van de meestersNotarissen, burgemeesters en advocaten. Dat waren begin twintigste eeuw de eerste klanten van Het Vloerenhuis. Het laten leggen van een houten vloer kostte in die tijd één gulden per vierkante meter, een bedrag dat alleen welgestelden konden betalen. Grondleggers Abraham en Ietje van Es noteerden al hun namen in een dik boek, waardoor we tot op de dag van vandaag weten waar onze houten vloeren liggen.
Het Vloerenhuis is sinds 1908 gevestigd in Amsterdam. Vanuit de hoofdstad werkten we voor opdrachtgevers in heel Nederland. Moesten onze parketteurs naar Groningen? Dan reisden ze met de trein naar het noorden en gingen ze daar in de kost. De vloeren werden verzonden met van Gend en Loos. In de jaren tachtig opende zoon Bram van Es een vestiging in Putten. Hij verkocht- en legde houten vloeren, maar ook lamelparket, laminaat en pvc. Hierdoor konden meer opdrachtgevers bij Het Vloerenhuis terecht en groeide de klantenkring snel.
Sinds 1995 zijn de beide bedrijven zelfstandig verder gegaan en heeft Pieter van Es als derde generatie de vestiging in Putten voortgezet. Sinds December 2022 is de vestiging verhuisd naar Nijkerk waar we vanuit de huidige loctie aan de Watergoorweg werken. De Watergoorweg is gemakkelijk bereikbaar vanaf de N301 en de snelwegen A28, A30 en A1. De huidige eigenaar, Pieter van Es, kreeg de liefde voor vloeren met de paplepel ingegoten. Hij begon op jonge leeftijd als parketteur en nam Het Vloerenhuis in 1995 van zijn vader over. Hoewel er in de loop der jaren veel veranderde, bleef één ding hetzelfde: er wordt altijd gewerkt met een eigen team van parketteurs. Vloeren leggen is namelijk een vak apart. De vloer is een onderdeel dat door de dames en de heren wordt gedaan.
De vloer als artefact: geschiedenis en visie op vloeren in monumentale ruimte
De randen van de vloer zijn gemarkeerd met een lijn. Verliest een turner zijn evenwicht en belandt hij buiten deze lijn, dan betekent dit dat er punten worden afgetrokken. Daarbij wordt van de turners gevraagd om alle hoeken van de vloer te gebruiken in de oefening. Zo wordt het extra moeilijk om binnen de lijnen te turnen, en dus extra moeilijk geen punten aftrek te krijgen. Op de vloer moet je acrobatische dingen doen zoals salto’s en zoals flikflaks. Maar je moet ook een soort dans erin verwerken waardoor je laat zien hoe lenig en creatief je bent. Er is een best wel groot verschil tussen wat de dames doen en wat de heren doen. Zo doen de heren veel meer acrobatische dingen en de dames dansen veel meer. Zie ook de pagina vloer (dames). Bij Glenn Smink zie je dat de heren echt veel en veel meer acrobatiek gebruiken dan de dames. En dat de dames echt veel en veel meer dans gebruiken. Dus nu kan je het super grote verschil tussen de dames en de heren zien. Terug naar de heren de heren die dansen eigenlijk helemaal niet. Maar ze dansen een dans pasje of net ietsje meer. Maar ze zijn niet de mensen die het meest dansen.
De vloer in vijf definities | 24-december-2018 |Van “de vloer met iemand aanvegen” tot een zwevende vloer. Zelfs de letterlijke betekenis van vloer is op veel manieren te interpreteren, laat staan de figuurlijke betekenis. Zolang we er maar met beide benen op blijven staan, gaat het goed. Volgens Wikipedia: In de bouw kan het begrip vloer op veel manieren worden uitgelegd. De prefabindustrie denkt bij het woord vloer aan de vloerelementen die zij produceren, het vloerenbedrijf bedoelt de dekvloeren die ze aanbrengen en de stoffeerder denkt aan zijn vloerbedekking.
Historisch overzicht van houten vloeren Een vloer is de bodem van een ruimte of vertrek in een gebouw. Een vloer is een horizontaal en constructief element in een gebouw, dat een dragende en tevens een scheidende functie heeft. Het draagt wat op de vloer aanwezig is, zoals meubilair, apparatuur, mens en wanden. Het scheidt ruimten binnen eenzelfde gebouw, het scheidt binnen en buiten door middel van een dakvloer en het scheidt woningen als een woningscheidende vloer. Volgens Joost de Vree: Joost de Vree heeft in zijn lexicon geen apart lemma voor “vloer”.
Typologie en technieken van houten vloeren in historisch perspectief
Het vroegste en vanouds meest gangbare type houten vloer is de vloer waarvan de planken direct op de balken zijn gespijkerd en waarbij de planken in het zicht blijven. In de middeleeuwen waren de planken doorgaans van eikenhout. Vanaf de late 15de eeuw zien we voorbeelden van houten vloeren van grenenhout. Grenen planken worden ‘delen’ genoemd. Vanaf de vroege 17de eeuw wordt grenenhout dominants voor vloeren. Parketvloeren komen in Nederland voor vanaf de 17de eeuw in voorname huizen en kastelen. Parket bestaat uit massieve houten planken of plankjes die in een patroon zijn gelegd. Bij parket spreekt men van een dekvloer. Het legpatroon en de belijning kunnen een samenspel vormen met de wanden of plafonds. Een bijzondere vorm is het marqueterieparket, een rijk decoratief parket met complexe geometrische of florale patronen dat is opgebouwd uit verschillende houtsoorten en houtkleuren. Daarnaast bleven de planken of delenvloeren in gebruik.
Globaal vanaf de 19de eeuw wordt de vloer bewust geschikt gemaakt om er dekvloer of tapijt op te leggen. Om hout te besparen kon men ervoor kiezen planken niet rechthoekig te zagen, maar de taps toelopende vorm van de boom te volgen. Wanneer er smalle lange planken werden gebruikt, dan spreekt men van strokenvloeren en riftvloeren, ook wel schipvloeren genoemd. De planken van een riftvloer zijn zogenoemd riftgezaagd of kwartiergezaagd, wat wil zeggen ongeveer haaks op de jaarringen. Bij een variant van de strokenvloer, de zogenoemde Wener vloer, legt men korte planken van balk tot balk onder een hoek van 45°. Een apart type houten vloer is de blokjesvloer of houtbestrating. Deze vloer bestaat uit korte stukjes rechthoekige balk, die met de kopse zijde naar boven op een steenachtige ondergrond worden gelegd of gelijmd. Het hout wordt gewoonlijk in visgraatverband gelegd. Een blokjesvloer is onder meer geluiddempend en vonkdovend.
Parket behoort tot de dekvloeren en bestaat uit kleine plankjes die men in een patroon op een ondervloer legt. Bij het strokenparket hebben de plankjes een dikte van 12 tot 22 millimeter. Bij het tapisparket hebben de plankjes of ‘friezen’ een dikte van 6 tot 10 millimeter. Vaak bouwt men dit parket op uit van tevoren vervaardigde tegels met een patroon. Het tapisparket werd vanaf de 19de eeuw aangebracht op bestaande plankenvloeren en parketten. Tot dit type parketvloer worden ook de mozaïek- of kleinparketvloeren gerekend.
De meest toegepaste bevestiging van de planken op de balken is spijkeren. Het nadeel hiervan is dat de koppen van de spijkers in het zicht zijn. Bij het blind spijkeren wordt iedere plank afzonderlijk gespijkerd, waarbij men de spijker schuin in de messing of in het onderste deel van de groef slaat. Daarna schuift men de volgende plank er tegenaan. Om meer ruimte voor het spijkeren kreeg men planken met een afwijkende messing en groef. Om de planken niet te hoeven spijkeren gebruikt men zwaluwstaartvormige wiggen. De wiggen worden op de balken gespijkerd en in de vloerplanken worden gelijkvormige sleuven uitgehakt. Vervolgens worden de planken over de wiggen geschoven. Uiteraard moet men voor de laatste plank een uitzondering maken.
Een variant op deze methode is die waarbij op de balken een lat wordt gespijkerd met aan beide kanten een groef met een brede onderwang, waarmee de lat wordt vastgespijkerd. De planken worden aan de kopeinden met een messing bewerkt, waarmee ze in de latten worden geschoven. Een andere methode is het gebruik van ankertjes. Hierbij bevestigt men ankertjes aan de zijkanten tegen de balken. De oudste methode is het gebruik van een los eiken latje, de zogenoemde veer. De meest toegepaste methode is de messing en groef. De ene lange zijde van de plank heeft dan een uitstekende dunne rand, de messing, de andere zijde de groef. In plaats van planken met een profilering aan de zijkanten maakte men ook gebruik van planken met een vlakke zijkant: een stompe naad.
Vanouds lijmde men parket op de ondergrond met een vlees- of beenderlijm. De lijm moest warm worden verwerkt. De ondergrond liet zich niet altijd geschikt voor beenderlijm realiseren, waardoor teer als alternatief werd gebruikt om hechting te verbeteren en de ondergrond enigszins te egaliseren. De lengtenaad tussen de planken werd aan de onderzijde voorzien van een zwaluwstaart, waar het teer in kon dringen voor een betere hechting. Bij vochtproblemen kan het verwijderen van verouderde afwerklagen en het zorgvuldig restaureren van planken noodzakelijk zijn. De Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) beheert een uitvoeringsrichtlijn voor onderhoud aan en restauratie van historische parket- en houten afwerkvloeren.
Vocht en temperatuurswisselingen hebben grote invloed op houten vloeren. Een lekkende verwarmingsleiding kan leiden tot verkleuring en schade aan de parketvloer. Door het zwellen van het hout door vochtopname steken delen boven de rest van de vloer uit. Door het krimpen van het hout kunnen gelijmde onderdelen van elkaar losraken en kunnen er scheuren ontstaan. Hout slijt in het gebruik, en slijtage wordt versneld door onoordeelkundig gebruik zoals wandelen met naaldhakken of het verslepen van zware meubels. Voor onderhoud of restauratie moet je altijd een gedegen onderzoek naar het type vloer verrichten en proberen uitnemen van vloerplanken zo veel mogelijk te voorkomen.

Vloeren als onderdeel van het bouwhistorisch erfgoed
Vloeren zijn een onlosmakelijk deel van de monumenten. Ze voegen waarde toe aan gebouwen en vertellen over bouwgeschiedenis en gebruik. Er bestaan veel verschillende voorbeelden van houten vloeren met historische betekenis, zoals de vloerontwerpen in de Burgerzaal van het Amsterdamse stadhuis en de Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch. Vloeren kunnen ook elementen vormen die het architectonische totaalconcept versterken, zoals het geval is bij Villa Schöne te Blaricum, waar het vloerontwerp deel uitmaakt van een totaalontwerp met wanden en plafonds.
Het zal duidelijk zijn dat interieursarchitectuur en vloerontwerp vaak apart werden benaderd: de vloer werd in veel gevallen pas in een later stadium toegevoegd in functie van nut en esthetiek. Desondanks tonen historische vloeren dat ze een eigen waarde en status hebben die nog steeds erkend kan worden. In sommige gevallen werden vloeren uit restauratiereden verwijderd of vervangen, maar moderne erfgoedzorg streeft naar behoud en zorgvuldige restauratie van houten vloerconstructies.

Praktische zorg en restauratie van historische houten vloeren
De restauratie van houten vloeren vereist specifieke kennis: de juiste bevestiging, typen verbindingen en onderliggende constructies moeten bekend zijn. De Restauratiewetgeving en richtlijnen zoals URL 4013 van ERM beschrijven de stappen en aandachtspunten bij onderhoud en restauratie van historische parket- en houten afwerkvloeren. Voor onderhoud moet men vooraf onderzoeken hoe de vloer is behandeld en welke methoden geschikt zijn. Een harde afwerklaag zoals lak kan alleen door intensief schuren verwijderd worden wanneer nodig, maar dit leidt tot verlies van historisch materiaal. Vocht, temperatuur en hechtingsproblemen vereisen zorgvuldige behandeling, en het toepassen van moderne behandelingen op oude vloeren kan soms ongeschikt zijn. Het behandelen van planken met stompe naad of messing en groef vereist verschillende technieken, waaronder het verwijderen van spijkers en het voorzichtig opwippen van planken.
Bijzonder aandachtspunt is dat eikenhout speciegevoelig is voor looizuurreacties met metaal, wat verkleuring kan veroorzaken. Oxaalzuur kan optisch bleken, maar vereist warme verwerking. Het onderhoud kan verder bestaan uit schrobwerk met bijenwas of carnaubawas, of het gebruik van terpentine-oplossingen met zorgvuldige afwegingen. Het behoud van houten vloeren vraagt om doktersoefening voor bouwkundige en esthetische waardering, zodat de vloer zijn status van zesde wand blijft behouden: de wand die de ruimte en het gebruik draagt. Een zorgvuldige aanpak voorkomt onnodig verwijderen of beschadigen van waardevolle elementen.
- Historische houtverbindingen: messing en groef, groeven met losse veer, halfhoutse lipverbinding, pavodilos, stompe naad.
- Typische afwerkingen: teer, lijnolie, was, verschillende soorten lakken en waxen.
- Onderhoudstechnieken: inspectie op vocht, schuren in nerfrichting, voorzichtig verwijderen van oude afwerklagen.
- Herbestemming van vloeren: documentatie en demontage waar nodig met behoud van kernkwaliteiten.
Vloeren zijn in erfgoedzorg vaak ondergewaardeerd, maar ze vormen de zesde wand die de ruimte en het gebruik draagt. Het zien en waarderen van historische vloeren kan bijdragen aan een bredere appreciation van bouwhistorie en interieurontwerp door de eeuwen heen.