Een regenpijp, ook wel hemelwaterafvoer (HWA) genoemd, speelt een cruciale rol in het afvoeren van regenwater van daken om wateroverlast te voorkomen. De bestemming van dit water kan variëren, afhankelijk van het type afvoersysteem en lokale regelgeving. Tegenwoordig wordt er steeds meer nadruk gelegd op het afkoppelen van regenpijpen van het hoofdriool, met als doel het milieu te ontlasten en regenwater nuttiger te gebruiken.

De bestemming van regenwater
Traditioneel voerde de regenpijp regenwater af naar:
- Een regenton of regenput voor lokale opslag.
- Het riool, waar het zich vermengt met afvalwater.
Tegenwoordig zien we een trend waarbij regenwaterafvoeren steeds vaker worden afgekoppeld van de hoofdriolering. Dit heeft meerdere voordelen:
- Voorkomen van overbelasting van het riool: Bij zware regenval kan het riool overbelast raken, wat kan leiden tot overstorten van gemengd afval- en regenwater.
- Milieuvriendelijker: Schoon regenwater hoeft niet onnodig gezuiverd te worden in een rioolwaterzuiveringsinstallatie.
- Nuttig hergebruik: Regenwater kan worden opgevangen en gebruikt voor tuinirrigatie of andere doeleinden.
Indien er een gescheiden rioolstelsel in de straat ligt, wordt regenwater niet naar een rioolwaterzuivering geleid, maar direct afgevoerd naar het oppervlaktewater. Dit helpt eveneens om overbelasting en overstorten van het riool te voorkomen.
Dimensionering van de regenpijp
De benodigde diameter van een regenpijp is direct gerelateerd aan de hoeveelheid water die afgevoerd moet worden. Een veelgebruikte vuistregel voor woningbouw stelt dat voor elke vierkante meter horizontale projectie van het dakoppervlak, er 1 cm² regenpijpdoorsnede geïnstalleerd moet worden.
Voor professionele bouwprojecten is een correcte dimensionering essentieel en wordt deze berekend op basis van het dakoppervlak, de verwachte regenintensiteit en geldende normen zoals de NEN-normen.
Materialen en uitvoeringen
Regenpijpen worden doorgaans vervaardigd uit:
- Verzinkt metaal
- Kunststof
Het gebruik van zink kan het milieu belasten. Op kwetsbare plekken, zoals aan de straatzijde, wordt vaak gekozen voor een sterker materiaal voor het onderste gedeelte van de regenpijp, bijvoorbeeld een verzinkt stalen buis.
Naast de ronde vorm kunnen regenpijpen ook rechthoekig worden uitgevoerd.

Historische en moderne rioleringssystemen
Vroeger werden regenwater en afvalwater vaak via een gemengd openbaar rioolstelsel afgevoerd. Veel gemeenten zijn echter bezig met het vervangen van deze bestaande rioleringen volgens langjarige gemeentelijke rioleringsplannen. De aanleg van nieuwe, gescheiden systemen voor regenwater en afvalwater maakt hier vaak deel van uit.
Bij renovatie of nieuwbouw worden installateurs steeds vaker verplicht om regenwater apart te verzamelen en af te voeren tot aan de perceelgrens. Dit anticipeert op de plannen van gemeenten om steeds meer aansluitingen geschikt te maken voor afkoppeling van het openbare rioolstelsel.
Het hevelprincipe bij regenwaterafvoer
Een geavanceerd afvoersysteem dat gebruikmaakt van het hevelprincipe (ook wel bekend als UV-systeem of onderdrukafvoer) biedt aanzienlijke voordelen. Dit systeem functioneert als volgt:
- Regenwater op het dak stroomt in speciale afvoertrechters.
- Deze trechters zijn ontworpen om de luchttoevoer naar de standleiding af te sluiten.
- Wanneer de luchttoevoer is afgesloten, wordt de stroming door de afvoerleiding geremd, waardoor zich onder de trechter een watermassa vormt.
- Met deze watermassa bouwt zich een krachtige onderdruk op.
Bij een kleine watertoevoer functioneert dit systeem als een traditionele afvoer, waarbij het water onder vrij verval afvloeit. Wanneer de hevel in werking treedt, stroomt het regenwater met hoge snelheid door de afvoerleidingen. Door het efficiënte gebruik van het leidingvolume (volledige vulling) en de hevelwerking, volstaat het UV-systeem zonder afschot en met relatief kleine diameters (40-100 mm).
Belangrijk: De stromende watermassa veroorzaakt wel grotere dynamische krachten op het leidingstelsel.
Water Catchment Animation
Noodoverlaten en dakconstructie
Om de integriteit van de dakconstructie te garanderen, zijn alle gebouwen uitgerust met een noodoverlaat. Deze voert het regenwater niet af naar een grondleiding, maar zichtbaar rondom het gebouw. Bij extreme regenval mogen de noodoverlaten spuien.
Het is echter belangrijk om rekening te houden met kleine afwijkingen tussen het ontwerp en de fysieke realisatie van het bouwwerk. Aannemers en installateurs mogen redelijkerwijs enkele centimeters afwijken van de millimetermaatvoering op bouwtekeningen. Hierdoor kan de afstand tussen een inlaat van een noodtrechter en het dak groter zijn dan ontworpen. Dit kan leiden tot een grotere watermassa op het dak dan berekend.
Bij extreme regenval zal het dak enigszins doorbuigen, wat normaal is. De werking van de noodoverlaat kan echter in gevaar komen als de doorbuiging verhindert dat de waterlijn de noodtrechters bereikt. De UV-noodoverlaat treedt pas in werking wanneer de noodtrechter geheel onder water staat. Als de noodoverlaat niet in werking treedt, kan dit leiden tot instorting van het dak.
Afkoppelen van de regenpijp: stap voor stap
Het afkoppelen van je regenpijp betekent dat regenwater niet meer het riool in stroomt, maar naar de tuin of ondergronds wordt opgevangen. Dit is goed voor de natuur, het milieu en het riool.
Waarom afkoppelen?
- Milieu: Schoon regenwater wordt niet onnodig gezuiverd.
- Riool: Het riool kan beter omgaan met veel neerslag, wat wateroverlast helpt voorkomen.
- Tuin: Regenwater kan de tuin groener houden tijdens droge periodes en dient als natuurlijke irrigatie.
- Biodiversiteit: Planten en dieren profiteren van een natuurlijker waterbeheer.
Hoe koppel je je regenpijp af?
Het afkoppelen kan op verschillende manieren, variërend van eenvoudig tot complex:
Eenvoudige methoden:
- Zaag de regenpijp door: Zaag de regenpijp laag bij de grond door en leid het water via een steen weg. De steen zorgt ervoor dat het water over een breder oppervlak wegloopt.
- Regenton: Monteer een regenton met een speciale regentonvulautomaat. Deze leidt regenwater de ton in en klapt om als de ton vol is, waarna het water via de regenpijp wordt afgevoerd.
- Bladvanger: Plaats een bladscheider (een halfopen onderdeel dat als een zeef werkt) in de regenpijp om bladeren op te vangen en te voorkomen dat deze ophopen waar de regenpijp uitkomt.
Stappenplan voor het afkoppelen (met optionele bladvanger):
- Plaatsing bladvanger (optioneel): Meet en markeer de hoogte waar de bladvanger moet komen, ideaal op 40-50 cm van de grond.
- Zaag de regenpijp door: Zaag de regenpijp op de gemarkeerde plekken door. Als je een bladvanger installeert, zaag je het stuk tussen de twee markeringen los.
- Sluit het riool af: De opening naar het riool moet goed worden afgesloten met een speciale afsluitdop.
- Leid het water naar de juiste plek: Gebruik een bochtstuk, slang of stuk pijp om het water te sturen naar de gewenste afvoerplek (tuin, infiltratievoorziening, etc.).
- Plaats een deksel of afkoppelstuk: Plaats een deksel op het uitstekende eind van de regenpijp laag bij de grond, of installeer een afkoppelstuk met een handmatige klep.
- Installatie bladvanger (indien van toepassing): Schuif de afvoerpijp op het afgezaagde deel van de regenpijp.
- Optioneel: Plaats een stuk regenpijp tussen de bladvanger en het uiteinde (deksel of vulautomaat) indien je een verlijmbaar of klemmend systeem hebt.
- Bevestiging (optioneel): Bevestig de nieuwe delen met een regenpijpbeugel. Boor hiervoor een gat met de juiste maat en bevestig de beugel.
- Plaats een tegel of afkoppelsteen: Onder de uitstroom van de regenpijp of het afvoerpijpje.
- Test het systeem: Controleer of alles goed werkt door bijvoorbeeld een gieter water door de bladscheider te gieten.

Voorbereidende controles
Voordat je de regenpijp afkoppelt, is het belangrijk om een paar zaken te controleren om wateroverlast te voorkomen:
- Afwatering: Zorg ervoor dat het water wegstroomt naar een lager gelegen deel van de tuin, weg van het huis.
- Niet-betegelde ruimte: De tuin moet voldoende niet-betegelde ruimte hebben voor de opvang van water.
- Bodemstructuur: Het type grond is van groot belang. Zandgrond neemt vaak veel water op, kleigrond minder. Voer een emmertest uit: graaf een gat van 30x30x30 cm, bedek de bodem met zand, vul het gat twee keer met water en laat het weglopen. Vul het daarna nogmaals met ongeveer 10 liter water. Als het water binnen een halfuur verdwenen is, is de grond voldoende doorlatend. Duurt het langer dan vier uur, dan is de doorlatendheid beperkt.
- Grondwaterpeil: Als het grondwaterpeil te hoog is, is afkoppelen geen goed idee. Dit merk je snel als een gegraven gat zich meteen met water vult.
Als je tuin niet direct water kan opnemen, kies dan voor een afkoppelstuk met een klep die je handmatig kunt openen of sluiten. Zo kun je zelf beslissen of het water naar de tuin stroomt of naar het riool.
Gebruik van opgevangen regenwater
Regenwater dat je opvangt via een afgekoppelde regenpijp mag niet worden gebruikt als drinkwater. Ook bij gebruik in de tuin is het belangrijk om zeker te weten dat het water niet vervuild is. Bij een asbestdak moet dit eerst vervangen worden.
Professionele hemelwaterafvoer (HWA)
Voor professionele bouwprojecten is een goed ontworpen hemelwaterafvoersysteem essentieel. Dit systeem zorgt voor de afvoer van regenwater van het dak naar een eindbestemming, afgestemd op gemeentelijke eisen, bodemgesteldheid en duurzaamheidsdoelen.
Bestemmingen voor hemelwater in professionele projecten
- Regenwateropslag: Opvang in tanks of putten voor hergebruik.
- Gescheiden rioolstelsel: Regenwater wordt apart van afvalwater afgevoerd.
- Infiltratievoorziening: Regenwater infiltreert lokaal via kratten of wadi’s.
- Oppervlaktewater: Directe afvoer naar sloten of watergangen.
- Gemengd rioolstelsel: Oudere systemen waar regen- en afvalwater samenkomen (vaak bij renovatie te vervangen).
Hoe bepaal je de afvoerroute?
- Traceer het bestaande systeem: Volg regenpijpen en leidingen, gebruik indien nodig een rioolcamera.
- Raadpleeg gemeentelijke rioleringsplannen: Krijg inzicht in aansluitplichten en toekomstplannen.
- Check bestemmingsplan en bouwvergunning: Hierin staan vaak verplichte infiltratie-eisen.
- Overleg met rioolbeheerder: Noodzakelijk voor goedgekeurde aansluitingen.
- Beoordeel de bodemgesteldheid: Cruciaal voor infiltratiesystemen. Laat eventueel een bodemtest uitvoeren.
Technische aandachtspunten bij professionele installatie
- Correcte dimensionering: Berekend volgens dakoppervlak, regenintensiteit en NEN-normen.
- Duurzame materialen: PVC, PP of gietijzer, afhankelijk van de toepassing.
- Vorstbeveiliging: Leidingen op minimaal 60 cm diepte of voorzien van verwarmingskabels.
- Inspectieputten: Strategisch geplaatst voor onderhoud en reiniging.
- Kwaliteitssystemen: Gebruik van betrouwbare systemen voor eenvoudige montage.
Veelvoorkomende toepassingen in professionele projecten
- Nieuwbouw: Gescheiden afvoer met infiltratievoorziening (50 liter buffercapaciteit per m² verhard oppervlak).
- Renovatie: Vervang zinken goten door kunststof en voeg opvangsystemen toe.
- Bedrijfspanden: Installeer meerdere afvoerpunten en noodoverstorten.
- Monumentale panden: Behoud authentiek uiterlijk met gietijzer of koper.
Regelgeving en vergunningen
Bij de aanleg en het beheer van hemelwaterafvoersystemen zijn diverse regelgevingen en vergunningen van belang:
- Bouwbesluit (NEN 3215): Bepaalt de minimale afvoercapaciteit.
- Gemeentelijke verordeningen: Regels over afkoppeling en infiltratie.
- Waterschappen: Eisen bij lozing op oppervlaktewater.
- Aansluitplicht: Sommige gebieden vereisen aansluiting op het riool, andere juist afkoppeling.
Een goed ontworpen hemelwaterafvoer voorkomt schade, verlengt de levensduur van gebouwen en voldoet aan alle technische eisen.
Slim omgaan met regenwater in de verstedelijkte omgeving
Het klimaat verandert, wat leidt tot frequentere en heviger regenbuien. Onze rioleringen zijn hier niet altijd op berekend. Het aanpassen van de riolering is kostbaar, waardoor gemeenten soms een verbod op het lozen van regenwater in het riool overwegen.
De verstedelijking, met veel gebouwen, straten en parkeerplaatsen, belemmert de natuurlijke infiltratie van regenwater in de bodem. Het terugdringen van deze verstening is een belangrijke stap. Gemeenten kunnen dit stimuleren door het aanleggen van groen en het gebruik van waterdoorlatende bestratingsmaterialen.
Op kleinere schaal kan men in de eigen tuin veel bijdragen aan een beter waterbeheer:
- Groenere bestrating: Vervang tegels door gras, borders, grind of creëer meer ruimte tussen tegels voor gras of grind.
- Voegenmengsels: Zaai of plant kruiptijm of andere voegenmengsels tussen tegels.
- Regenton: Vang regenwater op voor gebruik in de tuin.
- Vijver: Een vijver kan dienen als opvangplek, met een overloop naar de tuin.
- Infiltratiebuizen of -kratten: Graaf deze in de tuin om grote hoeveelheden water in de ondergrond te laten infiltreren (mits de bodem dit toelaat).
- Groen dak: Een groen dak werkt als een spons, vangt regenwater op en voert het langzaam af of neemt het op via planten. Daarnaast heeft het een isolerende werking.
Bodemstructuur en waterdoorlatendheid
Veel vochtproblemen in de tuin ontstaan door een slechte bodemstructuur, zoals verdichte grond of een storende laag in de ondergrond.
- Verdichte grond: Maak de grond luchtiger door diep te spitten en organisch materiaal toe te voegen.
- Storende laag: Doorbreken door diep te spitten of gaten te boren die gevuld worden met hydrokorrels of grof grind.
Diverse gemeentes bieden subsidies aan burgers die hun regenafvoer afkoppelen.
Aansluiten van een regenpijp op het riool: een doe-het-zelf gids
Het aansluiten van een regenpijp op het riool is een klus die met de juiste materialen en kennis zelf kan worden uitgevoerd.
Stappenplan voor aansluiting op het riool:
- Graaf een sleuf: De sleuf van de regenpijp naar het riool moet minimaal 60 cm diep zijn om bevriezing te voorkomen. Zorg voor een lichte helling (ongeveer 1 cm per meter) richting het riool. Houd rekening met bestaande leidingen en kabels.
- Leg de HWA buizen: Begin bij de regenpijp en werk naar het riool toe. Zorg voor goed aansluitende buizen en gebruik PVC-lijm voor waterdichte verbindingen. Gebruik tijdelijke steunen of klemmen om verschuiven te voorkomen.
- Installeer een T-stuk: Plaats een T-stuk of speciaal verbindingsstuk aan het einde van de HWA-buis bij de regenpijp en bevestig dit met PVC-lijm.
- Installeer een HWA ontstoppingsstuk: Plaats dit stuk in de buis nabij de regenpijp voor eenvoudig ontstoppen bij verstoppingen. Regelmatige inspectie is aan te raden.
- Sluit de regenpijp aan: Sluit de regenpijp stevig aan op het T-stuk. Gebruik indien nodig extra bevestigingsmaterialen.
- Controleer op lekkages: Nadat de lijm is uitgehard, giet water door de regenpijp om te controleren op lekkages.
- Gebruik een HWA grondbocht: Realiseer de aansluiting op het riool met een grondbocht voor een soepele overgang. Bevestig ook deze verbinding met PVC-lijm en zorg dat deze stevig in de grond zit.
- Vul de sleuf: Vul de sleuf met zand of grind om de buizen te beschermen en te stabiliseren. Controleer met een waterpas de correcte helling. Vul de rest van de sleuf aan met aarde en egaliseer het oppervlak.
Een goed aangesloten regenpijp beschermt uw huis tegen waterschade en zorgt ervoor dat uw tuin en andere zaken niet onder water lopen.