Bij de aansluiting van een balkon of galerij is er sprake van extra warmteverlies. De detaillering bepaalt de mate van warmteverlies en de oppervlaktetemperatuur ter plaatse van het detail. In de (oudere) bestaande bouw is het balkon veelal aangestort aan de verdiepingsvloer. Door het balkon te ontkoppelen van de vloer wordt het warmteverlies ter plaatse van de thermische brug beperkt. Als gevolg daarvan stijgt ook de oppervlaktetemperatuur.
Afhankelijk van de constructieve bevestiging van het balkon kan er bij de ontkoppeling onderscheid worden gemaakt tussen:
- Beton-beton aansluiting: hierbij wordt het betonnen balkon via een geïsoleerd verankeringssysteem ontkoppeld van de vloer. Deze oplossing wordt gebruikt op het moment dat het balkon meegestort wordt tijdens de (nieuw-)bouw, maar kan ook gebruikt worden bij renovatie waarbij het balkon ontkoppeld moet worden.
- Beton-staal aansluiting: hierbij wordt een staalconstructie bevestigd aan het casco. Het balkon steunt vervolgens op de staalconstructie.
In afbeelding 11 is een thermografisch beeld gegeven van een balkon uit gewapend beton met (rechts) en zonder (links) thermische scheiding. In de linker situatie is het balkon aangestort aan de verdiepingsvloer. Deze situatie komt niet in nieuwbouw voor (vanwege de f-factor eis), maar komt wel regelmatig voor bij bestaande bouw. Aan de hand van de kleurenverdeling in de afbeelding is te zien hoe het warmteverlies via de balkonplaat plaatsvindt van binnen (rood) naar buiten (blauw). De rechter afbeelding toont een balkonaansluiting die thermisch ontkoppeld is.
Balkons en galerijen kenmerken zich door hun functionaliteit. Als geen ander weet Riboton aan welke eisen balkon- en galerijplaten moeten voldoen. Wij bieden u een enorme vrijheid om geheel naar wens balkonplaten en galerijplaten te laten produceren, eventueel geleverd met ingestorte voorzieningen voor het aanbrengen van balustrades en hekwerken. Daar kunt u alleen maar uw voordeel mee doen. Balkonplaten en galerijplaten met eindeloos veel mogelijkheden: Meegestorte anti-slipstructuren voor optimale veiligheid, zoals Ribowafel en Riboweef. Verankeringen door middel van bijvoorbeeld koudebruggen-onderbrekingen.
11.1 Algemeen
In dit katern is omschreven op welke wijze aansluitingen van kozijnen aan het bouwkundig kader dienen te worden uitgevoerd. Basis uitgangspunten zijn de traditionele kozijnaansluitingen op een stenen binnenblad met isolatie in de spouw. Met betrekking tot de bouwkundige aansluitingen, volgens BRL 0801 paragraaf 6.1, draagt de timmerfabrikant in concept III en IV voor ontwerp en montage de verantwoordelijkheid.
11.2 Toepassingsklassen
De toepassingsklassen voor houten gevelelementen geeft de mate van blootstelling /belasting van het (buiten)klimaat op het houten gevelelement aan. Aan houten gevelelementen met een hoge blootstelling/belasting van het buitenklimaat worden hogere eisen gesteld tan aanzien van de toegepaste materialen (zoals houtsoort en verlijming).
11.4.2 Plaatsing in de bouw
Voor eisen en verantwoordelijkheden met betrekking tot aanlevering en plaatsing van kozijnen en toe te passen dichtingsmaterialen e.d. in de bouw wordt verwezen naar de katernen 40, 72, 73 en 81. in de bouwkundige aansluitingen mogen geen capillaire naden voorkomen. Zo dient bij het plaatsen van raamdorpelstenen rekening te worden gehouden met een vrije ruimte in de aansluiting op de onderzijde van de onderdorpel (e.e.a. om de onderdorpel te kunnen afschilderen en onderhouden is het noodzakelijk dat er onder de neus van de onderdorpel een vrije hoogte is van 15 mm.
11.5.1 Inmetselkozijnen
Bij inmetselkozijnen worden spouwlatten toegepast die als overgangselement dienen tussen kozijn en bouwkundig kader (zie tekening 11.B1.01).
11.5.2 Prefab betonnen wanden
Bij het monteren van kozijnen tegen prefab betonnen wanden worden, net als bij inmetselkozijnen, spouwlatten toegepast die als overgangselement dienen tussen kozijn en bouwkundig kader (zie tekening 11.B1.01). De omkanten van de kozijnen dienen, in verband met de opname van spouwlatten en voor een juiste aansluiting op het bouwkundig kader, te worden geprofileerd.
11.5.3 Niet dragende houten binnenspouwbladen en Houtskeletbouw
Aansluitingen van kozijnen op niet dragende houten binnenspouwbladen en houtskeletbouw zijn afwijkend van de “standaard” inmetselkozijnen. In de tekeningen van de serie 11.B2 zijn enkele veelvoorkomende details weergegeven.
11.5.4 Stelkozijnen (t.b.v. Het stelkozijn dient als overgangselement tussen het kozijn en het bouwkundig kader (zie tekening 11.B1.02).
11.6 De plaats en bevestiging van het kozijn in/aan de gevel
11.6.1 Algemeen
De tekeningen 11.B1 en 11.B2 ( kozijnen met spouwlatten of stelkozijnen voor “standaard” kozijnen) en 11.B3 (“bijzondere” kozijnvormen) geven hoofd principes weer. Hierbij worden ook de toepassingsklassen benoemd.
11.6.3 Spouwlatten
Bij de aansluiting op spouwmuren kan gebruik worden gemaakt van spouwlatten. De aansluiting van de spouwlat op het kozijn moet “luchtdicht” worden uitgevoerd. De minimale afmeting van een spouwlat bedraagt 27 x 44 mm voor montage tegen een houten binnenspouwblad. De minimale dikte van de spouwlat bedraagt 38 mm voor montage tegen een binnenspouwblad van andere materialen. De minimale oplegmaat van de spouwlat op het bouwkundig kader is 25 mm. De aansluiting van de spouwlat op het kozijn moet voldoende luchtdicht worden uitgevoerd. De onderlinge aansluiting van de spouwlatten dient luchtdicht uitgevoerd te worden.
11.7 Dichtingen, lucht en water
11.7.1 Luchtdichting bij de aansluiting op het bouwkundig kader: Om luchtstromen te voorkomen moet de aansluiting van kozijn/spouwlat met het bouwkundig kader (warme zijde) rondgaand luchtdicht zijn. Deze dichting moet ononderbroken, in één vlak, worden aangebracht.
11.7.2 Waterdichting
11.7.2.1 Algemeen: Voor het realiseren van de waterdichting bij de aansluitingen dient gebruik te worden gemaakt van waterdichte/waterwerende lagen. Overlappingen dienen “dakpansgewijs” uitgevoerd te worden.
11.7.2.2 Aanbrengen en uitvoering van de waterdichting(en): De bovenzijde van de spouwlat/stelkozijn en de bovendorpel van het kozijn moet beschermd worden tegen water dat in de spouw terecht is gekomen. De waterdichte laag moet minimaal 150 mm hoog tegen het binnenblad bevestigd worden. Het verticale deel van de waterdichte laag buiten de gevelvulling dient ten minste 15 mm hoog te zijn. De waterdichte laag dient het eventueel onderliggende kozijn aan weerszijden ten minste 100 mm overlappen en tenminste 20 mm worden opgezet.
In relatie tot prefab balkons en galerijen is Mombarg Beton een specialist in de productie van prefab betonnen balkons en galerijen. Onze elementen worden geleverd met engineering, teken- en berekenwerk, en garantiecertificaat, conform ISO 14001 en KOMO BRL2813.

tags: #prefab #balkonplaat #detail