Lood in de Bouw: Toepassingen, Eigenschappen en Onderhoud

Lood wordt al eeuwenlang toegepast in de bouw, voornamelijk vanwege zijn duurzaamheid en vormbaarheid. Van dakbedekking tot waterafvoeren en decoratieve elementen, lood speelt een cruciale rol in het beschermen en verfraaien van gebouwen. Dit artikel biedt een uitgebreid overzicht van het gebruik van lood, de eigenschappen, verwerkbaarheid, potentiële schades en preventieve maatregelen.

Karakteristieke met lood beklede 16e-eeuwse speeltoren van Edam.

Historisch Gebruik van Lood

De toepassing van bladlood in de bouw kent een lange geschiedenis. Al in de Oudheid werd lood gebruikt, met vermeldingen van Egyptenaren die overwonnen volkeren verplichtten schatting te voldoen in lood. Volgens afbeeldingen in de tempel van Ramses III werd lood verwerkt tot langwerpige platen en gebruikt als dakbedekking. Ook voor de hangende tuinen van Babylon in de 6e eeuw v. Chr. zijn loden platen gebruikt. In Nederland werd bladlood op daken pas in het begin van de 16e eeuw gangbaar, nadat de techniek om redelijk dunne platen te gieten beschikbaar kwam.

Gedurende vele eeuwen is lood veelvuldig toegepast als dakbedekking, voor de bekleding van houtconstructies, voor goten, aansluitingen, waterafvoeren en decoratieve elementen. Op monumenten kan oud, soms zelfs gegoten lood voorkomen met een bijzondere detaillering en kenmerkende bevestigingswijze. In veel gevallen draagt dat in belangrijke mate bij aan de cultuurhistorische waarde van het monument.

Dakbedekking in Amsterdam met loden leien.

Eigenschappen van Lood

Lood is een van de zachtste metalen met een relatief lage treksterkte. Het is gemakkelijk vervormbaar en zeer gevoelig voor kruip, wat betekent dat het onder invloed van het eigen gewicht kan vervormen. Bladlood voor de bouw bevat legeringselementen die de mechanische eigenschappen, zoals treksterkte en kruipgrens, verbeteren door een fijnere korrelstructuur. Lood gedraagt zich isotroop, wat inhoudt dat de eigenschappen in alle richtingen gelijk zijn.

Een belangrijke eigenschap is de grote thermische uitzettingscoëfficiënt van 0,03 mm/m°C. Dit betekent dat 1 meter lood op een warme zomerdag 3,0 mm langer is dan op een koude winterdag. Vanwege deze uitzetting en de gevoeligheid voor temperatuurschommelingen, mag lood niet worden verwerkt bij temperaturen onder de 5°C, omdat het materiaal dan gevoeliger is voor scheurvorming.

In de buitenlucht vormt lood een beschermende oxidehuid, ook wel patina genoemd, met een blauwgrijze of zilvergrijze kleur. Dit patina is een indicator van het begin van de stabiele oxidatiefase. Het gebruik van patineerolie kan de vorming van de instabiele fase, die zich uit in lichtgrijze vlekken en strepen, praktisch geheel voorkomen. Dit is vooral esthetisch wenselijk bij zichtwerk.

Verwerkbaarheid en Dikte van Lood

De maatvoering van lood is in de loop der tijd enigszins gewijzigd. Vroeger werd lood geleverd in rollen van 7 à 8 meter met een breedte van 1,26 tot 1,88 meter. Tegenwoordig is de lengte van de rollen afhankelijk van de dikte en de maximale maat die bij het walsen uit één blok lood te verkrijgen is, met een maximum van 50 kg per rol. Vroeger specificeerde men de dikte in ponden; tegenwoordig in kilogram per vierkante meter (kg/m²). Zo staat 30-pondslood gelijk aan 30 kg/m².

De keuze voor de juiste dikte en afmeting van de loodplaten is cruciaal en hangt af van diverse factoren:

  • Dikte van het lood: Hoe dunner het lood, hoe kleiner de afmeting van de platen. Een vuistregel is dat het netto oppervlak maximaal 1/100 x een factor 1,5 à 2,0 van de loodzwaarte bedraagt in m².
  • Hellinghoek: Bij een grotere hellingshoek moeten de loodstukken kleiner zijn.
  • Bezonning: Sterke zonblootstelling vereist kleinere afmetingen.
  • Looddikten:
    • o: te gebruiken bij redelijke kwaliteitseisen, eenvoudige constructies, gunstige atmosferische omstandigheden en beperkte bezonning.
    • +: te gebruiken voor gemiddelde kwaliteitseisen, normale atmosferische omstandigheden, normale constructies en normaal beschenen vlakken.
    • ++: te gebruiken bij hoge eisen aan duurzaamheid, ongunstige atmosferische omstandigheden en grote naar de zon gekeerde oppervlakken.

Vuistregel voor monumenten: Een plaat verticaal lood met een dikte van 3,4 mm die rondom is gehaakt, mag een maximale afmeting hebben van 0,6 m².

Detail van een loden dak. De platen lood zijn aan elkaar bevestigd met een aanhaak of platte fels.

Bevestigingsmethoden en Verbindingen

De wijze waarop lood wordt bevestigd en verbonden, is essentieel voor de levensduur en functionaliteit. Er zijn diverse technieken:

Felsverbindingen

Een fels is een verbinding waarbij twee stukken lood aan elkaar worden gevouwen. Er zijn verschillende soorten:

  • Platte fels (aanhaak): Een enkele of dubbele fels waarbij de randen van de loodplaten omgevouwen en in elkaar gehaakt worden. Dit wordt ook wel een aanhaak genoemd.
  • Roeflatconstructie: Verticale latten (roeflatten) waarop lood wordt bevestigd. Bij lood is de roeflat aan de bovenzijde rond of afgerond om scheurvorming te voorkomen.
  • Verschuivend felsen (verscherend felsen): Een techniek waarbij de naden van opeenvolgende looddelen verspringend in elkaar worden gefelst, vaak toegepast bij noklood.
De wijze waarop men een enkele fels (boven) en een dubbele fels vervaardigt.

Lapnaad

Bij een lapnaad overlappen de loodplaten elkaar. Deze methode wordt toegepast bij hellende vlakken voor horizontale naden. De overlap varieert van 225 mm bij kleine hellingen tot 85 mm bij een helling van 60°.

Bevestiging met Klagen en Nagels

De zij- en onderkanten van platen bladlood worden vastgezet met klagen, die bewegingsvrijheid bieden. Deze klangen zijn bij voorkeur van zachte koperkwaliteit, circa 80 mm breed en 0,8 mm dik, en worden vastgezet met koperen nagels of schroeven. De bovenzijde van de loodplaten wordt doorgaans bevestigd met één of twee rijen koperen platkopnagels of speciale koperen klangen.

Trotseerloodjes worden gebruikt om koperen nagels af te dekken en het lood te beschermen tegen opwaaien.

De wijze van het bevestigen van een liggende fels met een koperen klang aan de ondergrond.

Specifieke Toepassingen

Dakbedekking

Hoewel lood niet de meest voorkomende dakbedekking is voor grote hellende en platte daken in Nederland, wordt het nog steeds toegepast. Een bekend voorbeeld is de Vleeshal in Haarlem. Loden leien komen ook voor.

Goten en Hemelwaterafvoeren

Goed functionerende goten en hemelwaterafvoeren zijn essentieel voor het behoud van gebouwen. Men onderscheidt bakgoten en zakgoten. Vanwege de geringe stijfheid van lood komen vrijdragende loden goten niet voor. Stukken langer dan 4 tot 6 meter moeten worden gescheiden door een broekstuk of, in uitzonderlijke gevallen, een expansiestuk om schade te voorkomen. Een cascadegoot kan worden toegepast om de lengte van gootdelen te beperken.

Detail van een loden goot met broekstuk (boven), uitloop en een vergaarbak met verklikker.

Loodloketten

Loodloketten zijn constructies van bladlood die worden toegepast voor de waterdichte aansluiting van daken tegen opgaand metselwerk, zoals schoorstenen of gevels. Ze vangen regenwater op en voeren dit gecontroleerd af. Lood wordt hiervoor minimaal 25-30 mm in het metselwerk ingeslepen en vastgezet met loodklemmen of mortel. Een vrije drupneus is belangrijk om te voorkomen dat het lood strak tegen het metselwerk of dakvlak ligt. Loketten gaan bij correct gebruik tot wel 75 jaar mee.

Het woord 'loket' is afgeleid van het Middelnederlandse 'loke' (afsluiting; afgesloten ruimte), wat weer gerelateerd is aan het werkwoord 'luiken' (sluiten).

Loodloketten bij een schoorsteen van Kasteel De Haar in Haarzuilens.

Muurlood en Voetlood

Muurlood en loodloketten sluiten de aansluiting van daken tegen opgaand muurwerk waterdicht af. Voetlood wordt toegepast bij de aansluiting tussen het dak van een aanbouw en de gevel van een woning. Het vrijhangende deel aan de buitenzijde mag niet meer dan 80 mm breed zijn. Het lood loopt door de spouw en is bevestigd aan het binnenblad om regenwater dat door de gevel wordt opgenomen naar buiten te leiden.

Het vervangen van voetlood is complex. De beste oplossing is het verwijderen van stroken stenen om het lood in de spouw tegen het binnenblad te monteren, of het minstens 4 cm diep inslijpen van het lood in een voeg.

Noklood en Keperlood

Noklood wordt toegepast op de nokken van daken gedekt met pannen of leien om deze waterdicht te maken. Het kan als één strook worden aangebracht of in drie delen (een nokafdekking en twee zijdelingse stroken) die verspringend in elkaar worden gefelst.

Keperlood dient om de uitwendige hoeken (kepels) van een dak waterdicht te maken en is feitelijk een soort noklood.

Detailtekening van een lapnaadbedekking.

Schade en Preventie

Ondanks de duurzaamheid kan lood schade oplopen. Veelvoorkomende problemen zijn:

  • Scheurvorming: Vooral bij lage temperaturen tijdens verwerking of door onvoldoende expansiemogelijkheden.
  • Opwaaien: Vooral bij lange, vrijhangende loodstroken, zoals bij loketten. Dit kan worden voorkomen door het lood dubbel te vouwen aan de onderzijde.
  • Aantasting door condens en zuren: Lood kan aan de achterzijde worden aangetast door condens en zuren uit achterliggend hout, wat leidt tot de vorming van loodoxide (loodwit).
  • Witgrijze strepen: Deze ontstaan door onstabiele loodoxide die deels afspoelbaar is en het leidak kan ontsieren.
  • Aangetast voetlood: Door zurig afdruipend regenwater.
  • Uitzakken: Lood kan onder invloed van het eigen gewicht uitzakken, vooral als het onvoldoende wordt ondersteund.
  • Gebreken door te lange stroken: Te lange stroken voetlood bieden onvoldoende ruimte voor de werking van krimpen en uitzetten, wat leidt tot scheuren.

Preventieve maatregelen omvatten:

  • Correcte detaillering van de ondergrond en loodaansluitingen.
  • Het hanteren van de juiste looddikten en afmetingen.
  • Het zorgen voor voldoende expansiemogelijkheden in plaatnaden en bevestigingspunten.
  • Het vermijden van verwerking bij temperaturen onder de 5°C.
  • Het toepassen van patineerolie om esthetische problemen door instabiele loodoxide te voorkomen.
  • Het correct detailleren van de ondergrond, met zo min mogelijk haakse hoeken.
Aangetast voetlood door zurig afdruipend regenwater.

Duurzaamheid en Restauratie

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) streeft naar behoud van oorspronkelijk materiaal en duurzaam herstel. Op monumenten kan oud lood, mits lokaal hersteld en eventueel aangepast, nog decennia meegaan. Het streven naar een lange levensduur leidt echter steeds vaker tot de toepassing van koper, dat minder snel verweert. Wanneer koper het oorspronkelijke materiaal vervangt, kan dit echter ten koste gaan van de cultuurhistorische waarde.

Bij restauraties wordt rekening gehouden met de specifieke eigenschappen van lood en de historische bevestigingsmethoden. Het correct toepassen van lood draagt bij aan de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van monumenten.

tags: #lood #loketten #aanbouw