Mantels en colberts zullen meestal niet gemaakt worden van tricot stoffen. Maar dan blijven er nog héél véél mogelijkheden over om wel te maken. Dat maakt tricot ook een geliefde stof bij mensen die eigen kleding maken. De dikkere kwaliteit is warmer en meer geschikt voor iets steviger bedoelde kledingstukken zoals broeken en bijvoorbeeld strakke rokken. De dunnere tricots zijn weer heel geschikt om koel te dragen in de warmere seizoenen. En dan maak je er fijne shirts, korte kekke rokjes, vlotte wijde rokken en tops van!
Tricot en ook wel Jersey genoemd is het hele jaar door te koop in de dikkere en de dunnere variatie. Oftewel in het voorjaar en zomerseizoen zijn er veel dunnere en in de herfst winterperiode de dikkere soorten die nieuw in de collectie te koop komen. We onderscheiden geruwde soorten, die dus wat zachter aanvoelen. Of met een crêpe uiterlijk, meer bedoeld voor een nettere uitstraling zoals voor zakelijke of feestelijke kleding. Dan zijn er bijvoorbeeld ook nog Ausbrenner varianten die een wat meer door elkaar lopend van verschillende hoogtes en kleuren effect hebben. De tricots en jerseys zijn gemaakt van bijvoorbeeld, katoen met polyester, acryl met polyester, viscose en polyester menging. Maar ook alleen katoen en polyester of polyamide zijn fijne keuzes.
Ga je je patroon uit tricot knippen, dan zal de tricot aan de randen wat opkrullen, en misschien trekt de zij rand door de fabriek afwerking wat in elkaar. Dan kun je het beste de zelfkant eraf knippen en de krullende randen met bijvoorbeeld magneetjes of zwaarte zakjes vast leggen. Knip bij de randen rondom ongeveer 1,5 cm naad aan, bij zomen en capuchon randen knip je ongeveer 3 cm aan. Door deze bredere zoom of rand gaat de stof na het naaien niet omkrullen. Ga je deze bredere randen verwerken, strijk dan altijd van tevoren deze even goed door met het strijkijzer en naai dan de zomen en/of randen, je bent dan verzekerd van het mooiste resultaat.
Tricot worden het beste met een stretch- of ballpoint naald genaaid, deze zorgen ervoor dat de stof niet beschadigd tijdens het naaien, en ook de gaatjes van de naald vallen dan zo min mogelijk op. En daardoor krijg je weer een mooi regelmatig stiksel. Omdat tricots wel kunnen ladderen maar bijna niet rafelen is de afwerking van de randen met een lock steek het mooiste om te doen. Dit kan met de lock machine of met de gewone naaimachine. Voor alle te naaien naden geldt dat je niet aan de stof gaat trekken tijdens het naaien. Je duwt liever de stof wat onder de voet door dan dat je er aan trekt. Bij schoudernaden, ritsnaden en zaklijnen strijk je naadband op de te naaien stiklijn, hierdoor rekt de naad niet uit tijdens het stikken en dragen.
Naaien doe je het beste met een flauwe zigzag, een driedubbele stretchsteek (deze is wel lastiger weer uit te halen) of speciale stretchsteken die op je machine beschikbaar zijn. Ook de tweelingnaald is heel geliefd om bij tricot stoffen te gebruiken, hiervoor heb je wel twee boven garens nodig en aan de onderkant ontstaat een zigzag. Bij alle Tricots en Jerseys is het verstandig te wassen op een kreukherstellend of wolwasprogramma, 30 a 40 graden is altijd goed. Na het wassen hang je het kledingstuk of de gewassen lap op een rek te drogen. Gebruik vooral geen wasknijpers, de knijp vouwen die daardoor ontstaan zijn erg moeilijk weer weg te krijgen.

Mocht je na het lezen van dit blog nog vragen hebben dan kun je ons altijd via ons contact formulier bereiken en stel gerust je vraag!
Tricot naaitechnieken met gewone naaimachine
Kun je ook tricot stoffen naaien met je gewone naaimachine? Ja zeker kan dat! Voor het naaien van tricot, stretch, jersey, of wel gebreide stoffen heb je echt geen speciale lock machine nodig. Wil jij ook zelf t-shirts, hemdjes of rokken kunnen naaien? Dat kan met je gewone naaimachine!
1. Als je gaat naaien met stretch stoffen dan heb je als eerste speciale naalden nodig. Gebruik stretch naalden of ballpoint naalden in je naaimachine. Die hebben een ronder puntje, waardoor de structuur van je stof niet wordt aangetast.
2. De meeste naaimachines hebben een speciale stretch-stand om tricot stoffen mee te naaien. Zoek uit waar de stretch stand op jouw naaimachine zit en gebruik die altijd bij het naaien van tricot. Op je naaimachine zitten meestal verschillende soorten stretch-steken. Deze steken maken twee stiksels vooruit en weer eentje terug, zodat de naden extra stevig worden en de rek van de stof kunnen opvangen. Anders breekt je stiksel tijdens het aantrekken en dragen van je tricot kleding. Welke steken jouw naaimachine heeft staat als het goed is in de handleiding.
3. Gebruik naaigaren dat goed van kwaliteit is en stevig genoeg om het stretchen van je kleding op te vangen. Je wil niet dat het breekt! Een garen dat geheel of gedeeltelijk uit (gerecycled) polyester bestaat is dus aan te raden. Oefen op proeflapjes (een oud t-shirt of een restje stof bijvoorbeeld), gebruik gewoon eens alle stretch steken die jouw naaimachine heeft en kijk wat er gebeurt.
Heb je geen stretch-steken op je naaimachine? Tijdens het naaien rekt de stof soms toch een beetje uit. Ik maakte 2 online cursussen speciaal over het naaien van Tricot stof voor jullie! Met tips en oefeningen om gelijk mee aan de slag te gaan. - De cursus Naaien met Tricot Stof is een beginners cursus, met de absolute basics over het instellen van je naaimachine en het gebruiken van je stretch-steken voor verschillende doeleinden. - De cursus Tricot Kleding afwerken gaat wat dieper en bevat uitgebreide uitleg over 17 verschillende naaitechnieken met tricot stof.
Aanpassingen en versteviging voor tricot
Er bestaan verschillende soorten tricot en jersey stoffen, de een rekt wat meer dan de ander. Voor alle stoffen geldt: probeer tijdens het naaien niet aan de stof te trekken maar laat de naaimachine het werk doen. Jersey naai je op de zelfde manier als Tricot. Naaien met tricot stoffen kan voor beginnende naaisters de nodige problemen met zich meebrengen. De stof rekt, het krult aan de randen, en is moeilijk om netjes te naaien. Help! Maar die vrees is eigenlijk nergens voor nodig. Zoals je bij veel dingen waarmee je in het begin moeite mee hebt geldt, oefening baart kunst en het valt uiteindelijk best mee.
Wanneer je gaat naaien met stretch stoffen gebruik je speciale naalden. Je gebruikt hiervoor stretch of ballpoint naalden. Die hebben een ronder puntje. Tricot naaimachine: je naaimachine moet op de stretch-stand ingeschakeld zijn. Een naaimachine heeft een aantal steken speciaal voor stretch stoffen tricot steek. Deze is bedoeld om de rek van je stof op te vangen. Als je naaimachine geen tricot steken heeft kan je de randen van de te naaien naden met versteviging (Vliesline) plakken alvorens te naaien. Bij een gewone stiksteek zou de draad breken als je na het naaien de stof uitrekt. Stretch stoffen kan je eigenlijk het beste met een lock machine of overlock machine naaien, deze hebben een steek die makkelijk mee rekt en niet breekt wanneer de stof wordt uitgerekt. Gewone naden stik je met een rechte steek. De naaimachine naait twee steken vooruit en dan weer een rechte steek achter uit, hierdoor krijg je een extra stevige naad.
Hoewel de randen van de tricot stoffen niet rafelen, is het toch mooier om deze af te werken. De naden van voor een kledingstuk van tricot naai je het beste met een lock machine. Het beste resultaat behaal je als alle 4 naalden zijn ingeregen. Wil je de naden vervolgens ook met de naaimachine stikken? Dan kan dat het beste zo dicht mogelijk tegen de lock rand. Naast deze methodes heb je ook verschillende steken op de naaimachine speciaal voor tricot stoffen. Zelf behaal ik het mooiste resultaat door de naden en de zoom rand met de lock machine af te werken. Voor het zomen sla ik het gewenste lengte, deze strijk ik vervolgens. Het is mogelijk om tricot stoffen met de naaimachine te stikken, dit hangt van het soort tricot stof af (dikte en rek gehalte) en het soort naaimachine.
Voor het naaien kan je de naden en zoom rand met vlieseline plakken, hiermee haal je de rek eruit. Vervolgens stik je de naden op elkaar precies op je verstevigde naden. De naad band strijken op de plaats waar je de naad gaat stikken om de rek uit de stof te halen. Let wel op dat je de naad band na het stikken niet meer kunt verwijderen, de rek komt op deze plaatsen dus niet meer terug! Dit word bijvoorbeeld gebruikt bij schoudernaden zodat die later niet gaan uitzakken. De randen kan je zo laten of met een zig zag steek afwerken, dit is wel heel veel werk. De randen zonder de versteviging van de vlieseline zou gaan uitrekken en krullen. De zoom rand kan je voor een betere resultaat dubbel omslaan. Oefen op proeflapjes (een oud t-shirt bijvoorbeeld), gebruik gewoon eens alle stretch steken en kijk wat er gebeurt. Naai twee lapjes op elkaar, werk de randen af met verschillende steken, doe wat leuks met siersteken en begin daarna pas aan het echte werk.
Tijdens het naaien rekt de stof ondanks alles vaak toch een beetje uit. Strijk de stof na elke naad die je naait weer even in model. Voor het omzomen van de stof (bijvoorbeeld onderkant van een t-shirt of mouwtjes) kun je ook een tweelingnaald gebruiken. Die naait in één keer twee evenwijdige rechte stiksels aan de bovenkant van de stof, terwijl de draad aan de onderkant een zigzag maakt. Binnenkort volgt het vervolg op deze blog. We zullen dan de volgende onderwerpen behandelen: Hoe werk je tricot stoffen af; Hoe rimpel je tricot stoffen; Hoe meet je het stretcht gehalte van tricot stoffen; Wil je mooie kleding leren maken en met tricot stoffen leren naaien!
Naaien met stretchstoffen? Deze draad verandert alles.
Waarom tricot zo populair is en waar op letten
Tricot stond lang bekend als het katoenen T-shirt- en ondergoedstof, maar is tegenwoordig veel meer dan dat. Tricot is eigenlijk de algemene benaming voor gebreide stoffen, en doordat het gebreid is, is het rekbaar en erg comfortabel. Als beginner kan het werken met tricot soms nog lastig zijn; de stof krult soms om en rekt enorm mee waardoor het lastiger te verwerken is dan bijvoorbeeld katoenen stof. Om te beginnen zijn er verschillende soorten tricots. Er zijn ‘single’ tricots, deze heeft aan een kant rechtse steken en aan de andere kant linkse steken. Daardoor ziet de ene zijde er anders uit dan de andere. Single tricots zijn wat dunner en is erg rekbaar en soepel. Een ‘double’ tricot, ook wel interlock genoemd, ziet er aan beide kanten hetzelfde uit en is wat dikker. Er zijn dan ook weer verschillende single en interlock-tricots. Een bekende variant is de travel jersey. Dit is een gladde tricot met aan beide kanten elasticiteit en de look van een lycra stof. De stof is erg comfortabel en, zoals de naam het al zegt, daarom fijn voor outfits voor op reis of onderweg. Een andere populaire tricot is de jogging stof, ook wel sweatstof genoemd. Deze isoleert de warmte en neemt vocht goed op door het gebruik van speciale katoenen breisels. Door deze combinatie werd het voorheen veel gebruikt voor sportkleding maar tegenwoordig worden er ook veel andere items van gemaakt. Er worden bijvoorbeeld blazers van gemaakt, waarvan de zoom onafgewerkt kan blijven. Een stof die tussen jersey en joggingstof in valt is de french terry. Deze is wat dikker dan ‘gewone’ tricot maar wat dunner dan jogging. Deze is aan de binnenkant niet geruwd waardoor je het breisel beter ziet zitten en waardoor het wat minder volumineus is.
Er zijn bepaalde onderdelen die om extra aandacht vragen wat betreft het verstevigen, niet alleen voor het vereenvoudigen van het bewerken, maar ook om uitrekken te voorkomen. De schoudernaden zijn zo’n voorbeeld. Door een kledingstuk veel aan en uit te trekken kunnen schoudernaden toch gaan uitrekken, dit kun je voorkomen door een naadbandje in de schoudernaden mee te stikken. Hierbij moet je wel rekening houden met het feit dat je dan de rek uit de schoudernaad haalt. Een andere oplossing is er in de vorm van framalastic, een transparant elastiek te verkrijgen in 6 mm en 9 mm. Ook de armsgaten of halslijnen kunnen worden gestabiliseerd. Dit kun je doen door gebruik te maken van vormband, beleg of biaisband. Maar: bij al deze bewerkingen gaat de rekbaarheid verloren. Net als hierboven genoemd, kun je ook hierbij framalastic gebruiken of rekbare biaisband om de rekbaarheid te behouden. Niet alleen de naden moeten (of kunnen) soms verstevigd worden. Ook de kragen en bijvoorbeeld de belegdelen moeten worden gestabiliseerd om te voorkomen dat ze gaan hangen. Ook daarvoor gebruik je tussenvoering (ook wel Vlieseline genoemd).
Tricot- en jersey-stoffen hebben unieke eigenschappen zoals verwerkbaarheid, rekbaarheid en krulling. Strijk na elke naad en voor het omzomen de stof in model. De naden rafelen meestal niet, daarom is het niet nodig om deze af te werken, maar een nette afwerking ziet er altijd mooier uit. De randen kun je eventueel met een zigzag of overlock afwerken, afhankelijk van gewenste esthetiek en rekzaamheid. Het belangrijkste blijft: laat de stof tijdens het naaien niet trekken en gebruik voldoende kopspelden om patroondelen vast te zetten.
