Handreiking wetswijziging afvoer en opslag inboedels bij woningontruiming

Per 1 april 2021 zijn Gemeenten verplicht om invulling te geven aan de afvoer en opslag van inboedels van inwoners na een woningontruiming. Door de gerechtsdeurwaarder worden de spullen aan de openbare weg geplaatst waarna de ambtelijke taak van de gerechtsdeurwaarder eindigt. Er is wettelijk niet geregeld wat er met de ontruimde boedel moet gebeuren, Gemeenten gaan hier ook heel verschillend mee om. Door een gebrek aan duidelijke regels kunnen persoonlijke spullen en complete inventarissen op straat terecht komen.

Vanaf die datum draagt het college van burgemeester en wethouders ten laste van de executant zorg voor het meevoeren en opslaan van de roerende zaken die bij een ontruiming op straat geplaatst zijn. De gemeente voert dus de afvoer en opslag uit en kan kosten doorbelasten aan de verhuurder of executant. Als de inboedel niet binnen 13 weken wordt opgehaald, kan de gemeente de zaken verkopen, vernietigen of anders beheren. Hiermee wordt een einde gemaakt aan het verschillende lokale beleid per gemeente en de rechtsonzekerheid voor ontruimde partijen, schuldeisers en gerechtsdeurwaarders.

Wat veranderde er precies?

De wetswijziging sluit aan bij artikel 556 Rv en bevestigt dat de gemeente na een woningontruiming verantwoordelijk is voor de afvoer en opslag van de inboedel die op openbaar gebied terechtkomt. Artikel 5:29 en 5:30 Awb zijn van overeenkomstige toepassing. Verkoop van de inboedel mag niet eerder dan 13 weken na het meevoeren en opslaan plaatsvinden; na 2 weken opslag kan verkoop plaatsvinden als de kosten de baten overstijgen. Kosten kunnen doorbelast worden aan de schuldeiser en zo bij de verhuurder belanden.

Voorheen was de deurwaarder vaak degene die de inboedel op straat zette en beperkte bevoegdheden had omtrent meenemen, opslaan en verkopen. Met de wetswijziging is de gemeente de primaire opdrachtgever voor afvoer en opslag, waarmee een duidelijke afbakening ontstaat tussen uitvoering en kostenverhaal. De KBvG en de VNG werken aan praktische afspraken en handvatten via een gezamenlijke handreiking.

Praktische werking in de uitvoering

Na een ontruiming wordt de ontruiming bekendgemaakt aan de gemeente en wordt de ontruimingsdatum vastgesteld. De deurwaarder regisseert de feitelijke uitvoering en zorgt voor de betekening van het vonnis. De gemeente neemt vervolgens de verantwoordelijkheid voor het op straat plaatsen, meevoeren, afvoer en opslag van de inboedel en de organisatie rondom de opslagperiode.

De gemeente heeft daarbij een zorgplicht richting inwoners en kan preventieve maatregelen nemen om ontruimingen te voorkomen. Schuldhulpverlening en vroegsignalering door woningcorporaties blijven belangrijke instrumenten. In het natraject blijft de verantwoordelijkheid bij de gemeente voor hulpverlening en nazorg richting de ontruimde inwoners.

Drie mogelijke gemeentelijke strategieën

  1. Preventieve bestuursdwang: de gemeente verbiedt opschrijving op straat en dwingt verhuurder ertoe spullen zelf op te slaan in containers en af te voeren, bij dwangsom.
  2. Tolerantie met uitbesteding: de gemeente verplicht opslagen en laat kosten verhaald worden op de verhuurder.
  3. Afwachtende houding: de gemeente laat het initiatief bij de betrokken partijen en bewaakt de situatie, met minder directe interventie.

De praktijk laat grote verschillen zien tussen gemeenten. Soms wordt een container ingezet, soms gebeurt er niets, en soms wordt een taxateur ingezet om de waarde inboedel te bepalen. Het in rekening brengen van bestuursdwangkosten aan schuldeisers wordt als onwenselijk gezien, terwijl de kosten voortaan op de verhuurder verhaald kunnen worden.

Verantwoordelijkheden en kosten

Vanaf 1 april 2021 geldt: de gemeente is verantwoordelijk voor afvoer en opslag van inboedels die bij woningontruimingen op openbaar gebied komen te staan. De kosten die hiermee gepaard gaan, kunnen worden doorbelast aan de verhuurder. De gemeente neemt een centrale rol in en moet voorkomen dat inboedels op straat blijven liggen. De Handreiking samen met VNG en KBvG biedt praktische handvatten, maar bevat geen landelijke vaste uitvoeringsafspraken.

De relatie tussen gemeenten, deurwaarders, verhuurders en ontruimde inwoners krijgt hiermee een duidelijke wettelijke basis. De handreiking ondersteunt bij de uitvoering en bevat praktische werkwijzen, waaronder wanneer en hoe inboedels opgeslagen dienen te worden en wat er gebeurt bij betalingstrekkingen en verhuurachterstanden.

Verhalen en meningen uit de sector

De deurwaarders zijn blij met de wetswijziging omdat er nu duidelijkheid is over wie verantwoordelijk is voor de opslag en afvoer. De gemeentekoepel is minder enthousiast, omdat daarmee kosten bij de verhuurder terechtkomen en de administratieve last groter wordt. In diverse gemeenten blijven nog steeds verschillen bestaan in de uitvoering, waardoor rechters soms verschillende oordelen geven. Het is daarom van belang dat de praktijkeénheid landelijk wordt geharmoniseerd.

Volgens deskundigen wordt het voorkomen van ontruimingen nog steeds nagestreefd: schuldhulpverlening, vroegsignalering door corporaties en het tijdig aanpakken van betalingsachterstanden blijven cruciaal. De gemeente dient als aanspreekpunt en regisseur gedurende het hele traject van ontruiming en nazorg.

Uitgelichte inzichten uit de praktijk

  • De meeste gemeenten slaan inboedels op en vernietigen ze na verloop van tijd; de wetswijziging vermindert lokale variatie en rechtsonzekerheid.
  • De kosten voor afvoer en opslag kunnen gekoppeld worden aan de verhuurder; indien de kosten niet verhaald kunnen worden, blijven ze voor rekening van de executant.
  • Vraagstukken blijven bestaan over de waardebepaling van inboedels, de aanwezigheid van huisdieren en de emotionele waarde van persoonlijke zaken.
  • Een goede coördinatie tussen deurwaarders, gemeenten en woningcorporaties is essentieel om menselijke en praktische problemen te voorkomen.
Infographic: Overzicht wetswijziging 1 april 2021 - afvoer en opslag inboedels bij woningontruiming

Woningontruiming Soest

Samenvattend biedt de wetswijziging een duidelijker proces en vaste kaders voor de afvoer en opslag van inboedels na woningontruiming. De gemeente heeft voortaan de regie en verantwoordelijkheid, terwijl deurwaarders en verhuurders hun rollen blijven vervullen binnen de nieuwe financierings- en aansprakelijkheidsstructuur.

OnderwerpVoorheenVanaf 1 april 2021
Verantwoordelijke partij voor inboedelDe deurwaarder + verhuurderGemeente (college van B&W)
Tijdslimiet opslag before verkoopVarieerde per gemeente13 weken (→ 13 weken als kosten niet hoger zijn dan baten; 2 weken opslag bij kostenoverzicht)
Verkoop/vernietiging opslagNa onduidelijke afsprakenNa 13 weken opslag mogelijk

tags: #handreiking #voor #wetswijziging #afvoer #en #opslag