Is bestrating bij nieuwbouwkoophuis verplicht volgens bouwbesluit?

Op deze pagina vindt u een overzicht van de belangrijkste wettelijke eisen voor bestaande bouw en nieuwbouw. Bestaande bouw: op nationaal en Europees niveau zijn afspraken gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan. Een grote uitdaging is het verduurzamen van de bestaande woning- en gebouwvoorraad in Nederland. Onderstaand vindt u de wetten, regels en instrumenten om de klimaatdoelen te behalen. Nieuwbouw: de nieuwbouw van woningen of gebouwen moet aan een reeks wetten en regels voldoen. Zo moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutralen gebouwen (BENG) zijn.

Bouwregelgeving en het energielabel

De Nederlandse wet- en regelgeving over de energieprestatie van gebouwen is gebaseerd op de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Europese lidstaten stemmen hun wet- en regelgeving voor de bouw op bepaalde punten af op de Europese richtlijn EPBD IV. Belangrijk is dat de minimumeisen kostenoptimaal zijn: welk energieprestatiest niveau heeft de laagste kosten tijdens de levensduur van het gebouw? De Europese Commissie schrijft voor hoe Nederland deze kostenoptimaliteit moet berekenen. In 2027 kunnen we deze berekeningen opnieuw maken. Daarna passen we de energieprestatie-eisen in de wetgeving aan. Hoe dan ook geldt vanaf 1 januari 2028 de eis dat nieuwe overheidsgebouwen emissievrij zijn, met een lage energievraag. Dit is vanaf dan een verplicht onderdeel bij de aanvraag van de bouwvergunning.

Verplichtingen bij nieuwbouw en trappen

Vanuit de EPBD Recast moeten alle lidstaten van de EU verantwoording afleggen over het gevoerde energiezuinigheidsbeleid voor gebouwen. Dit gebeurt aan de hand van kostenoptimaliteitsberekeningen. Hoogteverschillen tussen voor personen bestemde vloeren of ruimten moeten overbrugd worden door een vaste trap of een vaste hellingbaan. Dit geldt ook voor een hoogteverschil op een route vanaf het aansluitende terrein naar deze vloeren (verdiepingen) of ruimten. Wordt een nieuwe woning in particulier opdrachtgeverschap gebouwd? Dan geldt vrijstelling van de regels voor nieuwbouw voor trappen en hellingbanen. De particuliere opdrachtgever moet zich wel houden aan de kwalitatieve ondergrens die geldt voor bestaande bouw.

Trappen naar verdiepingen die niet voor mensen bestemd zijn, hoeven niet aan de eisen te voldoen. Denk aan een bergzolder of een vliering. Deze ruimten mogen via een losse trap of vlizotrap bereikbaar zijn. Verbouwt u de zolder tot slaapkamer? Dan wordt het een verblijfsruimte. In dat geval is het wel verplicht een vaste trap naar de zolder te hebben. Alleen voor een woonfunctie geldt dat een gemeenschappelijke verkeersruimte waardoor een reguliere trap voert regenwerend moet zijn volgens NEN 2778. Deze eis van regenwerendheid geldt niet voor een brandtrap. En ook niet als de trap een hoogteverschil van minder dan 1,5 m overbrugt.

Een trappenhuis dat bestaat uit 2 reguliere trappen met een tussenbordes (waarbij iedere trap een hoogteverschil overbrugt van minder dan 1,5 m) hoeft daarom niet regenwerend te zijn. In een woongebouw zoals een flat of appartementencomplex moet altijd een reguliere trap zijn die niet uitsluitend voor ontvluchten bedoeld is. Bij nieuwbouw is een tussenbordes verplicht als er met een enkele trap een hoogteverschil van meer dan 4 meter overbrugd moet worden (tussen voor mensen bestemde verdiepingen of ruimten). Met de breedte van de trap in tabel 3.20 (bestaande bouw) en tabel 4.24 (nieuwbouw) van het Bbl wordt de volle breedte van de trap bedoeld.

Traponderdelen en brandveiligheid

De trapbomen maken deel uit van de trap. Voor een brandtrap gelden dezelfde eisen als voor een reguliere trap wat betreft afmetingen, trapbordes, trapafscheiding en leuning. Een trap die een hoogte van meer dan 1 m overbrugt en met een helling groter dan 2:3, moet een leuning hebben, geplaatst tussen 80 cm en 1 m boven de treden. Voor kinderopvang gelden speciale eisen aan spijlopeningen; trapleuningen moeten aan beide kanten van de trap zijn en 30 cm horizontaal doorlopen aan het begin en einde van de trap.

Een trap moet voorzien zijn van duidelijke markeringen op de treden. Op de bovenste en onderste trederand moeten markeringen over de volle breedte van minstens 50 mm aanwezig zijn. Elke vluchtweg moet voldoende doorstroomcapaciteit hebben; did deze eis kan de minimale breedte van de trap beïnvloeden. Vluchtroutes verlopen alleen over vloeren, trappen of hellingbanen; liften vallen hier buiten.

Uit de voorschriften volgt dat een trap een vaste trap moet zijn; een rolt trap is geen vaste trap. Als er geen vaste trappen in het gebouw zijn, kan een gelijkwaardige maatregel zoals bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet mogelijk zijn, maar dan moet de roltrap beloopbaar blijven tijdens storingen of onderhoud.

Nieuwbouw versus verbouw in het Besluit bouwwerken leefomgeving

In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is duidelijk onderscheid in regels voor nieuwbouw en verbouw. Hoofdstuk 4 is van toepassing op nieuw te bouwen bouwwerken en bij verbouw gelden hoofdstuk 5 regels. In de praktijk zijn er randgevallen waarbij het verschil tussen nieuwbouw en verbouw lastig vast te stellen is, vooral bij deelvernieuwen of veranderen van een bestaand bouwwerk. De Omgevingswet heeft de structuur aangepast: hoofdstuk 3 betreft ondergrensregels van bestaande bouw, hoofdstuk 4 nieuwbouw en hoofdstuk 5 verbouw/gebruikwijziging.

Bij geheel vernieuwen geldt nieuwbouw tenzij maatwerk. De fundering blijft vaak achter en bepaalt of het bouwwerk als nieuwbouw of verbouw geldt. Een dakraamuitleg houdt in dat het plaatsen van een dakraam op een zolder niet automatisch betekent dat de hele zolder verbouwd moet worden; de verbouwregels gelden uitsluitend voor de delen die daadwerkelijk worden vernieuwd of aangepast. Als een woning volledig wordt vernieuwd maar de fundering hetzelfde blijft, kan dit alsnog als nieuwbouw beschouwd worden mits er maatwerkvoorzieningen zijn opgelegd door het bevoegd gezag.

Vanaf 1 februari 2022 moet bij ingrijpende renovatie, gecombineerd met aanpassingen aan het verwarmings- of koelsysteem, een minimum hoeveelheid duurzame energie worden opgewekt. De eis wordt berekend als 30 x (Aroof/Ago) kWh/m2 per jaar, waarbij Aroof het dakoppervlak en Ago het gebruiksoppervlak van de woning is. Voor ramen en deuren zijn de regels anders en gelden warmteweerstanden die niet altijd haalbaar zijn.

Toegankelijkheid en brandveiligheid

Vanaf 1 juli 2021 treden nieuwe toegankelijkheidseisen in werking: de drempel van hoofdtoegangen voor nieuwbouw mag maximaal 2 centimeter hoog zijn. Dit geldt ook voor alle toegangen tot nieuwbouwwoningen en route van de openbare weg naar de woning. Daarnaast zijn trapmarkeringen en trapleuningen aangevuld in publieke toegankelijke gebouwen en woningen.

Per 1 juli 2021 treden ook strengere eisen in werking voor rookverspreiding (Sa en S200). Nieuwe opgangen en liften in woongebouwen moeten voldoen aan deze normen. Medio 2022 verschijnt de verplichting dat bestaande woningen zijn voorzien van een rookmelder op iedere verdieping. De Milieuprestatie voor gebouwen (MPG) werd per 1 juli 2021 aangescherpt van 1,0 naar 0,8, wat duidt op een strengere milieueis en een toenemende focus op circulariteit. Leuningen op fietsbruggen kregen eveneens een verhoging naar minimaal 130 cm hoog bij nieuwe bouwwerken.

Beeldkwaliteitsplan en regelgeving stikstof

In het beeldkwaliteitsplan legt de gemeente regels voor het uiterlijk van een woning vast. De welstandscommissie beoordeelt schetsen voordat de verdere uitwerking plaatsvindt. Een uitspraak over regelgeving stikstof heeft invloed op bouwactiviteiten: bouwvrijstelling stikstof voldoet niet aan Europees natuurbeschermingsrecht, en per project moet worden onderzocht wat de gevolgen zijn voor Natura 2000-gebieden.

Samenvatting: hoe om te gaan met bestrating en bouwregels

De belangrijkste kern is dat de meeste relevante regels voor bestrating en bouw voortkomen uit het bouwbesluit, EPBD en Omgevingswet. Bij nieuwbouw gelden de nieuwbouweisen tenzij maatwerk is opgelegd. Bij verbouw gelden verbouwregels voor de gedeelte dat vernieuwd wordt. De keuze tussen nieuwbouw en verbouw hangt af van welke delen van het bouwwerk worden vernieuwd of aangepast en of de fundering achterblijft. Toegankelijkheid, brandveiligheid en milieuprestatie zijn geïntegreerde eisen die steeds prominenter worden in zowel nieuwbouw als verbouw.

Beeld van een typisch Nederlandse woning met aandacht voor trapinrichting en vluchtroutes

Unit B.2 Lesson 8 Planning Video | OpenSciEd On-Demand Resources

Opsomming van kernpunten:

  • EPBD en kostenoptimaliteit bepalen energienormen bij nieuwbouw.
  • Vanaf 2028 emissievrije overheidsgebouwen; vanaf 2021 bijna energieneutrale nieuwbouw (BENG).
  • Hoofdregel: nieuwbouwregels gelden tenzij maatwerk is toegestaan; bij verbouw gelden specifieke verbouwregels voor de vernieuwde delen.
  • Trappen en vluchtroutes: vaste trappen vereist bij verblijfsfuncties; regenwerendheid en leuningen waar nodig.
  • Toegankelijkheid en rookveiligheid worden strengere eisen; MPG-norm en minimale drempels verlagen drempelniveau.
  • Dakramen en dakrenovatie: dakraamuitleg bepaalt of een volledige verbouwing noodzakelijk is.
  • Bij ingrijpende renovatie: duurzame energieopwekking en NTA 8800-methodiek voor calculaties.
  1. Controleer of jouw plannen vallen onder nieuwbouw, verbouw of gedeeltelijke vernieuwbouw (fundering blijft hangen).
  2. Plan tijdig voor toegankelijkheid, rookmelders en milieuprestatie.
  3. Vraag maatwerkvoorschriften aan als de regelgeving strengere eisen oplegt dan standaard.

tags: #is #bestrating #bij #nieuwbouwkoophuis #in #bouwbesluit