Podiumoptredens in Nederland: Een Overzicht van Muzikale Diversiteit

Bart van Liemt: Een Reis door Muzikaal Verleden en Heden

Bart van Liemt gaf een intiem optreden in de Patronaatzaal, die ondanks zijn kleine omvang een goede akoestiek bood. Van Liemt benadrukte de persoonlijke sfeer door te stellen dat hij vrijwel iedereen in het publiek bij naam kende. Hij creëerde een geslaagd anderhalf uur durend programma, zonder te verzanden in zware ambities, met de ondersteuning van Matthijs van Duijvenbode aan de piano, die eerder samenwerkte met artiesten als Douwe Bob, Tim Knol en Johan.

Het optreden was een reis door de tijd, waarbij Van Liemt zowel zijn eigen muzikale verleden belichtte als werk van anderen en nieuw materiaal uit zijn 'muzikale foto-album' presenteerde. Hij opende met het recente nummer 'Road to Somewhere', om vervolgens direct over te schakelen naar 'It Only Gets Better' van het eerste Sheer-album uit 2004, een nummer dat doet denken aan Oasis. Ook 'With The TV On' van het derde Sheer-album kwam aan bod. Dit nummer werd geïnspireerd door een uitspraak van Cees Brouwer, voormalig drummer van Bintangs en conciërge van de Santa Maria, waar de groep op school zat: 'Zorg dat je nooit met cola en chips op de bank eindigt'.

Tijdens het concert werden ook enkele covers gespeeld, waaronder 'Bitter Sweet Symphony' van The Verve en de Crowded House klassieker 'Water with You'. Een opvallend nieuw nummer was het fraaie, Lennon-achtige 'Here's to Forever'. Als toegift keerde Van Liemt terug naar de vroegste Sheer-periode met 'Something to Say' en 'Right Now'. Het nummer 'Right Now' werd al gespeeld tijdens de Rob Acda finale in 1999, waar de groep destijds ten onrechte niet won. Zevenentwintig jaar later bewijst Van Liemt nog steeds zijn muzikale relevantie.

Illustratie van Bart van Liemt op het podium, met een focus op de intieme sfeer van het concert.

Sjako!: Experiment en Vernieuwing in Rockmuziek

Het rocktrio Sjako! gaf een concert in Patronaat, dat gekenmerkt werd door enkele improvisatiemomenten. Eerder had de groep ook al opgetreden tijdens een informele 'instore' bij Sounds, waar ze nummers van hun nieuwe dubbelalbum 'Senior Citizens' ten gehore brachten. Live lag de nadruk echter ook op de instrumentale stukken, die het album onderscheiden van eerder werk. Deze nummers, vaak ingetogen, maken gebruik van 'loops' en effecten om spannende soundscapes te creëren, die als intermediair dienen tussen de traditionele rocksongs van Sjako!.

De groep, die in de samenstelling van gitarist Wouter Planteijdt, basgitarist Thijs Vermeulen en slagwerker Jaap Vrenegoor speelt - de formatie uit de late jaren tachtig en vroege jaren negentig - draagt al decennia de 'eretitel' supertrio. Deze titel wordt echter niet primair gedefinieerd door technische virtuositeit of snelheid, maar door een unieke muzikale benadering. Dit wordt onderstreept door het album 'Senior Citizens' en het optreden in Patronaat, waar het trio afwijkt van de traditionele rolverdeling van instrumenten. De bas kan bijvoorbeeld de leidende melodie-instrument zijn, en zelfs drummer Vrenegoor kan deze rol op zich nemen.

Tijdens het concert in Patronaat kwam vrijwel het complete nieuwe album voorbij. Een hoogtepunt was het nummer 'Suit Gorilla', waarin Wouter Planteijdt een subtiele gitaarsolo opbouwde die uitmondde in een krachtig en dynamisch spel. De band sloot af met oudere favorieten zoals 'Hurt', het door het publiek meegezongen 'I Won't Quit Now', de publieksfavoriet 'The Dingwall’s Dazzle Dance' en de altijd succesvolle Hendrix-cover 'Foxy Lady'. Voor een groot deel van het publiek, dat het nieuwe album waarschijnlijk nog niet kende, bood dit een aangenaam kwartier van herkenning. De persoonlijke voorkeur ging echter uit naar het repertoire van 'Senior Citizens', dat de vooruitgang van de band benadrukt.

Grafische weergave van de geluidsgolven van een complex instrumentaal stuk van Sjako!, gecombineerd met beelden van de bandleden.

Experimentele Muziek in Haarlem: Van Avant-Garde tot Intieme Optredens

Haarlem, hoewel bekend als jazz- en orgelstad, worstelt met het etiket 'avant-garde muziekstad'. Veel experimentele musici uit de stad kiezen ervoor om naar Amsterdam te verhuizen. Desondanks vinden er interessante muzikale projecten plaats. Een ensemble bestaande uit trombonist en countertenor David Whitwell, slagwerker Gustan Asselbergs en pianist Daniel Roser, die eerder te zien waren in De Pletterij en te horen zijn op de 'Drop me off in Haarlem'-LP uit 2024, biedt een platform voor experiment.

Tijdens een recent optreden in 37PK stonden zij, samen met de Amerikaanse altvioliste Julie Michael, opgesteld tussen de beelden van Andrew March. Het publiek kon vrij rond het ensemble plaatsnemen. De musici speelden vijf stukken van ongeveer tien minuten, die een grote variatie kenden. Het optreden begon met Michael, die met elastiekjes over de snaren van haar altviool speelde, wat een 'groovend' ritme creëerde waar de anderen soepel op inspeelden. De tweede improvisatie gebruikte een 'drone' van trombone en altviool als uitgangspunt. Daarna nam pianist Daniel Roser het voortouw met een melodieus stuk, waarop Whitwell zingend reageerde. Het vierde stuk was een geïmproviseerde tromboneballade, ondersteund door een langzame swing. Het concert werd afgesloten met het eerste deel van Bachs 'Goldbergvariaties', dat diende als basis voor een korte variatie. Het optreden werd geprezen als mooi en spannend.

Foto van het ensemble dat optreedt in 37PK, met de beelden van Andrew March op de achtergrond.

Polly Paulusma: Intieme Folk met Diepgang

De Engelse singer-songwriter Polly Paulusma presenteerde haar muziek in Haarlem, vergezeld door contrabassist Jon Thorne. Hoewel Paulusma een eigenzinnige gitaarstijl heeft, vond ze deze te eenvormig om een heel concert te dragen. Thorne, die eerder samenwerkte met artiesten als Lamb en James Yorkston, voegde een diepere dimensie toe aan haar spel. Paulusma, die de afgelopen twintig jaar zes studioalbums uitbracht, is ook literatuurdocent aan de Universiteit van Cambridge, wat haar verhalende liedjes verklaart.

Haar gitaarstijl kenmerkt zich door veelvuldig gebruik van open akkoorden, typisch voor Engelse folk, die veel ruimte laten voor 'meedronende snaren'. Ze opende haar optreden met 'Red Flags' van haar album 'Wildfires', waarbij de combinatie van haar hese, meisjesachtige stem en Thorne's diepe spel direct opviel. Op het album 'Wildfires' worden de nummers ingeleid door gesproken tekst of poëzie; in het live optreden beperkte Paulusma dit tot drie nummers. Het repertoire omvatte ook oudere nummers, zoals het solo gespeelde 'Mea Culpa' van haar debuutalbum 'Scissors in My Pocket' uit 2004. Het hoogtepunt van de avond was het ontroerende 'Scars', eveneens van 'Wildfires'.

Portret van Polly Paulusma met haar akoestische gitaar, gefotografeerd in een intieme setting.

Vincent van Warmerdam: Een Overweldigend Live-Optreden

Het concert van Vincent van Warmerdam in de Phil overtrof de hoge verwachtingen die gebaseerd waren op zijn album 'There is Time'. Zelfs het openingsnummer, tevens het titelnummer van het album, toonde de ingenieuze opbouw en de aandacht vasthoudende kwaliteit van zijn composities. Helaas bleef de 'albumtournee' beperkt tot slechts twee concerten, in Groningen en Haarlem, wat als een gemis wordt beschouwd gezien de zeldzame klasse van Van Warmerdam op de Nederlandse podia.

Hoogtepunten van het optreden waren 'A Western Ballad', gebaseerd op een tekst van Allen Ginsberg uit 1948, en 'So she walked', gezongen door Cato van Dijck (My Baby) en afkomstig uit een muziektheaterproductie over de Amerikaanse folkzangeres Judee Sill. Ook het nostalgische 'Recurrence', met tekst van de Amerikaanse 'society-auteur' Dorothy Parker, werd gewaardeerd. De sfeer van de albums van Randy Newman, Ry Cooder en Harry Nilsson was vaak voelbaar. In de toegift werd nog even teruggegrepen naar het bijna vijftig jaar oude Hauser Orkater met de klassieker 'The Beatles In Oud-IJmuiden'. Het concert werd omschreven als een avond die men niet graag had willen missen.

Abstracte visualisatie die de muzikale sfeer van Vincent van Warmerdam's optreden weergeeft, met invloeden van Amerikaanse folk en filmmuziek.

De Keuken: Folkmuziek in Vernieuwende Jasjes

Een bijzondere en verrassend goede aflevering van 'De Keuken' stond in het teken van folkmuziek. Een duo en een solist presenteerden hun interpretaties van traditionele Britse folk, waarbij ze de muziek moderniseerden zonder de oorspronkelijke context te verliezen.

De in Amsterdam wonende Engelsman Seamus Cater, die zich de laatste tien jaar steeds meer richt op de folktraditie met de concertina als primair instrument, trad op met de Noorse gitarist Fredrik Rasten. Hun album 'Strange the Grass Grows', dat in de Pletterij werd gepresenteerd, bevat zes sonore songs, deels bestaand en deels nieuw geschreven op basis van oude Britse teksten. Het resultaat werkte hypnotisch en zou niet misstaan op een Minimal Music Festival. De teksten, die teruggaan tot de tijd van Shakespeare of zelfs Beowulf, trekken de luisteraar langzaam maar zeker naar binnen, waardoor het besef van tijd verdwijnt.

Na de pauze was het podium voor The Gentle Good, het alter ego van de Welshman Gareth Bonello. Bonello, die in Wales al diverse cultuurprijzen heeft ontvangen en zeven albums heeft opgenomen, trad voor het eerst live op in Nederland. Zijn repertoire, bestaande uit deels traditionals en deels zelfgeschreven nummers, past op het eerste gehoor in de traditionele Britse folk van artiesten als Bert Jansch en Martin Carthy. Echter, Bonello voegt hieraan het Welsh, de taal waarin hij veel nummers zingt, en de verhalende thema's van zijn songs en albums, zoals zijn meest recente 'Elan', toe. Elk nummer werd onderhoudend ingeleid, waardoor de onverstaanbaarheid van de taal geen obstakel vormde. Het repertoire was gevarieerd en Bonello speelde fantastisch gitaar.

Collage van beelden: een concertina, een akoestische gitaar, en fragmenten van oude Britse manuscripten.

Them Peckin’ Boys: Bluegrass met een Rockrandje

Them Peckin’ Boys presenteerden hun nieuwe album 'See no Bluegrass, Hear no Bluegrass, Sing no Bluegrass' in het Slachthuis, en maakten hun titel waar door een unieke mix van genres te leveren. Het openingsnummer van het album, 'The Game', een ode aan de flipperkast, werd omschreven als stevig, rockend, met een ruige zangstem en een prachtig refrein. 'Ambulance' leunde meer naar garagerock, maar met een prominente banjo-riff. De zangstem van gitarist Quentin Dean werd op een spannende manier elektronisch vervormd. Een ander nummer van de nieuwe plaat, 'Rat Hell', was een slepende midtempo rocker waarin bassist Kylian Postema een dragende partij speelde met een memorabele melodie.

Them Peckin’ Boys opereren inmiddels weer als kwartet, met de toevoeging van drummer Cocktail Bob, die na elk nummer speciaal applaus kreeg. Oudere favorieten kwamen ook aan bod, waaronder 'Break Up' en 'Appetite for Violence' van het vorig jaar verschenen album, en 'Hellbound', 'Satellite in Orbit' en 'Alone (For A While (But I Don’t Mind))' van 'Lucky No 5' uit 2024. De band combineert bluegrass-elementen met rock en andere invloeden, wat resulteert in een dynamisch en herkenbaar geluid.

Dynamische foto van Them Peckin’ Boys tijdens een live-optreden, met de drummer in het middelpunt.

Wouter Planteijdt & Ruth Sahertian: Een Ontmoeting van Generaties

Gitarist Wouter Planteijdt gaf een optreden in Badhuis Leidsebuurt, in een sobere bandsamenstelling met contrabassist Gerco Aerts en drummer Misha Porte. Deze musici staan bekend om hun beheersing van stilte en durven deze ook te laten vallen. Planteijdt speelde voornamelijk akoestisch, ondanks zijn elektrische gitaar. Het optreden bevatte covers van klassiekers zoals Bob Dylans 'Buckets of Rain', John Hiatt's 'Dust Down A Country Road' en Bill Withers' 'Green Grass', waarbij Aerts en Porte een perfecte, relaxte groove neerzetten.

Na de pauze zette Planteijdt dit voort met nummers als Loudon Wainwright III's 'Nocturnal Stumblebutt', John Prine's 'Hello in There' en Dylan's 'Simple Twist of Fate', eveneens van het vijftig jaar oude album 'Blood on the Tracks'. In beide sets nodigde Planteijdt de bijna veertig jaar jongere Ruth Sahertian uit, die de afgelopen jaren naam heeft gemaakt in de musicalwereld. Hoewel Planteijdt qua performance-karakter en frasering een voorsprong heeft, wordt verwacht dat Sahertian zich verder zal ontwikkelen. Samen hebben ze al prachtige nummers geschreven, waaronder 'Transparency', waarmee de eerste set werd afgesloten. Het concert trok een volle zaal.

Beeld van Wouter Planteijdt en Ruth Sahertian die samen optreden, met een subtiele belichting.

VanWyck: Delicaat en Onnadrukkelijk Muzikaal Verhaal

VanWyck, het project van singer-songwriter Christine Oele, heeft zich sinds 2018 stevig genesteld in de top-10 van favoriete Nederlandse muzikanten. De zes studioalbums die ze tot nu toe heeft uitgebracht, doen niet voor elkaar onder. Wat de groep, met drummer Rowin Tettero als langdurig lid, kenmerkt, is het unieke 'onnadrukkelijke' van haar muziek. De terloopse arrangementen in combinatie met de substantiële klasse van de liedjes geven de muziek een delicate kwaliteit.

Onlangs stond VanWyck voor het eerst in de Phil in Haarlem, wat een teken is dat ze de verdiende stap naar grotere theaters maakt. Oele presenteerde een dwarsdoorsnede van haar vijf albums, met een nadruk op 'Dust Chaser'. De nummers waren onderling losjes verbonden door een fragmentarisch reisverhaal. Hoewel het totaalgeluid is verschoven van akoestische gitaar naar meer klavierpartijen, wat ook op het album te horen was, bleef de kwaliteit van de liedjes hoog. Het grootste verschil met eerdere concerten lag niet zozeer in het muzikale, maar in haar presentatie. Waar haar optredens voorheen sereen en zonder opsmuk waren, waarbij de kracht in de liedjes, zang en sobere arrangementen zat (vergelijkbaar met artiesten als Edith Piaf, Joni Mitchell of Leonard Cohen), was er ditmaal een verandering merkbaar.

Artistieke foto van Christine Oele (VanWyck) op het podium, met een focus op de ingetogen sfeer van haar muziek.

tags: #zo #stereotiep #is #een #behanger #bezig