Verbouwing en geschiedenis van de Nijverheids-Dagschool Sneek en omstreken

Onderwijs was niet verplicht en veel kinderen van arbeiders werkten en leerden niet lezen en schrijven. In 1815 werd er op de Koemarkt een armenschool geopend. Hier was het onderwijs gratis. Het was een grote school met veel kinderen. Kinderen van rijkere ouders konden naar de Stads Burgerschool. De stad was omringt door een gracht en stadswallen. De grenzen van groei binnen de grachten was bereikt. Rond 1860 was de stad overbevolkt. De woonomstandigheden van arbeiders en dagloners waren erbarmelijk. Er was weinig ruimte om te wonen. Meerdere gezinnen woonden samen in een huis. Men begon nu ook buiten de stadswallen te bouwen. Vooral in de winter was het voor veel gezinnen moeilijk om rond te komen. De stad deelde in het winterseizoen soep uit aan degenen die dat nodig hadden.

In 1693 besloot het stadsbestuur om de straten van de stad in de donkere avonden, vooral in de winter, te verlichten met lantaarns. Rond 1825 waren er op drukbezochte plaatsen en bij bruggen lantaarns geplaatst. De lantaarns bij de bruggen gaven meer licht dan de gewone lantaarns. Vanuit het boerenland rond de stad werden agrarische producten de stad ingevaren om op de markten verhandeld te worden. De welvaart van Sneek is mede te danken aan de handel in boter en kaas. In de Franse tijd, in 1811, moest iedereen een achternaam kiezen en dat registreren. Meestal koos het oudste lid van de familie een naam en alle kinderen lieten zich met dezelfde naam registreren. In 1813 kwam er een eind aan het Frans bestuur. Gebeurtenissen in Sneek tussen 1800 en 1825.

In de nacht van 3 op 4 februari 1825 braken de dijken van de Zuiderzee en de Zuidwesthoek van Friesland overstroomde met zout zeewater. Het water kwam tot het centrum van de binnenstad van Sneek. Het omliggende land van Sneek bleef overstroomd tot april. Een jaar later lag het gras op het land rond Sneek te rotten en de putten en wellen waren onbruikbaar. Er was dus slecht drinkwater. Er heerste ziekte. Ook in Sneek. Welke ziekte het was is onbekend maar waarschijnlijk was het malaria of tyfus. In het waterrijke Zuid-West Friesland was tot en met de 18de eeuw vervoer op het water de handigste manier van transport. Tussen 1840 en 1850 werden de grote verharde wegen aangelegd. Zo kwam er een weg naar Leeuwarden, naar Lemmer en naar Bolsward aangelegd. Het vervoer over land nam toe. In 1883 kwam er een spoorlijn naar Leeuwarden. Ook tussen Sneek en de omliggende dorpen kwamen wegen. Tot dan gebeurde het vervoer ook hier vooral over het water. De stad was rond 1830 verdeeld in ongeveer 10 wijken.

De wijken: Kleinzand, Singel, Grootzand. Kleinzand: Hier woonden tussen 1780 en 1850 veel rijke kooplieden. Singel: Dit was ooit een gracht rond de stad. Grootzand: De gracht liep aanvankelijk van het Hoogend tot de Neltjeszijl in de Hemdijk, en later tot het Schaapmarktplein. De 10 wijken van Sneek rond 1830. De sjouwers op de kade van het Grootzand. De Rijks Scholengemeenschap is in 1971 ontstaan door een fusie van de Rijksscholengemeenschap (met havo en atheneum) met het Stedelijk Magister Alvinus-gymnasium. Later zijn ook andere onderwijsvormen toegevoegd. De school telde ongeveer 1800 leerlingen, die waren ondergebracht in één hoofdgebouw, aan de Almastraat. Rond het jaar 1400 was Alvinus de eerste rector van de Latijnse school in Sneek. Hij vervulde toen ook de rol van stadssecretaris. De titel Magister was in die tijd een aanduiding voor iemand die leiding gaf aan een school of veel kennis had, zoals een rector. De studenten die hier in het hoge noorden hun opleiding volgenden, waaierden na hun studie uit naar vervolgopleidingen in alle windrichtingen. Magister Alvinus gaf daarmee al rond 1400 de richting aan van hoe het onderwijs moet zijn, namelijk dat studenten de gelegenheid moeten krijgen om hun eigen weg te vinden. De RSG Magister Alvinus maakt dit mogelijk door je optimale kansen te geven. De school maakt deel uit van de scholengroep Pompeblêd. Dit is een samenwerkingsverband van zeven scholengemeenschappen voor voortgezet onderwijs in Friesland, met een openbare of algemene grondslag. Het doel van de scholengroep is om de samenwerking van de aangesloten scholen te versterken.

Historische ontwikkelingen in Sneek

In Friesland werden 89 kernen samengevoegd tot gemeente Súdwest-Fryslân, met Sneek als locatie voor het gemeentehuis. Ruimte voor ontmoeten en werken. De schakeling van de gebouwen en de historische panden vormen een prachtig decor met prettige ruimten voor publieksontvangst, ontmoeting, ontspanning en besloten en open werkplekken. We schoonden het exterieur en het interieur van de verschillende panden op en vernieuwden dat met één grote inspiratiebron: de rijke historie. We besteedden veel aandacht aan de publieke functie van het gemeentehuis. Met het ontwerp van de ruimten en het meubilair schiepen we een diversiteit aan ontmoetings- en werkplekken. Gastvrijheid, transparantie en openheid staan centraal. De huiskamersfeer van het ontmoetingscentrum vergemakkelijkt het contact tussen bewoners en ambtenaren. Dat maakt dat mensen zich gezien en gehoord voelen. Zo voelen werknemers en bezoekers zich veilig. De vele zichtlijnen in het gebouw maken verbinding met de kantoorvloeren voor de ambtenaren.

Stad, ontstaan op een hoogte, waar in de tweede helft van de 11de eeuw een, door een gracht omgeven, stenen kerk werd gebouwd. Aan de zuidrand van de Middelzee ontstond in de 12de eeuw een aantal binnenpolders (hemmen). De Hemdijk liep ten noorden langs deze nabij de kerk ontstane nederzetting volgens het huidige tracé: Wijde en Nauwe Noorderhorne, Marktstraat, Peperstraat, Nauwe en Wijde Burgstraat en Oosterdijk. Ten zuiden van de Hemdijk groef men tussen de kerkgracht en het Grootzand de Dijksloot, die als haven diende. Veranderingen in de afwatering maakten in de 13de eeuw sluizen (zijlen) in de Hemdijk noodzakelijk; in het verlengde van het Grootzand ontstond de Neltjeszijl met overslaghaven. Begin 13de eeuw stichtten de kruisheren een klooster aan de noordzijde van de Hemdijk (Kruizebroederstraat). Aan het eind van de 13de eeuw kreeg de nederzetting aan de oostzijde een gracht. Dit maakte een nieuwe zijl in de Hemdijk noodzakelijk (Potterof Poortezijlen). Tussen deze zijl en de Neltjeszijl verrees de stins Rodenburg (verwoest rond 1400).

In 1427 kreeg Sneek het waagrecht en werd het een centrum voor de handel in zuivelproducten, waarmee een bloeiperiode begon. De stadsrechten werden in 1456 vastgelegd. In de 15de eeuw ontstond ten zuiden van het Hoogend de ‘Nyestadt’ en rond de Oosterdijk en het Kleinzand de ‘Uytbuyren’. Het geheel werd vanaf 1492 omwald en voorzien van een omgrachting. Verdere verbeteringen van de verdedigingswerken volgden in de tweede kwart van de 16de eeuw en maakten Sneek tot de enige geheel ommuurde stad van Friesland. Voor de handel in boter op Holland werd aan het eind van de Geeuw een insteekhaven gegraven, de Kolk. Hierbij werd in 1613 de Hoogendster Pijp of Waterpoort gebouwd. In 1661 kwam de trekvaart met Leeuwarden tot stand. In 1713-'25 sloopte men grote delen van de stadsmuur. Alleen de Waterpoort bleef in zijn geheel gespaard. Deze hernieuwde periode van bloei liep door tot in de eerste helft van de 19de eeuw. Ter vergroting van de overslagcapaciteit kwam in 1864 aan de oostrand van de stad de Jousterkade tot stand. Ten behoeve van de steeds groter wordende stoomboten - die niet de stad in konden varen - legde men langs de stadsgracht vanaf 1878 de Harinxma-, de Bothnia- en de Rienck Bockemakade aan en ten slotte in 1907 en 1915 de Prins Hendrikkade. Na 1840 kwamen straatwegverbindingen tot stand met Leeuwarden (1842), Bolsward (1844) en Lemmer (1845). Belangrijk was de aanleg in 1883 van de spoorlijn Leeuwarden-Sneek (in 1885 doorgetrokken naar Stavoren). Als westelijke ontsluiting van de stad kwam de Stationsstraat tot stand. In 1885 werd de haven bij de Neltjeszijl gedempt (nu Schaapmarktplein) evenals de Pollen en de Poortezijlen (1883). Aan de Leeuwarderweg bouwde men in 1888 de zuivelfabriek ‘Normandia’ (gesloopt in 1972) en in 1902 de fabriek van suikerwaren Tonnema aan het Kleinzand (verplaatst in 1955). Als gevolg van de verplaatsing van de gasfabriek ontstond in 1904 het Martiniplein, dat tot 1930 dienst deed als veemarkt. Aan de Bolswarderweg werd in 1898 het Wilhelminapark aangelegd, en - als eerste aanzet voor de later zo belangrijke watersport - in 1911 aan de Oudvaart een jachthaven. Vanaf circa 1870 werden aan de buitenzijde van de stadsgracht enkele complexen arbeiderswoningen gerealiseerd. Het door J. de Kok ontworpen uitbreidingsplan van 1929 leidde onder meer tot de verplaatsing van de Veemarkt en de ontwikkeling van de wijk Sperkhem in het zuidoosten. Ook aan de noordzijde ontstonden stadsuitbreidingen. Na de Tweede Wereldoorlog bleef Sneek de grootste stad van zuidwest Friesland.

Architectuur en bezienswaardigheden

De Herv. kerk (Grote Kerkstraat 5), oorspronkelijk gewijd aan St. Martinus, is een3-beukige basilicale kerk met vijfzijdig gesloten koor, koepeltorentje en een driezijdig gesloten westkoor. De waterpoort en stadhuis zijn iconische monumenten uit dezelfde periode. De Waterpoort uit 1613 is een symbool van Sneek en is gebouwd op de Hoogendsterpijp met twee achtkante torens en een poortwachterswoning. De Grote Kerk en de Martinikerk zijn eveneens centrale gebouwen die het historische landschap bepalen. De R.K. Sint Martinuskerk (Singel 62) is een neogotische kruiskerk uit 1869-1872 naar ontwerp van Cuypers, met een imposant interior en orgel uit 1891. Het stadhuis (Marktstraat 11) combineert rococo-elementen met een lange geschiedenis vanaf de 15e eeuw en underwent meerdere restauraties en uitbreidingen.

Waterpoort met twee torens en brug

De aanwezigheid van kerken, had ook invloed op het onderwijs. De eerste Latijnse school in Sneek dateert uit circa 1400, onder leiding van Magister Alvinus, en legde de basis voor de latere RSG Magister Alvinus en de samenwerking binnen de scholengroep Pompeblêd. De bouwgeschiedenis van scholen in Sneek weerspiegelt de lange traditie van onderwijs, religie en stedelijke ontwikkeling die dit Friese stadsbeeld heeft gevormd.

In de 19e en 20e eeuw ontwikkelden zich meerdere onderwijsinstellingen, waaronder de R.K.-scholen en de openbare lagere scholen. Het stedelijk en rurale transportsysteem werd uitgebreid met wegen, bruggen en spoorlijnen, waarmee Sneek zich ontwikkelde tot een modernere stad terwijl het erfgoed behouden bleef. De combinatie van water, wegen en spoor maakte Sneek tot een belangrijk centrum in Zuidwest-Friesland en een getuige van de historische groei van de regio.

  1. Waterpoort als symbool van Sneek
  2. Stadhuis en Rococo-bordes
  3. Grote Kerk en Martinikerk
  4. Fries Scheepvaart Museum en maritieme geschiedenis
  5. Onderwijs en latere fusies in Sneek

tags: #verbouw #nijverheids #dagschool #sneek