Maria Salomea (Marie) Skłodowska-Curie (Warschau, 7 november 1867 - Passy, 4 juli 1934) was een Pools-Frans scheikundige en natuurkundige. Zij was een pionier op het gebied van de radioactiviteit, ontving twee Nobelprijzen en ontdekte de elementen polonium en radium.
Van onderdrukte scholing naar Parijs: de achtergrond van een pionier
Marie Skłodowska werd op 7 november 1867 geboren in het door Rusland bezette deel van Polen. Ze was de jongste van vijf kinderen van Władysław Skłodowski en Bronisława Boguska. Als 15-jarige haalde ze cum laude het examen van de middelbare school, maar kort daarna kreeg ze last van depressie en werd ze door haar vader naar familie op het platteland gestuurd. Vanwege Russische maatregelen werd het onderwijs in Polen gerussificeerd; vrouwen hadden geen toegang tot universiteiten, waardoor ze in 1883 niet toegelaten werd tot de Universiteit van Warschau.
Om bij te dragen aan het gezin, werkte ze als lerares. Met haar oudere zus Bronia sloot ze een overeenkomst: Bronia zou naar Parijs gaan om medicijnen te studeren en Marie zou geld verdienen als lerares totdat Bronia arts kon zijn en Marie naar Parijs kon komen.
Studie in Parijs en eerste stappen naar radioactiviteit
In 1891 verhuisde ze naar Parijs en studeerde scheikunde, natuurkunde en wiskunde aan de Sorbonne. In 1893 slaagde ze als beste van haar jaar voor haar licentiaat natuurkunde en in 1894 voor wiskunde. Ze kreeg een kans om magnetische eigenschappen van gehard staal te onderzoeken en maakte kennis met Pierre Curie, die haar professioneel verder hielp.
Op voorspraak van haar docent Lippmann begon ze begin 1894 onderzoek naar magnetisering van staal. In 1897 rondde ze haar onderzoek af en begon ze onderzoek naar uraniumstralen, opgedragen door Becquerel. Op 25 juni 1903 verdedigde ze aan de Sorbonne haar proefschrift Recherches sur les Substances Radioactives, het eerste proefschrift in de natuurkunde geschreven door een vrouw. Ze verkreeg haar doctorsgraad met de kwalificatie très honorable.
Ontdekkingen en Nobelprijzen: polonium, radium en radioactiviteit
Marie Curie werkte samen met Pierre Curie en onderzochten mineralen zoals uraniniet of pekblende. Ze ontdekten dat pekblende sterker radioactief was dan uranium, wat leidde tot de conclusie dat er een onbekende stof moest zijn die meer straling produceerde. Het eerste element werd polonium genoemd naar Polen en het tweede radium vanwege de intense radioactiviteit van het materiaal. In 1903 ontvingen Marie en Pierre Curie de Nobelprijs voor Natuurkunde samen met Becquerel. In 1911 ontving Marie Curie de Nobelprijs voor Scheikunde voor de ontdekking van polonium en radium en voor de isolatie van radium.

Gevaren van straling en het tragische overlijden
Tijdens de samenwerking met radium kreeg Marie Curie blootstelling aan grote stralingsdoses. Haar werk leidde tot gezondheidsproblemen: aplastische anemie en mogelijk leukemie. Ondanks de waarschuwingssignalen ging ze door met haar onderzoek. Na het overlijden van Pierre Curie in 1906 werd ze de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de Sorbonne. Haar latere jaren werden getekend door ziekte en voortdurende blootstelling aan straling; ze overleed op 4 juli 1934 aan leukemie, wat vrijwel zeker het gevolg was van straling.

Radiotherapie en de maatschappelijke impact
Na de ontdekking van radium werd straling breder toegepast in kankerbehandeling (radiotherapie). Hoewel radium lang als veelbelovend werd gezien, bleken lange-termijnbijwerkingen en stralingsrisico’s aanzienlijk te zijn. Radium werd in de loop van de twintigste eeuw vervangen door andere stoffen zoals kobalt en cesium, vanwege schadelijke bijwerkingen.
Ondertussen bouwde Marie Curie het radiuminstituut in Parijs op, een centrum voor nucleaire fysica en chemie. Haar werk droeg bij aan medische toepassingen en de ontwikkeling van onderzoekscentra, terwijl haar persoonlijke leed en de druk van de publieke opinie ook een rol speelden in haar leven.
Radiotherapie VUmc: algemene voorlichtingsfilm
Erfenis en nalatenschap
Curie werd in 1995 bijgezet in het Panthéon in Parijs. Haar familie bleef actief in de wetenschap, met dochter Irène die samen met Frédéric Joliot-Curie in 1935 de Nobelprijs voor Scheikunde ontving. Haar nalatenschap omvat de term radioactiviteit, de ontdekking van polonium en radium, en de ontwikkeling van het radiuminstituut.
Samenvatting van belangrijke feiten
- Geboorte en vroege opleiding in Polen; obstakels door Russische heerschappij.
- Studie in Parijs aan de Sorbonne; samenwerking met Pierre Curie.
- Ontdekking van radioactiviteit en isolatie van polonium en radium.
- Twee Nobelprijzen: 1903 (Natuurkunde) en 1911 (Scheikunde).
- Levenslange blootstelling aan straling leidde tot leukemie; overlijden in 1934.
- Erfenis omvat radiuminstituut, radiotherapie en canonicalische erkenning in het Panthéon.
In het verloop van haar leven toonde Marie Curie vastberadenheid ondanks belemmeringen, maakte ze essentiële inzichten in de aard van atoomkernen en droeg ze bij aan behandelingen die de geneeskunde hebben gevormd. Haar werk toont aan hoe nieuwsgierigheid en toewijding kunnen leiden tot baanbrekende wetenschappelijke doorbraken, maar ook aan de gevaren die gepaard gaan met onvoorzichtige omgang met hoge stralingsdoses.