De Westelijke Tuinsteden, een westelijke stadsuitbreiding van Amsterdam, werden in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw gebouwd. De basis hiervoor werd gelegd in het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1935 van Cornelis van Eesteren. Dit plan, dat bestond uit kaartmateriaal en een toelichtende nota, gaf de hoofdstructuur aan voor groengebieden, verkeers- en waterwegen, en woon- en werkgebieden. De Westelijke Tuinsteden omvatten zes wijken: Bos en Lommer, Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaart, Overtoomse Veld en Osdorp. Deze wijken zijn gegroepeerd rondom de Sloterplas, die werd gegraven voor zandwinning ten behoeve van de ophoging van de tuinsteden. De Sloterplas met het omliggende Sloterpark vormen het hart van dit stadsdeel.

In de jaren negentig ontstonden de eerste plannen voor de vernieuwing van delen van de Westelijke Tuinsteden. Bureau Parkstad, actief van 1999 tot 2007, coördineerde deze stedelijke vernieuwing. In 2001 publiceerde Bureau Parkstad de visie 'Richting Parkstad 2015', waarin de sociale, economische en ruimtelijke vernieuwingsopgaven tot 2015 werden beschreven. Een evaluatie in 2005 toonde aan dat de ruimtelijke vernieuwing op gang was gekomen, maar dat de financiering bemoeilijkt werd en de sociale en economische vernieuwing achterbleef. Dit leidde tot een aanpassing van de visie en werkwijze, vastgelegd in de Raamovereenkomst van 11 januari 2008. Een belangrijke wijziging was de toegenomen financiële verantwoordelijkheid en keuzevrijheid voor woningcorporaties. De Kredietcrisis en de financiële problemen bij woningcorporaties vertraagden de stedelijke vernieuwing aanzienlijk, waardoor de doelstellingen voor 2015 niet gehaald werden en veel projecten stil kwamen te liggen. Sinds 2010 lagen grote terreinen braak na sloop, bij gebrek aan financiering voor nieuwbouw.
De Ontwikkeling van Vernieuwingsplannen
Het opknappen van de Westelijke Tuinsteden werd gezien als het grootste vernieuwingsproject van Amsterdam, met als doel zestig procent van de 54.000 huizen aan te pakken om middengroepen in de stad te behouden. In de periode voorafgaand aan 2008 werden ingrijpende vernieuwingsplannen ontwikkeld, maar economische tegenvallers leidden tot aanpassingen van de ambities, met name in het Zuidwest Kwadrant en de Geuzenbaan.
Een voorbeeld hiervan was het project 'De Drie Wachters' in Osdorp, waar na de sloop van portiekflats de bouw van woontorens met 243 koop- en huurappartementen werd uitgesteld door tegenvallende bouwoffertes en bezuinigingen. Pas na onderhandelingen over erfpacht en de overdracht van economisch eigendom aan een belegger kon de bouw starten. Dit project markeerde echter weer vooruitgang in de vernieuwing van het Zuidwest Kwadrant, een gebied waar vanaf 1998 al plannen waren voor ingrijpende renovatie en nieuwbouw. Het doel hier was het doorbreken van de eenzijdigheid in het woningbestand om zo een meer gevarieerde bevolking aan te trekken.
De ervaringen in het Zuidwest Kwadrant leidden tot de conclusie dat sloop en nieuwbouw goedkoper was dan ingrijpende renovatie. Dit was een van de redenen voor de drastische aanpassing van het vernieuwingsprogramma voor de hele Westelijke Tuinsteden, waarbij het aantal te slopen woningen verdrievoudigde ten opzichte van eerdere plannen. Het aantal geplande verkopen van huurwoningen na renovatie daalde aanzienlijk, terwijl het aantal koopwoningen met vijftig procent steeg naar ruim 24.000.
Uitdagingen en Aanpassingen in de Vernieuwing
Simon Willing, stadsdeelvoorzitter in Osdorp, uitte een dubbel gevoel over de verschuiving van renovatie naar grootschalige sloop. Hoewel de kwaliteit van nieuwbouw beter is, brengt sloop meer overlast met zich mee. Hij benadrukte echter de hernieuwde vaart in de vernieuwing, met aannemers die flats sloopten voor nieuwbouw van koopwoningen en sociale huurappartementen. Om herhaling van vertragingen te voorkomen, werden contractuele afspraken gemaakt over de start van de bouw, met een gegarandeerde start vóór april 2004.
De herhuisvesting van bewoners bleek een tijdrovend proces, dat op sommige locaties drie jaar duurde. De ingezakte economie zorgde voor een kleinere doorstroming op de sociale huurmarkt, wat de herhuisvesting vertraagde en een bedreiging vormde voor de voortgang van de vernieuwing. Stadsvernieuwingsurgentie kon alleen worden opgevangen door nieuwbouw.
De zoektocht naar bouwgrond leidde tot de overweging van locaties binnen de hindercontouren van Schiphol, maar dit werd door de minister verboden. Ook groengebieden zoals de Sloterplas werden beschermd tegen bebouwing na lobby van de milieubeweging. Jacques Thielen, directeur van corporatie Far West, uitte zorgen over de vertragingen in herhuisvesting en de snelheid van het vernieuwingsproces door het wegvallen van open plekken. Hij pleitte echter voor het behoud van de vaart in de operatie.
René Grotendorst, directeur van Bureau Parkstad, was optimistischer over de beschikbaarheid van bouwgrond, wijzend op oude scholen, kantoren en parkeerterreinen die konden worden getransformeerd. Hij meldde voldoende braakliggende grond voor tweeduizend huizen en verwachtte een goede doorstroming van huurders door extra bouwprojecten in 2003 en 2004.
Soberder Nieuwbouw en Marktveranderingen
Piet Dikken, stadsdeelwethouder in Geuzenveld-Slotermeer, suggereerde een verhoging van het percentage sociale huurwoningen in de nieuwbouw, om deze later aan bewoners te verkopen. Dit zou tijdelijk het aanbod van vrije sector appartementen verminderen, waarvan de markt snel was omgeslagen. Prijzen moesten omlaag om een 'kopersstaking' op te heffen. Grotendorst kondigde een versobering van het bouwprogramma aan, met kleinere woningen, minder variatie in plattegronden en architectonische details, en minder ondergronds parkeren. Ook werd overwogen om onverkochte woningen om te zetten naar de dure huursector.
Deze bezuinigingen op nieuwbouwwoningen stuitten op weerstand. Jacques Thielen van Far West zag liever een temporisering dan een uitkleding van het programma, en Simon Willing uit Osdorp betwijfelde of kleine woningen toekomstbestendig waren en of de overheid hierdoor minder grondopbrengsten zou genereren. Piet Dikken verdedigde de aanpassingen als verantwoord, gezien de gemiddelde woninggrootte die nog steeds aanzienlijk groter was dan de bestaande woningen in Geuzenveld-Slotermeer.
Hoewel snelle veranderingen op de woningmarkt de vernieuwing tijdelijk konden ontregelen, werd verwacht dat de verkoop van woningen en de doorstroming van huurders zouden aantrekken bij economisch herstel. Een groter risico voor de opknapbeurt van Nieuw-West werd gezien in het uitblijven van oplossingen voor sociale problemen, zoals de integratie van bepaalde bevolkingsgroepen, slechte schoolprestaties van kinderen en jeugdcriminaliteit. De noodzaak van investeringen in sociale voorzieningen, zoals taalcursussen, hulp bij werk en opleiding, en welzijnsvoorzieningen, werd breed erkend. Echter, het stadhuis aarzelde om meerjarige afspraken te maken over de financiering. Bureau Parkstad schatte de benodigde financiering voor de sociale pijler op 45 miljoen euro over tien jaar, maar de uiteindelijke toezegging van de gemeente bleef onzeker.
Dit is hoe het misging bij woonproject Stek Oost in Amsterdam | Zembla
Parkstad: Samenwerking en Coördinatie
De vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden was niet alleen een fysieke en sociale, maar ook een bestuurlijke opgave. Naast de centrale stad waren vier stadsdelen, twaalf corporaties, projectontwikkelaars en bewonersgroepen betrokken. Om de samenwerking te stroomlijnen, verenigden de corporaties zich in drie ontwikkelconsortia en de overheden in het coördinerende projectbureau Bureau Parkstad.
De samenwerking verliep niet altijd soepel. Stadsdelen die al actief waren met renovatie en sloop hadden in de beginjaren argwaan tegenover Bureau Parkstad, maar deze argwaan verdween en het bureau werd gezien als een nuttige schakel tussen stadsdelen en centrale diensten. Wel bleven er spanningen met eigenzinnige corporaties, met name in Osdorp en Slotervaart-Overtoomse Veld, waar afspraken niet werden nagekomen en zelfs juridische stappen nodig waren.
Corporaties gaven de voorkeur aan directe samenwerking met Bureau Parkstad voor afspraken over de grote lijnen van de vernieuwing. Het consortium Prospect Amsterdam zou per december van dat jaar ophouden te bestaan door interne fusies, waarbij Eigen Haard/Olympus Groep en AWV/Patrimonium/Rochdale elk hun eigen weg zouden gaan. De vraag rees of AWV en Rochdale zich zouden aansluiten bij Far West, wat deze tot de dominante ontwikkelaar zou maken. De stadsdelen en Bureau Parkstad eisten echter dat het aantal partijen beperkt bleef tot drie.
Osdorp: Een Voorbeeld van Stedelijke Vernieuwing
Osdorp, de laatst gerealiseerde tuinstad, gebouwd in de vroege jaren zestig, werd ook de eerste tuinstad waar de stedelijke vernieuwing in de jaren negentig begon. Het doel was het aanbieden van meer woningtypen, waaronder koop- en huurwoningen in verschillende prijsklassen, appartementen, eengezinswoningen en urban villa's, zodat bewoners binnen hun eigen buurt wooncarrières konden maken. Recentelijk is hieraan het idee van de meerkernige stad toegevoegd, met centrumvorming rond het Osdorpplein, meer voorzieningen en winkels, en menging met wonen.
Een wandeling langs de skyline van de Sloterplas toont de flats van Frans van Gool en een karakteristieke hakenverkaveling uit de jaren vijftig. Er zijn voorbeelden te zien van renovatie en transformatie, de geplande locatie van een voormalige snelweg, en de realisatie van groen in Osdorp. De vernieuwing rond het Osdorpplein illustreert hoe oud en nieuw met elkaar verweven raken.

Hein de Haan en de Vereniging Promotie Westelijke Tuinsteden (ProWest)
Hein de Haan (1943-2015) was een dynamische en geëngageerde architect die theorie en praktijk wist te verenigen. Hij doceerde stedebouw en architectuur aan de TU Delft, was een vernieuwend architect, en trad op als bewonersondersteuner en activist. Na zijn pensionering bleef hij zich inzetten voor stadsvernieuwing.
In Nieuw-West verzette Hein de Haan zich fel tegen grootschalige sloop van sociale huurwoningen en pleitte hij voor duurzame renovatie. Hij zag stedelijke vernieuwing als een kleinschalig proces met de bewoners centraal. In 2004 richtte hij samen met actieve inwoners de Vereniging Promotie Westelijke Tuinsteden (ProWest) op. ProWest onderhield banden met diverse organisaties en ijverde voor een humanere aanpak van de herstructurering, behoud van het karakter van Nieuw-West, hergebruik van bestaande panden, bescherming van cultureel erfgoed en het groene karakter van de wijk.
Namens ProWest uitte Hein de Haan kritiek op het democratische karakter van de stedelijke vernieuwing en de gang van zaken. Zijn inbreng leidde ertoe dat in 2012 een convenant werd getekend waarin het ideaal 'Bouwen voor de buurt' nieuw leven werd ingeblazen. Belangrijke uitgangspunten waren het beter luisteren naar bewoners en de eindverantwoordelijkheid bij gekozen politici.
Herstructurering: Van Sloop/Nieuwbouw naar Renovatie
In 2012 besloot minister Blok gemeenten geen subsidie meer toe te kennen voor grootschalige sloop- en nieuwbouwprojecten, maar voor duurzame renovatie van sociale huurwoningen. Deze beleidswijziging, waar Hein de Haan zich jarenlang voor had ingezet, bracht echter ook uitdagingen met zich mee. De minister verplichtte woningcorporaties tot huurverhogingen en het afstaan van inkomsten aan het Rijk ('Verhuurderheffing'). Daarnaast werden corporaties aangemoedigd een deel van hun sociale voorraad te verkopen. De Europese Commissie stelde in 2009 een inkomensnorm vast waardoor woningzoekenden uit de lagere middenklasse geen sociale huurwoning meer konden krijgen, wat de woningnood in grote steden deed toenemen.
Aandacht voor Erfgoed en Kleinschalige Renovatie
ProWest drong aan op meer aandacht voor het naoorlogse erfgoed en het respecteren van het gedachtegoed van Cornelis van Eesteren. In 2010 werd het Van Eesterenmuseum geopend. Hein de Haan was voorstander van een eigentijdse invulling van het AUP, waarbij renovatie als kleinschalig proces diende om buurtvoorzieningen te behouden. Zijn ideaal was een typisch Amsterdamse menging van wonen, werken en recreëren, bij voorkeur in bestaande bebouwing.
Hij gaf zelf het goede voorbeeld door in zijn woningcomplex 'de Vrijburcht' op IJburg functies als een parkeergarage, kinderdagverblijf, café-restaurant en theatertje te integreren. In Slotermeer en Slotervaart verbouwde Hein de Haan scholen tot broedplaatsen voor jonge kunstenaars, wat bijdroeg aan een levendiger karakter van buurten. Ook transformeerde hij het ACTA-gebouw tot een studentenflat met 'kluswoningen' en ateliers, en de 'Verfdoos'-complexen van portiekflats naar galerijflats met bijgeplaatste liften.
Hein de Haan bleef actief in onderzoek en organiseerde studiedagen over duurzame renovatie van sociale huurwoningen. Een symposium over ecologische verbindingszones in Nieuw-West was in voorbereiding. Zijn plotselinge overlijden in 2015 was een groot verlies, en zijn kritische en verfrissende inbreng wordt gemist.
SuperWest: Een Overzicht van Stedelijke Vernieuwing
In twee decennia zijn in de Westelijke Tuinsteden 25.312 woningen nieuw gebouwd, gerenoveerd of getransformeerd. Dit aantal is vergelijkbaar met de omvang van de Vinex-wijk Leidsche Rijn in Utrecht. Ondanks de omvang bleef deze vernieuwingsoperatie relatief onbekend. De manifestatie SuperWest, bestaande uit een publicatie, tentoonstelling, buitententoonstellingen en een activiteitenprogramma, biedt een overzicht van deze transformatie.
Tentoonstelling en Publicatie
De tentoonstelling in het Van Eesteren Museum toont een dwarsdoorsnede van nieuwbouw uit de afgelopen twintig jaar, aangevuld met verhalen van buurtbewoners en wandelingen door vier vernieuwde buurten: Laan van Spartaan, Staalmanpleinbuurt, Bakema- en Dudokbuurten, en Centrum Osdorp. Er wordt werk getoond van diverse architecten- en ontwerpbureaus.
De publicatie SuperWest reflecteert op twintig jaar stedelijke vernieuwing en bevat bijdragen van onder andere sociaal geograaf Ivan Nio en stedenbouwkundigen Flora Nycolaas en Hein Coumou. Het overzicht bevat gedetailleerde informatie over 22 prijswinnende gebouwen en een volledige lijst van 297 gerealiseerde projecten tussen 2000 en 2021.

De vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden, die gelden als een schoolvoorbeeld van moderne stedenbouw gepropageerd door het Nieuwe Bouwen en CIAM, kende een complexe ontwikkeling. Aanvankelijk gericht op sociale woningbouw en open bouwwijzen, ontstond in de jaren negentig de noodzaak tot ingrijpen door vergrijzing, verloedering en toenemende onveiligheid. De liberalisering van de woningmarkt en de wens van de overheid om sociale woningbouw terug te dringen, noopten woningbouwcorporaties tot een meer marktgerichte aanpak. Aanvankelijk was er weinig respect voor de cultuurhistorische waarden, wat leidde tot sloop-nieuwbouwplannen die haaks stonden op de principes van het oorspronkelijke plan. De laatste jaren is er echter meer aandacht voor behoud, renovatie en herbestemming van de oorspronkelijke bebouwing.
De vernieuwing krijgt in de komende jaren een vervolg in de Roëllbuurten in Slotermeer en grootschalige transformaties van werkgebieden rond Station Sloterdijk en het Schinkelkwartier. De lessen uit de vernieuwing van buurten als Laan van Spartaan, Staalmanplein, Bakema- en Dudokbuurten, en Osdorp Centrum, zullen worden meegenomen in het nieuwe Masterplan Nieuw-West.
| Pijler | Kosten |
|---|---|
| Sociale pijler | 500 |
| Economische pijler | 1100 |
| Fysieke pijler | 6600 |
tags: #renovatie #westelijke #tuinsteden