Metselen metselwerk vereist aandacht voor de juiste mortelkeuze, mengverhoudingen en verwerkingstijden voor een stevige constructie.
Mortel bestaat meestal uit cement, zand en water. Beton bevat daarnaast ook grind. Daardoor is betonmortel geschikt voor zwaardere constructies zoals vloeren, funderingen en poeren.
Voor standaard metselwerk kun je kiezen voor kant-en-klare metselmortel zonder kalk, metselmortel met kalk of metselcement met zand. Kalk kan de mortel soepeler maken en de waterretentie verbeteren. Een mortel zonder kalk heeft andere verwerkingseigenschappen, maar is niet automatisch sterker of geschikter voor iedere toepassing.
Het is belangrijk te kiezen welke mortel bij de steen, toepassing en voegbreedte past. Metselmortel gebruik je voor metselwerk met een normale voegbreedte. Lijmmortel gebruik je voor maatvaste blokken die met een dunne voeg worden verwerkt, zoals cellenbetonblokken en kalkzandsteen lijmblokken. Voegmortel gebruik je voor het vullen en afwerken van voegen in metselwerk, en bepaalt de uitstraling van de muur.
Gietmortel of ondersabelingsmortel lijken op elkaar, maar de verwerking is anders. Gietmortel gebruik je wanneer een ruimte goed gevuld moet worden door aangieten of ondergieten. Ondersabelingsmortel is aardvochtig en wordt handmatig onder een constructie aangebracht.
Betonmortel is enorm veelzijdig en kan gebruikt worden voor funderingen, vloeren, verankeringen en zelfs decoratieve toepassingen. Betonmortel is een mengsel van cement, zand, grind en water; dit mengsel hardt uit tot een stevig materiaal dat bestand is tegen druk en weersinvloeden.
4-in-1 mortel is handig voor kleinere renovaties en verbouwingen waarbij je één veelzijdige mortel wilt gebruiken. De 4-in-1 mortel is bedoeld voor vier toepassingen: metselen,stukadoren, cementdekvloeren leggen en tegels in de mortel zetten.
Wanneer je zelf mortel wilt maken, voeg je water geleidelijk toe volgens de verpakking en meng je tot een juiste consistentie. Mengverhouding en verwerkingstijd hangen af van het product en de ondergrond.
Zorg voor een goede fundering; een fundering moet stevig genoeg zijn voor bijvoorbeeld een klein muurtje wat je wilt metselen. Een goede maatstaaf voor een fundering is: reken voor elke laag stenen een centimeter betonfundering en maak de fundering twee maal zo breed als de muur die je gaat metselen.
Metselprofielen zijn balken die je aan het begin en eind van de muur zet. Om ze te stellen gebruik je rechte houten balken, bevestig ze op een plankje en zet twee schoren vast. Het profiel waterpas houden helpt bij een rechte muur.
De meeste muren worden in een halfsteensverband gemetseld; bij dit verband liggen de stenen half over elkaar heen. Breng op de kop van de volgende steen een laag specie aan en duw hem tegen de eerste steen. De bovenkant van een halfsteensmuur wordt vaak afgewerkt met een rollaag.
Let op regen: als vers metselwerk blootstaat aan regen kan de specie of voegmortel eruit lopen. Een muur kan na twee weken drogen gevoegd worden.
Welke mortel je moet gebruiken hangt af van de klus en het soort blok of steen. Voor palen of kleine snelle plaatsingsklussen kun je snelbeton gebruiken; voor een cementdekvloer zandcement.
Metselmortel gebruik je voor metselwerk met een normale voegbreedte; lijmmortel voor maatvaste blokken en een dunne voeg; voegmortel voor het vullen en afwerken van voegen; en betonmortel voor betonklussen zoals poeren en funderingen.
Betonmortel kan ook worden gebruikt voor het aanleggen van terrassen en opritten, en voor het verankeren van palen en betonpoeren. Wapening zoals netten of staven kan samen met betonmortel zorgen voor extra sterkte.
Bij het kiezen van mortel voor speciale stenen zoals natuursteen, kalkzandsteen of Ytong blokken kijk je naar de juiste lijm of lijmmortel. Gebruik geen gewone metselmortel voor lijmblokken of voor dunne voegen tussen maatvaste blokken.
Mortel bevat bindmiddelen, toeslagstoffen en water; hulpstoffen of toevoegingen kunnen worden gebruikt. Bindmiddelen kunnen cement, kalk of een combinatie daarvan zijn; toeslagstoffen bestaan meestal uit zand en grind.
Veelgemaakte fouten bij mortelgebruik zijn het te vaak gebruiken van dezelfde mortel voor elke klus, te veel water toevoegen en het werken buiten de verwerkingstijd. Houd ook rekening met laagdikte, vorst en weersomstandigheden tijdens verwerking.
Bij Bouwbestel vind je kant-en-klare mortel en alle benodigde cementen en toeslagstoffen. Kijk naar de verpakking voor de juiste toepassing en verwerking.

Samenvatting: De juiste mortelkeuze, mengverhouding en verwerking bepalen de sterkte en duurzaamheid van metselwerk; gebruik snelbeton voor snelle, kleine projecten en betonmortel voor constructieve toepassingen, en voegmortel voor een nette afwerking van voegen.
Snelcement aanbrengen: Stevige verankering voor tuinpalen en betonpoeren!
Overzicht van morteltypen en hun toepassingen
- Metselmortel: voor metselwerk met normale voegbreedte, goede hechting en verwerking.
- Lijmmortel: voor maatvaste blokken met dunne voegen.
- Voegmortel: voor vullen en afwerken van voegen.
- Betonmortel: voor funderingen, vloeren en zware constructies.
- Snelbetonmortel: voor snelle verharding bij kleine klussen.
- Gietmortel: voor aangieten en ondergieten van ruimten.
- Ondersabelingsmortel: aardvochtig en handmatig onder stoppen.
- Zandcement: voor cementdekvloeren en vlakke afwerklagen.
- Vuurvaste mortel: voor hittebestendige toepassingen.
- 4-in-1 mortel: veelzijdig voor kleine renovaties (meestal metselen, stukadoren, dekvloeren leggen, tegels zetten).
Het verschil tussen beton, mortel en cement is essentieel: beton bevat grind naast cement, zand en water; mortel bevat meestal zand en cement of kalk; cementdekvloeren gebruiken zandcement in een vlakke laag.
Voeg altijd water geleidelijk toe om krimpscheuren en hechtingsproblemen te voorkomen. Gebruik gewezen mortel volgens de ondergrond en de gewenste sterkteclassificatie.