Strijp T, een voormalig Philips-fabrieksterrein in Eindhoven, ondergaat een ingrijpende vernieuwing. Dit gebied, strategisch gelegen voor de (creatieve) maakindustrie, wordt duurzamer en groener. Strijp T zal geen concurrent zijn voor andere campussen, maar juist een complementaire rol spelen, waarbij bedrijven kunnen doorgroeien van bijvoorbeeld Strijp-S of de High Tech Campus naar Strijp T, met name voor de productie van prototypes.
Een beeldbepalend element op Strijp T is de voormalige energiecentrale TR, daterend uit 1958. Na jaren van leegstand heeft dit gemeentelijk monument een nieuw leven gekregen als het "Innovation Powerhouse", een bedrijfsverzamelgebouw voor de creatieve maakindustrie. De energiecentrale, ontworpen in 1951 door het Philips Bouwbureau, is gefaseerd ontstaan en kenmerkt zich door een hybride bouwwijze van betonnen skeletbouw, stalen vakwerken, metselwerk en stalen interieurelementen. Oorspronkelijk ontworpen om Philips van energie te voorzien, doorliep het complex verschillende fases van energiebronnen: kolen, olie, afval en uiteindelijk gas.

De Iconische Tweeling Schoorstenen van Strijp T
Aan de noordzijde van het complex bevinden zich twee imposante schoorstenen, opgetrokken in rode baksteen. Deze tweeling schoorstenen, met een hoogte van 76 meter, dateren uit 1948 en 1953 en werden gebouwd door de firma Canoy-Herfkens. Ze zijn hiermee de hoogste gemetselde tweeling schoorstenen die ooit in Nederland zijn gebouwd en staan nog steeds fier overeind.
De verbouwing van de energiecentrale tot het Innovation Powerhouse is gerealiseerd naar ontwerp van de architectencombinatie Margriet Eugelink, Stefan de Bever en Janne van Berlo. Opvallend in het ontwerp is de centrale lichtstraat die veel daglicht binnenlaat en de hoogbouw zichtbaar maakt. Noodtrappen zijn aangebracht in een stalen spant aan de bovenzijde van het hoge gedeelte, en kantoren in de hoogbouw bieden een fraai uitzicht over Strijp-S. Ook de oude betonnen kolenstortkokers zijn omgevormd tot kantoren, voorzien van lichtopeningen.

Historische Context en de Rol van Schoorstenen in Industrialisatie
De geschiedenis van fabrieksschoorstenen is onlosmakelijk verbonden met de industrialisatie. Arjen Barnard, voorzitter van de Stichting Fabrieksschoorstenen in Nederland en auteur van het boek 'Fabrieksschoorstenen in Nederland', benadrukt het belang van deze bouwwerken als landmarks en bepalend voor het stadsbeeld en het collectieve geheugen.
Barnard's fascinatie voor fabrieksschoorstenen begon in de jaren tachtig, wat leidde tot zijn onderzoek naar de bouwers, materialen, vormen en versieringen van deze structuren. Hij belicht de geschiedenis van de firma's De Ridder en Canoy-Herfkens, die verantwoordelijk waren voor de bouw van duizenden schoorstenen in Nederland.
Het boek 'Fabrieksschoorstenen in Nederland' bevat een uitgebreid overzicht van Nederlandse schoorstenen, waaronder specifieke voorbeelden uit Eindhoven. Eindhoven neemt een bijzondere plaats in met vier hoge, gemetselde schoorstenen van boven de 50 meter. De oudste nog bestaande schoorsteen in Eindhoven is die bij de eerste Philipsfabriek uit 1869, gevolgd door die van brouwerij Van Zeeland uit 1884.
Een andere bijzondere schoorsteen is die van de Campinafabriek uit 1958, uniek vanwege de ingemetselde blauwe letters in de gele baksteen. Ook de schoorsteen van de Ventoseflat, heropgebouwd op een basis uit 1875, en de toren/schoorsteen bij het station worden genoemd als voorbeelden van hergebruik en behoud.

Het Ketelhuis van de TU/e: Een Verhaal van Energie en Automatisering
Het ketelhuis van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), officieel CERES genoemd, is een markant gebouw met een eigen geschiedenis. Gebouwd in 1957, bijna even oud als de universiteit zelf, speelde het een cruciale rol in de verwarming van diverse gebouwen op de campus. De machinisten van het ketelhuis, zoals Ad van Rooij, George Boxelaar en Martin Boxelaar, delen hun ervaringen met de verschillende energiebronnen die werden gebruikt: zware stookolie en later aardgas.
De oorspronkelijke ketels, geleverd door Backer & Rueb, hadden een capaciteit van zes miljoen calorieën per stuk. De omschakeling naar aardgas in 1969 maakte het werk lichter en efficiënter. In 1967 werd het gebouw vergroot en kwamen er twee extra ketels bij om aan de groeiende warmtevraag te voldoen.
De machinisten bedienden de ketels grotendeels handmatig en zorgden voor de constante temperatuur van het water. Inspectierondes en onderhoud buiten het stookseizoen (1 oktober tot 15 mei) behoorden tot hun taken. In de jaren negentig vond de automatisering plaats, waarbij de machinisten overstapten van handmatige bediening naar computergestuurde systemen, wat niet zonder slag of stoot ging.
Momenteel wordt de centrale verwarming van de TU/e vervangen door decentrale verwarmingssystemen, wat leidt tot een aanzienlijke besparing op aardgasverbruik en kosten. De oude ketels blijven staan totdat de nieuwe bestemming van het CERES-gebouw bekend is. De oud-machinisten kijken met een mix van nostalgie en pragmatisme terug op de periode dat zij zorgden voor de warmte op de campus.

Hoewel de functie van de energiecentrales en schoorstenen steeds meer verdwijnt door technologische ontwikkelingen en hergebruik van gebieden, blijven ze belangrijke monumenten die getuigen van de industriële geschiedenis van steden als Eindhoven.
tags: #hoogste #schoorsteen #van #eindhoven