Een dakkapel is een uitstekende manier om extra ruimte en licht in uw zolder te creëren. Het is een opbouw die uitsteekt uit het dakvlak en zorgt voor een verticale wand met ramen. De constructie van een dakkapel vraagt om een zorgvuldige aanpak, waarbij de juiste materialen en technieken essentieel zijn.

Vergunningvrij Plaatsen van een Dakkapel
Onder bepaalde voorwaarden kan een dakkapel ook vergunningvrij worden geplaatst. Het is belangrijk om te weten dat de informatie op deze pagina vooral bedoeld is voor professionele gebruikers. Wilt u als particulier een dakkapel (laten) plaatsen? Ga dan eerst naar het Omgevingsloket en doe de Vergunningcheck. U ziet dan of u voor uw dakkapel een vergunning moet aanvragen of melding moet doen.
Er is sprake van een dakkapel als deze in een schuin dakvlak wordt geplaatst. Dit wil zeggen dat er rondom de dakkapel sprake moet zijn van een (schuin) dak. Belangrijk is waar de dakkapel geplaatst gaat worden. In de regel geldt dat alles wat grenst aan openbaar toegankelijk gebied (de weg, openbaar groen of water) een grotere invloed heeft op de directe omgeving dan bouwwerken die aan de achterkant worden gebouwd.
Een bouwwerk moet altijd voldoen aan het Bbl (artikelen 4.3 en 4.21, Omgevingswet). Bij bouwen maakt men onderscheid in een technisch deel van het bouwen en een ruimtelijk deel van het bouwen. Het plaatsen van een dakkapel is altijd vergunningvrij voor het technische deel van het bouwen, ongeacht de afmetingen en locatie in het dakvlak waar de dakkapel wordt geplaatst. Dit geldt dus niet voor een dakopbouw.
Voorwaarden voor Vergunningvrij Plaatsen (Ruimtelijk Deel)
Om een dakkapel vergunningvrij te mogen plaatsen voor het ruimtelijke deel, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- De dakkapel wordt geplaatst op het achterdakvlak of op een zijdakvlak dat niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd.
- De dakkapel heeft een plat dak.
- De maximale hoogte van de dakkapel is 1,75 meter, gemeten vanaf de voet van de dakkapel.
- De onderkant van de dakkapel bevindt zich tussen 0,5 meter en 1 meter boven de dakvoet (de onderrand van het dak).
- De bovenkant van de dakkapel bevindt zich minimaal 0,5 meter onder de daknok.
- De zijkanten van de dakkapel bevinden zich minimaal 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak.
- De dakkapel mag niet worden gebouwd op een tijdelijke woning, woonwagen, vakantiehuisje of een woning die niet permanent bewoond mag worden.
- De dakkapel mag niet worden gebouwd op een monument of in een beschermd stads- of dorpsgezicht.

Situaties waarin een Vergunning Nodig is
In de volgende situaties is het bouwen van een dakkapel vergunningplichtig voor het ruimtelijke deel:
- De dakkapel wordt gebouwd aan, op of bij een (voorbeschermd) monument.
- Het dakvlak waarop de dakkapel wordt geplaatst, is gelegen op een locatie met de functie-aanduiding ‘rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht’ in het omgevingsplan.
- Er is sprake van een welstandsexces, wat betekent dat er ernstige strijd is met redelijke eisen van welstand, met buitensporigheden in het uiterlijk die duidelijk zijn voor niet-deskundigen.
- De dakkapel wordt gebouwd aan, op of bij een bouwwerk dat zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning is gebouwd of wordt gebruikt.
- Een dakkapel met een schuin dak is nooit vergunningsvrij.
Constructie en Onderdelen van een Dakkapel
De constructie van een dakkapel speelt een cruciale rol voor de stabiliteit en levensduur. Bij de constructie van een dakkapel speelt de keuze van de balken een belangrijke rol. Er worden doorgaans drie soorten balken gebruikt:
- Gordingen: Horizontale balken die de spanten van het dak ondersteunen en het gewicht van de dakkapel dragen.
- Muurplaat: Een horizontale balk die op de dragende muren ligt en het gewicht van de dakkapel gelijkmatig verdeelt.
- Kepers en spanten: De kepers vormen de dragende structuur van de dakkapel en zijn verbonden met de gordingen. Spanten zijn schuin geplaatste balken die het dak ondersteunen.
Een dakkapel steunt voornamelijk op de bestaande dakconstructie. De belangrijkste steunpunten zijn de gordingen en spanten van het dak, en bij grotere dakkapellen ook de muurplaat die op de draagmuur rust.
Materiaalkeuze
Hout is een veelgebruikte keuze vanwege zijn draagkracht en verwerkbaarheid, meestal vurenhout met een minimale dikte van 50x150 mm. Daarnaast worden ook materialen zoals kunststof (glasvezel versterkt polyester met kern van PUR-schuim), trespa of keralit gebruikt voor wangen.
Onderdelen van een Dakkapel
Een dakkapel bestaat uit verschillende onderdelen:
- Dakvlak: De basis waarop de dakkapel wordt geplaatst, met aandacht voor de dakvorm, dakbedekking en Rc-waarde.
- Dakbedekking: Het materiaal dat de dakkapel waterdicht maakt, zoals EPDM of bitumen.
- Daktrim: De afwerking aan de bovenste rand van het boeideel.
- Boeideel: De dakrandafwerking, vaak gemaakt van Keralit of HPL-platen.
- Overstek: De onderzijde van het boeideel.
- Achterbak: Het gedeelte van de dakkapel dat tegen het schuine deel van het dak wordt gemonteerd.
- Wangen (zijwangen): De platen aan de buitenzijde van de dakkapel.
- Front: De voorkant van de dakkapel, aan de zijkanten van de kozijnen.
- Kozijnen: De raamkozijnen, verkrijgbaar in verschillende materialen (kunststof, hout) en uitvoeringen.
- Glas: Dubbel of enkel glas, afhankelijk van de isolatie-eisen.
- Rolluiken en zonwering: Optionele toevoegingen voor comfort en privacy.
- Ventilatie en horren: Belangrijk voor een gezonde leefomgeving.
- Afwerking: De binnen- en buitenafwerking, die de uitstraling bepaalt.

Maatvoering en Vormgeving
De maatvoering en vormgeving van een dakkapel zijn aan strikte regels gebonden, zowel voor vergunningvrije plaatsing als voor situaties waarin een vergunning vereist is. Deze regels zorgen ervoor dat de dakkapel esthetisch verantwoord is en past bij de woning en de omgeving.
Maatvoering (Algemeen)
- Hoogte: Maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak, met een maximum van 1,50 m tot 1,75 m (afhankelijk van de specifieke regels) gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim.
- Breedte: Maximaal 50% tot 75% van de breedte van het dakvlak, met een maximum van 3,00 m tot 4,00 m (afhankelijk van de specifieke regels) gemeten tussen de middelpunten van zijmuren of eindgevels.
- Hoogte boeiboord: Maximaal 0,25 m.
Plaatsing
- Afstand tot goot: Minimaal 0,50 m en maximaal 1,00 m.
- Afstand tot nok: Minimaal 0,50 m of minimaal drie rijen dakpannen.
- Afstand tot zijkant dakvlak: Minimaal 0,50 m tot 1,00 m, gemeten tot midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels.
- Afstand tot voorgevellijn (bij zijdakvlak): Minimaal 1,00 m.
- Afstand tussen twee dakkapellen: Minimaal 1,00 m.
Vormgeving
- De dakkapel kan plat afgedekt zijn.
- Indien passend in het architectuurbeeld en bij een dakhelling groter dan 45°, kan een aangekapte dakkapel met een dakhelling van minimaal 25° worden toegepast.
- Gevelgeleding, indeling en profielen van kozijnen moeten worden afgestemd op het hoofdgebouw.
- Er mag geen overmaat aan detailleringen zijn, dus bescheiden overstek, boeibord en ornamenten.
- Materiaal- en kleurgebruik van kozijnen en profielen moet worden afgestemd op die van het hoofdgebouw.
- Het voorvlak moet grotendeels gevuld zijn met glas, met beperkte toepassing van dichte panelen tussen de glasvlakken.

Dakkapellen op Verschillende Dakvormen
De mogelijkheid om een dakkapel te plaatsen en de specifieke regels hiervoor kunnen sterk variëren afhankelijk van de dakvorm:
- Zadeldak met flauwe helling: Kan weinig tot geen gelegenheid bieden voor een dakkapel, aangezien de bovenzijde van de dakkapel (nagenoeg) gelijk kan komen met de nok.
- Lessenaardaken: Voor dakkapellen op lessenaardaken gelden dezelfde uitgangspunten als voor zadeldaken. Afhankelijk van de dakhoek en nok- en goothoogte gelden verschillende regels. Wanneer de hoek kleiner is dan 30°, is een dakkapel welstandshalve niet wenselijk.
- Wolfseinden: De beperkte maat van een wolfseind is ongeschikt voor toevoegingen. De zijdakvlakken zijn hiervoor meer geschikt en dienen behandeld te worden als het zadeldak, waarbij de wolfseinden gerespecteerd moeten worden.
- Schilddaken: Het karakter van deze kapvormen, met naar de nok toelopende hoekkepers, vereist een zeer beperkte afmeting van de dakkapel.
In het algemeen worden dakkapellen onder in het dakvlak toegepast, omdat dit door de grootte van het dakvlak zorgt voor een goed en evenwichtig beeld.
Alternatieven en Extra Aspecten
Naast het plaatsen van een dakkapel zijn er ook andere mogelijkheden om extra ruimte te creëren, zoals een nokverhoging, dakopbouw of het uitbouwen van een woning. Ook zijn er specifieke aandachtspunten bij de uitvoering:
- Prefab dakkapellen: Deze worden volledig in de fabriek gebouwd en kunnen vaak binnen één dag geplaatst worden, wat zorgt voor minimale overlast.
- Op maat gemaakte dakkapellen: Deze worden specifiek aangepast aan de woning en kunnen meer tijd in beslag nemen voor de plaatsing.
- Casco dakkapel: Hierbij wordt het dakkapel wind- en waterdicht geplaatst, waarna de afwerking zelf kan worden uitgevoerd.
- Constructieberekening: Soms is voor een grote dakkapel een constructieberekening nodig.
- Burenrecht: Houd rekening met de regels van burenrecht, die vaak te maken hebben met het voorkomen van hinder.
- Garantie: Informeer naar de garantievoorwaarden, die tot 10 of 15 jaar kunnen oplopen.
- KOMO-keur: Een KOMO-keurmerk kan een indicatie zijn van de kwaliteit.
Timelapse Dakkapel in 90 seconden
Bij het kiezen van een dakkapel is het essentieel om goed geïnformeerd te zijn over de regelgeving, de technische aspecten en de verschillende opties. Het raadplegen van lokale vakspecialisten en het doen van een Vergunningcheck via het Omgevingsloket zijn belangrijke stappen om teleurstellingen te voorkomen.