Een dakgoot speelt een cruciale rol in de waterafvoer van uw woning, waarbij het regenwater niet direct op de grond valt, maar netjes wordt afgevoerd. Aan de dakgoot wordt een regenpijp gekoppeld om het water verder naar beneden te leiden. Het is van essentieel belang om de dakgoot op de juiste hoogte te installeren voor een optimale functionaliteit.
Het bepalen van de juiste dakgoot en afmetingen
Voordat u begint met de installatie, is het bepalen van het juiste type dakgoot van groot belang. Dit hangt primair af van de grootte van uw dak. Voor daken tot 40m² is een dakgoot met een breedte van minder dan 100mm doorgaans volstaat. In dit stappenplan wordt een bakgoot van 65mm gebruikt als voorbeeld.
Voor grotere daken, bijvoorbeeld rond de 100m², is een bredere dakgoot aan te raden, zoals een kraalgoot of bakgoot van 125mm. Deze bredere goten kunnen aanzienlijk meer water opvangen.
Het aantal benodigde uitlopen (aansluitingen voor regenpijpen) is eveneens afhankelijk van de dakgrootte. Een algemene richtlijn is één uitloop per 8 meter dakgoot.

Installatie van de dakgoot: stap voor stap
Een correcte installatie vereist een lichte helling in de dakgoot, ook wel afschot genoemd, om een vlotte waterafvoer te garanderen. Een helling van 2,5mm per meter is hierbij een gangbare norm. Voor een dak van 2,5 meter lang betekent dit een verschil van 5mm tussen de eerste en de laatste beugel.
Stappenplan voor de installatie:
- Monteer de eerste beugel aan de zijde waar de regenpijp komt.
- Bind een touwtje aan deze eerste beugel.
- Bepaal de hoogte van de laatste beugel, die 5mm hoger komt te liggen dan de eerste.
- Gebruik het gespannen touwtje als referentie om de hoogte van de tussenliggende beugels te bepalen.
- Schroef de beugels stevig vast tegen de daklijst, dakbalken of het dakbeschot.
Nadat alle beugels zijn bevestigd, bepaalt u de lengte van de dakgoot. Meet de volledige lengte van het dak en tel hier 10 tot 20 cm bij op voor de afwerking. Het is beter om iets te veel materiaal te hebben dan te weinig.
Het op maat maken en verbinden van dakgootdelen
Indien de dakgoot op maat gezaagd moet worden, tekent u de goot haaks af en begint u met zagen vanaf de bodem. Voor het verbinden van twee delen dakgoot wordt een verbindingsstuk met lijm gebruikt. Voor PVC-dakgoten is speciale PVC-lijm vereist.
Voorbereiding en verlijming:
- Schuur de te lijmen delen licht op.
- Breng de lijm royaal aan met een kwastje.
- Wacht ongeveer 30 seconden.
- Schuif de onderdelen in het verbindingsstuk.
Aan het hoogste einde van de goot wordt een eindstuk geplaatst, terwijl aan het lagere uiteinde een eindstuk met uitloop voor de regenpijp wordt gemonteerd.
Het plaatsen van de dakgoot in de beugels
Zorg ervoor dat de klemstrip van de beugels omhoog gebogen is op alle bevestigingspunten. Houd de achterkant van de goot omhoog, zodat u de voorkant over de gootbeugel kunt schuiven en de goot vervolgens in de beugels kunt laten zakken.

De regenpijp installeren
Na het plaatsen van de dakgoot, volgt de installatie van de regenpijp. Meet de hoogte vanaf het einde van de dakgoot tot aan de grond en zaag de regenpijp op maat met een handzaag. Wikkel voor het zagen een stuk schilderstape om de buis om een nette zaagsnede te garanderen.
Bepaal de locaties voor de regenpijpbeugels, met een aanbevolen afstand van 1,5 meter. Voer de regenpijp door de beugels en schroef deze lichtjes vast. Lijm vervolgens de regenpijp vast aan het koppelstuk aan de dakgoot.
Afwatering en aansluiting
Zodra de regenpijp stevig vastzit, kan een bolrooster in de dakgoot geplaatst worden om te voorkomen dat bladeren en ander vuil de regenpijp verstoppen. Laat de regenpijp nooit direct op de grond eindigen.
De afwatering dient zorgvuldig overwogen te worden. Bij grote daken is aansluiting op de riolering vaak noodzakelijk. Voor kleinere daken kunnen een grindgat of een infiltratieput volstaan. Sommige gemeenten stimuleren het afkoppelen van de regenpijp van het riool en bieden hiervoor subsidies aan, in combinatie met de aanleg van een infiltratiesysteem.
Tuinvisie: Regenwater opslaan met een hydroblob
Onderhoud van de dakgoot
Het is raadzaam om de dakgoot minimaal één keer per jaar grondig te reinigen, bij voorkeur voor de herfst intreedt. Dit voorkomt verstoppingen in de regenpijp. Een gootschep is hierbij een handig hulpmiddel.
Belang van capaciteit en dakoppervlak
Met de toenemende frequentie van hevige regenbuien is het cruciaal om bij de keuze voor een nieuwe dakgoot niet alleen te kijken naar het uiterlijk, maar vooral naar de capaciteit. Het dakoppervlak is hierbij de bepalende factor, aangezien al het regenwater dat op het dak valt, via de dakgoot afgevoerd moet worden. Een groter dak genereert meer water dat in korte tijd verwerkt moet worden. Een te kleine goot kan leiden tot overloop.
Het berekenen van het dakoppervlak
Het berekenen van het dakoppervlak is de eerste stap bij het bepalen van de juiste dakgoot. De methode hangt af van de dakvorm:
- Zadeldak (standaard puntdak): Meet per dakvlak de lengte en de breedte. Vermenigvuldig deze om het oppervlak van dat vlak te krijgen. Vaak kunnen de uitkomsten van twee gelijke vlakken worden verdubbeld.
- Platte daken of daken met meerdere hoeken: Beoordeel elk deel afzonderlijk en bereken het oppervlak per deel.
- Lessenaarsdak: Bestaat uit één schuin dakvlak. Vermenigvuldig de lengte met de schuine breedte.
- Schilddak: Bereken het oppervlak per dakvlak door lengte en schuine breedte te vermenigvuldigen. Scheve vlakken kunnen worden opgedeeld in eenvoudigere vormen zoals rechthoeken of driehoeken.
Bij de berekening van het dakoppervlak kijkt men meestal naar de horizontale projectie, oftewel de afmeting van het dak zoals van bovenaf gezien. De hellingshoek kan soms een rol spelen, maar is voor de keuze van de dakgoot vaak minder relevant.
Rekenvoorbeeld zadeldak: Lengte 10 meter, schuine breedte per vlak 4 meter. Oppervlak per vlak = 10m * 4m = 40m². Totaal oppervlak (bij twee gelijke vlakken) = 40m² * 2 = 80m².
Na de berekening is het verstandig om de opbouw van het dak en de lengte van het gootstuk dat water moet afvoeren, in ogenschouw te nemen. Dit beïnvloedt de benodigde gootbreedte en de snelheid van waterafvoer.
Afmetingen van dakgoten en regenpijpen
Voor de meeste woningen zijn dakgoten tussen de 125mm en 190mm breed geschikt, omdat deze maten goed aansluiten op de waterhoeveelheid van een gemiddeld dak. Regenpijpen hebben vaak diameters van 80mm tot 100mm. Voor kleinere daken, zoals schuurtjes of garages, kan een buis van 60mm volstaan.
Snelle rekentip: De afstand tussen de gevel en de dakrand is ongeveer de helft van de minimale gootmaat die u nodig heeft.
Voor regenpijpen (HWA-buizen) geldt:
- 60mm: Geschikt voor kleine daken (tuinhuis, schuur).
- 80mm: Vaak gebruikt bij gemiddelde dakoppervlakken, tot ongeveer 100m².
- 100mm: Beter voor grotere daken, kan meer water tegelijk verwerken.
- 120mm of groter: Voor zeer grote daken of bedrijfspanden.

Materiaalkeuze voor dakgoten
Bij de keuze voor dakgoten spelen naast functionaliteit ook materiaaleigenschappen een rol:
- PVC: Licht, praktisch en eenvoudig te plaatsen, een populaire keuze voor veel woningen.
- Zink: Biedt een esthetische uitstraling en een lange levensduur. Past goed bij zowel moderne als klassieke woningen en kan veel water verwerken.
- Aluminium: Licht, sterk en geschikt voor diverse dakoppervlaktes. Aluminium dakgoten zijn onderhoudsarm en weerbestendig.
De rol van ladders bij dakgootwerkzaamheden
Het plaatsen van een ladder tegen de dakgoot is mogelijk, maar vereist voorzichtigheid. Dakgoten zijn niet ontworpen om veel gewicht te dragen. Bij hogere dakgoten of wanneer er geen direct steunpunt onder de goot is, kan een reformladder een veiligere optie zijn.
De juiste ladderhoogte is afhankelijk van de goothoogte. Een ladder dient altijd minimaal 1 meter boven de dakgoot uit te steken. Een opsteekladder, die u direct tegen de gevel of dakgoot plaatst, kan een goede keuze zijn voor het schoonmaken van de dakgoot, mits deze veilig tegen de gevel gezet kan worden.
Een reformladder kan zowel als rechte ladder als in A-stand gebruikt worden. Voor extra stabiliteit en om de dakgoot niet te belasten, zijn ladders met een stabilisatiebalk of ladderklem aan te raden om schade en wegglijden te voorkomen. De juiste ladderlengte kan berekend worden op basis van een veilige werkhoek van 70 graden.
Nokhoogte en goothoogte
De goothoogte wordt gedefinieerd als de hoogte van de onderkant van het dak, gemeten vanaf het maaiveld. De nokhoogte is het hoogste punt van de woning, oftewel de uiterste hoogte van het dak. Beide hoogtes kunnen variëren afhankelijk van het woningtype en de specifieke uitvoering. Er gelden vaak regels per kavel of gemeente voor deze hoogtes.
Bij bepaalde uitvoeringen, zoals 'Schildkap' en 'Schildkap klassiek', kan de nokhoogte aangepast worden naar 10,00 meter.
Woningbouw en aanpassingen
Groothuisbouw biedt flexibiliteit in de afmetingen van woningen, om aan te sluiten op diverse woonwensen en kavelgroottes. Naast standaardindelingen kunnen woningen worden aangepast, of kan er gekozen worden voor een volledig unieke indeling. Dit geldt ook voor de maatvoering.
Het bedrijf bouwt diverse woningtypen, waaronder laagbouwwoningen, hoogbouwwoningen, schuurwoningen en halfvrijstaande woningen. De aanpassingsmogelijkheden zijn breed, van maatvoering en indeling tot esthetische elementen zoals de kleur van gevelstenen, dakpannen, kozijnindelingen, dakkapellen en erkers.
Groothuisbouw is sinds 2017 actief met gasloos bouwen, een trend die sinds 2018 een wettelijke verplichting is geworden voor nieuwe woningen, vanwege het vervallen van de verplichting tot gasnetwerkaansluiting.
Het bouwen van een nul op de meter woning, een volledig energieneutrale woning, wordt steeds populairder. Dit betekent dat de woning over een heel jaar genomen evenveel energie opwekt als verbruikt.