Historische fabrieksschoorstenen vormen een bijzondere categorie binnen het industriële erfgoed. Net als watertorens en vuurtorens zijn het markante elementen in het beeld van stad en land. De herwaardering van de schoorsteen als monument van bedrijf en techniek heeft inmiddels zo’n hoge vlucht genomen dat een thema als dit wenselijk is.
Functie en oorsprong van fabrieksschoorstenen
Een fabrieksschoorsteen is een kanaal dat dient tot afvoer van verbrandingsgassen die vrijkomen bij een productieproces. De oudste schoorstenen stonden bij bedrijven met een productieproces waarin veel warmte of vuur noodzakelijk was, zoals steenbakkerijen, ijzergieterijen en glasfabrieken. Deze bedrijven gebruikten al schoorstenen voor de komst van de stoommachine. Het merendeel van de latere schoorstenen had, naast het zorgen voor trek, alleen de functie van rookafvoer voor een ketel behorende bij een stoommachine. Bij raffinageprocessen werden schoorstenen ook gebruikt om gevaarlijke dampen af te voeren. Een enkele keer werd een schoorsteen gebouwd voor stofafzuiging of voor ventilatie.
Een andere stooktechniek maakte in de tweede helft van de twintigste eeuw hoge gemetselde en betonnen schoorstenen overbodig. Een korte metalen pijp kon voortaan volstaan. De meeste nu nog in gebruik zijnde schoorstenen hebben een functie in het verlengde van het oorspronkelijke gebruiksdoel, de rookafvoer. Dat geldt ook voor werkende monumenten, zoals historische stoomgemalen. Alleen stookwijze en intensiteit van het gebruik kunnen zijn veranderd. Ook worden schoorstenen wel in reserve gehouden voor het geval dat andere afzuigsystemen uitvallen.
Ontwikkeling en bouw van schoorstenen
De groeiende erkenning van fabrieksschoorstenen heeft geleid tot aanwijzingen als rijksmonument. Uit de periode tot 1940 zijn enige tientallen schoorstenen in het register van beschermde monumenten opgenomen, al dan niet als onderdeel van een groter geheel. Dit thema gaat hoofdzakelijk over historische, gemetselde fabrieksschoorstenen, maar ook schoorstenen van na 1945 en schoorstenen van andere materialen, zoals beton en ijzer, kunnen te maken krijgen met de beschreven problematiek.
Tijdens de negentiende eeuw werden door toepassing van stoommachines veel schoorstenen gebouwd. In elke bedrijfstak waar behoefte was aan kracht of energie werden schoorstenen toegepast, zoals bij steenfabrieken, textielfabrieken, wasserijen en zuivelfabrieken. Naast bedrijven zijn er ook schoorstenen gebouwd bij gemalen en bij ketelhuizen van tuinbouwbedrijven, kloosters, zorginstellingen en openbare voorzieningen zoals zwembaden en scholen.
Tussen 1820 en 1850 worden schoorstenen steeds hoger, maar de traditionele bouwmethodes blijven in zwang. De ontwikkelingen binnen deze industrieën maken de bouw van steeds meer en hogere schoorstenen noodzakelijk. Bij de berekening van de maatvoering van schoorstenen is het verwarmende keteloppervlak een belangrijk gegeven voor hoogte, diameter en trek. De hoogte van de te bouwen schoorstenen was daarnaast afhankelijk van het soort ketel dat gebruikt werd, de hitte en de chemische samenstelling van de rookgassen.
Technische kenmerken en esthetiek
In het begin van de twintigste eeuw ontstaan er door de grotere aantallen te bouwen schoorstenen standaardtypes voor kleinere schoorstenen tot ongeveer twintig meter hoogte. De koppen hebben een zeer karakteristiek uiterlijk, soms met toepassing van gebogen stenen, waardoor de uitkraging een vloeiende lijn krijgt. Tot de Tweede Wereldoorlog blijft de vormgeving van fabrieksschoorstenen vrijwel gelijk. Alleen versieringen in de vorm van gekleurde stenen als ornament of letters verleenden een schoorsteen een fraaier uiterlijk. De komst van gewapend beton betekende niet dat dit materiaal op grote schaal werd toegepast bij schoorsteenbouw; dat gebeurde pas in de jaren vijftig bij hoge schoorstenen.
Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er een korte opleving in de bouw van schoorstenen, deels als gevolg van oorlogsschade. Door de afname van het gebruik van stoommachines is de gehele schoorsteenbouw daarna een aflopende zaak. Na 1970 zijn er bijna geen nieuwe schoorstenen meer gebouwd. De oudste fabrieksschoorstenen werden van gelijksoortige stenen gebouwd als de gebouwen waar ze toe behoorden. De rookgassen hadden geen extreem hoge temperaturen. De uitvinding in Duitsland van de strengpers voor steenfabricage maakte het vanaf 1855 mogelijk bakstenen in een bepaalde vorm te persen en daardoor industrieel in plaats van handmatig te produceren. In 1880 kwam de eerste strengpers in Nederland in bedrijf, waarmee ook een nieuw soort baksteen kon worden geproduceerd: de radiaalsteen.
Radiaalstenen waren veel groter dan de Waalstenen of andere steensoorten die tot dan werden gebruikt. Met radiaalstenen kon sneller worden gebouwd. Er ontstond ook een andere werkwijze: men leerde schoorstenen van binnenuit op te metselen, zonder het gebruik van een buitenwerkse steiger. Tussen 1850 en 1880 bouwden vooral Belgische en Duitse bedrijven in Nederland de grotere schoorstenen.
Bekende voorbeelden en restauraties
De vermoedelijk oudste in Nederland nog bestaande schoorsteen van massieve handvorm-radiaalsteen is die van de Damasten Linnenweverij Van Oerle in Boxtel, uit 1852. Het is een rijksmonument. Om inspecties zowel inwendig als uitwendig mogelijk te maken, werden er ijzeren klimijzers in de schoorsteen gemetseld. Voor de stevigheid, vooral bij hogere temperaturen, werden nieuwe schoorstenen een enkele keer ingebonden met metalen trekbanden. Maar meestal werden trekbanden pas na vele jaren van gebruik aangebracht.
In Tilburg staat de BeKa-schoorsteen uit 1904, een vrijstaande 50 meter hoge ronde schoorsteen van binnenuit opgemetseld met radiaalstenen. De schoorsteen is versierd met motieven in gele steen en een band met het bouwjaar 1904, en de letters BEKA zijn geschilderd. Deze schoorsteen was een visitekaartje voor de wolstoffenfabriek Van den Bergh Krabbendam (BeKa) en werd in 2017 grootscheeps gerestaureerd. De werkzaamheden omvatten het vervangen van voegwerk, repareren van metselwerk en het conserveren van stalen banden en klimbeugels; alle kapotte stenen werden vervangen of gerepareerd.
De BeKa-schoorsteen maakte deel uit van de fabrieksgeschiedenis die in Tilburg een belangrijke rol speelde bij de textielindustrie. In 1904 werd de schoorsteen gebouwd op het terrein van de wollenstoffenfabriek Van den Bergh Krabbendam. In 1859 vestigde Van den Bergh Krabbendam zijn wollenstoffenfabriek in het kazernecomplex; door expansie werd uiteindelijk een eigen energiecentrale opgericht met een stoommachine van 1000 pk en twee stoomketels. Na 1968 werd de productie stopgezet en bleef slechts de schoorsteen overeind als monument.

Beeld en betekenis in stedelijk erfgoed
Fabrieksschoorstenen zijn van cultuurhistorische waarde als tastbare symbolen van de industrialisatie van Nederland vanuit de negentiende eeuw. Tot ver na de Tweede Wereldoorlog stonden ze symbool voor welvaart, getuige het gezegde “de schoorsteen moet roken”. De regionale spreiding liep sterk uiteen, van industriële landschappen met vele schoorstenen tot een enkele zuivelfabriek op het platteland. De architectonische waarde wordt bepaald door hoogte, omvang en gebruikte steen, van gewone baksteen tot radiaalsteen, wat de vorm van de schoorsteen bepaalt: vierkant of rond. Schoorstenen bestaan uit voet, schacht en kop; de voet kan rond, vierkant of meerhoekig zijn, en de kop is vaak uitkragend ter versteviging tegen temperatuurverschillen en wind.
Bij restauratie dient men aandacht te besteden aan bestaand metselwerk en aan eventueel ingemetselde letters of ontwerpen. Antennes en reclames kunnen de gaafheid van schoorstenen aantasten als deze zonder respect worden geplaatst. Het aantal nog resterende schoorstenen in Nederland bedraagt ruim 600, terwijl meer dan tienduizend ooit hebben bestaan. Ze vormen belangrijke monumenten die het verhaal vertellen over de industriële ontwikkeling van steden en dorpen, evenals over ontwerpers en bouwers die deze iconen hebben vormgegeven.

- Oorsprong en functie van schoorstenen bij stoommachines
- Technische ontwikkelingen: radiaalsteen en kopuitkraging
- Esthetiek: versieringen en bedrijfsreclames
- Restauratie- en behoudpraktijken voor Rijksmonumenten
Arjan Barnard documenteerde deze industriële bouwwerken uitgebreid en gaf in 2017 zijn boek Fabrieksschoorstenen in Nederland uit, met een overzicht van circa 7000 locaties waar ooit schoorstenen stonden. Het onderwerp blijft actueel in de discussie over erfgoed en stedelijke identiteit, met trekking naar de restauratie en bescherming van nog resterende monumenten zoals de BeKa-schoorsteen in Tilburg.
De Industriële Revolutie (18e-19e eeuw)
tags: #oude #schoorsteen #tilburg