BW: WTW-kanaal aanleggen in kruipruimte – instructies en praktische gids

Voor een WTW-systeem gebruik je bij voorkeur stijve kanalen van PVC, EPP of gegalvaniseerd staal. Flexibele slangen zijn handig voor de laatste aansluiting op een ventiel, maar ze veroorzaken meer weerstand en mogen nooit als volwaardig alternatief worden gebruikt. Houd kanalen zo recht en kort mogelijk en beperk het aantal bochten. Liggen de kanalen in een onverwarmde ruimte zoals de zolder? Isoleer dan zowel de toevoer- als de afvoerkanalen dampdicht. Doordat een WTW-unit tot wel 95% van de warmte terugwint, is ook de afgevoerde lucht die naar buiten gaat relatief koud, wat condensvorming op het kanaal kan veroorzaken. Zorg tot slot voor luchtdichte verbindingen op alle koppelingen.

Waarom en wanneer een WTW-systeem?

Een WTW-unit gaat gemiddeld 15 tot 20 jaar mee. Is je unit aan vervanging toe? Goed nieuws: in de meeste gevallen kun je het bestaande kanaalwerk hergebruiken. Maak vóór het demonteren van de oude unit altijd foto's van de bedrading en aansluitingen - dat maakt de aansluiting van de nieuwe unit een stuk eenvoudiger. Sluit de akoestisch geïsoleerde slangen aan op de binnenverbindingen (woonhuisaansluitingen) en de thermisch geïsoleerde slangen op de buitenverbindingen (toe- en afvoer naar buiten). Zet de stroom pas terug nadat alles correct is aangesloten. Na plaatsing moet de unit altijd opnieuw worden ingeregeld. Na installatie of vervanging moet een WTW-systeem altijd worden ingeregeld. Dat betekent: de luchthoeveelheden (debieten) per ruimte instellen zodat ze voldoen aan de minimale eisen uit het Bouwbesluit, én zodat de toe- en afvoer van lucht in balans zijn. De juiste volgorde is: stel eerst het totale debiet in op de WTW-unit zelf, en pas daarna de individuele ventielen per ruimte af. Let op: het aanpassen van één ventiel beïnvloedt de debieten van alle andere ventielen in het systeem. Inregelen vereist een professionele flowmeter en de nodige kennis. Dit is dan ook geen klus die je zonder de juiste apparatuur zelf kunt uitvoeren.

Hoe werkt ventilatie met warmteterugwinning?

Bij ventilatie met warmteterugwinning regelt een zogenoemde wtw unit de aan -en afvoer van lucht. Dat niet alleen, deze unit haalt ook de warmte uit de afgevoerde lucht en verwarmt hiermee de aangevoerde lucht. De hoeveelheid afgevoerde lucht is hetzelfde als de hoeveelheid lucht die wordt toegevoerd. Daarom wordt wtw ventilatie ook wel balansventilatie genoemd.

Centraal versus decentraal wtw-systeem

Er bestaan twee verschillende soorten wtw systemen:

  • Centraal wtw-systeem - Hierbij heb je één unit die de aan -en afvoer van lucht in de woning regelt. De wtw unit is vaak centraal geplaatst. De vervuilde lucht wordt afgevoerd via luchtkanalen en ventielen in vochtige ruimtes. De verse lucht wordt de woning ingeblazen via ventielen in alle verblijfsruimten.
  • Decentraal wtw-systeem - Ventilatie met warmteterugwinning installeren in bestaande woningen is ingewikkeld. Als er geen toevoerkanalen aanwezig zijn en je deze niet wilt of kunt aanleggen, is een decentrale wtw-unit een oplossing. Bij decentrale ventilatie wordt elke ruimte apart geventileerd via een wtw-unit in de buitengevel.

Kosten en subsidie

Een wtw-unit kost ongeveer € 1.000 tot € 4.000. Daar bovenop komen de kosten voor de aanleg van ventilatiekanalen door het huis. Een wtw-installatie levert een flinke besparing op: je kunt ongeveer 40 kuub gas per jaar besparen en je houdt ongeveer 80 tot 90% van de warmte vast die anders verloren gaat. Vanaf 2026 is er subsidie verkrijgbaar voor energiezuinige ventilatie, op voorwaarde dat deze in 2026 is geïnstalleerd. Je kunt dit één keer aanvragen en ontvangt een vast bedrag van 400 euro. Dit is alleen mogelijk in combinatie met een isolatiemaatregel. Het is aan te vragen tot maximaal twee jaar na het laten aanbrengen van een isolatiemaatregel waarvoor je eerder ISDE-subsidie hebt gekregen.

Onderhoud en gebruik

Wtw-unit onderhoud verlengt de levensduur en zorgt voor optimale luchtkwaliteit. In een WTW-unit zitten filters; maak deze regelmatig schoon. Maak de ventielen eens per jaar schoon met een stofzuiger en sopje. Plaats de ventielen op dezelfde plaats en met dezelfde instelling terug. Een goed functionerende ventilatie-unit biedt een hoog comfort. Doordat WTW-units geen ventilatieroosters nodig hebben, heb je weinig last van geluiden van buiten de woning.

Inregelen en veel voorkomende fouten

Een veelgemaakte fout bij het inregelen is het starten bij de ventielen. De juiste stap is: begin met het inregelen bij de WTW-unit zelf. Als ventielen te vroeg of te strak afgesteld worden, kan dat leiden tot tocht en geluidsoverlast. Een andere fout is het ontbreken van geluiddempers: regelgeving vereist dat het geluidsniveau in verblijfsruimtes niet boven 30 dB(A) uitkomt. Gevolg van geen dempers is moeilijk te realiseren comfort. Ook het gebruik van plooibogen in plaats van gladde bochten verhoogt de weerstand en het geluid. De oplossing is training en advies van vakexperts, zoals Zehnder Academy.

Inregelen vereist meetinstrumenten en de juiste kennis; een professionele flowmeter en vakkennis zijn noodzakelijk. Voorkom condensatieproblemen door droogsifons correct te plaatsen en door condensatie te voorkomen in de WTW-unit. Zoneren kan voordeel bieden: meerdere zones voor aanvoer en afvoer kunnen de energiebesparing verhogen en geluid reduceren.

Infographic: overzicht van WTW-systeem met centraal en decentraal opzet

Werking balansventilatie | Instructievideo

Technische tips voor kruipruimte en kanaalwerk

Belangrijk is om kanalen zo recht en kort mogelijk te houden en het aantal bochten te beperken. In een kruipruimte kun je kanaalwerk langs muren of balken leiden en waar mogelijk ondervloeren volgen. Als kanalen door onverwarmde ruimtes lopen (zoals kruipruimte of zolder), isoleer dan zowel toevoer- als afvoerkanalen dampdicht. Sluit alle verbindingen luchtdicht af en vermijd lekkages die warmteverlies en condensatie veroorzaken. Gebruik stijve kanalen van PVC, EPP of gegalvaniseerd staal in plaats van flexibele slangen voor de hoofdkanalen; flexibele slangen zijn wel bruikbaar voor de laatste aansluiting op ventielen, maar niet als volwaardig alternatief.

Bij renovatie of vervanging kun je het kanaalwerk hergebruiken. Maak vooraf foto’s van bedrading en aansluitingen. Sluit akoestisch geïsoleerde slangen aan op binnenverbindingen en thermisch geïsoleerde slangen op buitenverbindingen. Laat de WTW-unit altijd opnieuw inregelen nadat de installatie is voltooid en zorg voor balans tussen toevoer en afvoer. Houd rekening met condensatie op kanalen door de warmtewisselaar: koude afvoerlucht kan condensatie veroorzaken in koude periodes.

Uitwerking van kanalen en vochtbeheer

De diameter en het ontwerp van het kanaalstelsel bepalen de luchtdoorvoer en het geluidsniveau. Gebruik een combinatie van spirobuizen en thermisch geïsoleerde flexibele slangen om lastige bochten te realiseren, maar voorkom dat kanalen sneller vervuilen; schoonmaken van spirobuizen is relatief eenvoudig, terwijl flexibele slangen mogelijk beschadigen bij onderhoud. Plaats geluidsdempers vlak na de WTW-unit en verspreid eventuele extra dempers langs het kanaalpad om ruis en buisgeluid te minimaliseren. Houd rekening met ruimte rond de WTW-unit voor onderhoud en filtervervanging, en controleer of rookluchtfilters nodig zijn voor jouw situatie (vaak niet standaard aanwezig).

Zoneer waar mogelijk voor energiebesparing en comfort. Twee zones voor aanvoer en twee zones voor afvoer zijn gangbaar: slaap- en woonzone. Vind je gewenste inregelpunten: begin met het totale debiet per woning en verdeel dit vervolgens per ruimte. Bij decentrale systemen kun je per ruimte extra aandacht geven aan absorberende filters en afzuiging. Voor een centrale balansventilatie is het ontwerpen van de locatie van de WTW-unit cruciaal en vereist vaak een bouwkundige berekening.

Praktische stap-voor-stap aanpak

  1. Beoordeel of een centraal of decentraal WTW-systeem geschikt is voor jouw woning.
  2. Maak een plattegrond en foto’s van mogelijke kanaaltoegangspunten; laat eventueel constructieberekeningen uitvoeren voor muurdoorvoeren.
  3. Bereken debieten per ruimte en selecteer de juiste kanaaldimensies met behulp van Vent Tools of Optivent/WT CB-tools.
  4. Installeer stijve kanalen langs vaste routes en beperk bochten; gebruik flexibele slangen alleen voor de aansluiting op ventielen.
  5. Bevestig luchtdichte koppelingen en monteer geluidsdempers langs de hoofdkanalen en nabij de WTW-unit.
  6. Voer een inregeling uit op de unit en vervolgens per ventiel; begin met totaal debiet en daarna per ruimte.
  7. Voer onderhoud uit: reinig filters, ventielen en controleer op lekkages; plan periodieke controles in.
  8. Documenteer de installatie met foto’s en schema’s voor toekomstige onderhoud en vervanging.
Diagram: centrale vs. decentrale WTW-indeling in een woning

tags: #wtw #kanaal #door #kruipruimte