Landbouwminister Carola Schouten zette twee jaar geleden kringlooplandbouw op de kaart. Maar wat is kringlooplandbouw precies en hoe denken de verschillende sectoren hierover?
De landbouwminister wil dat Nederland mondiaal uitgroeit tot koploper in kringlooplandbouw. Maar wat dat begrip betekent, daar blijft ze tamelijk vaag over. Nederlandse akkerbouwers die op grote schaal veevoer gaan produceren voor de veehouderij, directeur André Hoogendijk van brancheorganisatie (BO) Akkerbouw ziet het niet gebeuren. Volgens Hoogendijk is bij gewassen als suikerbieten en aardappelen de kringloop al in hoge mate gesloten.
Het eindproduct gaat rechtstreeks naar de consument. Akkerbouwers die veevoer verbouwen voor veehouders. Of veehouders die zelf eiwithoudende gewassen verbouwen. Deze 'kleine kringlopen' zijn volgens voorzitter Dirk Duijzer van de topsector Agri & Food sympathiek en financieel aantrekkelijk. En ze bedienen een specifieke groep consumenten.
Maar kleine kringlopen lossen volgens Duijzer het probleem niet op. Het is zaak dat ook 'grote kringlopen' (lees: Europese kringlopen) zich sluiten. Duijzer trekt, in tegenstelling tot Schouten, wel scherpe contouren wat betreft kringlooplandbouw. 'Kijk naar Canada en de VS. Ongeveer de afstand die een vrachtwagen op een dag kan afleggen.'
Natuurlijk zijn er volgens Duijzer uitzonderingen. 'Chinezen zijn dol op onze varkensoren. De export daarvan hoef je niet tegen te houden. De varkenshouderij is een van de weinige sectoren die het begrip kringlooplandbouw heeft vertaald in concrete doelstellingen. Die grondstoffen komen wat de varkenshouderij betreft steeds vaker uit Nederland en Europa, en minder vaak uit Zuid-Amerika of Azië.
In cijfers uitgedrukt: in 2030 moet het gebruik van grondstoffen 'niet geschikt voor humane consumptie' zijn gestegen tot 90 procent. Dat is nu nog 80 procent. En in 2030 moet het gebruik van grondstoffen van Europese oorsprong zijn gestegen naar 80 procent. Grondstoffen dichter bij huis betrekken is ook de ambitie van de Nederlandse veevoerindustrie. Zo signaleert Agrifirm in het jaarverslag 'een toenemende maatschappelijke vraag naar eiwitten van Europese bodem'.
In een nadere toelichting laat Agrifirm weten dat ze de ambities van Schouten om grootschalige importen van grondstoffen uit niet-EU landen te reduceren ondersteunt. Dat vraagt wel om aanpassingen in beleid, meent Agrifirm. 'Gezien de lagere saldo's per hectare zal de teelt van eiwithoudende gewassen in Europa moeten worden gesubsidieerd. Of de EU moet de buitengrenzen voor deze gewassen sluiten. Dan ontstaan snel betere marges.
Dat de Nederlandse veehouderij nog sterk leunt op de import van soja, blijkt onder meer uit cijfers van brancheorganisatie Nevedi. In 2018 gebruikte Nederland 1,8 miljoen ton sojaproducten (varkenshouderij 494.000 ton, pluimveehouderij 795.000 ton, rundveehouderij 439.000 ton). Voor die hoeveelheid soja is 780.000 hectare aan oppervlak nodig. Ter vergelijking: het akkerbouwareaal in Nederland is 520.000 hectare groot. 1.000 kilo sojabonen levert ongeveer 200 liter sojaolie op en 790 kilo sojaschroot. Op de wereldmarkt schommelen de opbrengsten van olie en schroot, maar door de jaren heen is de waardeverhouding bijna gelijk.

Een blik op cijfers van het CBS leert dat de teelt van eiwithoudende gewassen in Nederland nauwelijks van de grond komt. Het areaal soja groeide in tien jaar tijd van 5 hectare naar ruim 500 hectare. Initiatieven om supermarkten op grote schaal te voorzien van zuivel of vlees afkomstig van dieren die alleen voer krijgen uit de regio dan wel Europa, zijn er nog niet. Vleesproducent Vion sluit dit voor de toekomst niet uit.
Zuivelconcern FrieslandCampina hanteert dat concept in Duitsland wel, met het topmerk Landliebe. De Duitse melkveebedrijven die aan deze melkstroom leveren, gebruiken alleen veevoer uit de directe omgeving. Veevoergrondstoffen uit Azië of Zuid-Amerika zijn niet toegestaan. Dat zorgt wel voor hogere voerkosten. Daarom betaalt de coöperatie de Duitse Landliebe-leden een toeslag van 1 euro per 100 kilo melk.
In Lelystad krijgt kringlooplandbouw handen en voeten op de Boerderij van de toekomst. Hier experimenteert Wageningen University & Research met strokenteelt. 'We volgen dat experiment met grote interesse', vertelt de BO Akkerbouw-directeur. Hoogendijk ziet in biogrondstoffen een kans voor een meer circulaire Nederlandse akkerbouw. 'Hennep, vlas en olifantsgras zijn belangrijke grondstoffen voor duurzame bouwmaterialen, als alternatief voor beton. Nu is die markt nog klein, maar de potentie van grondstoffen uit de directe omgeving is enorm.
Varkenshouderij profiteert van regionale kringlopen Onlangs deed Wageningen University & Research (WUR) in opdracht van provincie Noord-Brabant, ZLTO en de Brabantse Milieufederatie een denkoefening. Stel, veevoer en dierlijke producten (melk en vlees) mogen Noord-West-Europa niet meer in of uit. Wat betekent zo'n regionale kringloop?
Volgens WUR krijgen in zo'n scenario vooral zuivel en eieren het zwaar, mede doordat afzet naar verre bestemmingen niet meer mogelijk is. Omdat bij regionale kringlopen de import van onder meer soja wegvalt, zal veevoer schaarser worden en het Europees areaal eiwithoudende voedergewassen stijgen. Dat gaat waarschijnlijk ten koste van grasland. Het duurdere veevoer zorgt voor een hogere kostprijs van varkensvlees.
Elke consument heeft in feite een ‘beetje vee’ nodig om zijn voedselkringloop te kunnen sluiten. Voedselkringlopen zijn namelijk alleen mét dieren te sluiten. Wie ruimt de sinaasappelschillen van je jus d’orange op of de bijproducten van het brood dat je eet? De veehouderij verwerkt al veel circulaire grondstoffen, met name uit groep 4 van het circulair voer spectrum. Een veehouderij met circulair krachtvoer hoeft qua productie niet onder te doen ten opzichte van veehouderij met regulier krachtvoer. Wel zal het circulaire voer enige meerkosten hebben.
Een varken is een ultiem kringloopdier omdat het qua voeding alles zou kunnen eten wat de mens ook eet. Gangbare varkensbedrijven met brijvoer verwerken al veel reststromen. Maar een groot deel daarvan zijn reststromen van energieproducten (groep 5) zoals tarwegistconcentraat. Als we aan pluimveevoer denken, denken we aan graan. De kip heeft een spiermaag om harde zaden en granen te malen. Zijn hele welzijn is daar op ingesteld. Circulair pluimveevoer is daarmee een lastig verhaal. Maar onmogelijk is het niet.
Er zijn inmiddels voorbeeld bedrijven waar leghennen circulair voer krijgen. Op een melkveebedrijf zijn de kringlopen op bedrijfsniveau te sluiten. Door de juiste keuze van ruwvoergewassen met met bijvoorbeeld eiwitrijke gewassen zoals vlinderbloemigen en een gevarieerd kruidenrijk grasland kunnen de koeien onder optimale omstandigheden volledig van eigen land worden gevoerd. Indien toch krachtvoer nodig is, kunnen circulaire rundveevoeders of circulaire enkelvoudige grondstoffen worden ingezet. Als alleen een aanvulling van mineralen en vitamine nodig is, kan dat ook zonder gebruik van krachtvoer worden gerealiseerd.
Wanneer het ruwvoer qua voederwaarde onvoldoende aansluit bij de nutritionele behoeften van de veestapel kan het pad in worden geslagen van diversificatie van de weide en anderzijds genetisch naar een nutritioneel minder eisende rund. Bij een melkveebedrijf op schrale gronden. Bepaalde reststromen van humane voeding uit groep 4 van het circulair voer spectrum zoals citruspulp zijn eigenlijk alleen via herkauwers om te zetten in humane voeding. In dat licht bezien is de inzet van circulair rundveevoer altijd wenselijk. Stel je een klein systeem voor dat elke dag vers voer produceert. 🌱 Het werkt ongeacht het weer. Een containerteeltfabriek voor veevoer maakt dit mogelijk. Deze systemen gebruiken hydrocultuur om voer voor dieren te kweken. Je kunt voer van goede kwaliteit in een gecontroleerde omgeving telen. Deze methode zorgt ervoor dat er altijd hoogwaardig voer beschikbaar is, ongeacht het weer.
Explainer: natuurverwoesting voor ónze producten?!
Boeren gebruiken deze systemen om geld te besparen en minder afhankelijk te zijn van extern voer. Ze reguleren de temperatuur en luchtvochtigheid om de planten beter te laten groeien. Er zijn echter wel uitdagingen, zoals het voorkomen van schimmelvorming en het handhaven van een stabiele productie. Zelfs met deze problemen, veevoedercontainerplantenfabrieken zijn een grote stap voorwaarts voor duurzame landbouw. Basisprincipes van hydrocultuur voor veevoer: Bij hydrocultuur worden planten gekweekt zonder aarde. Zaden zoals gerst of tarwe worden in trays geplaatst en bewaterd met een voedingsmengsel.
In slechts zeven dagen groeien de zaden uit tot groene, gebruiksklare planten. Dit proces verbruikt veel minder water dan traditionele landbouw, waardoor het milieuvriendelijk is. Deze boerderijen beschikken over geavanceerde hulpmiddelen zoals automatische temperatuur- en vochtigheidsregeling. Spuitsystemen en datamonitoren dragen hier ook aan bij. Zo blijft de temperatuur bijvoorbeeld tussen de 20 en 23 °C en de luchtvochtigheid op 60-70%. Verticale planten bespaart ruimte, waardoor boeren meer voer kunnen verbouwen op kleinere oppervlakken.
Automatisering De systemen regelen automatisch de temperatuur, luchtvochtigheid en verlichting. Ruimte-efficiëntie Verticale lagen benutten de ruimte optimaal. Energiebron Het systeem werkt op zonne-energie, waardoor het zelfvoorzienend is. Klimaataanpassingsvermogen Werkt in barre klimaten zoals woestijnen of koude gebieden. Productietijd Voeder groeit in slechts zeven dagen uit zaadjes. Voerefficiëntie Eén kilogram zaad levert 6-8 kilogram vers veevoer op.

Relevantie voor duurzame veevoeding Plantenfabrieken voor veevoer in containers zijn belangrijk voor duurzame veevoeding. Ze produceren het hele jaar door vers, gezond voer. Dit helpt problemen zoals watertekorten en bodemerosie op te lossen. Deze systemen verminderen ook de methaanuitstoot van dieren met wel 48%. Elk dier kan jaarlijks 1,8 tot 2,3 ton CO₂-uitstoot verminderen. Boeren kunnen zelfs geld verdienen met CO₂-credits. Deze systemen maken dieren ook gezonder en productiever. Vers voer bevordert de spijsvertering en levert essentiële voedingsstoffen. Dit leidt tot een betere gewichtstoename en meer melk. Runderen die hydroponisch voer eten, komen bijvoorbeeld 9% meer aan in gewicht tijdens de afmestfase.
Bovendien verbruiken deze systemen minder water en land, waardoor ze een groenere keuze zijn dan traditionele landbouw. Door een voeropslagsysteem aan te schaffen, kunnen de voerkosten op de lange termijn lager uitvallen. Het werkt ongeacht het weer. Hydrocultuurteelt biedt een constante aanvoer en vermindert afhankelijkheid van seizoenen. Tip: Controleer uw systeem regelmatig om ervoor te zorgen dat het goed blijft werken. Dit helpt u om het beste voer te verbouwen en geld te besparen.
Voordelen van voercontainersystemen: Voederproductie het hele jaar door. Voedercontainersystemen produceren elke dag vers voer. 🌱 Ze werken het hele jaar door, ongeacht het seizoen. De gecontroleerde omgeving voorkomt problemen door slecht weer. U krijgt elke keer een constante aanvoer van hoogwaardig voer. Uit onderzoek blijkt dat deze systemen jarenlang goed functioneren. Berseem (T6) gaf bijvoorbeeld de beste resultaten. Dit bewijst dat de teelt in gecontroleerde ruimtes betrouwbaar is. Met dit systeem blijven uw dieren voorzien van gezond voer. Het vermindert ook de noodzaak om voer van externe leveranciers te kopen.
Hydroponisch systeem: Bespaar water door het te recyclen. 💧 Traditionele landbouw verspilt veel water, maar deze systemen niet. Ze gebruiken tot wel 95% minder water dan reguliere methoden. Hydroponische kwekerijen hebben bijvoorbeeld maar heel weinig water nodig om veevoer te verbouwen. Daardoor zijn ze ideaal voor droge of door droogte geteisterde gebieden. Je kunt zelfs veevoer verbouwen waar water schaars is. Water besparen is goed voor de planeet en toekomstige generaties. Het ondersteunt ook milieuvriendelijke landbouw en is gunstig voor de voeding van uw dieren.

Minimale grondvereisten: Voedercontainersystemen maken gebruik van verticale landbouw om ruimte te besparen. Ze produceren veel voer op kleine oppervlakken, perfect voor steden of plaatsen met weinig grond. Dankzij het modulaire ontwerp kunt u containers stapelen en eenvoudig uitbreiden. Eén container kan hectares landbouwgrond vervangen en dezelfde hoeveelheid voer produceren. Deze methode beschermt de natuur doordat er minder land nodig is. Bovendien worden de transportkosten verlaagd, omdat het voer in de buurt van de dieren wordt verbouwd. Tip: Zoekt u een ruimtebesparende manier om voer te verbouwen? Probeer dan voercontainers. Ze zijn efficiënt, milieuvriendelijk en gemakkelijk uit te breiden.
Toepassingen in de veevoeding Melkvee en vers voer Melkkoeien hebben dagelijks vers voer nodig om gezond te blijven. Hydroponisch voer levert ze de voedingsstoffen die ze nodig hebben voor een hogere melkproductie. Je kunt dit voer dagelijks zelf kweken, zodat de koeien altijd vers voer hebben. De vitaminen en enzymen in dit voer bevorderen een betere spijsvertering. Een gezonde spijsvertering leidt tot sterkere koeien en een hogere melkproductie. Studies tonen aan dat de melkproductie met hydroponisch voer met wel 15% kan toenemen. Dit systeem helpt ook om de kosten voor uw bedrijf te verlagen. U kunt zelf voer verbouwen, waardoor u minder van buitenaf hoeft te kopen. Dit bespaart geld op transport en zorgt voor een constante voervoorraad. Ongeacht het weer hebben uw koeien altijd voer. Dit maakt uw melkveebedrijf milieuvriendelijker en betaalbaarder.
Vleesproductie bij rundvee Hydroponisch geteeld voer is uitstekend geschikt voor het houden van vleesvee. Deze dieren hebben goed voer nodig om te groeien en snel in gewicht aan te komen. Vers voer levert de eiwitten en mineralen die ze nodig hebben voor een goede groei. Hierdoor komen ze sneller aan in gewicht, zodat ze eerder klaar zijn voor de slacht. Ook de vleeskwaliteit verbetert met hydrocultuurvoer. Runderen die met dit voer worden gevoerd, produceren magerder en malser vlees. Dit maakt het rundvlees smakelijker en aantrekkelijker voor kopers. Het gecontroleerde systeem zorgt ervoor dat het voer altijd van hoge kwaliteit is. Dit houdt uw vee gezond en productief.
Voordelen voor pluimvee en kleine herkauwers Hydroponisch geteeld voer is ook zeer geschikt voor kippen, schapen en geiten. Kippen die vers voer eten, leggen eieren met hardere schalen en helderdere dooiers. Bij schapen en geiten zorgt de eiwitrijke voeding voor een betere wolontwikkeling en gezondere lammetjes. Je kunt het systeem aanpassen aan de behoeften van je dieren. Je kunt bijvoorbeeld zaden kiezen die het meest geschikt zijn voor schapen of geiten. Hierdoor zijn hydrocultuursystemen bruikbaar voor veel verschillende soorten boerderijen. Tip: Begin met een klein systeem en breid het geleidelijk uit. Het is een flexibele optie voor boerderijen van elke omvang.
Aanpassing voor verschillende soorten vee Elke boerderij is anders en dieren hebben unieke behoeften. Voercontainersystemen stellen u in staat om het voer aan te passen aan uw vee. Melkvee Melkkoeien hebben voer nodig met veel eiwitten en calcium. Deze voedingsstoffen helpen koeien meer melk te produceren en sterke botten te ontwikkelen. Gerst- en tarwezaden zijn hiervoor zeer geschikt. Je kunt het systeem zo instellen dat er vochtig voer wordt geteeld. Dit helpt koeien hun voer beter te verteren en gehydrateerd te blijven. Gevogelte Kippen hebben...