Geschiedenis en architectuur van historische gevels in de binnenstad van Alkmaar

De binnenstad van Alkmaar is een bezoek meer dan waard.

Het middeleeuwse centrum van Alkmaar geldt niet voor niets als beschermd stadsgezicht.

Je vindt hier een aaneenschakeling van grachten, oude hofjes en eeuwenoude huizen.

Op de Kennemersingel staat de Molen van Piet, een korenmolen uit 1769 die is gebouwd op het Clarissenbolwerk.

Het Fnidsen is een schitterende winkelstraat met vele monumentale panden.

Ook vanaf het water is de binnenstad van Alkmaar de moeite waard.

Er is een mogelijkheid een rondvaart met gids door de grachten te maken of een bootje te huren om het zelf te ontdekken.

De eerste bewoners van Alkmaar vestigden zich op de geestgronden in een moerassig gebied aan de oostzijde van Kennemerland.

De rivier de Rekere vormde de grens met West-Friesland.

De naam Alcmaria wordt al genoemd in de tiende eeuw.

Op 11 juni 1254 werden aan Alkmaar stadsrechten verleend door Willem II van Holland.

De stad deed toen voornamelijk dienst als grensvesting en uitvalsbasis in de strijd tegen de West-Friezen.

Door markten en handel kreeg Alkmaar een centrumfunctie en groeide de stad.

Vanaf die tijd ging het de bevolking van Alkmaar voor de wind.

Veel van de historische gevels in het stadscentrum zijn uit de tijd dat Alkmaar een rijke handelsplaats was.

In 1470 begon men met de bouw van de Grote- of Sint-Laurenskerk.

Dit is ook nu nog het grootste middeleeuwse kerkgebouw in de Alkmaarse binnenstad.

Het begin van de bouw van het stadhuis vond in 1509 plaats, hoewel het gebouw pas in 1520 voltooid werd na veelvuldige verbouwingen en veranderingen in ontwerp.

Het stadhuis stond er dus al 53 jaar toen tijdens de Tachtigjarige Oorlog Alkmaar de eerste Nederlandse stad was die het machtige Spaanse leger wist te weerstaan.

‘Bij Alkmaar begon de Victorie’ luidt de uitdrukking.

Op deze pagina is meer over het beleg van Alkmaar te vinden.

In de 19e eeuw liet Koning Willem I het Noordhollandsch Kanaal afgraven.

Alhoewel het stadsbestuur dacht dat de handel bevorderd zou worden doordat het kanaal dwars door Alkmaar liep, bleek het tegengestelde waar.

Doordat reizigers en schippers makkelijker konden doorvaren, bleef niemand meer in Alkmaar overnachten.

Vanaf de Tweede Wereldoorlog maakte Alkmaar een stormachtige groei door.

Na de ontwikkeling van een reeks nieuwe wijken kreeg de stad de status van groeikern om de 'overloop' uit de Randstad op te vangen.

Met de stadsuitbreiding in noordelijke richting, op het grondgebied van onder andere, de in 1972 geannexeerde gemeente Oudorp, groeide Alkmaar uit tot een middelgrote stad.

Op 13 December beginnen we aan de volgende editie van de Puienprijs.

Het wordt de veertiende keer, dat we prijzen uitreiken voor de mooiste nieuwe en vernieuwde gevels in het monumentale gedeelte van onze stad.

We zijn een jaar bezig met de voorbereiding van de uitreiking in november 2017.

Een jury van architecten, kunstenaars en historici bestuderen alle gevels, die tussen juli 2015 en juli 2017 zijn voltooid.

Soms gaat het om nieuwe panden met nieuwe gevels, soms om restauraties van bestaande gevels.

Onderscheiden worden woonhuizen en bedrijfspanden, beide nieuw of restauratie.

Vier categorieën dus.

Voor elke wijzen we vijf te nomineren panden aan.

Via de media maken we alle twintig nominaties in september 2017 bekend.

Tijdens de openbare prijsuitreikingsavond wordt er over elk pand verteld waarom het genomineerd is.

Altijd met foto’s van hoe het was en hoe het geworden is.

Soms worden er ook suggesties gedaan voor verdere verbetering.

En er zijn helaas elke keer ook weer ‘gele kaarten’ nodig om verloederende plekken aan de kaak te stellen.

De vier mooiste gevels winnen de puienprijs voor hun categorie.

Bij de vorige edities moesten we steeds zo’n 60 tot 100 panden bestuderen.

Soms ging het om grote nieuwbouwprojecten in de binnenstad, in andere gevallen om kleinere aanpassingen, zoals de restauratie van een erker.

Maar voor we alles gezien hebben zijn we maanden verder.

Van de panden die we nomineren willen we dan ook nog eens alles weten: eigenaar, opdrachtgever, architect, aannemer, hoe het vroeger was, of daar foto’s en tekeningen van zijn, wat het doel van de bouw of restauratie is, welke materialen er gebruikt werden.

Het is voor ons allemaal hobby, maar het begint verdacht veel te lijken op werk.

We kennen ook geen tweede stad in ons land waar men zo te werk gaat.

Dordrecht probeert deze puienverkiezing ook van de grond te krijgen.

De historische vereniging aldaar kwam bij ons te rade.

Onze oud-burgemeester Ronald Bandell, vorig jaar november helaas overleden, nam na zijn vertrek uit onze stad het idee van de puienprijs mee en introduceerde dat destijds in zijn nieuwe gemeente Dordrecht.

Helpt u mee, dat er geen pand aan onze aandacht ontsnapt?

Alkmaar is na Amsterdam en Haarlem de derde stad van Noord-Holland en ligt in de samenwerkingsregio Kennemerland en deels in West-Friesland.

In 2004 heeft Alkmaar gevierd dat het 750 jaar stadsrechten bezit, die op 11 juni 1254 verleend zijn door Graaf Willem II (1228-1256), Graaf van Holland en Zeeland.

Onder bescherming van kastelen als Torenburg, Middelburg en Nieuwenburg wordt Alkmaar grensvesting en uitvalsbasis in de eeuwenlange strijd tegen de West-Friezen.

Het verloop van de geschiedenis bepaalt het belang van Alkmaar.

Zo zou in 1429 hier het Bloedmirakel hebben plaatsgevonden, waarbij op wonderbaarlijke wijze bloedvlekken verschijnen in een stuk textiel.

In 1492 vindt er de Opstand van het Kaas- en Broodvolk plaats en in de zomer van 1517 hebben de stad en de omgeving te lijden van plunderingen door de Arumer Zwarte Hoop.

Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) komen de Nederlanden onder Willem van Oranje in opstand tegen de toenmalige landsheer Filips II, Koning van Spanje en dit laat ook zijn sporen na in Alkmaar.

In juni 1572 zijn het de Calvinistische Geuzen onder aanvoering van Diederik Sonoy die de Alkmaarse franciscaner priesters en broeders oppakken en in Enkhuizen omwille van hun trouw aan het Katholieke geloof, na gruwelijke marteling, vermoorden.

De Spaanse troepen, die in Oudorp hun kamp hebben opgeslagen, vallen Alkmaar aan op 21 augustus 1573 en belegeren de stad tot 8 oktober 1574.

Maar de Alkmaarders weet met kokende teer en brandende takkenbossen stand te houden tegen de Spaanse stormaanvallen.

Deze gebeurtenis leidt tot het bekende historische gezegde “Bij Alkmaar begint de victorie”.

Want het Spaanse leger onder bevel van Alva's zoon Don Frederik trekt zich terug op het moment dat de dijken worden doorgestoken en het platteland rondom de stad onder water wordt gezet.

Alkmaar komt daarna tot grote bloei en wordt een veilige stad.

Omdat elders de Tachtigjarige Oorlog nog enkele tientallen jaren voortduurt, krijgt de stad te maken met een toeloop van mensen uit de overige Nederlanden.

Om deze mensen te huisvesten worden kleine eilandjes in het oostelijke stadsdeel bouwrijp gemaakt, waarop zich geleidelijk aan een groot aantal ambachtelijke bedrijven, zoutziederijen, bierbrouwerijen, pakhuizen en winkels vestigden.

Deze ontwikkeling komt in een stroomversnelling door het hernieuwd toekennen van het Waagrecht aan de stad Alkmaar, waardoor de kaasmarkt sterk groeit.

Zo zien we in het historisch centrum nu nog bijna 400 rijksmonumenten en 700 gemeentelijke monumenten en een groot aantal van die historisch gebouwen en panden zullen we op deze stadswandeling passeren.

Voor deze stadswandeling door het oude historische centrum van Alkmaar vertrekken we vanaf het Station Alkmaar aan de Stationsweg, waar we aan de noordzijde een grote parkeerplaats vinden.

Het Station Alkmaar wordt in gebruik genomen in 1865 met de opening van de spoorlijn Den Helder – Alkmaar.

Dit is de tweede door de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HSM) in gebruik genomen spoorlijn en maakt deel uit van het door de Staat der Nederlanden aangelegde traject van Den Helder naar Amsterdam.

Het is een van de standaardstations van het Type SS derde klasse, zoals die in de jaren zestig van de 19e eeuw gebouwd worden door de Staatsspoorwegen.

In de loop der jaren is het stationsgebouw grondig verbouwd en aangepast, waarbij de beide uiteinden en ook de vleugels zijn verhoogd, zodat het hele gebouw nu twee verdiepingen heeft.

In de jaren zestig van de vorige eeuw wordt het middelste deel van de voorgevel ingrijpend gewijzigd en krijgt de stationshal een grotendeels uit glas bestaande voorzijde, waardoor het aanzicht sterk verandert.

Vanaf het station wandelen we naar rechts door de Stationsweg tot we aan de T-splitsing komen met de Bergerweg en Scharlo.

Hier gaat de route naar links en langs de rotonde over de Geesterweg bereiken de Bergerbrug over het water van de huidige stadsgracht.

Hier heeft vroeger een smalle houten ophaalbrug, met een hoog hek en de stadspoort, de Bergerpoort of Geesterpoort gelegen.

In de 19e eeuw verliezen dergelijke poorten en hekken hun functie en zijn velen verdwenen.

Zo ook de Bergerpoort of Geesterpoort.

Op de hoek van Zevenhuizen en Geest vinden we het hoofdgebouw of beheerderswoning van het Hofje van Paling en Foreest met een prachtige gevelsteen.

Het Provenhuis Paling en Van Foreest is een van de oudste hofjes in Alkmaar.

Het provenhuis wordt gesticht in 1540 met geld uit het testament dat het echtpaar Pieter Claeszoon Paling en Joost van Foreest Willem Dircksdochter.

Bij het Clarissenklooster, even buiten de oude Geesterpoort, heeft Paling al in 1522 enige huisjes aangekocht met het vooropgezet doel hier een provenhuis te stichten.

In eerste instantie is het provenhuis gereserveerd voor 12 arme, oude lieden.

Hier worden alleen vrouwen toegelaten en daarmee verwordt het provenhuis feitelijk tot een hofje waar tot 1690 alleen Katholieke vrouwen worden toegelaten, daarna ook Gereformeerden.

Oorspronkelijk bestaat het hofje uit een hoofdgebouw met zijn unieke en sierlijke topgevel aan de Geest.

In de periode 1583-1587 worden er 2 kamers aan de Kanisstraat bijgebouwd.

Het hoofdgebouw moet in de periode 1860-1864 zijn afgebroken en vervangen door een bescheiden hoekpand, dat sindsdien uitsluitend als conciërgewoning dienst doet en dat geen regentenkamer heeft.

Behouden blijft wel de oude, halfronde gevelsteen met de daarop in reliëf uitgehouwen Alliantiewapens Paling - Van Foreest en Van Oudshoorn - Paling, als boogvulling boven de ingang van de huidige hoekwoning.

Vóór 1885 wordt het hofje uitgebreid met 4 nieuwe woningen langs het inmiddels in een park veranderde Bolwerk, waardoor er een geheel ingesloten binnenhof ontstaat.

In 1984 is het hofje gerenoveerd en zijn verschillende woningen samengevoegd om de woonruimten te vergroten.

Door de Gasthuisstraat komen we aan de monumentale Grote of Sint Laurenskerk gebouwd in de periode 1470-1520 op de plek waar volgens een eerste vermelding al in de 10e eeuw een houten kerkje heeft gestaan dat rond de 11e eeuw door brand is verwoest.

Daarna bouwt men op dezelfde plek opnieuw een kerk, die ook door brand wordt verwoest.

Het huidige kerkgebouw is naar alle waarschijnlijkheid ontworpen door de Mechelse architect Anthonius Keldermans (1440-1512).

Naast Anthonius Keldermans zijn ook zijn broer Mathias en zijn zoon Anthonys betrokken bij het ontwerp, waarin 26 vrijstaande kolommen de gewelven en bogen dragen.

De kerk is gebouwd op een oude zandrug, die vlakbij aan het begin van de Langestraat in de bestrating als hoogste natuurlijke punt is aangegeven met een kleine halve maan van grijze kinderkopjes.

De Grote of Sint Laurenskerk is voor de rooms-katholieke eredienst gebouwd als een basiliek in de stijl van de Brabantse Gotiek, die grootser en massaler van vorm is dan de Franse Gotiek.

Het kerkgebouw heeft een hoogte van 35 meter met een kruislengte van 85 meter bij 56 meter.

De karakteristieke buitenmuren van witte kalkhoudende zandsteen uit het Waalse Gobertange rusten op een fundering die even beneden het maaiveld één meter breed is en trapsgewijs steeds breder wordt tot een diepte van drie meter.

Binnen zijn de zuilen van gelige kalkhoudende zandsteen uit het Belgische Lede in Oost-Vlaanderen.

Daarnaast is Duitse tufsteen gebruikt voor de muren van het schip en inheemse roodgele baksteen voor de transepten en de rest van de kerk.

In het interieur valt het hoge houten tongewelf op met zijn gewelfschotels met stralenkransen.

Opvallend is hier in het koor de plafondschildering van het Laatste Oordeel (1518), dat uit negen panelen bestaat en wordt toegeschreven aan Jacob Cornelisz. van Oostsanen (1470-1533).

Verder vinden we in de Grote of Sint Laurenskerk een tweetal wereldberoemde orgels.

Allereerst het Van Covelens orgel, ook wel Koororgel genoemd, dat uit 1511 stamt en tegen de noordermuur van de kerk is geplaatst.

Dit unieke instrument, als éénklaviers orgel met 8 registers, staat aan het begin van de Hollandse orgelbouwgeschiedenis en is na de laatste restauratie in het jaar 2000 het oudste nog bespeelbare orgel in Nederland.

In 1636 ontstaat het idee voor de bouw van een groot orgel achter in de kerk.

Aan dit 17e eeuwse hoofdorgel hebben tussen 1638 en 1646 verschillende orgelbouwers van de familie Hagerbeer gewerkt, maar in 1645 voltooit Jacobus Caltus van Hagerbeer dit orgel.

De orgelkast van het Hagerbeer-orgel is ontworpen door de beroemde architect Jacob van Campen (1596-1657) en Caesar Pietersz. van Everdingen (1617-1678) krijgt in 1643 de opdracht om de deuren van de orgelkast te beschilderen met “de Triomfe van den Coninck Saul”.

Deze schildering behoort tot zijn eerste grote werk.

Boven het orgel is door de schilder Romeyn de Hooghe het Barok aandoende “De Deugd, die de Ondeugd verplettert' aangebracht.

Het instrument wordt van 1723 tot 1725gemoderniseerd door Franz Casper Schnitger (1693-1729), telg uit een beroemd Noord-Du

In het interieur vinden we nog het koorhek en de Gotische koorbanken uit de Rooms- Katholieke tijd.

Na de Reformatie in 1572 als de Hervormden het kerkgebouw in gebruik nemen, verkopen zij het grote altaarstuk uit 1542 van de beroemde Maerten van Heemskerck (1498-1574) aan Zweden.

Nu is na de restauratie van 1991-1996 een kopie van het immense drieluik op ware grootte gerealiseerd door kunstenares Pauline Bakker, geschilderd volgens de oude traditie met taferelen van historische hoogtepunten uit de geschiedenis aan de voorkant en aan de achterkant voorstellingen van het hedendaagse Alkmaar.

Andere belangrijke inventarisstukken zijn de preekstoel (1665) met rondom een doophek (1605), herenbanken rond de zuilen (1651-1655) en grote koperen kaarsenkronen (1642-1643).

In de vloer zijn vele grafzerken uit de 16de, 17de en 18de eeuw met daarop een scheepje afgebeeld als beroepssymbool.

Op het plafond in het koor is een zeilscheepje geschilderd als embleem van het schippersgilde, een kopie naar het origineel uit 1519, en in de kooromgang aan de noordzijde hangt het scheepje “De Ruyter is mijn naam” uit 1667, een schaalmodel van een driemaster die herinnert aan de tocht naar Chatham van de beroemde Nederlandse zeeheld Michiel de Ruyter (1607-1676).

Op het grote zeil van het modelscheepje staat een vers over deze gebeurtenis.

Op de spiegel zijn twee stadsgezichten geschilderd, waaronder een met de Grote Kerk en een ruiter te paard verwijst naar het familiewapen van de zeeheld.

Buiten de Grote of St. Laurenskerk staan op het Kerkplein een tweetal sculpturen.

Het zijn het bronzen beeld van Maerten Pietersz. van der Meij, de stadstimmerman die een belangrijke rol speelt in het verzet tijdens het beleg van Alkmaar.

Hij smokkelt brieven van het stadsbestuur door de Spaanse linies naar buiten.

Hij wordt afgebeeld met een polsstok en is volgens de overlevering op 8 december 1600 overleden.

Het is een werk van de Haarlemse beeldhouwer Marie Silvester Andriessen (1897-1979) en gegoten door bronsgieterij Binder en Schmidt, een van de oudste bronsgieterijen van Nederland.

Het andere beeld is een marmeren sculptuur “Liggend Naakt” (1986) van de uit Den Helder afkomstige kunstenaar Jan Dokter, dat door giften van de Alkmaarsche Vereeniging voor den Geld- en Effektenhandel en de Provincie Noord Holland tot stand gekomen is.

Vanaf het Kerkplein wandelen we de Langestraat in, die van oorsprong de dijk vormt tussen de Grote of St. Laurenskerk en de haven bij de Houttil en is rond 1200 aangelegd.

De dijk is nog herkenbaar, want de Langestraat ligt hoger dan de omgeving.

Na een paar honderd meter komen we aan het Stadhuis van Alkmaar.

Het Stadhuis ligt ingeklemd tussen Langestraat, Schoutenstraat en Breedstraat met een centrale binnenplaats.

De oudste delenstammen nog uit de 14de eeuw.

Het hoofdgebouw aan de Langestraat stamt uit de periode 1509-1520 en is opgetrokken in dezelfde stijl als de Grote Kerk in Brabantse Gotiek met een slanke hoektoren met open peerspits.

Kenmerkend voor de Brabantse Gotiek is de toepassing van speklagen in witte natuursteen.

In 1911-1913 vindt er een ingrijpende restauratie en renovatie plaats onder leiding van de bekende architect Jan Stuyt (1868-1934).

Onder zijn leiding worden o.a. de houten kruiskozijnen in de voorgevel, die in de 19de eeuw zijn verdwenen, opnieuw aangebracht en krijgt het trappenhuis aan de Schoutenstraat prachtige glas-in-loodramen.

Bij die gelegenheid wordt de voorgevel in moderne materialen maar volgens het oorspronkelijke model opgetrokken.

Het gebouw heeft een aantal bezienswaardige vertrekken, waaronder de grote door architect Jan Stuyt vormgegeven Raadzaal, waar oorspronkelijk recht wordt gesproken.

Hij laat het eikenhouten moer-en kinderbalkenplafond vervangen door nieuwe ijzeren moerbalken bekleed met hout en ontwerpt het gehele interieur van de raadzaal, waaronder de bijzondere koperen kronen.

De schouw wordt meer naar achteren geplaatst en de originele schildering met de leeuwen, het wapen, krans en lint met de spreuk “Alcmaria Victrix” is weer op de nieuwe schouw aangebracht door fijnschilder Leonieke Polman in 2008.

De Polderkamer heeft een 17de eeuwse schouw in Renaissance stijl waar vroeger de polderbesturen vergaderd hebben.

Nu dient de Polderkamer als trouwzaal.

Een van de mooiste kamers is de Nieropkamer met nog zijn oorspronkelijke gotische balkenplafond, waarvan in 1634 het plafond wordt voorzien van een rankenbeschildering in Renaissancestijl.

Het herbergt de collectie porselein, in 1915 door de apotheker Nierop is geschonken.

Het vertrek heeft al vele functies gehad.

Ooit is dit de burgemeesterskamer, in de 17de eeuw de weeskamer en in de 19de eeuw dient de ruimte als bodekamer.

Bovendien bevindt zich hier een fraaie 18e eeuwse schoorsteenmantel in Rococostijl.

Vlak naast het Stadhuis passeren we in de Langestraat de voormalige oude herberg het Moriaanshoofd uit 1748 en van oorsprong een groot patriciërshuis, ontstaan door samentrekking van twee oudere, smallere panden.

De naamgeving van de herberg is waarschijnlijk een knipoog naar het apothekersgebruik om een Moorse kop uit te hangen.

In het Moriaanshoofd was namelijk ook “goede medicijn” verkrijgbaar.

Ooit heeft Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse Keizer Napoleon Bonaparte en Koning van Holland (1806-1810), er onderdak gevonden.

De rijk versierde voorgevel van het Moriaanshoofd bezit een zeer fraaie ingangspartij met daarboven een rechthoekige erker in Louis XIV-stijl, bekroond door een fraai gebeeldhouwde groep.

De verbouwing is rond 1718-1720 uitgevoerd in opdracht van de toenmalige bewoners, de rijke jurist mr. Simon Schagen.

In het Moriaanshoofd zijn een brede gang met Italiaans marmer, zeer rijk gestukadoorde wanden en plafonds en fraaie kamers met porte-brisée te bewonderen.

Op de verdieping is de erkerkamer h...

In Alkmaar stap je midden in een rijke geschiedenis.

Wandel door smalle straatjes, bewonder de iconische Waag, ontdek verborgen hofjes en geniet van de rust aan de grachten.

Ook de molens en de imposante Grote Sint Laurenskerk laten je proeven van een eeuwenoud verleden.

Ontdek de verhalen en monumenten die Alkmaar tot een bijzondere bestemming maken.

Ooit gebouwd als Heilige Geestgasthuis, waar armen en pelgrims onderdak vonden.

In de 16e eeuw kreeg het gebouw zijn nieuwe functie als Waag.

Het Waagplein groeide daarna uit tot marktterrein.

Steeds meer huizen maakten plaats voor de kaasmarkt, waar boeren hun kazen vanuit het omliggende platteland naartoe brachten.

Tegenwoordig trekt de kaasmarkt bezoekers uit de hele wereld, van Duitsland en Engeland tot de VS en Japan.

Wie Alkmaar bezoekt, moet zeker een kijkje nemen in de hofjes.

Een hofje is een historische binnentuin met daar omheen woningen.

Alkmaar had ooit maar liefst zestien hofjes.

Er zijn er nu nog zes.

De provenhuizen, zoals de hofjes in Alkmaar genoemd worden, zijn oases van rust, verscholen achter poorten en indrukwekkende gevels.

Infographic: Kaart van Alkmaar met historische gevels

Het Wildemanshofje is open voor bezichtigingen en echt een parel!

Nog een leuke tip, het Hof van Sonoy.

Zoals in veel oude Hollandse steden kende ook Alkmaar zijn eigen markten: van boter en graan tot turf.

Meestal was er ook een plek voor vis.

Uit oude rekeningen blijkt dat Alkmaar al in de 16e eeuw visbanken had, waar verkopers hun vangst uitstalde op stenen tafels, beschut onder een galerij.

Door de eeuwen heen veranderden de visbanken meerdere keren van uiterlijk.

In de 17e eeuw werden ze vernieuwd en in 1755 vervingen stenen zuilen de oorspronkelijke houten kolommen.

Later, in de 19e eeuw, kregen de galerijen gietijzeren steunpilaren.

Op de kap langs het water staan nog altijd twee beelden: een visser en een visvrouw.

Ook de pomp, waarvan de steen het jaartal 1785 draagt, is een blikvanger.

Deze werd in 1882 vernieuwd.

Dit bijzondere pand is vrijwel helemaal uit hout gebouwd en dankt zijn naam aan een Spaanse kanonskogel die tijdens het Beleg van Alkmaar insloeg.

De kogel is nog altijd te zien, in de linkerhoek van de gevel aan de gracht.

Van de herstelkosten is een rekening bewaard gebleven, op de rekening is sprake van “een gatt” in het huis na een inslag van een Spaanse kanonskogel.

Het exacte bouwjaar is onbekend, maar vermoedelijk stamt het huis uit de periode vlak voor het beleg (1573).

Opvallend is de bouwstijl: de houten gevels zijn in overstek geplaatst.

In de 19e eeuw verdween de oorspronkelijke stenen gevel bij een verbouwing.

Vandaag de dag is het Huis met de Kogel één van de laatste twee houten huizen in Alkmaar.

De Grote Kerk is hét pronkstuk van Alkmaar en de grootste kerk van Noord-Holland boven het Noordzeekanaal.

De kerk staat ook bekend als de Grote Sint Laurenskerk en begon als een katholiek gebouw, ontworpen door de familie Keldermans.

Tijdens de Beeldenstorm gingen veel kunstschatten verloren en in het Spaanse beleg werd zelfs het kerkzilver omgesmolten om de strijd van Willem van Oranje te financieren.

Na de Reformatie in 1573 werd de kerk protestants.

Beide religies hebben duidelijke sporen nagelaten, dat maakt de kerk extra bijzonder.

Binnen vind je topstukken zoals de gewelfschildering ‘Het Laatste Oordeel’ van Van Oostsanen, werken van Van Everdingen en natuurlijk de twee wereldberoemde orgels: het Van Covelens-orgel en het Van Hagerbeer/Schnitger-orgel.

Een absolute blikvanger is het Grote Raam.

Met 6 meter breed en 23 meter hoog behoren deze ramen tot de grootste van het Europese vasteland.

Waar ooit tien molens de vestingwallen van Alkmaar sierden, is de Molen van Piet de enige die nog in de binnenstad staat.

Zij stonden op de hoge bolwerken waar zij veel wind konden vangen.

De voorloper van de huidige molen was een houten standerdmolen uit 1605, waarin koren werd gemalen.

Die molens zijn inmiddels verdwenen, maar in 1769 werd de eerste steen gelegd voor de huidige stenen stellingmolen.

De stelling bevindt zich op 8 meter hoogte en het hoogste punt reikt tot 35 meter.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het bolwerk onder de molen gebruikt voor een bunker, tegenwoordig is het een bloemenwinkel.

Midden in de binnenstad vind je het stadhuis van Alkmaar, een echte blikvanger uit de 16e eeuw.

Het werd tussen 1509 en 1520 gebouwd in gotische stijl en is sindsdien een onmiskenbaar icoon van de stad.

Sinds 1969 is het officieel aangewezen als rijksmonument.

Vroeger werd hier recht gesproken en zetelden er eeuwenlang de gemeenteraad en het College van Burgemeester en Wethouders.

Infographic: Kaasmarkt en Waagplein

Aan de Bierkade staat de markante Accijnstoren, een vierkante toren van baksteen met natuurstenen details.

Ooit was dit het belastingkantoor van de stad: ingevoerde goederen moesten hier worden aangegeven en de accijnzen vormden een belangrijke bron van inkomsten voor Alkmaar.

Bijzonder is dat de toren in 1924 zelfs vier meter werd verplaatst om ruimte te maken voor de verbreding van de Bierkade.

Waar ooit de kanonnen stonden, wandel je nu tussen eeuwenoude monumentale bomen: Het Bolwerk is Alkmaars groene stadswal.

De vestingwerken dateren uit de middeleeuwen en beschermden Alkmaar eeuwenlang tegen aanvallen van buitenaf.

Vandaag de dag is het Bolwerk een heerlijke groene oase rondom de binnenstad.

Historie leeft onder inwoners van de gemeente Alkmaar.

Dat blijkt uit de peiling ‘Historie is overal om ons heen’ die dit najaar werd gehouden.

Meer dan zevenhonderd inwoners vulden de vragenlijst in.

Een verrassend hoog aantal.

Deelnemers zien de historie in stad en dorpen niet als iets van vroeger.

Maar als iets dat kleur geeft aan het dagelijks leven.

De vakgroep Erfgoed van de gemeente Alkmaar gebruikt de uitkomsten voor het actualiseren van het beleid.

Ook Regionaal Archief Alkmaar, Stedelijk Museum Alkmaar en Museum In ’t Houten Huis in De Rijp kunnen de resultaten goed gebruiken.

Van half augustus tot 1 november konden inwoners van de gemeente Alkmaar de vragenlijst invullen.

De resultaten laten zien dat erfgoed voor veel mensen meer is dan een verzameling oude stenen of voorwerpen.

Het is iets dat raakt aan identiteit, woonplezier en trots.

Er is grote waardering voor het bestaande erfgoed.

Inwoners willen dat er goed voor het erfgoed wordt gezorgd en zien dat als een gezamenlijke taak.

Ze vragen om meer mogelijkheden om verhalen, foto’s en vondsten te delen.

Veel mensen willen daar niet alleen informatie vinden.

De antwoorden helpen gemeente en erfgoedpartners om keuzes te maken voor het bewaren, delen en doorgeven van de geschiedenis.

Meer dan driekwart van de deelnemers noemt de historie van hun omgeving belangrijk tot zeer belangrijk voor hun woonplezier.

Vooral inwoners van de binnenstad en De Rijp geven aan dat de historische omgeving een wezenlijk onderdeel is van hun dagelijks leven.

“De oude gevels en verhalen geven kleur aan het alledaagse”, schrijft een deelnemer.

Opvallend veel inwoners vinden dat er goed voor het erfgoed gezorgd moet worden.

Zij zien dat niet alleen als taak van de overheid, maar ook als iets gezamenlijks.

Tegelijkertijd is er het bewustzijn dat behoud niet vanzelf gaat.

Erfgoed leeft, maar het moet ook beleefbaar blijven, geven deelnemers aan de peiling aan.

Veel inwoners vinden dat we als gemeente zuinig moeten zijn op het erfgoed.

“Laat oude foto’s en documenten niet alleen in depots liggen; maak ze zichtbaar”, geeft een deelnemer aan.

En: “Verhalen uit dorpen mogen niet verloren gaan.

Voor de gemeente en de erfgoedinstellingen bevestigt dit dat er behoefte is aan een digitale plek die de geschiedenis dichter bij de mensen brengt.

Erfgoed leeft overal, maar niet overal op dezelfde manier.

In de historische binnenstad, Oudorp en de dorpen als Graft-De Rijp en Stompetoren, is de betrokkenheid het sterkst: bewoners daar spreken vaker over trots, identiteit en continuïteit.

Bij jongeren overheerst nieuwsgierigheid: zij zien erfgoed meer als bron van verhalen of inspiratie.

Een klein aantal mensen is iets minder positief over historie en erfgoed in de gemeente.

Zij geven aan dat historie leuk is om iets van te weten maar niet essentieel voor het woonplezier.

Jongeren zijn over het algemeen juist positief over het erfgoed en de historie in hun woonomgeving.

Als we willen vergelijken met andere gemeenten, liggen steden als Haarlem, Leiden, Dordrecht, Amersfoort en Deventer voor de hand.

tags: #alkmaar #gevels #van #de #binnenstad