit hoogteverschil ervoor dat afvalwater door zwaartekracht naar het hoofdriool stroomt. Een rioolbuis wordt daarom nooit volledig waterpas aangelegd. Het antwoord is vrij eenvoudig. Vuil water in een loodrechte, horizontale waterpas gelegde buis loopt niet goed weg. Om die reden worden afvoerbuizen naar de riolering altijd op afschot, dat wil zeggen schuin naar beneden, aangelegd. Het is belangrijk om zowel een te groot als een te klein afschot te voorkomen. Een te groot afschot zorgt ervoor dat het water te snel wegstroomt. Dan bestaat de kans dat er te veel zware bestanddelen in één keer worden meegenomen. Op die manier kan er bijvoorbeeld te veel ontlasting in de riolering terecht komen, met verstopping als gevolg. Ook bij een te klein afschot kan er makkelijk een verstopping ontstaan. Dat kan er namelijk toe leiden dat vuil en andere vaste bestanddelen niet voldoende worden meegenomen en het vuil in de leiding neerslaat.
Een goed afschot zorgt ervoor dat afvalwater met voldoende snelheid door de leiding stroomt. Hierdoor blijven vaste delen niet achter in de buis en wordt de kans op verstoppingen kleiner. Bij onvoldoende afschot kan water in de leiding blijven staan, waardoor vuil zich ophoopt. Het minimale afschot voor de riolering per meter wordt berekend door het hoogteverschil aan te geven per meter afvoerbuis. Bij de riolering is dat minimaal 5 millimeter per meter buis, ofwel 0,5%. De NEN 3215 richtlijnen schrijven zo’n 0,5 tot 2 cm voor (0,5%-2%). Met een afschot voor de riolering van 10 mm per meter buis zit je altijd aan de veilige kant.
Het hangt af van het type voorziening hoeveel afschot voor de riolering je het beste kunt hanteren. In de keuken is het extra belangrijk dat zich geen vuil en vet ophoopt in de afvoerleiding. Daarom is een afschot van 20mm per meter afvoerbuis aan te raden. Bij de regenwaterafvoer speelt het probleem van verstopping een minder grote rol. In dat geval adviseren wij een afschot van 5 mm per meter. In de richtlijn NTR 3216 worden er aan beiden eisen gesteld. Neem het voorbeeld van een toilet. Hierbij mag de totale lengte van de verzamelleiding inclusief de afvoerleidingen van het toilet zelf niet langer zijn dan 8 meter. Verder stelt de NTR 2316 richtlijn eisen aan het maximale aantal bochten. De regel luidt als volgt: de maximale richtingsverandering mag niet meer bedragen dan 135°.
Veel mensen denken dat meer afschot automatisch beter is. Dat is niet het geval. Bij een te steile leiding stroomt het water sneller weg dan de vaste bestanddelen. Hierdoor blijven vuil en afval achter in de buis. Ook bij regenwaterafvoer is afschot belangrijk. De ondergrond speelt een belangrijke rol bij het behouden van het afschot. Een slecht verdichte bodem kan na verloop van tijd verzakken, waardoor het afschot verandert. Daarom worden rioolbuizen meestal gelegd op een stabiel zandbed. Afschot is essentieel voor een goed functionerende riolering. Met de juiste helling stroomt afvalwater efficiënt weg en voorkom je verstoppingen en stankproblemen.

Een veelgemaakte fout is het volledig waterpas leggen van rioolbuizen. Daarnaast wordt soms onvoldoende rekening gehouden met toekomstige verzakkingen of wordt het afschot alleen aan het begin van het traject gecontroleerd. Daarnaast wordt regelmatig gedacht dat meer afschot beter is, terwijl een te steile leiding juist nieuwe problemen kan veroorzaken. Zoals we hebben uitgelegd, is het belangrijk om te kiezen voor een afschot in de riolering. Behalve het aanleggen van het juiste afschot is het bijvoorbeeld ook belangrijk de juiste diameter van de buizen te bepalen.
Wanneer u van plan bent een dakgootsysteem te kopen, moet u veel aandacht besteden aan de efficiëntie ervan. De doorsnede van de pijpen moet worden afgestemd op het dakoppervlak waarvan het water moet worden afgevoerd. Om zijn functie te kunnen vervullen, moet het echter ook correct worden geïnstalleerd. Een van de belangrijkste aspecten in dit verband is het handhaven van het afschot van horizontale dakgoten. Moeten horizontale dakgoten altijd met afschot worden geplaatst? Er bestaat een vrij algemene opvatting dat dakgoten altijd een lichte helling richting de regenpijpen moeten hebben. Dit is begrijpelijk, omdat een dergelijke maatregel erop gericht is de zwaartekracht te benutten om de efficiëntie van de waterafvoer te vergroten. Echter, zoals specialisten van ons bedrijf benadrukken, moet u alleen bij het installeren van klassieke ronde dakgoten letten op het afschot.
Installatie van ronde dakgoten - welk afschot wordt aanbevolen? Allereerst moet u zich ervan bewust zijn dat bij dakgoten zowel te weinig als te veel afschot ongunstig is. In de eerste situatie zal vuil dat door regenwater van het dak is weggespoeld zich snel ophopen in de dakgoten. Op zijn beurt kan een te grote helling het regenwater te veel snelheid geven, waardoor het bij hevige regenval in de bochten van de dakgoot kan overlopen. Dus welke helling is ideaal? Zoals u al weet, moeten rechthoekige overstekloze en verborgen dakgoten volledig horizontaal worden aangelegd of eventueel met een helling van 0,1%. U hoeft er alleen aan te denken om van tijd tot tijd de hoeveelheid opgehoopt vuil in de horizontale installatie te controleren en indien nodig te verwijderen.
- Voor ronde buizen dient u bij gebruik van onze dakgootsystemen een afschot van 0,3% aan te houden.
- U berekent de helling door de waarde uit de berekening te vermenigvuldigen met de lengte van de goot en het resultaat om te zetten naar millimeters.
- Bij horizontale dakgoten moet u het eerste en laatste dakgoothaak bevestigen en span het koord tussen deze punten om de overige haken op de juiste hoogte te bevestigen.

Hoe installeert u dakgoten met afschot? Nu vraagt u zich misschien af hoe u het resultaat van de bovenstaande berekening kunt implementeren? Hoe weet u of een horizontale dakgoot, rond of bijvoorbeeld rechthoekig, zonder dakoverstek met het juiste afschot per meter lengte zal worden geïnstalleerd? Volgens specialisten is het bepalen van het vereiste afschot heel eenvoudig.
U bevestigt de eerste en de laatste dakgoothaak in een bepaald gedeelte, waarbij u de tweede lager vastschroeft dan de eerste (volgens de afschotsberekening voor het betreffende gedeelte van de dakgoot), span het koord tussen de bovengenoemde bevestigingspunten, schroef de overige haken vast op de hoogte die wordt aangegeven door de door het koord gevormde lijn. Kies moderne dakgoten. Nu u weet welke helling de horizontale dakgoot moet hebben, hoeft u alleen nog maar een geschikt systeem te kopen om het water van het dak af te voeren. U vindt een aanbod van dakgoten van metaal en PVC, met ronde of rechthoekige regenpijpen, zowel met als zonder dakoverstek of verborgen achter afdekkappen.

Wanneer u een riolering aanlegt, komt u onvermijdelijk de term 'afschot' tegen. Afschot uitleg en stap-voor-stap begeleiding bij het aanleggen van een riolering afschot. Wat is een afschot? Afschot is een term uit de bouw- en sanitairsfeer die verwijst naar de helling of het niveauverschil dat nodig is om de waterstroom in een bepaalde richting te leiden. In de context van riolering betekent dit dat de liggende leidingen lichtjes moeten hellen, zodat het water van het ene punt naar het andere stroomt, meestal van uw huis naar de hoofdriolering. Bij een juist afschot weet je zeker dat water snel wegstroomt en via de afvoer in de riolering terechtkomt.
Het belang van een juiste afschot: Correct afschot voorkomt verstoppingen en zorgt voor efficiënte waterafvoer. De berekening gebeurt vaak in millimeters per meter (mm/m). In Nederland adviseren we een minimum afschot van 16 mm/m voor leidingen met een diameter kleiner dan 125 mm. De maximale richtingsverandering bedraagt 135°. Extra tip: probeer zo min mogelijk bochten te leggen in de riolering. Begin met een duidelijk plan van uw rioolsysteem, graaf een geul, leg de afvoerbuizen in de geul en controleer het afschot. Daarna kunt u de installatie voltooien en aansluiten op het rioleringssysteem.

Daarnaast zijn er aanbevelingen per toepassing. In de keuken geldt: 20 mm/m afschot. Bij regenwaterafvoer is 5 mm/m vaak voldoende. De afschot onderhevig aan ondergrondveranderingen, zoals verzakkingen, wordt ondersteund door zandbed en stabilisering. Een goed afschot voorkomt dat ontlasting en vaste componenten achterblijven in de buis en vermindert verstoppingen. Voor projecten boven 200 m² dakoppervlak is een volledige NEN 3215-berekening door een installateur verplicht. HWA en VWA (hemelwaterafvoer) moeten op gescheiden leidingen worden aangesloten wanneer mogelijk en onderling afstand tussen afvoerpunten moet tussen de 10 en 20 meter liggen.
Onder hemelwater verstaan we alle vormen van water die uit de hemel komen, zoals regen, sneeuw en hagel. Doel van de hemelwaterafvoer is het afvoeren van hemelwater van dak en dakgoot naar de riolering of naar een wadi of greppel. De hemelwaterafvoer in nauwe betekenis is de regenpijp (downpipe). Bij een gescheiden rioleringsstelsel wordt het publieke ondergrondse deel dat naar het oppervlaktewater loopt ook tot de hemelwaterafvoer gerekend. Bij een gemengd rioleringsstelsel wordt afvalwater met hemelwatervoer samengebracht voordat het in het publieke deel van het rioleringssysteem aankomt.

Uitgangspunten hierbij: berekenen van capaciteit en buisdiameter voor een woning of gebouw volgens NEN 3215 met regenintensiteit 1,8 l/min/m². Het dakoppervlak per afvoerpunt invoeren, niet het schuine dakoppervlak. Voor projecten boven 200 m² dakoppervlak is volledige berekening verplicht. Het aantal benodigde HWA-buizen is afhankelijk van dakoppervlak en gootlengte (max 110 m² per buis en max 12 m per buis). De hoogste uitkomst is maatgevend. Buisdiameter selectie: DN60 of DN80 bij lage belasting, DN100 bij hogere belasting, afhankelijk van Qh. Voor naleving: NEN 3215 en NTR 3216 bepalen max. bochten en lengtes en wanneer noodoverlaat verplicht is.
Samenvattend: de afschot en de buisdiameter moeten nauwkeurig worden berekend en correct geïnstalleerd om verstoppingen, overloop en stankproblemen te voorkomen. De beste praktijken omvatten een combinatie van: juiste afschot per type leidingen, minimale bochten, juiste diameterkeuze per toepassing (wasbak, douche, bad, toilet), en expliciete planning van afvoerpunten met ruimte tussen punten. Ook is het handig om tijdelijke hemelwaterafvoer tijdens bouw of verbouwing te plannen met een flexibele slang die naar buiten uitmondt.
Toepassingsvoorbeelden en normen
Bij een plat dak wordt vaak een uitloop gebruikt of regenpijp, en soms een pluvia-systeem waaruit water centraal wordt afgevoerd. Om de installatie praktisch uit te voeren kan men uitlopen langs de muur of zijuitlopen met een afschot van circa 7 graden (in metalen uitvoering) of 0,3% voor ronde goten. De diameter van regenpijpen varieert meestal tussen 60 en 100 mm afhankelijk van de verwachte waterbelasting. Voor onderhoud en veiligheid is geregeld onderhoud van dakgoten en hemelwaterafvoer aan te bevelen, met controle op vuilophoping en correcte lekkagevorming.

Belangrijke praktische tips
- Bevestig dakgoten volgens de afschotsberekening en controleer de lijn met een koord tussen de eerste en laatste haken.
- Houd rekening met toekomstige verzakkingen in de ondergrond bij het bepalen van het afschot.
- Kies diameter die past bij de verwachte waterbelasting (bv. 40 mm voor wastafel, 50 mm voor douche, 75 mm voor bad, 90-110 mm voor toilet).
- Bij regenwaterafvoer is het vaak minder kritisch voor verstoppingen maar wél voor capaciteit; te groot afschot kan snelle stroming veroorzaken met mogelijk verlies van zwaardere bestanddelen.
- Laat bij dakgoten met ekspliciete kenmerken de installatie-instructies van de fabrikant volgen (bv. Galeco of soortgelijke systemen).
Install-tv: UV Hemelwater afvoersysteem
tags: #hemelwaterafvoer #horizontaal #afschot