Memorie van toelichting “asbest verjaringstermijn”: juridische structuur, feiten en consequenties

De tekst behandelt de verjaring van aansprakelijkheidsvorderingen in asbestzaken en de bijzondere factoren die meespelen bij mesothelioom, evenals de rol van TAS- en TNS-regelingen en het IAS in de bemiddeling over verjaring. Er worden argumenten van partijen weergegeven over verjaring, aansprakelijkheid en de redelijkheid en billijkheid van toepassing van verjaringstermijnen, met verwijzingen naar belangrijke jurisprudentie van de Hoge Raad en uitspraken van lagere rechters.

3. Huidige stand van zaken en stellingen partijen

  • [A] stelt dat mesothelioom maar één oorzaak kent: blootstelling aan asbest, en dat zij mogelijk maar één keer aan asbest is blootgesteld tijdens woningverbouwing in 1972 (Nobrandaplaten). Ze betwijfelt of Nefalit kon of moest waarschuwen voor de gevaren.
  • Nefalit erkent productie van Nobrandaplaten in 1972 en verkoop aan detailhandel, erkent diagnose mesothelioom bij [A], maar betwist dat mesothelioom slechts één oorzaak heeft en poneert beperkte blootstelling tijdens verbouwing. Zij verwacht dat beoordeling plaatsvindt naar stand van wetenschap en kennis in 1972, waarin geen verplichting bestond om waarschuwingslabels te geven.
  • Beide partijen discussiëren over de verjaring: primair 20-jarige termijn (art. 3:310 lid 1 BW) vs. 30-jarige termijn (art. 3:310 lid 2 BW) en de toepassing daarvan op asbestschade in dit geval. Nefalit stelt dat absolute verjaring verstreken is; [A] betoogt uitzonderingen onder redelijkheid en billijkheid mogelijk.

4. Verjaringstermijnen en redelijkheid en billijkheid

  1. 4.1 De rechtbank kiest de 30-jarige verjaringstermijn (art. 3:310 lid 2 BW) als toepasselijk, vanwege de gevaarlijke aard van asbest; de zaak verschilt van het arrest [D]/[E] (bodemverontreiniging door een gemeente) omdat hier de schade door de gebruiker van asbestplaten wordt veroorzaakt en de verjaring eerder dan bij vervuiling kan spelen.
  2. 4.2 Ook de stelling dat de 30-jarige termijn is verstreken wordt bevestigd; de expertise wijkt niet af van de eerdergenoemde jurisprudentie.
  3. 4.3 De toetsing van verjaring naar redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 BW) vereist alle omstandigheden van het concrete geval: onder meer of een aansprakelijkstelling na het licht komen van de schade tijdig heeft plaatsgevonden en of de vordering kon worden ingediend in redelijke termijn.
  4. 4.4 Nefalit betoogt dat [D]/[E] niet van toepassing is vanwege geen terugwerkende kracht van art. 3:310 lid 5 BW; TAS-/TNS-regelingen dienen alswegingsfactor maar vervangen de jurisprudentie niet.
  5. 4.5 TAS- of TNS-regelingen kunnen relevant zijn als wegingsfactor, maar kunnen de Hoge Raad-jurisprudentie niet verdringen. Verjaring blijft beoordeeld volgens de gezichtspunten uit 4.3.
  6. 4.6 Uit de onder 4.6 besproken gezichtspunten volgt een beoordeling van de aard van de schadevergoeding (materieel en immaterieel), en of de uitkering uit andere hoofde (TNS) van belang is bij de weging. In dit geval heeft [A] EUR 17.050 ontvangen via TNS; de rechtbank oordeelt dat dit niet relevant is voor de weging van gezichtspunten, maar wel voor de positie van [A] om niet met lege handen te staan.
  7. 4.7 Voor de zorgvuldigheid van verweer en de mogelijkheid van verweer tegen verjaring worden concrete stukken en administratie genoemd; Nefalit heeft twintig jaar geleden haar bedrijfsvoering gestaakt en stelt dat zij geen administratie meer heeft, maar de rechtbank vindt dat zij bij 1972-alarmering wel rekening had moeten houden met mogelijke aanspraken en administratie had moeten bewaren.

5. Rollen van TAS/TNS en IAS

Het IAS (Instituut Asbestslachtoffers) is opgericht in 1999 en heeft geprobeerd verjaring te doorbreken via een deskundigenpanel (verjaring) en bemiddeling. De pilot van het panel heeft tot op heden weinig tot geen doorslag gegeven; in veel zaken worden bedragen via bemiddeling toegewezen ondanks verjaring. De motie Kisteman c.s. (Nov 2024) verzoekt afschaffing van de 30-jarige verjaringstermijn voor alle asbestslachtoffers. Verzekeraars doen sinds Okt 2022 geen beroep meer op absolute verjaring bij asbestclaims, hetgeen is vastgelegd in het IAS-convenant. De TAS-/TNS-regelingen bieden enige compensatie en herverdeling bij schade, maar vervangen de verjaring niet volledig.

6. Praktische implicaties voor slachtoffers en bedrijven

  • Langdurige latentietijd van asbestziekten (vaak meer dan 40 jaar) betekent dat schade en aansprakelijkheid pas later aan het licht komen, waardoor verjaring in het spel komt voor claims die verder terugliggen in de tijd.
  • Verzekeraars concluderen dat verjaring vaak kan worden afgewenteld door bemiddeling en vergoeding via TAS/TNS-regelingen, wat de juridische lijdensweg voor slachtoffers kan verkorten maar niet alle gevallen dekt.
  • De juridische discussie over redelijkheid en billijkheid blijft essentieel bij uitzonderingen op de absolute verjaring. De Hoge Raad heeft aangekaart dat uitzonderingen mogelijk zijn wanneer schade verborgen is en pas later constateerbaar wordt.

7. Voorbeelden en vergelijkingen uit jurisprudentie

In Eternit/[G] werd vastgesteld dat het gezondheidsrisico van asbest in 1971 bekend was bij Eternit en dat het publiek waarschuwen een vergaand verwijt was; deze feiten leveren analogie op voor de relatie tussen moedermaatschappij en dochteronderneming (Eternit/Nefalit) en de verantwoordelijkheid voor waarschuwen. Het arrest Van Hese/De Schelde opende eerder de discussie over verjaring in asbestzaken en heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de standaard dat verjaring voor asbestschade streng kan worden getrokken, zeker bij lange blootstellingsperiodes. In 2000 werd het arrest van [D]/[E] door de Hoge Raad aangehaald als kader voor redelijkheid en billijkheid in verjaringsprocedures.

Infographic: Verjaringsschema in asbestzaken (30-jarige termijn, 20-jarige termijn en uitzonderingen)

8. Concluderende observaties zonder expliciet afsluitend sectie

De verjaring in asbestzaken blijft een complex samenspel van wettelijke bepalingen, redelijkheid en billijkheid, en de specifieke feiten per zaak. De Hoge Raad heeft herhaaldelijk benadrukt dat de objectieve verjaring soms buiten toepassing kan blijven in uitzonderlijke gevallen, maar dit vergt zorgvuldige afweging van alle omstandigheden. TAS-/TNS-regelingen en het IAS proberen de zware juridische last voor slachtoffers te verlichten, maar vervangen de verjaring niet volledig. Het debat buiten de rechtszaal over het afschaffen van de 30-jarige termijn blijft actueel, mede door moties en beleidsvoorstellen die een snellere en bredere bescherming beogen voor asbestslachtoffers.

tags: #memorie #van #toelichting #asbest #verjaringstermijn