DRIEZUM- De dertig meter hoge toren van de hervormde kerk in Driezum staat voor onderhoud in de steigers. Er wordt groot onderhoud uitgevoerd aan met name de torenspits. De zware draagbalken onder de spits (het tafelement) wordt grotendeels vervangen. De spits wordt belegd met nieuwe leien. Het haantje, de pijnappel en het kruis worden gedemonteerd, behandeld en weer herplaatst. De bliksembeveiliging wordt hersteld en ca. 85 vierkante meter voegwerk wordt vervangen. Tot slot worden de rozetramen hersteld en vindt er schilderwerk plaats. In 1968 en in 1987 stond de 145-jarige toren ook al eens in de steigers vanwege restauratiewerkzaamheden. De werkzaamheden worden uitgevoerd door Bouwbedrijf Van der Werff Dokkum B.V. Pieter van der Bij van Streekargyf Noardeast-Fryslân meldt in het kader van de restauratie dat de toren, in tegenstelling tot het schip van de kerk, eigendom is van Dantumadiel.

Een kerktoren was van oudsher van de ‘gemeenschap’. De klok werd geluid bij gevaar, brand, hoog water of bij heugelijke en droeve (lands)aangelegenheden. Bovendien luidde de klok drie keer daags om de tijd aan te geven voor het volk dat in het veld werkzaam was. De toren werd door de plaatselijke boevenvanger ook gebruikt als ‘hûnegat’; voor het tijdelijk opsluiten van arrestanten. De oorspronkelijke toren van 1469 had een zadeldaktoren. In de negentiende eeuw was de toestand van de toren zo slecht dat men de torenklok amper meer durfde te luiden.

In opdracht van de kerkvoogdij en naar de plannen van H.H Korenstra werd er in 1876 een nieuwe toren gebouwd. Die was volgens de omschrijving van de Rijksdienst “een neoclassicistische toren van drie geledingen met ingesnoerde spits”. “Den 5 April 1876 is aan deze toren, ter vervanging van den zeer bouwvalligen, sedert 1469 bestaanden, de eerste steen gelegd door D.J.V. Baron van Sytzama. Burgemeester van Dantumadeel en Kerkvoogd te Driezum. De medekerkvoogden waren S.F. de Boer en G.J. Hoek. Architekt deze stichting was H.H. Korenstra, Opzigter J.W.G. Duiff, burgemeester T.J. De dubbele pet van de Baron, bewoner van het nabij gelegen Rinsma State, zou nog voor problemen zorgen. Burgemeester Van Sijtzama had per maart 1876 op eigen verzoek ontslag aangevraagd en gekregen. Hij bleef daarna wel aan als raadslid. Hij werd opgevolgd door Jonkheer H.H.A.J. de Geer en diens eerste heikele klus was de financiering van de torenbouw in Driezum. Burgemeester De Geer stelde een onderzoek in.

Er was eerst al onduidelijkheid over een bedrag van bijna 1000 gulden. Dat was gebruikt voor onderhoud terwijl toen al duidelijk was dat de toren afgebroken moest worden omdat die gevaar opleverde voor de omgeving. Voor afbraak en opbouw kreeg de burgemeester annex president-kerkvoogd daarna een volmacht mee van de raad. Waarna er dus achteraf een forse overschrijding werd geconstateerd. De burgerlijke gemeente draaide op voor die extra kosten en de raad vond het daarom te gortig dat op de gedenksteen ‘de H.H. Kerkvoogden’ alle eer toekwam voor de torenbouw. De gedenksteen werd daarom vervangen door een steen met de meer reëele tekst: “In het jaar 1876 is de toren gebouwd.”

Door zendelingen als Bonifatius, Willehad en Liudger werd ook in deze regio een christelijke gemeente geboren. Voor de gereformeerde kerk in heel Dantumadeel werd ds. Fredericus bevestigd. Dantumawoude, Driesum en Wouterswoude vormen één gemeente met één predikantsplaats en kerkenraad, maar afzonderlijke kerkvoogdijen. Langzaam maar zeker verschoof de prediking van klassiek-reformatorisch naar rationeel-modern (Abbring) en uiteindelijk liberale prediking (Bekius & Vietor), gesteund door schoolmeester Hjerre Gerrits van der Veenen in de jaren (1847-1882). Na invoering van het Algemeen Reglement heet de gemeente nu Hervormde Gemeente te Driesum. De Christelijk Afgescheiden Gereformeerde Gemeente Driesum c.a. wordt geïnstitueerd als uitvloeisel van de Afscheiding (1834).

Eerste gereformeerde predikant is ds. J.F. Zeebuijth. De combinatie met Dantumawoude en Wouterswoude werd ontbonden. Onder ds. Holland (1912-1915) geeft de Heere een grote opwekking. Tot in de jaren ’60 werd de kerk bevolkt door Driesumers; daarna liep de kerkgang terug en kreeg de gemeente (o.a. Scheuring in de Gereformeerde Kerk vanwege de Vrijmaking). Eerste vrijgemaakt-gereformeerde predikant is ds. P. Scheuring in de Hervormde Gemeente vanwege het naderende ontstaan van de Protestantse Kerk in Nederland. Het monumentale hervormde kerkje ziet er vanbinnen onttakeld uit. De vloer is verwijderd en alleen de consistorie oogt vertrouwd. Aan een van de wanden hangen portretten van voorgangers die de gemeente hebben gediend.

Tijdens en na de ambtsperiode van ds. P. van den Heuvel (1972-1976) dreigde de gemeente van kleur te verschieten. Het Samen-op-Wegproces zorgde opnieuw voor beroering. De aanpassing van het beheer over de kerkelijke goederen zorgde voor emoties. Het grootste deel sloot zich na 2004 aan bij de hersteld hervormde gemeente van Wouterswoude. Voor Driesum was het een harde klap. Het ledental is de laatste jaren min of meer stabiel en er is een zekere groei door fusies en verhuizingen van leden tussen dorpen. De Friese ouderling beschouwt het als een bijzondere zegen dat de gemeente predikant ds. A. J. Mensink kreeg. Organisatorisch werd er meer lijn in de gemeente gebracht.

Sinds een paar jaar zijn de catechisatielessen van hervormd Driesum en hervormd Wouterswoude samengevoegd. Vaak is een van beide gemeenten vacant; anders worden de groepjes in goed overleg verdeeld. Dit jaar hadden wij vier belijdeniscatechisanten, voor Driesum een enorm aantal. Ze hebben belijdeniscatechisatie gevolgd bij ds. K. H. Bogerd. Die is voor 35 procent verbonden aan Wouterswoude. Ook de jeugdverenigingen en vrouwenverenigingen zijn gecombineerd. Fusie van beide gemeenten is nog niet aan de orde. In Driesum woonde voorheen de elite, in Wouterswoude het voetvolk. Maar op termijn lijkt het me onafwendbaar dat we samen gaan beroepen. Kijk ik nog verder vooruit, dan ziet het er niet rooskleurig uit. Gelukkig is de kerk geen mensenwerk. Dat geeft me rust.

Het orgel had in eerste instantie geen rol; 1883 overwoog men een orgel te kopen en in 1886 werd een orgel uit Koog aan de Zaan geplaatst. In 1923 kwam er een orgel uit Uithuizermeden met twee klavieren en een vrij pedaal na restauratie in 1986 door Hendriksen en Reitsma. De dispositie omvat onder meer Prestant 8’, Gamba 8’, Roerfluit 8’ en andere stemmingen. De bouw van de kerk en pastorie werd in gang gezet en op 9 juli de eerste steen gelegd; in december 1874 kon de nieuwe kerk in gebruik genomen worden, met predikant ds. J.K. Herv.Kerk. De oudste elementen van de kerk uit de 18e eeuw en enkele 16e/17e eeuwse zerken getuigen van een lange geschiedenis.

In het bijzonder markeren de bouw en fusie-ervaringen een overgang van zelfstandige dorpsgemeenschappen naar een streekgemeente met verbonden kerkenraad en aaneengesloten prediking. Dit alles toont hoe de hervormde kerk in Driesum zich door de eeuwen heen heeft aangepast aan veranderende kerkelijke en maatschappelijke omstandigheden, met behoud van erfgoed en identiteit.
- Onderhoud en restauratie van de torenspits en tafelement.
- Historische veranderingen in prediking en kerkordes door de jaren heen.
- Fusie- en samenwerkingsprocessen tussen Driesum, Wouterswoude en Dantumawoude.
- Inrichting en restauratie van het interieur en het orgel.