In dit toepassingsvoorbeeld wordt een luifel uit hout voor een huisingangsdeur gemaakt. Voor het schrijnwerk wordt hoofdzakelijk de cirkelzaagmachine HK 132 met diverse opzetstukken zoals de groef- en afplatvoorziening gebruikt. Een luifel uit hout beschermt de voordeur en draagt in belangrijke mate bij aan het karakter van een huis. Het maken vereist afhankelijk van de uitvoering en luifelvorm een zekere basiskennis van het timmermansvak. In dit toepassingsvoorbeeld wordt de bediening van de machines en de toepassingen beschreven.
Drie houtconstructiemachines in één. Extra mobiel.
Drie houtconstructiemachines in één. Extra mobiel. Voor het op maat zagen van de houtdelen wordt de HK 132 gebruikt. Om later de geleiderail te gebruiken, wordt de parallelaanslag aan de motorzijde gemonteerd en geheel tegen de machinetafel geschoven en vastgezet. De juiste positie van de geleiderail wordt via de zaagwijzer bepaald. In dit geval moet een afzaging met 0° gebeuren. De handcirkelzaag wordt nu via de parallelaanslag door de rail exact geleid. Op de zaagwijzer van de machine kan de juiste positie worden gecontroleerd.
Fasen van frezen en groeven
De houtdelen van het basisframe moeten, zoals op de afbeelding te zien is, van overlappingen (10 cm breed) worden voorzien. Om deze te maken wordt de HK 132 uitgerust met de afplatvoorziening. Hiermee kunnen afplattingen tot een diepte van 80 mm worden gemaakt. De freesbreedte bedraagt 50 mm. Het frezen gebeurt in twee stappen, omdat er per frezing maximaal 50 mm afgenomen kan worden. Vóór de frezing moet de freesdiepte visueel ingesteld worden. Hiertoe wordt de afplatkop zover neergelaten tot het schaafmes op de dieptemarkering aankomt. Voor de tweede frezing wordt de geleiderail analoog aan de vorige stappen opnieuw uitgelijnd en wordt de frezing uitgevoerd.
In de volgende stappen moeten de spanten van de luifel van een groef worden voorzien. Om de passende groefdiepte in te stellen, moet eerst in de tabel (op de motor) gekeken worden. In dit geval moet een groef bij 30° dakhelling (Y-as) en een groefdiepte van 25 mm (X-as) gemaakt worden. In de tabel kan dan de in te stellen diepte afgelezen worden. Voor de frezing moet beslist een geleiding geregeld worden. Daarom wordt later met de geleiderail over de gemonteerde parallelaanslag geleid. Indien mogelijk moet de aanslag aan de rechterzijde gemonteerd worden om een betere ondersteuning te bereiken. Daarbij moet de aanslag op een afstand van ca. Het op maat zagen van de spantkoppen gebeurt meestal nadat de groeven aangebracht zijn om voldoende ondersteuning te bieden voor de machine en de geleiding te garanderen. Afhankelijk van de situatie kan dit ook anders uitgevoerd worden. In dit voorbeeld moet nu de spantkop onder een hoek van 60° ingezaagd worden. De zaagsnede gebeurt zodoende aan de afzaagzijde van de houtdelen. Voor deze zaagsnede wordt de geleiderail door middel van de zaagwijzer op de 60° snede uitgelijnd en overeenkomstig vastgezet. De aanslag wordt op een afstand van 70 mm aan de zaagbladzijde gemonteerd en de machine kan veilig geleid worden.
Aanraden na het zagen
Het wordt aanbevolen om de spantkoppen en vrijliggende vlakken direct na het zagen te schuren. In opgespannen toestand heeft men een optimaal en groot steunvlak. Alle spanten moeten in dit voorbeeld van een kepersnede worden voorzien om goed in de hoekkeperspanten te passen. Deze zaagsneden worden eveneens met de HK 132 gemaakt. De hoekkeperspanten moeten van twee 45° sneden worden voorzien. Hiertoe worden de hoekkeperspanten uitgelegd, uitgelijnd en met gebruikmaking van de hoekaanslag op maat gezaagd. Voor het zagen wordt weer de parallelaanslag aan zaagbladzijde op een afstand van 70 mm tot de machinetafel gemonteerd en wordt de zaagsnede uitgevoerd. De groeven van de hoekkeperspanten (hartgroeven) vereisen meerdere werkstappen. Na het schrijnwerk kunnen alle houtdelen geschuurd worden. Alle randen worden nu met de kantenfrees bewerkt. In dit geval wordt de 45° fasefrees gebruikt.
Verbindingen en afwerking
Om de betreffende stijl met het dorpelhout te verbinden, wordt de DOMINO XL gebruikt. De eerste frezing moet 30 mm van de rand ingefreesd worden. Via de schaal kan dit gemakkelijk afgelezen worden en kan de platte-deuvelfrees overeenkomstig geplaatst worden. De positie van de tweede frezing wordt via de aanslagpinnen ingesteld. In dit geval wordt de eerste pin gebruikt. Om twee DOMINO-stenen te monteren wordt eerst de drager in de juiste positie gebracht en vervolgens worden twee asmarkeringen afgetekend. Nadat alle deuvelverbindingen gemaakt zijn, kunnen de benodigde schroeven met een accuschroefboormachine of accuslagboormachine ingedraaid worden. Eventueel kan het nodig zijn om de overgangen nog te schuren. Met de ROTEX kunnen deze schuurwerkzaamheden snel afgesloten worden. Met de grofschuurfunctie behaalt men een hoge afname, dat kan bij het schuren van hout aan het kopse eind zeer zinvol zijn.
Voor de montage worden eerst de stijlen met de al gemonteerde dragers vastgezet. Bij de eindmontage moet afhankelijk van de ondergrond het geschikte verbindingsmateriaal gekozen worden. Er kunnen dan extra boorgaten nodig zijn. Hierna kan het tegen de wand liggende hout van het basisframe geplaatst en vastgezet worden. Vervolgens kan de rest van de houten dorpeldelen gemonteerd worden. De resterende keperspanten met passende schroeven bevestigen. Voor kleinere schuurwerkzaamheden na de montage op de plaats van bestemming is de accu-schuurmachine uitstekend geschikt. Het resultaat is een zelfgebouwde luifel van hout. Met het juiste gereedschap is de vervaardiging een eenvoudige aangelegenheid.

Montage aan gevels en overwegingen bij gebruik
TopOp deze pagina proberen wij u antwoord te geven op veel gestelde vragen. Montage tegen gevel van schrootjes. Montage tegen aan de buitenzijde geïsoleerde muren. Bevestigingsmateriaal. Montage tegen gevel van schrootjes. Betreft buitengevels van houten, kunststof of Keralit. Een luifel moet in staat zijn om windbelasting en sneeuwdruk te kunnen weerstaan. Als vuistregel kan gesteld worden dat de luifel geschikt is voor een windbelasting van windkracht 7 (14m/sec). Let op draai- en rukwinden of door sluiswerking kan de wind vele malen groter zijn dan in het open veld. Verder zijn de luifels geschikt voor een sneeuwlast van 75kg.
We onderscheiden een paar montagesituaties: Nieuwbouw nog in de ontwerp- of bouwfase. In dat geval is het handig als de aannemer ons belt zodat we hulpconstructie kunnen doorspreken aan de hand van de gewenste luifel. Een afdak boven je voordeur maakt een praatje bij de voordeur een stuk aangenamer. Ook als je in de stromende regen op zoek bent naar je huissleutels, is een deurluifel ideaal. Zelf een afdak boven je voordeur maken, is simpeler dan je denkt. Met kunststof platen en een frame van hout of aluminium, maak je een deurluifel die matcht met je voorgevel.

Plexiglas Boren
Nadat je bepaald hebt welke kunststof plaat je voor je deurluifel wilt gebruiken, kun je deze op maat bij ons bestellen. We zagen alle platen voor je op maat in iedere gewenste vorm. Maak je deurluifel altijd 20 centimeter breder dan het deurkozijn. Zo weet je zeker dat je de luifel goed kunt bevestigen op de uiterste hoeken. De bouw van een luifel begint met het plaatsen van de draagbalk boven het deurkozijn. Deze draagbalk bevestig je met slagpluggen tegen de muur.
Maak je het frame voor je deurluifel van hout? Gebruik dan een sterke en duurzame houtsoort, bij voorkeur hardhout met FSC keurmerk. Neem vierkante balkjes van minimaal 35 bij 35 mm en zaag hiervan de drie onderdelen die de dragers van de deurluifel vormen: de muurbalkjes, de dragers en de schoren. Belangrijk: Boor de gaten voor de bevestiging aan de muur alvast voor in de muurbalken. Bevestig de muurbalken met slagpluggen aan de muur. Teken de boorgaten af op de gevel en boor de gaten. Met het oog op weer- en windbelasting adviseren we om slagpluggen van minimaal 80 millimeter te gebruiken.
Is je frame klaar? Dan kun je de kunststof plaat monteren. Begin met het voorboren van de montagegaten in de kunststof plaat. Leg de plaat op een vlakke ondergrond en plak rondom schilderstape langs de rand. Laat de beschermfolie nog op de plaat zitten om krassen te voorkomen. Teken de boorgaten af en zorg dat de minimale afstand tot de rand minstens tweemaal de plaatdikte bedraagt. Gebruik je een plaat van 4 mm dik? Dan mag de rand van het boorgat dus minimaal 8 mm van de plaatrand komen. Boor je een gat van 4 mm, dan teken je dus een lijn af op 10 millimeter van de rand. Teken de gaten af op de schilderstape en laat 10 cm tussen de gaten. Vervolgens boor je alle gaten in de kunststof plaat. Leg de plaat op een houten ondergrond waarin de boor kan uitlopen. Bekijk de video hieronder voor een visuele uitleg van plexiglas boren. Boor eerst de gaten voor in het luifelframe en leg hier vervolgens de kunststof plaat op. Fixeer het frame en de plaat met behulp van lijmtangen. Plaats een iets kleinere boor in de boormachine en boor alle gaten voor in het frame. Gebruik hiervoor een boor die 1 mm kleiner is dan de boorgaten in de kunststof plaat. Om klapperen te voorkomen, kun je foamtape tussen de plaat en het frame aanbrengen. Schroef nu de kunststof plaat vast op het luifelframe en gebruik schroeven met een vlakke kop en onderlegringen. Wanneer je verzonken schroefkoppen gebruikt, kan de plaat gaan scheuren bij het vastdraaien. Begin met het vastschroeven van de bovenste rand, op de muurplaat. Om te voorkomen dat er regen tussen de kier tussen de muurlat en de muur doorsijpelt, vul je deze op met siliconenkit. We raden je aan om je deurluifel regelmatig schoon te maken met een antistatische kunststof reiniger. Is je plaat erg vies? Gebruik dan eerst een ruime hoeveelheid water en één drupje schoonmaakmiddel. Die ruime hoeveelheid water is erg belangrijk, net als het regelmatig uitspoelen van de doek. Door middel van de ruime hoeveelheid water en het uitspoelen van de doek zorg je ervoor dat je het vuil niet over de plaat heen en weer beweegt, wat krassen veroorzaakt. Door middel van de ruime hoeveelheid water en het uitspoelen van de doek zorg je ervoor dat je het vuil niet over de plaat heen en weer beweegt, wat krassen veroorzaakt.