Wanneer is bodemonderzoek verplicht bij verbouwing?

Bent u van plan om een nieuwe woning te bouwen of een aan- of uitbouw te realiseren? Waarschijnlijk wordt u dan geconfronteerd met bodem onderzoek. Er dient in ieder geval altijd inzicht te worden verkregen in de kwaliteit van de bodem. Dat wil niet altijd zeggen dat er een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. In enkele gevallen is het niet nodig om de grond te laten onderzoeken. Maar is het voldoende om een historisch onderzoek volgens de NEN 5725 (onderzoeksnorm voor vooronderzoek) te laten verrichten.

Over het algemeen is een bodemonderzoek voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning noodzakelijk. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouw (vroegere bouwvergunning) is een verkennend bodemonderzoek nodig (dit wordt in de volksmond ook wel een “schone grond” verklaring genoemd). Indien puin in de grond wordt aangetroffen of asbesthoudende dakplaten op de locatie aanwezig zijn, is onderzoek naar de aanwezigheid van asbest noodzakelijk. Dit onderzoek moet niet worden verward met een asbestinventarisatie van een gebouw, die bijvoorbeeld voorafgaand aan de sloop moet worden uitgevoerd. Het betreft een specifiek bodemonderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem.

Bij aan- en uitbouw is het sterk afhankelijk van de regels die de gemeenten en de omgevingsdiensten hanteren. In sommige gemeenten is in geval van aan- en uitbouw altijd een bodemonderzoek noodzakelijk. In andere gemeenten kan tot soms wel 50 m² vrijstelling van bodemonderzoek worden verkregen. Allereerst wordt een (historisch) vooronderzoek uitgevoerd. Het vooronderzoek moet volgens de NEN 5725 worden uitgevoerd. In deze norm staat voorgeschreven welke informatiebronnen moeten worden geraadpleegd. Een bodemonderzoek bestaat uit een grondonderzoek en een grondwateronderzoek. De oppervlakte van de locatie is maatgevend voor het aantal grondboringen, peilbuizen en analyses die volgens de NEN 5740 noodzakelijk zijn. De grond wordt per halve meter of per bodemsoort bemonsterd. De monsters worden uiteindelijk naar het laboratorium gebracht. Hier wordt geanalyseerd welke stoffen aanwezig zijn in de grond.

< tagimg>Informatiekaart: stappen in een standaard bodemonderzoek bij verbouwing

Tijdens het grondonderzoek wordt minimaal één peilbuis geplaatst. De projectleider toetst de resultaten aan de maximale toegestane waarden uit de wet en verwerkt vervolgens alle gegevens in een rapport. De geldigheid van milieukundig bodemonderzoek dat is uitgevoerd conform NEN 5740 bedraagt maximaal 5 jaar voor aanvraag van een bouwvergunning. De tijd die nodig is om een verkennend milieukundig bodemonderzoek uit te voeren duurt, vanaf monstername van de grond tot aan rapportage, circa 3 weken. Het voorbereiden en plannen duurt over het algemeen ongeveer 2 weken.

De kosten voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek bouwgrond hangen af van een aantal factoren. De kosten van een bodemonderzoek zijn afhankelijk van onder andere de oppervlakte van de bouwkavel/ locatie. Op basis van de oppervlakte moeten volgens de NEN 5740 een vast aantal boringen, peilbuizen, grond- en grondwateranalyses worden verricht. Verder zijn nog meerdere factoren van invloed op de kosten van bodemonderzoek. Indien de locatie verhard is met bijvoorbeeld beton of asfalt is het soms (niet altijd) noodzakelijk om door de verharding heen te boren. Hierdoor zullen de kosten voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek hoger zijn, dan wanneer sprake is van onverharde bouwgrond. Ook de geschiedenis van een locatie is van invloed op de kosten van een bodemonderzoek.

Wanneer is bodemonderzoek te laten uitvoeren? Bij de start en/of beëindiging van een bedrijf moet de bodemkwaliteit bepaald worden. Bij de (aan)bouw van een bedrijfspand. Wanneer er bodemverontreiniging is ontstaan. Wanneer u een terrein wilt verkopen. Wanneer u grond gaat verplaatsen.

Onderzoek bodem bij de start en/of beëindiging van een bedrijf: Onderzoek van de bodem is verplicht wanneer uw bedrijf 'bodem bedreigende activiteiten' verricht. Wat zijn bodem bedreigende activiteiten? Alles wat u in uw bedrijf doet, is een activiteit. Bij sommige activiteiten kunnen stoffen in de bodem terecht komen. Dit tast de kwaliteit van de bodem aan. Voorbeelden hiervan zijn: opslag van vloeistof in een tank; opslag van vloeistoffen in transportverpakkingen; een olie-afscheider. Of een bedrijfsactiviteit bodembedreigend is en welke maatregelen nodig zijn om de bodem te beschermen, staat in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB 2012).

Richtlijnen en analysepakketten in specifieke situaties: In veel gevallen volstaat het standaardpakket uit de NEN 5740 voor het onderzoek naar de kwaliteit van de grond of het grondwater. In sommige gevallen moet het analysepakket afgestemd worden op de specifieke situatie. Denk hierbij aan de uitvoering van een nul- of eindsituatie-onderzoek of een onderzoek op een oude bedrijfslocatie. Tabellen met analysepakketten geven richtlijnen voor specifieke situaties, maar deze tabellen zijn richtinggevend; indien nodig moet het analysepakket uitgebreid of beperkt worden.

Waarom een bodemonderzoek? Een bodemonderzoek levert u informatie over de kwaliteit van de bodem en eventueel aanwezige verontreinigingen, welke mogelijkheden en/of beperkingen er zijn voor het gebruik van de bodem, en een objectieve beoordeling bij aankoop/verkoop van een terrein. U bent verplicht om bodemonderzoeken uit te laten voeren door erkende bodem intermediairs. Erkende bedrijven zijn te vinden via Bodemplus.nl na het invullen van BRL SIKB 2000 certificaat.

Soms moet u een bodemonderzoek uit laten voeren. Een bodemonderzoek stelt vast of de bodem verontreinigd is of niet. In eerste instantie gaat het dan om een historisch vooronderzoek. Er zijn verschillende situaties waarvoor een bodemonderzoek noodzakelijk is. Wilt u graafwerkzaamheden doen of grond toepassen, dan geldt hiervoor vaak een onderzoeksplicht. Er moet voorkomen worden dat in sterk verontreinigde bodem wordt gegraven en dat deze verontreinigde grond wordt verspreid of gemengd met schonere grond. Ook moet voorkomen worden dat grond wordt toegepast op een locatie die hiervoor niet geschikt is.

Voor bodemgevoelige gebouwen en/of bodemgevoelige locaties is het noodzakelijk om tenminste een historisch vooronderzoek uit te voeren. Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat het voorkomen van verontreiniging niet uit te sluiten is, dan is een verkennend bodemonderzoek en/of verkennend asbestonderzoek noodzakelijk. Als u start met een bedrijfsactiviteit of deze wijzigt, dan kan het wenselijk of nodig zijn om een nulsituatie bodemonderzoek uit te voeren. Door dit onderzoek wordt vastgesteld wat de bodemkwaliteit is voorafgaande aan de start van de bodembedreigende / milieubelastende activiteit (MBA). Na beëindiging van de MBA moet verplicht een eindsituatie bodemonderzoek worden opgesteld.

Certificering en regels: Gecertificeerde bedrijven / medewerkers: Een bodemonderzoek moet uitgevoerd worden door bedrijven / medewerkers die daarvoor gecertificeerd zijn. Eisen aan onderzoek: Er zijn verschillende beoordelingsrichtlijnen (BRL), protocollen en normeringen die van toepassing zijn op uit te voeren bodemonderzoek. De regels voor de Omgevingswet bepalen dat je meestal geen voorafkeuring van het bodemonderzoek nodig hebt, maar dat het rapport wel door het bevoegd gezag wordt beoordeeld. Het bevoegd gezag mag rapporten en onderzoeken gebruiken die niet ouder zijn dan 2 jaar, en kan oudere rapporten gebruiken als deze voldoende onderbouwd zijn. Voorafgaand bodemonderzoek en nulonderzoek hebben elk hun eigen doel en toepassing in relatie tot de omgevingsvergunning en de functie van de locatie.

Specifieke aspecten: In het geval van asbest maken NEN 5707 (asbest in puin, verricht in combinatie met NEN 5740) en aanvullende analyses een rol. Voor de afvoer van asbesthoudende grond naar een stortplaats is naast een bodemonderzoek ook een representatieve analyse van de zeefkromme nodig. Bij graven in de bodem is voorafgaand bodemonderzoek belangrijk voor arbeidsomstandigheden en om te bepalen of sanering nodig is. De regels voor de toelaatbare kwaliteit en de sanering hangen af van het omgevingsplan en van de toegepaste functies op de locatie.

Samengevat: het voorafgaand bodemonderzoek (vooronderzoek) bepaalt of een locatie verdacht is op bodemverontreiniging. Een verkennend bodemonderzoek volgt als de voorinformatie daar aanleiding toe geeft. Vervolgens kan een nader bodemonderzoek nodig zijn afhankelijk van de aard en omvang van de verontreiniging. Het einddoel is vastleggen of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik en zo nodig saneren of maatregelen voorstellen zodat bouwen en gebruik veilig en conform regelgeving kan plaatsvinden. Het bodemonderzoek richt zich op de kwaliteit van de bodem binnen de voorgenomen bouwlocatie inclusief de buitenruimte.

Infographic: stappen in het bodemonderzoeksproces volgens NEN-normen

Praktische samenvatting per situatie

  • Verbouw of nieuwbouw op een bodemgevoelige locatie: meestal vereist een historisch vooronderzoek en mogelijk een verkennend bodemonderzoek.
  • Verontreiniging aantroffen (maar niet zeker): verkennend onderzoek en mogelijk nader onderzoek; asbestanalyse als er asbest verdacht is.
  • Bedrijven: start/ beëindiging van bedrijfsactiviteiten met bodembedreigende activiteiten vereist onderzoek; BRL SIKB 2000 en BRL AS 3000 gelden voor uitvoering en analyse.
  • Verharding aanwezig op locatie: kan de boreerplaatsen beïnvloeden en kosten verhogen; dit wordt bij de planning meegenomen.
  • Vrijstellingen tot 50 m2 bij sommige gemeenten: afhankelijk van lokaal omgevingsplan en decentrale regels.

Richtlijnen en normen die vaak gelden

  1. NEN 5725 voor het uitvoeren van vooronderzoek.
  2. NEN 5740 voor verkennend en nader bodemonderzoek en de bijbehorende analysepakketten.
  3. NEN 5707 voor asbest in de bodem (in combinatie met NEN 5740 bij asbestverontreiniging).
  4. Besluit Bodembescherming (Bal) en relevante regelingen voor toelaatbare waarden en sanering.
  5. Omgevingswet: functionaliteit van de bodemkwaliteit afhankelijk van het beoogde gebruik van de locatie; bevoegd gezag toetst rapporten aan geldende normen.

Vervolgstappen bij plannen voor bouwen of verbouwen

  1. Bezoek de gemeente/Omgevingsdienst voor specifieke lokale eisen en eventuele uitsluitingen in het omgevingsplan.
  2. Laat een historisch vooronderzoek uitvoeren volgens NEN 5725 om verdachtheden in kaart te brengen.
  3. Indien nodig: laat een verkennend bodemonderzoek uitvoeren, inclusief asbestanalyse waar nodig.
  4. Plan en voer een nader bodemonderzoek uit als de verkennende fase afwijkingen of onduidelijkheden oplevert.
  5. Laat een eind- of nulonderzoek opstellen afhankelijk van de aard van de activiteit en het beoogde eindgebruik.
  6. Werk samen met erkende bodemintermediairs en BRL-gecertificeerde laboratoria voor een betrouwbaar eindrapport.

tags: #bodemonderzoek #bij #verbouwing