Mest afvoeren: regels en mogelijkheden in Drenthe

In Drenthe zijn de regels rond het vervoer en de afvoer van dierlijke mest complex en veranderen regelmatig. Dit artikel verzamelt de belangrijkste bepalingen, uitzonderingen en praktische opties voor particulieren, hobbyboeren en landbouwers die mest willen afvoeren of leveren aan uiteenlopende afnemers, met nadruk op de situatie in Drenthe en nabije grensgebieden.

Wat is rVDM en wanneer is het wel of niet nodig?

Vanaf 1 januari 2023 moet het vervoer van dierlijke mest gemeld worden met het realtime Vervoersbewijs dierlijke mest (rVDM). Er zijn echter situaties waarin geen rVDM nodig is, bijvoorbeeld bij het vervoeren van dierlijke mest van een tuincentrum of hovenier naar een particulier. Voor het leveren van dierlijke mest aan een tuincentrum of hovenier is echter wel een rVDM nodig, waarbij opmerkingscode 47 (Afvoer naar tuincentrum of hovenier) vermeld moet worden.

Infographic: Overzicht rVDM-vereisten en uitzonderingen

Het is in beperkte mate mogelijk om forfaitair rechtstreeks aan particulieren te leveren, dus zonder wegen en bemonsteren, mits wel gebruik gemaakt wordt van rVDM. Als aan voorwaarden voldoet, mag vaste mest en drijfmest forfaitair vervoerd worden naar particulieren. Anders moet de mest door een intermediaire onderneming met GR-apparatuur vervoerd worden en gewogen, bemonsterd en geanalyseerd worden. Particulieren hebben wel een relatienummer van RVO nodig; dit nummer moet altijd ingevuld worden in rVDM. Geen uitzondering: de uitzonderingen op het gebruik van een rVDM gelden dus alleen bij het vervoer van vaste mest en drijfmest.

Voorbeelden van rVDM-gevallen en uitzonderingen

Voor gier (mestcode 12 - rundvee en 42 - varkens), filtraat na mestscheiding (mestcode 11 - rundvee en 41 - varkens), koek na mestscheiding (mestcode 13 - rundvee en 43 - varkens) en alle mengsels met deze mestsoorten zijn geen speciale regels: deze mest moet altijd gewogen, bemonsterd en geanalyseerd worden. Vervoer gebeurt door een geregistreerd intermediair die GR-apparatuur gebruikt. Een document met gegevens over mestkorrels, afnemer en leverancier moet aanwezig zijn; de administratie bevat ook hoeveelheden meststoffen, kg stikstof en fosfaat en wie afnemers zijn. De totalen aan particulieren kunnen opgeteld worden; particuliere afnemers hebben geen relatienummer bij RVO nodig.

Uitzonderingen voor mengsels en intermediairs

Vaste meststoffen met maximaal 10% dierlijke mest of champost kunnen zonder rVDM en zonder vervoersdocument naar particulieren vervoerd worden via intermediairs, mits voldaan aan voorwaarden zoals:

  • in 30 dagen na afloop van elk kwartaal een kwartaaloverzicht naar RVO sturen met gehalten, hoeveelheden en afnemers;
  • particuliere afnemers hoeven geen relatienummer bij RVO te hebben;
  • deelnemers in deze regeling moeten GR-apparatuur gebruiken als vervoer met intermediair.

Verder geldt: wegen & bemonsteren of forfaitair vervoer is mogelijk in bepaalde gevallen. Forfaitair vervoer kan plaatsvinden met of zonder GR-apparatuur. GR-apparatuur bepaalt locatiete van het voertuig en stuurt automatisch gegevens naar RVO; bij forfaitair vervoer hoeft mest niet gewogen en bemonsterd te worden. Particulieren blijven in de meeste gevallen geen bedrijf; of u nu particulier bent of landbouwer, hangt af van de situatie en activiteiten.

Wanneer ben je geen particulier?

Het is vaak makkelijker om te bepalen wanneer u geen particulier bent. Duidelijk is dat u geen particulier bent als u bedrijfsmatig dieren houdt of bedrijfsmatig gewassen teelt. Bedrijfsmatig betekent dat u handelt met gebruiks- of winstoogmerk, bijvoorbeeld dieren fokken om te verkopen. Ook tijdelijke uitzetting van dieren tegen betaling kan als bedrijfsmatig gelden. Als u uw dieren voor een hobby houdt maar ze wel bedrijfsmatig gebruikt, geldt de beoordeling per situatie.

Registratie en meldplicht

Als u mest vervoert of verhandelt, moet u uw bedrijf registreren bij de NVWA en de meldplicht volgen. Intermediairs registreren zich bij RVO en gebruiken AGR-GPS-apparatuur goedgekeurd door RVO. Een storing in de apparatuur moet direct gemeld worden in het rVDM-systeem. Mest is een dierlijk bijproduct als het niet voor menselijke consumptie bedoeld is. Voor het vervoer van mest naar mestverwerkingsinstallaties gelden speciale regels en mogelijk is een afvalstofbegeleidingsbrief vereist afhankelijk van de omstandigheden.

Schema: Verantwoordelijkheidslijnen bij mestvervoer

Specifieke normen per mestsoort en grond

Voor de verschillende mestsoorten gelden afwijkende regels. Gier (mestcode 12 en 42) en filtraat na mestscheiding (11 en 41) kennen andere procedures dan vaste mest. Digestaat en meststoffen uit vergisting: afhankelijk van monovergisting of co-vergisting zijn er extra voorwaarden voor uitrijden en gebruik als meststof. Digestaat kan in sommige gevallen als meststof worden uitgereden; anders geldt het als afvalstof.

De Meststoffenwet bevat normen voor hoeveel stikstof en fosfaat per hectare mogen worden uitgereden afhankelijk van de grondsoort en de functie van de grond (grasland, volkstuin, erf, natuurgronden). Voor hobbydieren geldt een lagere norm, met specifieke plafondbedragen per diercategorie. Bij bedrijfsmatige melkveehouderij gelden fosfaatrechten en registratie als bedrijf; bij hobbydieren zijn er onder bepaalde afmetingen afwijkingen mogelijk.

Bij particulieren met grasland waar hobbydieren grazen geldt een maximum van 170 kg stikstof en 90 kg fosfaat uit dierlijke mest per hectare; bij grasland zonder beweiding kunnen deze normen lager liggen (bijvoorbeeld 20 kg fosfaat/ha). Bij uitrijden in verschillende omstandigheden (in grond of onder werkelijke toediening) bestaan extra regels voor emissiearm uitrijden en bufferstroken langs watergangen die benoemd worden in de Meststoffenwet.

Particuliere paardenmest: 8 praktische tips

  1. Houd een eigen mesthoop; mest kan na compostering als bodemverbeteraar dienen, maar controleer de milieu- en stankregels.
  2. Paardenmest op stro kan als bodemverbeteraar voor moestuin of volkstuin gebruikt worden; tuinders kunnen interesse tonen in het ophalen van mest.
  3. Overweeg gezamenlijke mestvoorzieningen (mestplaat of betonnen opslag) bij meerdere particulieren.
  4. Overleg met manege of pensionstal over opslagnormen en betaling voor opslag en afvoer.
  5. Sommige particulieren laten mest ophalen door een boer of loonbedrijf tegen betaling of gratis wanneer mest als bodembemesting wordt gebruikt.
  6. Loonbedrijven leveren vaak mestafvoer als dienst; zij kunnen ook mestvoorzieningen huren zoals containers.
  7. Overweeg gebruik te maken van professionele mestbedrijven voor geregeld ophalen; huur een mestcontainer en laat legen bij behoefte.
  8. Voor plantenreiniging en afvalbeheer: gebruik geen GFT voor paardenmest; meld vervoer met rVDM via e-cert.nl; als intermediair, voer meldingen uit voor voor, tijdens en na transport.

Als particulier mag u in sommige gevallen mest zelf vervoeren, maar in veel situaties is een intermediair of vervoer met GR-apparatuur vereist. Voor mengsels met maximaal 10% champost of dierlijke mest gelden minder strenge voorschriften, maar melden en administratie blijven verplicht. De regels rondom regionale mestafzet en transportcodes (zoals code 32 boer-boer transport en code 71 voor regionale mestafzet overwegingen) kunnen helpen bij het verminderen van de verwerkingplicht.

Diagram: Mestvervoer-regels per scenario

Samenvatting van opties en regels

  • rVDM is verplicht voor veel vormen van mesttransport; er bestaan uitzonderingen voor bepaalde leveringen aan particulieren en tuincentra/hovenierbedrijven.
  • Intermediairs gebruiken GR-apparatuur; administratie moet 5 jaar bewaard worden en involveert gegevens over afnemers, leveranciers en hoeveelheden.
  • Particulieren kunnen onder bepaalde voorwaarden mest leveren of ontvangen zonder relatienummer; anders geldt registratie bij RVO en NVWA.
  • Overmatig gebruik van fosfaat op grond kan leiden tot beperkingen in plaatsingsruimte en mogelijk heffingen; hobbyistische activiteiten hebben lagere normen dan bedrijfsmatige.
  • Voor paardenmest bestaan praktische opties zoals gezamenlijke opslag, regelmatige ophalen door loonbedrijven, of gebruik als bodemverbeteraar via volkstuintjes.

Verdere aandachtspunten

Houd contact met de gemeente over lokale regels rond mestafvoer en woon-werkverkeer, zodat u boetes of sancties voorkomt. De regelgeving omvat ook grensoverschrijdende afstanden voor export wanneer de mest richting België of Duitsland gaat. Controleer altijd actuele regels en verordeningen, want veranderingen kunnen leiden tot aanpassingen in rVDM-vereisten, codes en meldingsplichten.

tags: #mest #afvoeren #drenthe