Aangehaakt profiel VMZINC kan alleen toegepast worden voor de gevel. De profielen hebben grote afmetingen, beschikbaar in 2 hart-op-hart afstanden, en hebben een beperkte overlap tussen de elementen. De naden kunnen uitgelijnd worden. Eén bebordingsplank om de 333 mm volstaat. De profielen worden onderling met elkaar verbonden door middel van een enkele aanhaking in een verdoken voeg. Ze worden met bevestigingsklangen op de bebording geschroefd. De profielen worden van beneden naar boven, in opeenvolgende rijen en rechts naar links bevestigd.
Maximale lengtes en systeemkeuze
Maximumlengte elk systeem heeft maximumlengtes in functie van zijn toepassing en de specifieke klangen. Wij bevelen aan om de technische handleidingen van elk systeem te raadplegen om de maximumlengtes niet te overschrijden. Lopen over VMZINC en bescherming tijdens het plaatsen: Over het algemeen moet men lopen over het reeds geplaatste VMZINC vermijden, ook al is dit door een folie beschermd. Indien nodig is het echter sterk aanbevolen erover te lopen met behulp van hiertoe ontworpen ladders en veiligheidsschoenen met antislipzool te dragen.
Veiligheid en bladzijdeglans
Natuurlijk zink, gelakt zink en geprepatineerd zink zijn glad, ongeacht het feit of ze al dan niet met hun film zijn bedekt, vooral wanneer ze nat zijn. Zorg in elk geval dat je voldoet aan de op de werf geldende veiligheidsregels en maak je vast met een veiligheidstouw. Bij werken in de buurt van VMZINC (plaatsen van pleisterkalk, voegen, cementeren enz.), moet het reeds geplaatste VMZINC absoluut worden beschermd.
Ventilatie en onderdak
Bij de plaatsing van een dakbedekking of gevelbekleding in traditioneel zink is een doorlopende verluchte ruimte onder het VMZINC onontbeerlijk. De beste verluchting wordt geboden door een doorlopende continue luchtinlaat boven- en onderaan het dak of de gevel. Een rooster met kleine mazen bij de luchtinlaten belet het binnendringen van insecten, vogels, knaagdieren, ... De luchtlaag moet op het dak minstens 40 mm dik zijn en 20 mm in de gevel. De totale doorsnede van de luchtinlaten onderaan en aan de nok bedraagt steeds 1/1000e van het oppervlak van het dak of de gevel, met een minimumbreedte van 10 mm in het geval van een doorlopende luchtinlaat. Het is aangeraden de totale doorsnede voor de verluchting ter hoogte van de nok 1,5 maal groter te maken dan deze aan de voet. Bij hellingen langer dan 13 m voor het dak, is het aangeraden tussenluchtinlaten te voorzien of de luchtlaag te vergroten.
Onderdak en dampscherm
Een laag isolerend materiaal wordt (over het algemeen) onder de verluchte ruimte geplaatst. Om te vermijden dat de isolatie tijdens het plaatsen de verluchte ruimte verstopt, moet een onderdak of regenscherm op de isolatie worden voorzien. Wij bevelen hiervoor het Membrane aan. Dit onderdak of regenscherm moet damp doorlaten en buiten de constructie eindigen, in de goot voor daken of in de dakgoot. Door het onderdak koud te lassen verhindert u bovendien dat koude buitenlucht naar de binnenzijde van de isolatie stroomt.
De waterdichtheid van de binnenlaag van het dak is, vanuit een fysisch oogpunt van het gebouw, de eerste vereiste voor een kwaliteitsdak. In functie van de binnenklimaatklasse van de onderliggende ruimte, wordt een dampscherm geplaatst op de warme zijde van de isolatie.
Warme dakcomplexen en ZINC PLUS
Om aan de huidige bouwtrends en de introductie van warme complexen voor daken en gevels te beantwoorden, heeft VMZINC, ZINC PLUS ontwikkeld. ZINC PLUS is aan de onderzijde bedekt met een beschermlaag van organische samenstelling. VM Building Solutions heeft een patent op deze beschermlaag. De totale dikte van deze laag bedraagt minstens 55 micrometers. Deze beschermlaag aan de onderkant van ZINC PLUS maakt het verluchten van het complex waarop ZINC PLUS is geplaatst, overbodig. ZINC PLUS laat toe het gebruik van zink uit te breiden naar de meest recente ontwikkelingen op het vlak van warme dakcomplexen. ZINC PLUS is ontwikkeld om een antwoord te bieden op toepassing rechtstreeks op isolatie. Het gebruik van het onderdak VMZINC Membrane en het volledig ondersteund dampscherm Aludex® Max bij een warm-dak is verplicht. ZINC PLUS zet op dezelfde manier uit als traditioneel zink.

Bouwgereedschap en bewerking
Om zink te bewerken, gebruik je plooimachines (manueel en CNC), profileermachines en handgereedschap. Voor elk type vouw is een specifiek stuk gereedschap nodig. Gereedschappen voor de plaatsing van ieder systeem worden in de montagehandleiding beschreven. Respecteer de walsrichting. Het walsen geeft het VMZINC een structuur met een richting. Voor geprepatineerde producten moet de walsrichting worden aangehouden, anders kan er een kleurverschil optreden. Deze is aangeduid op de beschermingsfolie. Controleer de temperatuur en laat de folie (nog even) zitten. Folie: wij raden aan de beschermingsfolie te laten zitten tijdens het plooien. Werktemperatuur: overal ter wereld vind je zink terug op daken en gevels, maar onder bepaalde temperaturen kan je het niet plooien. Natuurlijk zink, geprepatineerd QUARTZ-ZINC en ANTHRA-ZINC moeten een temperatuur van minstens 7°C (metaaltemperatuur) hebben. PIGMENTO verwerken we vanaf 10°C (metaaltemperatuur). Haal de folie meteen weg, tenzij… Eens je het zink hebt geplaatst, haal je de folie onmiddellijk weg. Dat gebeurt in één keer over de hele oppervlakte, maar er zijn enkele uitzonderingen op de regel. Op een dak waar je nog overheen moet lopen, laat je de folie beter nog even zitten. Dat geldt ook voor een gevel met panelen die dicht bij de grond zijn geplaatst en waar nog grondwerken moeten plaatsvinden. Vermijd stilstaand water. Indien je de folie gedeeltelijk hebt verwijderd voor afwerking of om te plooien, is het belangrijk om elke ophoping van stilstaand water tussen de folie en het zink te vermijden. Op die manier voorkom je vlekken die lang zichtbaar blijven.
Verankering en montagevolgorde
De hart-op-hart afstand van de kepers wordt bepaald in functie van de eigenbelasting en van de windzuigkrachten. De kepers moeten minimaal 40 mm breed zijn en een maximum hart-op-hart afstand van 600 mm. De regels staan loodrecht op de langsnaden van de Gevelpanelen VMZINC®. Voor de bevestiging van de houten regels tegen de draagstructuur worden gegalvaniseerde haken gebruikt. De tussenafstand van het regelwerk is te bepalen in functie van het eigengewicht en de windkrachten. De afstand tussen de regels is afhankelijk van de belasting op de gevel. De groef-zijde wordt bovenaan bevestigd met maximaal 4 schroeven (vaste punten, max 60 cm tussenafstand).
Na de montage van het eerste Gevelpaneel VMZINC® worden vervolgens de naastliggende panelen uitgevoerd. Deze panelen worden met de "tand" in de "groef" geschoven van het reeds geplaatste paneel. Op het regelwerk wordt een zinkslab bevestigd nadat de Gevelpanelen VMZINC® van het benedenvlak gemonteerd werden. Deze slab overdekt de panelen met minstens 50 mm. Onderaan wordt het paneel bevestigd met inox klangen die de vrije uitzetting van het zink van VMZINC® mogelijk maakt. Na de montage van het bovenste Gevelpaneel VMZINC® op het regelwerk, worden de panelen van de onderliggende rij gemonteerd. Hierbij wordt de "tand" van het onderliggend te monteren paneel in de "groef" geschoven van het bovenliggende reeds gemonteerde paneel. Men laat hierbij een voegbreedte van 10 of 20 mm. Naast de zone waarover het Gevelpaneel VMZINC® geschroefd is wordt het Gevelpaneel VMZINC® met klangen bevestigd. Vóór de montage van de panelen wordt het steunvlak bekleed met een band van zink van VMZINC® die aan weerszijde een plooi heeft van 15 mm.
Samenvatting van taken en tips
- Controleer maximumlengtes en volg technische handleidingen per systeem.
- Behandel het werkgebied veilig: draag antislipschoenen en gebruik een valtuigtje.
- Zorg voor doorlopende ventilatie onder het VMZINC en een dampdoorlatend onderdak/regenscherm.
- Laat folie tijdens buigen zitten totdat de gewenste oppervlakte volledig geplaatst is.
- Voorkom stilstaand water achter de folie om vlekken te vermijden.
- Schroef bevestigingsklangen vast en gebruik gereedschap volgens de handleiding.
tags: #vmzinc #aanhaakprofiel #multiplex