Lang voordat in 1795 huisnummers werden ingevoerd, hadden de Haarlemmers al een manier gevonden om zich van hun buren te onderscheiden en zich vindbaar te maken in de steeds vollere stad. Ze gaven hun huis een naam. Zo’n huisnaam kon eenvoudig op een deur of een muur geschilderd worden, maar wie meer wilde opvallen, schilderde een afbeelding op een plank die aan een stok gehangen werd. Het uithangbord was geboren.
Toen aan het eind van de zestiende eeuw steeds meer houten huizen in steen werden herbouwd, begon men de huisnaam in een stuk natuursteen te beitelen. Die kreeg een plek in de nieuwe voorgevel. De gevelsteen deed zijn intrede. Men woonde In de Priktol, daar waer Het Bonte Kalff uijthangt of in het huis waer Het Ossehooft in de gevel staet. Naarmate de stad dichter bevolkt raakte, werden de Haarlemmers steeds creatiever in het bedenken van huisnamen. Verreweg de meeste namen zijn in de vergetelheid geraakt en slechts een handvol uithangborden heeft de eeuwen overleefd. Maar op het gebied van gevelstenen valt er nog veel te genieten in Haarlem.
Gevelstenen en de Haarlemse geschiedenis
Bij het aantrekken van handel en migratie kwamen Vlaamse vluchtelingen en andere bevolkingsgroepen naar Haarlem; sommigen introduceerden geveltekens als identiteitssymbolen. Op een gegeven moment bestond meer dan de helft van de Haarlemse bevolking uit Vlaamse vluchtelingen. In 1994 verscheen het eerste boek over Haarlemse gevelstenen, dat Van Graafeiland samen met Theo Bottelier maakte. De gevelstenenwerkgroep Haerlem heeft sindsdien oude stenen teruggevonden, opgeknapt en teruggeplaatst op de oorspronkelijke plekken, met beschermlagen en herontdekte kleuren om de gevels weer te doen spreken.

Volgens Van Graafeiland zijn de gevelstenen in Haarlem rond 1600 geplaatst, onder andere als wachters tegen brandgevaar en als markering van de aanwezigheid van Vlaamse handelslieden. De bouw van stenen huizen maakte het mogelijk deze stenen in te verwerken als blijvende aanduiding. De stenen laten zien hoe woning en ondernemer, ambacht en wijk met elkaar verweven waren. Ook geven ze een venster op reizigers en pelgrims, zoals de picturale verwijzing naar pelgrimsroutes en het Sint Jacobs Gasthuis in Haarlem.
Het boek Waar Haarlem in de gevel staat
Op verzoek van de Historische Vereniging Haerlem verschijnt in 2024/2025 het boek Waar Haarlem in de gevel staat, waarin alle gevelstenen en de achterliggende verhalen worden belicht. Het werk biedt een uitgebreide beschrijving van nog aanwezige en verdwenen gevelstenen, gelardeerd met honderden afbeeldingen. De auteurs belichten de achtergrond en eigenaars, en geven aan dat achter zo’n gevel opmerkelijke zaken schuil kunnen gaan of wonderlijke verhalen verbonden aan bewoners. Het boek bevat daarnaast een visueel rijke verkenning van het Haarlemse erfgoed en de invloed van geveltekens op de stad.

Dirck Dicx, een gevelsteen met een verhaal over bier en Brazilië, en bakkersiconen uit de Hagestraat 47 illustreren hoe gevelstenen niet alleen kunstwerken van vaklieden zijn, maar ook verhalen over handel, migratie en dagelijkse arbeid vertellen. De steen aan de Hagestraat 47 toont twee gevelstenen die het bakkersambacht uitbeelden, terwijl Dirck Dicx de geschiedenis van bier-Brouwerij naar Brazilië voert, wat een voorbeeld is van wereldwijde connecties via lokale symboliek.
Verhalen achter de stenen: beroepen, mensen en steden
Het naslagwerk gaat verder met beroepen die al lange tijd uitgestorven zijn, zoals de porder die mensen wakker maakte met lange palen en vroege klokken. Gevelstenen geven ons een venster op de Haarlemse biercultuur: tientallen brouwerijen hebben Haarlem ooit bevolkt, met een piek in de 16e eeuw toen bier een van de weinige veilige dranken was. De familiegeschiedenissen van brouwers en kopers, en de verhalen rondom Jan Steen en zijn Haarlemse periode, illustreren hoe kunst, commercie en dagelijkse robustheid verweven zijn in de geschiedenis van de stad.

Het verhaal van de Sint Jacobs Gasthuis in de Dijkstraat (nu Antoniestraat) toont hoe pelgrims werden ontvangen en hoe symbolen zoals de schelp een blijvende herinnering werden aan deze routes naar Santiago de Compostella. De stenen dragen sporen van de stadsgeschiedenis, inclusief de uitdrukking van beroepen als bakker en brouwer, en de manier waarop handel en dagelijkse arbeid de stedelijke ruimte vormden.
Jan Steen en de Haarlemse invloed
Jan Steen, geboren in Leiden maar actief in Haarlem, wordt in het hoofdstuk behandeld als een centrale figuur wiens oeuvre zowel in Haarlem als elders invloedrijk was. Zijn tijd in Haarlem werd gekenmerkt door een onderwerpkeuze die zowel komisch als maatschappijkritisch was, en zijn stijl kende invloeden van Adriaan Brouwer, Adriaan van Ostade en Frans Hals. De schilderijen uit zijn Haarlemse periode, zoals De Boerenkermis en het Visschertje, geven een beeld van zijn observatievermogen en humor, en zijn werk wordt geroemd om de psychologische diepgang en de maatschappelijk getoonde taferelen.
Zijn leven werd gekenmerkt door persoonlijke tegenslagen, huwelijk en familiebanden, en de economische uitdagingen die kunstenaars in die tijd ervoeren. Van Gogh en Heine zijn latere commentatoren die zijn werk op een monumentale manier plaatsen naast Rembrandt en andere grote schilders. Ondanks critici die hem als drinkebroer afschilderden, blijven veel kunsthistorici en biografen hem zien als een meester van temperament en observationele precisie, wiens werk zowel humor als maatschappelijk commentaar in zich draagt.
Een stad vol verhalen: Haarlem als erfgoed
Vandaag de dag blijft Haarlem een stad die verder kijkt dan de bekende gebouwen en musea. De Historische Vereniging Haerlem en haar werkgroepen zetten zich in voor het behoud en de interpretatie van geveltekens, huisnamen en het bredere erfgoed. Het werk van de geveltekenenen - waaronder restauraties en herplaatsingen - laat zien hoe de stad haar verleden levend houdt en toegankelijk maakt voor bewoners en bezoekers. De combinatie van kunst, handel en ambacht geeft Haarlem zijn kenmerkende karakter en draagt bij aan een levendige identiteit die blijft inspireren.

Interessante feiten en cijfers
- In Haarlem zijn nog circa honderd gevelstenen zichtbaar uit de vroegmoderne periode.
- Ongeveer 23 brouwerijen hebben Haarlem historisch rijk gemaakt; Het Scheepje sloot in 1914 als laatste.
- De gevelstenen zijn zowel op houten als steenachtige woningen aangebracht, en veelal rond 1600 geplaatst.
- Het boek Waar Haarlem in de gevel staat bevat 512 pagina’s en 830 afbeeldingen.
Toegankelijkheid en hedendaags gebruik
De werkgroep geveltekens van de Historische Vereniging Haerlem werkt continu aan het opsporen, restaureren en terugplaatsen van gevelstenen. Tegenwoordig bieden wandelroutes en plattegronden een manier om deze verhalen onder de aandacht te brengen van het publiek, terwijl restauraties de oorspronkelijke kleur en details herstellen om de stenen weer te laten spreken.

Verkorte samenvatting van bronnen en beschikbare informatie
Rond 1600 waren gevelstenen en huisnamen een ruim verspreid fenomeen in Haarlem. De steen werd een medium voor identiteit, beroep en herkomst, vooral tijdens migratiegolven uit Vlaanderen en andere delen van Europa. De recente publicaties en restauratiewerk geven een significante impuls aan het begrijpen van deze fenomenen en aan het behoud van het Haarlemse erfgoed. Jan Steen wordt in deze context geplaatst als een figuur wiens Haarlemse periode bijdraagt aan zijn ontwikkeling als schilder en als cultureel figuur, met een blijvende reputatie die zijn drinkebroer-kritiek overstijgt.