Voordelen van vogels voor de landbouw in Zuid-Holland: een inventarisatie van Jort en Sjoerd

Bij de provincie Zuid-Holland bewaken we dat onze leefomgeving gezond blijft, de natuur zich kan ontwikkelen, er een duurzaam perspectief voor landbouw is én dat er genoeg mogelijkheden zijn voor recreatie. Want klimaatverandering, bodemdaling en de energietransitie vereisen een andere manier van omgaan met het landschap. Door functies slim te combineren en bijvoorbeeld ‘natuurinclusief’ te bouwen ontstaat er meer ruimte voor flora en fauna, denk aan het creëren van waterrijke natuur, want vogels als de grutto, kievit en patrijs zitten in de knel in onze drukke provincie. Jort Verhulst (beleidsmedewerker Natuur & Biodiversiteit) en Sjoerd Steenbergen (projectleider Boerenlandvogels) geven de vogels met veel plezier rust en ruimte met het Actieplan boerenlandvogels.

Weide-, akker- en bollenvogels

Jort zit als beleidsmedewerker Natuur & Biodiversiteit op de juiste plek: “Mijn promotieonderzoek ging over weidevogels. Daarna heb ik bij de Algemene Rekenkamer gewerkt en nu zit ik sinds vier jaar weer tussen de weidevogels, bij Water & Groen, een droombaan voor mij als vogelaar. In Zuid-Holland hebben we traditioneel veel weidevogels, zoals de grutto - ons nationale symbool - de kievit en de scholekster, omdat we veel graslandpolders en veenweidegebieden hebben. Maar boerenlandvogels omvatten meer soorten dan alleen weidevogels. We hebben ook akkervogels en vogels typisch voor de bollenstreek, zoals de veldleeuwerik en de patrijs - ook een provinciale icoonsoort.”

Broedparen zijn kwetsbaar door de intensivering van het landgebruik, stadsuitbreiding en natuurlijke vijanden zoals de vos. Daarom hebben acht Zuid-Hollandse partijen, waaronder de provincie, een Actieplan boerenlandvogels 2019-2027 opgesteld. Jort: “Bij de Rekenkamer schreven we vaak over het gebrek aan concrete doelstellingen; dit plan heeft wél meetbare doelen. We hebben daarbij de grutto als vlaggenschip gekozen, als indicatorsoort: het aantal broedparen mag vanaf 2022 niet verder achteruitgaan en moet in 2027 weer op het niveau van 2014 zitten, met iets meer dan 5000 broedparen. Wat we doen voor de grutto is ook gunstig voor de andere soorten.”

Kievitsjong of koeienvlaai?

Het is een flinke klus om de doelen te halen en het kost geld: het vorige college heeft er al 3 miljoen euro voor vrijgemaakt. “Daar zijn de afgelopen jaren al goede dingen mee gedaan”, zegt Jort. “Bijvoorbeeld een project in de Krimpenerwaard met een drone die ’s ochtends vroeg, als het verschil tussen de warme vogel en de koude omgeving het grootst is, weidevogels lokaliseert met een warmtebeeldcamera. Maar hazen, ganzen en koeienvlaaien zijn ook warm, dus een beter onderscheid tussen een nest met kuiken en een zwanendrol was nodig. “Wij brengen als provincie partijen bij elkaar,” zegt Sjoerd, die een paar maanden terug de overstap maakte van de afdeling Communicatie naar het team boerenlandvogels: “Terreinbeheerders als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en boerencollectieven hebben we nodig om het waterpeil aan te passen, kruidenrijk grasland te zaaien, houtbosjes te onderhouden en vossenrasters te plaatsen. Daar hebben we subsidies voor. Een groot deel van de Zuid-Hollandse boeren doet mee: die rijden ook niet graag een nest met kuikens plat. Dan is een telefoontje naar vrijwilligers, die nesten markeren, een kleine moeite. Vrijwilligers zijn belangrijk: we ondersteunen ze met cursussen, georganiseerd door De Groene Motor.”

Meer dan vogels

“Doe je iets voor de weidevogels, dan doe je iets voor je eigen leefomgeving,” zegt Sjoerd: “In de Zoetermeerse Meerpolder en in de Zuidpolder in Delfgauw creëren we met de gemeenten en waterschappen aaneengesloten gebieden, waar boeren minder mesten en later maaien, wat beter is voor de bijen en andere insecten, en waar het waterpeil omhooggaat, zodat de wormen niet zo diep zitten. Zo wordt het een aantrekkelijk gebied voor recreatie, met kijkschermen en informatieborden. Soms worden we ook om advies gevraagd, bijvoorbeeld door collega’s die zich bezighouden met infrastructuur.”

“Kruidenrijke wegbermen leveren extra insecten op die als voedsel kunnen dienen voor weidevogels”, zegt Sjoerd. “Bij Rotterdam The Hague Airport willen we juist voorkomen dat er ganzen in de buurt van de start- en landingsbanen komen. Door het gebied op een bepaalde manier in te richten kun je daar rekening mee houden.” Jort: “Het actieplan brengt ons van ‘hoogover’ naar heel concreet. Als het goed is ziet Zuid-Holland er over vijf jaar beter uit voor de weidevogels dan tien jaar geleden. Dan geniet je van de rust in een groen polderlandschap en zie je jonge grutto’s.”

Infographic: Verdeling weidevogels en akkervogels in Zuid-Holland

Monitoring en lerend beheer

“Wij brengen als provincie partijen bij elkaar … Daar hebben we subsidies voor.”
Vrijwilligers zijn belangrijk: we ondersteunen ze met cursussen, georganiseerd door De Groene Motor. In de Zoetermeerse Meerpolder en Delfgauwse polders zien we aaneengesloten gebieden waar boeren minder mesten en later maaien, wat beter is voor bijen en insecten en waar waterpeil omhooggaat.

“Jong grut” en lerend beheer staan centraal. “Kruidenrijk grasland leveren extra insecten op die als voedsel kunnen dienen voor weidevogels,” zegt Sjoerd. “Bij Rotterdam The Hague Airport willen we juist voorkomen dat er ganzen in de buurt van de start- en landingsbanen komen. Door het gebied op een bepaalde manier in te richten kun je daar rekening mee houden.”

Gedragen praktijkvoorbeelden en samenwerking

Jort: “Het actieplan brengt ons van ‘hoogover’ naar heel concreet. Als het goed is ziet Zuid-Holland er over vijf jaar beter uit voor de weidevogels dan tien jaar geleden. Dan geniet je van de rust in een groen polderlandschap en zie je jonge grutto’s.”

Boerenlandvogels zijn de laatste decennia sterk in aantal achteruitgegaan. Verlies aan geschikte broedgebieden en intensivering van het boerenbedrijf vormen belangrijke oorzaken. In de Van Pallandtpolder op het eiland Goeree-Overflakkee komen vernieuwende landbouw, natuur, recreatie en onderwijs samen. Werken aan goede leefgebieden voor grutto’s, tureluurs, kieviten en andere weidevogels vraagt om voortdurend leren en aanpassen. Elk broedseizoen en gebied is immers anders. Dat biedt de nodige uitdagingen voor agrarische collectieven die met hun boeren, en samen met andere gebiedspartijen, zich inzetten voor het behoud van weidevogels. Monitoring is daarbij essentieel. Alleen door goed te meten wat wel en niet werkt, kun je gericht bijsturen.

Monitoring, beleid en toekomstperspectief

In het Uitvoeringsprogramma Monitoring werken landelijke initiatieven samen met veertig agrarische collectieven aan een samenhangend monitoringssysteem. Zo willen we met uniforme protocollen kennisproducten ontwikkelen en boeren handvatten bieden om met monitoring aan de slag te gaan. BoerenNatuur benadrukt: “Weidevogelbeheer is nooit af - het blijft een kwestie van doen, leren, betere doen.”

De Europese en Nederlandse perspectieven laten zien dat het tijd kost en investeringen vereist om landbouw en natuur duurzaam te laten samengaan. Sovon-onderzoek en monitoring geven inzicht in trends en mogelijke oplossingen. In de praktijk leiden mozaïekbeheer, kruidenrijk grasland, beweiding en plasdrassen tot betere broedsucces en meer biodiversiteit rondom weidevogelgebieden. Het lerend beheer levert telkens bijstelling op basis van monitoringresultaten.

Kaart van kerngebieden weidevogels en interventiepunten in Zuid-Holland

Waarom dit belangrijk is voor iedereen

“Doe je iets voor de weidevogels, dan doe je iets voor je eigen leefomgeving.” Naast biodiversiteit levert dit ook recreatieve ruimte en draagvlak voor toekomstige landbouwmodellen. Langdurige natuurinclusieve landschapsontwikkeling vraagt samenwerking tussen gemeenten, waterschappen, boeren, natuurorganisaties en burgers. Hierdoor ontstaat een landschap met meer variatie, ruimte voor bloemen en vogels, sterke gewassen en een vruchtbare bodem.

Vogelbescherming Nederland en Sovon leveren monitoring- en onderzoeksinzichten die helpen bij het gericht inzetten van maatregelen. Het verminderen van stikstofoverlast, het stimuleren van biologische landbouw en het bevorderen van natuurvriendelijke bedrijvigheid zijn centrale thema’s. Met betrokkenheid van burgers kunnen we gezamenlijk werken aan een veerkrachtig agrarisch landschap waarin vogels en landbouw elkaar versterken.

tags: #aves #benefit #pieter #van #der #vloed