Vruchtwisseling en aardappelen: hoe vaak op dezelfde grond telen en waarom het telt

Ieder jaar dezelfde groenten op dezelfde plek telen, lijkt misschien gemakkelijk. Toch kan dit op termijn problemen veroorzaken. Vruchtwisseling betekent dat je verschillende gewasgroepen ieder jaar op een ander stuk grond teelt. Door deze rotatie krijgen ziekteverwekkers en plagen minder kans om zich op te bouwen. Daarnaast hebben gewassen verschillende voedingsbehoeften. Koolgewassen vragen bijvoorbeeld relatief veel van de bodem, terwijl peulvruchten stikstof uit de lucht kunnen binden. Een vruchtwisselingsschema wordt overzichtelijker wanneer je de moestuin in verschillende vakken verdeelt. Ieder vak gebruik je voor een bepaalde gewasgroep. Let daarbij ook op plantenfamilies. Gewassen uit dezelfde familie zijn vaak gevoelig voor dezelfde ziekten en plagen. Tomaat, paprika, peper, aubergine en aardappel behoren bijvoorbeeld allemaal tot de nachtschadefamilie. Hetzelfde geldt voor radijs, rucola, raap, koolraap en verschillende koolsoorten. Werk je met zes vakken, dan begint de cyclus na zes jaar opnieuw. Het schema is een praktisch uitgangspunt, maar geen harde regel. Pas het aan op de gewassen die je teelt en op eventuele ziekteproblemen uit eerdere jaren. Probeer dezelfde plantenfamilie enkele jaren niet op dezelfde plek terug te laten komen. Bij hardnekkige bodemziekten kan een langere periode nodig zijn. Vruchtwisseling werkt het beste in combinatie met een goede bodemverzorging. Ook groenbemesters moet je meenemen in je vruchtwisselingsschema. Noteer ieder jaar welke gewassen je in ieder vak hebt geteeld. Zo voorkom je dat je na een paar seizoenen niet meer weet wat waar heeft gestaan. Met een goed tuinplan weet je welke gewassen je in ieder vak kunt telen.

Infographic: vruchtenwissel-schema verdeeld in 6 vakken over 6 jaar

Heb je de zaden voor het nieuwe moestuinseizoen nog niet in huis? Dankzij het droge voorjaar en de hoge temperaturen van de afgelopen maand maart kende het moestuinseizoen een ongewoon vroege start. In vele tuintjes gingen de vroege aardappelen, de plantuitjes, het wortelzaad, de slaplantjes en andere vroege vogels al in de grond. Maar vroeg begonnen is niet altijd gewonnen. De aanhoudende droogte en de lage temperaturen van de afgelopen 14 dagen remden de groei en zorgen ervoor dat alles toch weer in zijn normale ritme valt. Nog tijd genoeg dus om te beginnen in de moestuin. Door de hoger wordende gemiddelde temperaturen en de toenemende daglengte komt een vlotte groei van de meeste gewassen vanaf nu pas echt op gang en door de afnemende kans op nachtvorst kunnen ook de meer gevoelige teelten vanaf nu zonder bescherming opgestart worden. Belangrijker dan het moment waarop we de werkzaamheden in de moestuin aanvangen is een goed teeltplan om er voor te zorgen dat een gewas(groep) niet jaar na jaar op dezelfde plek in de moestuin terecht komt om zo de intensief gebruikte moestuingrond gezond en vruchtbaar te houden.

De theorie: Door steeds dezelfde vruchten op hetzelfde perceel te kweken wordt de kans op aantasting door ziekten en plagen van het gewas jaar na jaar groter. Dit komt doordat de schadelijke organismen zich keer op keer kunnen vermenigvuldigen op hun uitverkoren waardplant. Zo is het bv. algemeen geweten dat wanneer men verschillende jaren na elkaar aardappelen teelt op hetzelfde perceel er na enkele jaren bodemmoeheid optreedt, waardoor de opbrengst sterk terugloopt. Deze bodemmoeheid ontstaat doordat de aardappel een goede waardplant is voor aaltjes die zich explosief kunnen vermeerderen wanneer ze zich gedurende enkele opeenvolgende jaren kunnen tegoed doen aan hun geliefde waardplant. Door teeltafwisseling wordt bodemmoeheid voorkomen. Planten nemen niet alleen stoffen op uit de grond, via de sapstroom worden afvalstoffen naar de wortels gevoerd en afgegeven aan de grond. Door steeds dezelfde gewassen te oogsten op hetzelfde perceel gaat de concentratie aan die specifieke afvalstoffen, die vaak giftig zijn voor het betreffende gewas, in de bodem zodanig oplopen dat de plant op termijn zichzelf gaat vergiftigen. Ook voor dit probleem is jaarlijks wisselen van gewas een goede oplossing.

Diagram: schadekringlopen van bodemziekten bij herhaalde teelt

De praktijk: Natuurlijk is het in de praktijk niet nodig om ieder gewas telkens op een andere plek in de moestuin te telen. Om het wat eenvoudiger te maken heeft men de courante groentegewassen ingedeeld in een aantal groepen, het volstaat om iedere gewasgroep op een apart perceeltje te telen (afhankelijk van de grote van de moestuin van 3 tot 6 of meer perceeltjes) en dan jaarlijks de gewasgroepen door te schuiven naar het volgende perceel. Op die manier duurt het 3 tot 6 jaar vooraleer dezelfde gewasgroep terug op het oorspronkelijke perceeltje terechtkomt. Dit heeft ook zijn voordelen naar bemesting toe. Sommige gewasgroepen hebben een grote behoefte aan meststoffen andere eerder een matige tot minimale behoefte aan meststof. De gewasgroepen: In grotere moestuinen is het eenvoudiger om een optimale vruchtwisseling door te voeren waarbij we ook rekening houden met de families waartoe de groenten behoren, de worteldiepte en de onkruidonderdrukking. Kleinere moestuinen worden vaak ingedeeld in 3 percelen waarbij we de gewassen indelen naargelang hun voedingsbehoeften, dit kan volstaan om zonder al te veel problemen een groot aantal gewassen te telen. Wil men echter ook aardappelen, tomaten en meerjarige gewassen telen dan moet men toch minimaal over 4 en best 5 perceeltjes kunnen beschikken.

De grote eters: Dit zijn de planten die veel organische mest en humus in de bodem nodig hebben. In kleinere moestuinen kunnen ze op hetzelfde perceel geteeld worden, anders kan men ze nog onderverdelen in 2 groepen nl. de koolgewassen en de vruchtgewassen. Koolgewassen worden wegens het risico op knolvoet best op een apart perceeltje geteeld. Op zwaardere gronden een rotatiesysteem van 3 jaar aanhouden, op lichtere gronden 5 à 6 jaar om aantasting met knolvoet te voorkomen. Eens aangetast kan de bacterie tot 15 jaar in de grond overleven, dus beter voorkomen dan genezen. Kolen hebben een grote voedingsbehoefte en geven de voorkeur aan een wat hogere pH-waarde, het 'koolperceeltje' mag dus flink bekalkt worden in het voorjaar. Vruchtgewassen zoals aubergine, komkommer, pompoen, paprika… hebben een héle grote behoefte aan voeding. Deze gewassen doen het goed op een bodem die in het voorjaar rijk voorzien is van organische bemesting, ze kunnen dan een heel seizoen lang teren op de langzaam vrijkomende stikstof. Voor het bekomen van stevige vruchten en om de vruchten lang te kunnen bewaren mag men tijdens het afrijpen wat extra kaliummeststof strooien.

Infographic: rotatiegroepen en hun voedingsbehoeften

Wie aardbeien wil opnemen in het roterende teeltschema mag ze in dit perceeltje planten. De matige eters: Deze gewassen hebben minder behoefte aan veel N, ze groeien best op gronden die het jaar ervoor rijkelijk voorzien geweest zijn van organische meststof. Wortelgroenten zoals worteltjes, radijs, raapjes, bietjes, schorseneren groeien best op niet te rijke gronden omdat ze anders te veel blad en te weinig wortel gaan ontwikkelen. Ook hier dient de nodige aandacht besteed te worden aan de kaliumbemesting. De Bladgewassen zijn een omvangrijke groep met groenten uit verschillende families die algemeen gesproken een matighe bemestingsbehoefte hebben. Vaak worden bladgewassen niet op een apart perceeltje geteeld maar als voor- of nateelt van een ander gewas.

De kleine eters: Deze gewassen zijn tevreden met de voedingsstoffen die de andere groepen in de grond nalaten. Om het gehalte aan organische stof op peil te houden mag in het voorjaar wel een dosis compost ingewerkt worden. Peulvruchten (erwten, en alle soorten bonen) behoren allemaal tot dezelfde familie (de Fabaceae) en moeten om ziektes te voorkomen zeker jaarlijks verhuizen van perceel. Deze gewassen zijn in staat om zelf stikstof uit de lucht te fixeren en hoeven dus niet extra bemest te worden. Door deze eigenschap is de grond na de teelt van peulvruchten rijker aan N dan vóór de teelt. Aardappelen: Wie aardappelen wil telen beschikt best over minimaal 4 perceeltjes. Op die manier kan de aardappelteelt opgenomen worden in vruchtafwisseling en komen de gewasgroepen pas na 4 jaar terug op hetzelfde perceeltje terecht. Aardappelen geven de voorkeur aan gronden met een iets lagere pH, het perceeltje voor de aardappelen wordt dus niet meegekalkt met de rest van de moestuin. Aardappelen geven de voorkeur aan bemesting met goed verteerde stalmest of compost. Wie tijdens de teelt nog extra korrelmeststof wil toedienen kiest best voor een meststof met een lagere N- en een hogere K-verhouding. Te veel N zorgt voor te veel loofgroei en te weinig uitgroei van de aardappelen. Je kunt dit voorkomen door het gewas telkens op een andere plaats in de tuin te telen. Je kunt dus niet als je bijvoorbeeld gek bent op bonen elk jaar je tuin er mee vol zetten. Nu zal het best wel eens goed gaan maar op den duur kom je onherroepelijk in de problemen.

Vruchtwisseling is niet alleen belangrijk voor jezelf, maar ook voor diegene die als je met tuinieren ophoudt de tuin overneemt. In een klassiek vruchtwisseling systeem gaat men ervan uit dat elk gewas pas na 4 jaar weer op de oude plek terecht komt. In het eerste geval spreken we dan voorteelt en in het geval je b.v. Let bij lang groeiende gewassen ook op de vruchtwisselingsregels. Voor- en nateelten zijn vooral aantrekkelijk omdat ze een optimale benutting van de grond geven. Wisselteelt, ook wel teeltrotatie of gewasrotatie genoemd, houdt in dat je elk jaar andere soorten eenjarige groenten kweekt op hetzelfde stukje grond. Waar je dus het ene jaar aardappelen kweekt, zet je het volgende jaar bonen.

In Nederland mag u maar één keer per drie jaar op hetzelfde perceel aardappelen telen. Dit om de verspreiding en besmetting van aardappelmoeheid te beheersen en de export van kweekmateriaal niet te belemmeren. In bepaalde situaties kunt u ontheffing aanvragen. Het perceel is acht jaar achter elkaar niet gebruikt voor de teelt van AM-waardplanten. Percelen zijn door ruilverkaveling anders ingedeeld. Percelen zijn door bedrijfsveranderingen anders ingedeeld. Een compleet overzicht van de situaties staat in het artikel Toelichting aanvraag ontheffing vruchtwisseling. Wilt u ontheffing aanvragen? Vul dan het aanvraagformulier in. Het formulier moet voor 1 mei en minimaal zes weken voor de vermoedelijke pootdatum bij ons binnen zijn. Voor elk perceel ontvangen we graag een aparte aanvraag. We kunnen uw aanvraag alleen behandelen als u een kaart meestuurt waarop zowel uw perceel als de omgeving zichtbaar zijn. Aardappelmoeheid ontstaat door een aantal specifieke nematoden, dit zijn kleine aaltjes. Daarnaast gelden er in Nederland aanvullende regels: de teeltvoorschriften.

Kaart met aardappelmoeheid-gebiedsindelingen

Hierin staat dat u maximaal één keer per drie jaar op hetzelfde perceel aardappelen mag telen. Dit 1:3-voorschrift geldt niet voor zetmeelaardappelen en consumptieaardappelen in het Noordoostelijk zand- en dalgrondgebied. Dit is gebied A op de kaart. U mag ook van het 1:3 voorschrift afwijken bij de teelt van consumptie- en zetmeelaardappelen, als u deze voor een bepaalde datum rooit. En u deeltneemt aan de vroegrooiregeling. De NAK houdt toezicht op de vroegrooiregeling. Ook voor een aantal bijzondere situaties kunt u ontheffing krijgen. Bijvoorbeeld voor de teelt van aardappel als lokgewas. De NAK is hiervoor toezichthouder. U mag helemaal geen aardappelen telen in 5 gebieden waar veel voortkwekingsmateriaal wordt geteeld. Dat noemen we de aardappelteeltverbodsgebieden.

Dat 1:3-voorschrift geldt sinds 1994 voor de aardappelteelt ter bestrijding van aardappelmoeheid. De regels zijn gebaseerd op een vruchtwisseling van ten minste 1 op 3 zonder nadere eisen te stellen inzake de teelt van AM-resistente rassen. Lees eerst de bijbehorende toelichting. Aanvragen na 1 mei 2026 ingediend, worden niet meer in behandeling genomen. Ontheffing is niet mogelijk voor de teelt van NAK-pootaardappelen.

Vruchtwisseling eenvoudig gemaakt - Wissel uw moestuinbedden af ​​voor gezondere oogsten

Als je een biologische moestuin wilt beginnen is het toepassen van wisselteelt wat mij betreft onmisbaar. Door het toepassen van wisselteelt komt je bodem meer in evenwicht. Hierdoor behoud je de kwaliteit van je grond op lange termijn. Hierdoor word je minder afhankelijk van meststoffen en hoef je de bodem minder te bewerken. Maar wat houdt wisselteelt in en hoe pas je het toe? Wat is wisselteelt? Wisselteelt houdt in dat dezelfde gewas of gewassen uit dezelfde plantenfamilie niet op dezelfde plek als vorig keer geplant mogen worden.

Tomaten mogen bijvoorbeeld niet op dezelfde plek geteeld worden als vorig jaar. Ze mogen ook niet geteeld worden waar er eerder aardappelen stonden. Aardappelen en tomaten horen namelijk allebei tot de nachtschadefamilie. Plant ook geen broccoli waar er eerder Chinese kool stond. Broccoli en Chinese kool horen tot de kolen (of wel Brassicaceae) familie. Dit geldt alleen voor eenjarigen. Waarom moet je wisselteelt toepassen? Groenten en fruit uit dezelfde plantenfamilie hebben vaak gelijksoortige behoeftes. Als de groenten jarenlang op dezelfde plek geteeld worden, wordt er continue dezelfde mineralen en voedingsstoffen uit de grond onttrokken. Hiermee raakt de grond uit evenwicht waardoor je planten ook gevoeliger worden voor ziekten en plagen.

Een ander reden om wisselteelt toe te passen is dat de bestaande ziekten minder de kans krijgen om zich verder te ontwikkelen. Peulen maken bijvoorbeeld veel stikstof aan, en kolen hebben graag veel stikstof. Daarom wordt in de wisselteelt peulen vaak opgevolgd door kolen. Bij wortelgewassen: wortels en uien kunnen de aardappelen verhinderen. Een rotatie van 3 tot 4 jaar wordt als ideaal beschouwd.

Schema: 5-groepen wisselteelt met volgorde Aardappelen → Peulgewassen → Kool- en bladgewassen → Vruchtgewassen → Wortelgewassen

Hoe pas je wisselteelt toe? Bij wisselteelt deel je de moestuin en je groenten in een aantal groepen. Het idee is dat je op dezelfde plek groenten uit dezelfde groep niet meerdere seizoenen achter elkaar mag telen. Er zijn verschillende manieren van groeperen. De ene verdeelt zijn moestuin in drie gedeeltes en de ander in zes of meer. Voor mezelf hou ik het bij vijf. De vijf groepen zijn samengesteld op basis van hun behoeften: 1. Aardappelen 2. Peulgewassen: bonen en erwten 3. Koolgewassen en bladgewassen 4. Vruchtgewassen 5. Wortelgewassen. Hier hoort aardappelen niet. Een reden hiervoor is dat wortels en uien de groei van aardappelen kunnen verhinderen.

Over het algemeen wordt er een rotatie van minimaal 3 tot 4 jaar geadviseerd. Nog een aantal opmerkingen: Aardappelen en tomaten behoren tot de nachtschadefamilie; als je veel nachtschadegewassen hebt geplant moet je extra opletten met rotatie. Ezelsbruggetje om het schema te onthouden: APK VW. Een andere belangrijke pijler van een biologische moestuin is composteren, vooral bij de no-dig methode. Je kunt in dit artikel meer lezen over het maken van compost.

Infographic: ezelsbruggetje APK VW voor wisselteelt

Ik hoop dat je genoeg handvatten hebt om een wisselteelt toe te passen. Mijn tip is: volg het schema waar mogelijk, en pas het aan op jouw situatie. Als je tips hebt, laat het hieronder achter. Vind je het leuk om regelmatig tips en inspiratie te ontvangen over het kweken van snijbloemen, groenten en kamerplanten? Volg me op socialmedia.

In juli zijn vruchtgewassen zoals komkommers, tomaten en courgettes volop aan het groeien. Maak deze heerlijke Chinese komkommersalade met komkommer, sojasaus, knoflook en sesam. Ontdek 12 groenten die je makkelijk kunt kweken in potten. Groenten kweken in potten is een ideale oplossing als je weinig ruimte hebt.

Deze regels gaan met name over verplichte vruchtwisseling en aardappelteeltverbodsgebieden. Aardappelmoeheid (AM) ontstaat door een aantal specifieke nematoden. Deze nematoden hebben wereldwijd een quarantaine-status. Als een besmetting met AM wordt vastgesteld dan moet u zich houden aan de EU-maatregelen om verspreiding van deze aaltjes te voorkomen. Daarnaast zijn er aanvullende teeltvoorschriften voor Nederland.

tags: #hoe #vaak #aardappel #verbouwen #op #zelfde