Verbouwen naar tot betekenis en gebruik: uitgebreide definities en regelgeving

Verbouwen omvat bouwkundige wijzigingen aan een bestaand gebouw, variërend van relatief kleine aanpassingen tot ingrijpende veranderingen waarbij de structuur of de omvang van het gebouw wijzigt. Dit artikel verzamelt en ordent definities, historische context en actuele regels rond verbouwen volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en relevanteolder regelgeving.

Herkomst en definities: wat telt als verbouwen?

  • Verbouwen is het geheel of gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten van een bestaand bouwwerk.
  • Vernieuwen na sloop waarbij alleen de oorspronkelijke fundering resteert valt niet onder verbouw, maar onder nieuwbouw.
  • Vergroten betekent dat het bouwwerk in omvang toeneemt en de contouren gewijzigd worden (bijv. dakkapel, aan- of uitbouw).
  • Gedeeltelijk vernieuwen kan betekenen dat het gebouw tot op het casco gestript wordt en vervolgens herbouwt, of dat onderdelen worden vervangen.
  • De contouren van het bouwwerk veranderen bij vergroting; bij alleen aanpassingen aan een deel van het bouwwerk kan dit anders liggen.

Historische regels: Bouwbesluit en de Woningwet

In het Bouwbesluit 2012 was artikel 1.12 het uitgangspunt voor verbouw: op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk zijn de voorschriften voor een te bouwen bouwwerk van toepassing, met uitzonderingen bij afdeling-onderscheidingen. De tekst gaf aan dat lagere prestatie-eisen golden dan bij nieuwbouw, behalve wanneer expliciet anders vermeld. De toegang tot kwaliteitsborging en randgevallen werd toen veelvuldig besproken.

De Woningwet legt vast dat de voorschriften voor verbouw gelden voor de delen van een bouwwerk die fysiek worden gewijzigd; delen die ongewijzigd blijven voldoen aan de eisen voor bestaande bouw. Dit betekent dat als er maar een klein gedeelte van het gebouw wordt verbouwd, veelal de regels voor bestaande bouw gelden voor de ongewijzigde delen. Een hele fundering die behouden blijft bij een ingreep kan tot afwijkende interpretaties leiden.

Veranderingen onder de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

Met de invoering van de Omgevingswet en het Bbl zijn de hoofdstukindelingen gewijzigd: hoofdstuk 3 behandelt ondergrensregels van bestaande bouw, hoofdstuk 4 gaat over nieuwbouw en hoofdstuk 5 over verbouw en gebruikswijziging. Bij verbouw geldt nu direct hoofdstuk 5 en hoeft men niet meer langs nieuwbouwregels te kijken, maar dit is niet automatisch volledig eenduidig. Hoofdstuk 4 opent met een toepassingsbereik voor nieuwbouwregels en artikel 4.1 lid 2 verduidelijkt de grens ten opzichte van verbouw.

Een opvallende wijziging is dat bouwen na sloop waarbij alleen de oorspronkelijke fundering resteert wordt gelijkgesteld aan nieuwbouw, maar niet langer als verbouw wordt gezien. Dit maakt duidelijk dat geheel vernieuwen onder nieuwbouwregels kan vallen, tenzij maatwerkvoorschriften anders bepalen. De fundering blijft uitgezonderd: onderdelen die niet verbouwd worden vallen nog steeds onder de regels voor bestaande bouw. Dus bij geheel vernieuwen geldt nieuwbouw tenzij maatwerk, en geldt voor het bouwwerk zelf op een fundering die minimaal aan het niveau bestaande bouw moet voldoen.

Ook onder het Bbl blijft de regel dat verbouwregels alleen van toepassing zijn op de delen die daadwerkelijk worden verbouwd. Als een bouwwerk wordt verbouwd, zijn de regels van het eerste tot en met het derde lid van toepassing op de vernieuwing, verandering of vergroting, tenzij afdeling 5.3 anders bepaalt. De “dakraamuitleg” blijft een essentieel onderdeel: als een dakraam wordt geplaatst op een zolder, betekent dit nog niet dat de hele zolder aan de regels van verblijfsgebied moet voldoen; de regels gelden uitsluitend voor het dakraam zelf.

Ruwe werking: rechtens verkregen niveau en kwaliteitsniveau

Het rechtens verkregen niveau bepaalt welk kwaliteitsniveau geldt voor wat daadwerkelijk wordt verbouwd. Bij toevoegingen van bouwvolume geldt meestal het kwaliteitsniveau voor bestaande bouw. Voor sommige onderwerpen kunnen afwijkingen gelden uit afdeling 5.3 van het Bbl, zoals bij energiezuinigheid of specifieke Rc-waarden en warmtedoorgangscoëfficiënten (u-waarde).

Bij een dakraam of een andere wijziging geldt vaak dat het rechtens verkregen niveau bepaalt wat er moet gebeuren aan de rest van het bouwwerk. Indien een deel van het bouwwerk niet verbouwd wordt, blijven de eisen voor bestaande bouw gelden voor dat gedeelte. Als de verbouwing leidt tot uitbreiding van het gebouw, geldt voor bepaalde onderdelen mogelijk wel het nieuwbouwniveau, maar soms zijn er afwijkingen mogelijk door maatwerkregels.

Praktische voorbeelden en nuances

  • Bij het vervangen van enkel glas in een raam geldt het rechtens verkregen niveau voor dat raamdeel; de rest van de ramen kan dubbel glas blijven hebben.
  • Bij een nieuw toilet of badkamer in een bestaande woning blijft de regeling afhankelijk van wat er wordt verbouwd: als een geheel nieuw ruimte-element ontstaat, gelden mogelijk andere regels dan voor het bestaande gedeelte.
  • Bij een aanbouw verandert de gevel en geldt het rechtens verkregen niveau voor de uitwendige scheidingsconstructie; voor andere delen zoals het dak en de binnenwanden geldt mogelijk het basale niveau voor bestaande bouw, tenzij afdeling 5.3 anders bepaalt.
  • Bij een extra verdieping geldt dat de extra oppervlakte minstens het kwaliteitsniveau voor bestaande bouw moet krijgen, aangezien er geen bestaand niveau voor die verdieping bestond.

Praktische conclusie voor verwerkers en initiatiefnemers

De regelgeving vereist dat de initiatiefnemer zorg draagt voor ten minste het bestaande kwaliteitsniveau na verbouwing. Als het bouwwerk wordt verbouwd, geldt de toepassing van de verbouwregels op de vernieuwing, verandering of vergroting, en moet bij additionele elementen zoals een BMI (brandmeldinstallatie) het rechtens verkregen niveau als uitgangspunt blijven gelden. Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften opleggen die lagere of hogere eisen mogelijk maken, afhankelijk van de situatie en het oordeel over noodzakelijkheid.

Samenvatting van terminologie en kernpunten

  1. Verbouwen: geheel of gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten van een bestaand bouwwerk.
  2. Gedeeltelijk vernieuwen: tot op het casco gestript en herbouwd worden.
  3. Vernieuwen na sloop waarbij alleen de oorspronkelijke fundering resteert: meestal nieuwbouw, geen verbouw.
  4. Vergroten: toename van bouwvolume met wijziging van contouren.
  5. Rightens verkregen niveau: kwaliteitsniveau direct voor verbouwing dat legaal tot stand is gekomen.
  6. Nieuwbouw versus verbouw: onder Bbl wordt geheel vernieuwen vaak als nieuwbouw gezien, tenzij maatwerk anders bepaalt; de fundering blijft ontzien.
Infographic: Verdeling tussen verbouw, nieuwbouw en onderhoud onder Bbl

Uniek beeld: 4 woningen 'af fabriek' geplaatst op bouwlocatie aan de Lijsterhof

Het te verbouwen deel van een bouwwerk moet na verbouwing ten minste hetzelfde kwaliteitsniveau hebben als het rechtens verkregen niveau. Bij toevoegingen van een verdieping geldt dat deighteous de bestaande bouwnormen als basis nemen, maar de extra verdieping zelve mogelijk het niveau van bestaande bouw moet krijgen. De BMI en andere installaties moeten worden afgesteld volgens het uitgangspunt van de bestaande installatie of het rechtens verkregen niveau, afhankelijk van de situatie.

tags: #verbouwen #naar #tot