Als het klimaat verandert en hevige stortbuien toenemen, zijn de regels voor regenwaterafvoer aangepast. Regenwater op gras kan in de bodem zinken, terwijl water op verharding zoals daken en bestrating niet spontaan in de grond indringt. Dit leidt tot versnelde afvoer, overstromingen en wateroverlast, waarna het water vaak in het riool of in sloten terechtkomt. De aanleg van nieuw verhard oppervlak zoals bij huizen, bedrijven, straten en parkeerterreinen vereist daarom een zorgvuldige afweging en vaak een vergunning van het waterschap.
Wat telt als verharding en wanneer is compensatie nodig?
Bij verharding van meer dan 500 m² is een vergunning nodig en moet je maatregelen nemen om de afvoer van regenwater goed te regelen. Compenserende maatregelen zijn verplicht als er meer dan 500 m² aan nieuwe verharding wordt aangelegd of gebouwd. Voor verharding onder 500 m² is de kans op wateroverlast kleiner en geldt meestal geen verplichting tot compensatie. Een terras in een tuin vereist doorgaans geen vergunning van het waterschap, hoewel de gemeente hier mogelijk eigen regels voor heeft.
Het te compenseren oppervlak omvat alle nieuwe verharding die ervoor zorgt dat regenwater naar sloot of riolering stroomt. De omvang van compensatie wordt bepaald door het waterschap en kan variëren afhankelijk van de situering en diepte van neerslagpeil (peilstijging). Het waterschap rekent met volumes en dieptes (in kubieke meters voor bergingen) in plaats van alleen oppervlakte, vooral bij greppels, waterbergingsgebieden en -kelders.
Hevig regenwater en geluid van verkeersfiles
Bij hevige regen ontstaat een situatie waarin veel druppels tegelijk in de sloot of het riool terechtkomen, vergelijkbaar met een file op de snelweg. Dit illustreert waarom compenserende maatregelen noodzakelijk zijn bij toegenomen verharding en sneller afvoerbare regenwaterstromen.
Volgorde van compensatie en voorkeursoplossingen
Het waterschap hanteert een voorkeursvolgorde bij compensatie om te zorgen voor goede waterafvoer en behoud of verbetering van de waterkwaliteit. Als de sloot breed genoeg is, geeft het de voorkeur aan een vegetatie-rijke oever (natuurvriendelijke oever) of een terrastalud. Een natuurvriendelijke oever heeft een flauwe daling (bijv. 1 meter daling over 4 meter breedte, 1:4) en biedt ruimte aan planten en dieren. Soms kunnen ruimtelijke beperkingen of onderhoudsproblemen ertoe leiden dat minder robuuste maatregelen worden gekozen, maar deze hebben doorgaans minder voorkeur.
Maatregelen en berekening van compensatie
- De berging (volume opvangen van water) wordt berekend op basis van de te compenseren oppervlakte en diepte. Voor open lucht bergingen geldt kubieke meters; bij ondergraving worden ook diepte en peilstijging meegenomen.
- Bij verharding vanaf 5 hectare (ongeveer 10 voetbalvelden) zijn speciale regels van toepassing. Maximale compensatie mag dan bestaan uit 20% waterbergingen of ondersteunende kunstwerken, bijvoorbeeld een waterplein of bergingskelder, met doorgaans één aansluiting op een sloot.
- Een greppel (waterinfiltratiegebied) kan eveneens een compensatiemogelijkheid zijn; de berging wordt dan in kubieke meters berekend en de greppel moet minstens dezelfde hoeveelheid water kunnen opvangen als een aangelegde sloot.
- Een sloot, greppel, waterbergingsgebied of -kelder moet vóór verharding zijn aangelegd, zodat de afvoer geen tijdelijke wateroverlast veroorzaakt.
- De eigenaar is verantwoordelijk voor het controleren en onderhouden van compensatiemaatregelen, inclusief onderhoud van kunstwerken en bergingssystemen, zodat de afvoer blijft functioneren.
Wanneer het oppervlak groter is dan 500 m², berekent het waterschap het te compenseren oppervlak en bepaalt of compensatie volledig of gedeeltelijk nodig is. Voor kleinere oppervlakken kan de kans op wateroverlast klein zijn en geldt minder streng beleid.
In- en uitgangen van hemelwater en de rol van de gemeente
De eigenaar van het perceel is in principe verantwoordelijk voor afvoer van hemelwater. Gemeenten kunnen regels hebben in het omgevingsplan of GRP (Gemeentelijk Riolering Plan), waarin gebieden met afvoer naar de bodem of oppervlaktewater zijn vastgelegd. Het waterschap kan als beheerder van ontvangende zuivering of oppervlaktewater betrokken zijn bij de afvoer, afhankelijk van de situatie. De uiteindelijke keuze over hoe hemelwater wordt verwerkt, wordt lokaal gemaakt.
De gemeente kan regels opleggen over de aansluiting op het openbare riool, waaronder diepte van de afvoerleiding, diameter en kleurcodering (afvoer van huishoudelijk afvalwater roodbruin, hemelwater grijs of groen). Voor een aansluiting op het openbare riool gelden normen zoals NEN 3215 en de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Een afvoer voor hemelwater moet altijd beschikken over een ontlastvoorziening en een terugslagklep indien nodig, afhankelijk van de aard van de aansluiting op het vuilwaterriool of gemengd stelsel.
Het beheer en onderhoud na aanleg is verdeeld tussen het perceelaansluitpunt (eigenaar/gebruiker) en het openbare riool (gemeente). Als schade aan het openbare riool ontstaat door onjuist gebruik, is de veroorzaker verantwoordelijk voor de kosten. De Omgevingswet bepaalt dat de zorg voor afvoer van hemelwater primair bij de eigenaar ligt en dat scholen, buurthuizen en andere instellingen hier ook rekening mee moeten houden in hun beleid en verordeningen.
Overgangsregelingen en tijdsplanning
Vraag je voor 1 juli 2025 een vergunning aan? Dan kun je gebruikmaken van de overgangsregeling: de oude compensatieregel van 10% geldt dan nog. Vraag je op of na 1 juli 2025 een vergunning aan? Je bent zelf verantwoordelijk voor het maken van plannen en ontwerpen van compensatiemaatregelen, maar het waterschap biedt begeleiding en kan helpen bij vragen.
Informatie en contact
De eigenaar van het terrein waarop hemelwater valt, is in principe zelf verantwoordelijk voor de afvoer. De gemeente kan beperkingen opleggen aan lozing op het vuilwaterriool. Voor meer informatie over de afvoeren van hemelwater, verwijdert u naar de lokale pagina’s en het GRP, de Legger en het beheerregister van het waterschap.

Hoe kun je regenwater vasthouden in de tuin?
Belangrijk is dat de afweging van hoe hemelwater wordt afgevoerd, lokaal wordt gemaakt, rekening houdend met de Hydrologische uitgangspunten en de wetgeving. Hieronder volgen de kernpunten uit de regelgeving: de eigenaar initieert lokalisatie van afvoer, de gemeente reguleert openbare infrastructuur en de waterschap waarborgt waterveiligheid en kwaliteit. Het hemelwaterbeleid voor Brabantse Delta biedt specifieke richtlijnen voor infiltratie, groen-daken, grasstroken en waterafvoer naar sloten of vijvers, met aandacht voor mogelijke afkoppeling.
Toepassingsvoorbeeld en rekenvoorbeeld
Voor een project met 1 hectare (10.000 m2) nieuwe verharding is een compensatie van 1.680 m2 vereist volgens de rekenregels, met peilstijging -0,50 m NAP (in greppel - diepte 0,30 m, zoals voorbeeld). Voor 2 hectare (20.000 m2) verharding kan 2.800 m2 compensatie nodig zijn met maximale peilstijging 1,5 m bij T=100. Grote projecten kunnen leiden tot maximale compensatie via waterberging of waterkelders, met de voorkeur voor één aansluiting op een bestaande sloot.
Belangrijke definities en termen
- Compenserende maatregelen: ingrepen die de afvoer van regenwater reguleren en de bodembalans herstellen.
- Berging: het opvangen en vasthouden van water in de greppel, waterbergingsgebied of -kelder.
- Voorkeursvolgorde: volgorde waarin compensatie wordt goedgekeurd, met voorkeur voor oever met vegetatie of terrastalud wanneer mogelijk.
- Te compenseren oppervlak: alle nieuwe verharding die regenwater naar watergangen stuurt.
- Perceelaansluitpunt: grens tussen eigendom en openbaar rioolstelsel.
tags: #hemelwater #afvoer #via #gemeentegrond