Renovatie en geschiedenis van de Augustijnenkerk en klooster Mariënhage in Eindhoven

Oorsprong Het aloude klooster Mariënhage is eeuwenlang van grote religieuze betekenis geweest voor de stad Eindhoven en omgeving. Zijn geschiedenis neemt een aanvang in 1419 toen vijf vrome Eindhovense burgers besloten een gemeenschappelijk leven te gaan leiden onder de regel van de heilige Augustinus. Zij werden in hun opzet gesteund door een canunnik van de Sint Catharina, Arnoud Roelofs, biechtvader van Jan van Schoonvorst, heer van Eindhoven, met wiens medewerking tot de stichting van het klooster kon worden overgegaan. De hertog van Brabant, Jan IV, gemaal van Jacoba van Beieren, verleende visrecht op de Dommel van Son tot Stratum en gaf daarmee een impuls aan de stedelijke ontwikkeling.

De kloosterlingen werden ondergebracht in het versterkte huis Ten Haghe, dat zijn strategische functie overdroeg aan het kasteel van Eindhoven en nu omgedoopt werd tot Maria in Dumo of Onser Lieven Vrouwe op die Haghe. Jan van Schoonvorst verrijkte het klooster met talrijke goederen en met 100 gulden Hollands om missen te lezen voor zijn zielerust. In 1424 werd Mariënhage ingesloten in overeenstemming met het religieuze gevoelen van die tijd, en men bepaalde een gebied waarbinnen de kloosterlingen zich niet mochten begeven in navolging van de kartuize.

Mariënhage werd een middenplaats tussen de spiritualiteit der Windesheimers en die der Zuidnederlandse Kanunniken, wat de kloosterorde een bijzondere positie gaf. De band met de Zuidelijke Nederlanden blijkt uit de herkomst van de conventuales, kloosterlingen van andere orden met minder strenge regels. Nicolaus Clopper, priester van het klooster, voltooide in 1472 zijn Florarium Temporum, een bron voor de geschiedenis van het Bourgondische rijk der late middeleeuwen. Door toedoen van Cloppers vader, raadsheer van de hertog van Brabant, bezat het klooster het geestelijk toezicht op de kanunnikessen van Jericho in Brussel. Cloppers werk geeft ook een indruk van de rijke bibliotheek die Mariënhage bezat, en het klooster werd al spoedig bekend als broedplaats van heilige en geleerde mannen.

Afbeelding: Gemeenschappelijk leven en bibliotheek van Mariënhage

Reformatie en middeleeuwse roerigheid

Reformatie Zowel orthodoxie als heterodoxie vond men binnen de muren van Mariënhage. Het veld winnen van het protestantisme tezamen met de Staatse legers leidde ertoe dat de regulieren de vlucht moesten nemen naar Den Bosch. Bij de belegering van Eindhoven in 1581 werd het klooster in puin geschoten. Na een gedeeltelijke restauratie kon het 53 jaar later weer betrokken worden, maar lang mocht het verblijf niet duren. In 1636 gebood het plakkaat van retorsie alle kloosterlingen de Meierei te verlaten, hetgeen nog enige tijd kon worden verhinderd door bemoeienissen van de gedeeltelijk gereformeerde magistraat van Eindhoven. De verplaatsing had gevolgen voor voedselvoorziening en onderwijs voor inwoners, en uiteindelijk zocht men in 1686 onderdak bij de domeinen in Weert, waar ze onderwijs gaven.

Negenentuige zoete en stoutmoedige twintigste eeuw

Negentiende Eeuw In 1794 werd de kelder van Mariënhage door de Fransen als graanschuur gebruikt, terwijl in de kloosterkerk bakovens werden gebouwd. De overblijfselen der kerk richtte men in de 19e eeuw in als garenmagazijn. De augustijner eremieten kochten het complex in 1890 om het als klooster te bewonen en stichtten in 1898 een openbare kerk. In hetzelfde jaar werd het Gymnasium Augustinianum gesticht en kreeg de kloostergemeenschap verdere onderwijs-faciliteiten, waaronder het Philosophicum met een waardevolle bibliotheek die nu nog dienstdoet voor geïnteresseerden uit Eindhoven en omgeving. Het oudste gebouw van de stad vertelt een rijk en verdienstelijk verleden, en in 2007 werd een middeleeuwse kelder gevonden tijdens opgravingen voor een nieuwbouwproject.

Een kopergravure van Constantijn Daniël van Renesse uit ca. 1650-1660, gesitueerd mogelijk in de Mariënhage-ruïnes, toont de Catharinakerk op de achtergrond. De foto’s en literatuur hierover, waaronder Florarium Temporum, geven een beeld van de culturele rijkdom van het klooster. Uit archiefonderzoek komt naar voren dat Florarium Temporum een uniek manuscript is dat in Düsseldorf wordt bewaard, terwijl Eindhoven ernaar streeft dit werk terug te halen en tentoon te stellen in een manifestatie rondom Mariënhage.

Kopergravure van Dorpskermis met twee Charlatans, mogelijk gesitueerd in Mariënhage

20e en 21e eeuw: van oorlog tot toekomstvisie

Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderging Mariënhage ingrijpende gebeurtenissen. De paters en broeders moesten schuilkelders gebruiken vanwege luchtaanvallen en de dreiging van bombardementen op Eindhoven. De kloosterbibliotheek werd tijdelijk verplaatst naar het Buitenziekenhuis, terwijl schilderijen en andere kunstwerken naar veilige plaatsen werden gebracht. De Duitsers dwongen verhuizingen en ontruimingen, wat de kloosterlingen dwong zich verspreid te vestigen over de stad. Ondanks de oorlogsomstandigheden bleef de Paterskerk in gebruik voor kerkdiensten, zij het met maatregelen ter bescherming en verduistering.

Na de oorlog werden plannen voor herbestemming en restauratie concreet. In 2017 werd Mariënhage gekocht door Dela, en werd besloten om er een ceremoniehuis DomusDela van te maken, met de Paterskerk en het klooster als kernpunt. De gebiedsontwikkeling omvat een combinatie van restauratie, herbestemming en publieke toegang, met drie nieuwe entrees die de verbinding tussen het historische en het moderne gedeelte versterken. Het doel is een ontmoetingsplaats te creëren die de geschiedenis van Mariënhage zichtbaar maakt en tegelijk een eigentijdse openbare ruimte biedt voor alle inwoners van Eindhoven.

Plattegrond van het renovatiegebied Mariënhage en Paterskerk

Architectuur en kunst rond de Augustijnenkerk

De Augustijnenkerk is gebouwd in neogotische stijl en bevat een imposant Heilig Hartbeeld op de torenspits, ontworpen door Jean Geelen en uitgevoerd in koper. De torenspits draagt een gevierde associatie met het beeld dat bekendstaat als Jezus Waaghals. De gebrandschilderde ramen in de transeptgevels zijn van Daan Wildschut en Charles Eyck, terwijl de inrichting elementen van Jan Custers weerspiegelen. De kerk is de tweede grootste in Eindhoven en vormt een integraal onderdeel van de historisch veelkleurige kloostergeschiedenis van Mariënhage.

Het orgel heeft een lange geschiedenis; het grote orgel uit 1906 werd gebouwd door Michaël Maarschalkerweerd met neogotisch frontontwerp. In 1955 werd het zwelwerk aangepast en later gereconstrueerd tijdens restauraties in 2006 en 2014. Het kabinetorgel dateert uit ca. 1810 en is verplaatst naar de kapel van het Gymnasium Augustinianum. De muzikale erfenis van de Augustijnenkloosterkerk blijft een van de belangrijkste culturele sporen van Eindhoven.

Huidige ontwikkelingen en erfgoedbehoud

Plan Mariënhage en Paterskerk Dela zet in op een integrale gebiedsontwikkeling met focus op ontmoetingen, horeca, hotel en congresruimte. De gemeente Eindhoven reserveerde 2015 1,6 miljoen euro voor deze ontwikkeling. De betrokken partijen streven naar een geleidelijke ontwikkeling die erfgoed conserveert en tegelijkertijd een moderne, toegankelijke publieke ruimte creëert. De betrokken instellingen willen dat het gebied een plek wordt van ontmoeting, verbinding en verdieping waar geschiedenis en hedendaagse functionaliteit elkaar ontmoeten.

Historisch en cultureel belang blijft centraal staan bij alle toekomstige plannen. De beroemde muur van de kloosterkerk kan mogelijk zichtbaar worden gemaakt bij toekomstige uitbreidingen. Wettelijk en cultureel erfgoedoverheden waken mee over zorgvuldig herstel en integratie, zodat de rijkdom van Mariënhage behouden blijft voor toekomstige generaties. De samenwerking tussen DELA en de gemeente Eindhoven vormt een voorbeeld van publiek-private samenwerking met focus op stedelijke vernieuwing en erfgoedbehoud.

Historische muur en zichtbare elementen van de oude kloosterkerk

Samenvatting van belangrijkste feiten

  • Oorsprong en stichting: 1419, ruimtelijke en religieuze basis door vijf Eindhovense burgers onder Augustijnregel.
  • Stedelijke implicaties: visrecht, accijnzen en gilden naar aanleiding van de kloosterstichting.
  • Kloostergeschiedenis: roerige middeleeuwen tot reformatie en oorlogsjaren in Eindhoven.
  • Noviteiten: Florarium Temporum (Clopper jr.) als uniek middeleeuws manuscript; later in Düsseldorf bewaard.
  • 18e-21e eeuw: oorlogsomstandigheden, verplaatsingen, restauraties en herbestemming naar DomusDela door DELA.

tags: #renovatie #augustijnenkerk #eindhoven