Mestafvoer regels en mogelijkheden in Kollum: een uitvoerige overzicht van de meststoffenwet en transportregels

In de Europese Nitraatrichtlijn staan afspraken en doelen om de waterkwaliteit te beschermen. Ieder land kan zelf regels opstellen om deze afspraken na te komen. Nederland heeft deze wettelijke regels vastgelegd in de Meststoffenwet (Msw). De Meststoffenwet is weer onderverdeeld in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Urm) en het Uitvoerings­besluit Meststoffenwet (Ubm). Vanaf 2024 zijn het Besluit gebruik meststoffen (Bgm) en de Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen (Ugm) ondergebracht in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), onderdeel van de Omgevingswet. Hieronder staat een selectie beschreven.

Hoofdregel en uitzonderingen rond stikstof en derogatie

De maximale stikstofgift (N-totaal) met dierlijke mest bedraagt 170 kg per hectare en op derogatiebedrijven 190 of 200 kg per hectare (2025), afhankelijk van de ligging en grondsoort. De derogatie vervalt vanaf 2026. Voor deze bedrijven geldt dan ook de maximale gift van 170 kg per hectare. Het gaat om gemiddelde maximale giften. Men mag dus het ene perceel meer en het andere perceel minder geven. Alle meststoffen waarin dierlijke mest voorkomt, worden beschouwd als dierlijke mest. Voor ieder gewas is op basis van de geldende bemes­tings­adviezen vastgesteld hoeveel stikstof maximaal mag worden gegeven.

Voor het zuidelijk zand- en lössgebied is de stikstofgebruiksnorm in 2015 verlaagd met als doel het stikstofbodemoverschot, en daarmee de uitspoeling van stikstof, te verlagen. In 2025 zijn de gebruiksnormen in zogeheten met ‘nutriënten verontreinigde gebieden’ (NV-gebieden) verlaagd met 20%. Op klei mag extra stikstof gebruikt worden middels stikstofdifferentiatie. Als equivalente maatregel kan men een opbrengstafhankelijke verhoging van de stikstofgebruiks­norm voor (o.a.) suikerbieten aanvragen (onder voorwaarden; zie Equivalente maatregel (rvo.nl)). Voor vlinderbloemige groenbemesters is er geen gebruiksnorm meer. Voor niet-vlinderbloemige groenbemesters is er alleen een gebruiksnorm indien de groenbemester wordt gezaaid voor 1 september na graan, graszaad of koolzaad en niet voor 1 februari wordt vernietigd.

Op klei en veen is de gebruiksnorm 60 kg per hectare, op zand en löss 50 kg per hectare. Dit zijn de voorwaarden voor de mestwetgeving. Net als bij dierlijke mest is het mogelijk om het ene gewas meer en het andere gewas minder stikstof te geven. Bij de gebruiksnorm van stikstof gaat het om werkzame stikstof. Het werkingspercentage van kunstmeststikstof is op 100 gesteld. De werkingspercentages van dierlijke mest en andere mest­stoffen zijn lager vastgesteld.

Schema en timing voor toepassing, bemesting en fosfaat

In de tabel is zichtbaar dat de najaarstoediening van drijfmest is verboden. Dit verbod geldt vanaf 1 augustus, met uitzondering van percelen waar voor 15 september een groenbemester wordt ingezaaid. Op die percelen mag tot en met 15 september drijfmest worden uitgereden. Op zand- en lössgrond mag vaste mest worden uitgereden tot en met 31 augustus. De fosfaatgebruiksnorm is afhankelijk van de fosfaattoestand van de bodem. Deze toestand moet blijken uit bemonstering en analyse van de oppervlakte bouwgrond. Als de bodem niet bemonsterd en geanalyseerd is, moet men de laagste fosfaatgebruiksnorm (categorie hoog) hanteren. Vanaf 2023 geldt een fosfaatvrijstelling voor vaste strorijke mest en champost. Hierbij telt 75% van de hoeveelheid fosfaat mee in de gebruiksruimte. Bij het gebruik van compost telt slechts 25% van de hoeveelheid fosfaat mee. Voorwaarde is dat ten minste 20 kg fosfaat afkomstig is uit een van deze bronnen en dat de fosfaatgebruiksnorm niet wordt overschreden. Meer informatie staat op de pagina Stimuleren organische stofrijke meststoffen (rvo.nl).

In de fosfaatklasse hoog is een mogelijkheid om vijf kilo extra fosfaat aan te voeren bovenop de gebruiksnorm van 40 kilo, mits aan de voorwaarden in artikel 33b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet wordt voldaan. Daarvoor moet aantoonbaar ten minste 20 kilo fosfaat afkomstig zijn uit organische stofrijke bronnen. Zuiveringsslib en compost moeten onder andere voldoen aan kwaliteitsnormen voor de gehalten aan zware metalen en organische stof (of NW bij zuiveringsslib). Als aan één of meerdere normen niet wordt voldaan, dan mag de meststof niet worden toegediend. Op alle grondsoorten is het van 1 augustus tot en met 15 maart verboden om drijfmest uit te rijden. Indien een teler een groenbemester teelt, mag er tot en met 15 september ook drijfmest toegepast worden wanneer de groenbemester uiterlijk op die datum wordt gezaaid. Vaste mest mag een teler op zand-, dal- en lössgrond niet toepassen vanaf 15 september tot en met 31 januari. Tussen 1 januari en 1 februari geldt vanaf 2023 een uitzondering op deze grondsoorten voor vaste strorijke mest. In de periode van 16 september tot en met 31 januari is het verboden om kunstmeststikstof te gebruiken.

Op klei- en veengrond mag men grasland scheuren (vernietigen) in de periode 1 februari tot en met 15 september. Van 16 september tot en met 30 november mag grasland alleen gescheurd worden als vervolgens bepaalde bollensoorten worden geplant. Op zand- en lössgrond mag men grasland scheuren in de periode tussen 1 februari en 31 mei. Voorwaarde voor scheuren van 1 februari tot en met 10 mei is dat direct aansluitend een stikstofbehoeftig gewas wordt geteeld. Op 11 mei tot en met 31 mei mag alleen grasland gescheurd worden als direct opnieuw gras gezaaid wordt.

Op of in de bodem brengen van zuiveringsslib. vernietigen van de zode van gras. Op of in de bodem brengen van meststoffen in een tuin bij een particulier huishouden of in een volkstuin. Als het gaat om dierlijke meststoffen, mag dit maximaal 160 liter zijn en mag het geen verpompbare mest zijn. Als de mest geen dierlijke mest is, geldt er geen maximum voor de hoeveelheid.

Transitiepunten: transport en rVDM

Met het rVDM doet u voor, tijdens en na het vervoer meldingen over het vervoer. De meldingen doet u digitaal op e-cert.nl. Bent u landbouwer? Dan moet u meestal een intermediair inhuren om uw mest te laten vervoeren. Na het vervoer bevestigt u het rVDM op e-cert.nl. In sommige situaties mag u de mest ook zelf vervoeren. Als intermediair doet u alle meldingen rond het vervoer. Meestal is het vervoer standaard vervoer. Bij standaard vervoer is GR-apparatuur, wegen, bemonsteren en analyseren verplicht. Er zijn ook soorten vervoer met speciale regels. Bijvoorbeeld afvoer van dierlijke mest naar particulieren. Wilt u als particulier mest aanvoeren of afvoeren? Dan mag u dat zelf doen, of u huurt een vervoerder in. U heeft niet altijd een rVDM nodig.

Bent u intermediair of landbouwer en vervoert u mestkorrels of substraat? Of mengsels van vaste meststoffen met maximaal 10% champost of dierlijke mest? Dan gebruikt u geen rVDM. Er zijn wel regels over het vervoer. Bent u producent van een van deze producten? Dan stuurt u ons elk kwartaal een overzicht van hoeveel van elk product u heeft geleverd. MestkorrelsVervoert u mestkorrels uit een installatie die door de NVWA erkend is? Dan gebruikt u geen rVDM. Substraat voor de champignonteeltVervoert u substraat voor de champignonteelt naar een champignonteler? Of vervoert u grondstoffen voor de productie van substraat? Dan gebruikt u geen rVDM. Mengsel van vaste meststoffen met maximaal 10% champost of dierlijke mest Vervoert u mengsels van vaste mest met maximaal 10% champost of dierlijke mest? Dan gebruikt u geen rVDM.

De afgelopen jaren zijn er elk jaar een kleine miljoen transporten gedaan met dierlijke mest. Elk kwartaal publiceren we een actueel overzicht. Deze zijn gemaakt met gegevens uit de vervoersdocumenten van dierlijke mest. Vervoert u mest of meststoffen? Dan moet u uw bedrijf registreren bij de NVWA. Een transport van mest moet u van tevoren melden. Daarnaast zijn er nog verschillende andere eisen waaraan u moet voldoen. Deze eisen zijn afkomstig uit verschillende wettelijke regelingen.

Overige regels en handhaving

Dit besluit wijzigt het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (hierna: Ubm). verwerking van mest. het Ubm, geeft invulling aan de Nitraatrichtlijn en is gericht op bescherming en verbetering van de waterkwaliteit. Dit is ook benoemd in het zesde actieprogramma, dat in het kader van de Nitraatrichtlijn is opgesteld. de naleving van wet- en regelgeving te verhogen is de inzet van automatisering. door een volledig digitaal systeem waarmee real time meldingen kunnen worden verzonden. (paragraaf 2). aan het systeem moet worden doorgegeven. is omgegaan met de transportregels zoals die tot op heden golden (o.a. (hierna: Urm). de gewenste wijzigingen in de Urm te kunnen doorvoeren. wordt voorzien. 2. Dit systeem wordt hierna aangeduid met rVDM, dat staat voor real time Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen. worden. omtrent het vervoer worden doorgegeven. dat in Nederland plaatsvindt worden gebruikt. de import en export van dierlijke meststoffen. meststoffen blijven wel aanvullende regels van toepassing. meststoffen ongemoeid. of een bedrijf zich aan de gestelde regels heeft gehouden. om controles op regels die betrekking hebben op het mesttransport zelf. kan voldoen. In de volgende paragrafen wordt meer in detail uiteengezet hoe rVDM werkt.

Infographic: Overzicht Meststoffenwet en rVDM-processen

De meldingen en registraties lopen via e-cert.nl en NVWA/RVO-systemen. De vooraanmeldingen, startmeldingen en losmeldingen worden elektronisch verwerkt met AGR/GPS-apparatuur. Er zijn uitzonderingen en maatwerk vervoerssituaties mogelijk die per situatie moeten worden beoordeeld. De regelgeving is erop gericht om verontreiniging van bodem en water door af- of uitspoeling van meststoffen te voorkomen.

Het doel is controle en verantwoording van meststromen, met strikte handhaving en boeteregimes bij niet-naleving. De transportregels en rVDM verminderen administratieve lasten op termijn en verbeteren traceerbaarheid. Voor particulieren zijn ook regels, maar er bestaan uitzonderingen zoals boer-boer transport en korte afzetperiodes, onder voorwaarden.

In dit artikel zijn de belangrijkste regels en mogelijkheden omtrent mestafvoer in Kollum samengebracht, met verwijzingen naar relevante regelingen zoals Urm, Ubm, Bgm en Ugm, en naar de transport- en meldingsplichten via rVDM.

Informatie en toelichting over de verschillende regelingen vindt u op de pagina’s van rvo.nl, NVWA en e-cert.nl, waar u ook actuele cijfers en voorbeelden kunt vinden.

tags: #afvoer #mest #kollum