Steeds meer woningen worden aardgasvrij verwarmd. In 2024 was 11,2 procent van de woningen aardgasvrij, terwijl dat twee jaar eerder nog 8,7 procent was. Voor verwarming maken deze woningen meestal gebruik van een warmtepomp of stadsverwarming. Daarmee zijn ze niet afhankelijk van een cv-ketel of van blokverwarming. Behalve aardgasvrije woningen zijn er ook steeds meer bijna-aardgasvrije woningen, die bijvoorbeeld dankzij hybride warmtepompen veel minder aardgas gebruiken dan woningen met een traditionele cv-ketel of blokverwarming. In 2024 was 3,7 procent van de woningen zo’n hybride woning. Vooral woningen gebouwd vanaf 2015 zijn aardgasvrij of bijna aardgasvrij.
In 2023 wordt 36 procent van de woningen die gebouwd zijn vanaf 2015 elektrisch verwarmd. Meestal door een warmtepomp, maar er zijn ook andere verwarmingsvormen mogelijk, zoals airco’s en infraroodpanelen. Een derde is volledig aardgasvrij. Voor woningen van vóór 2015 geldt een ander beeld: stadsverwarming is hier het belangrijkste alternatief voor de traditionele cv-ketel of blokverwarming. De verdeling van aardgasvrije en bijna aardgasvrije woningen is ook afhankelijk van het woningtype; zo is 12 procent van de appartementen aangesloten op stadsverwarming, tegenover slechts 1 procent van de vrijstaande woningen. Ook regionale verschillen springen in het oog: stadsverwarming domineert vooral in en rondom steden; in 2023 was het de belangrijkste verwarmingsvorm in Purmerend, Almere, Duiven en Nieuwegein. In het oosten en noorden van het land worden relatief veel woningen hybride verwarmd (Rozendaal, Ameland en Tubbergen). Volledig elektrisch verwarmde woningen komen veel voor in Randstedelijke gemeenten, zoals Waddinxveen en Rijswijk.
De energietransitie van de woningvoorraad vereist elektrificatie. Het doel is het verminderen of elimineren van fossiele-brandstofverbruik, vervangend door duurzame elektriciteit. De EU stelt in EPBD-doelstellingen voor 2030 emissievrije nieuwbouw en verduurzaming van bestaande woningen, met dalende gemiddelden in primair energieverbruik. Nederland heeft hier een nationale aanpak aan gekoppeld met renovaties, hybride warmtepompen en uitbreiding van warmtenetten, maar veel maatregelen zijn nog niet wettelijk bindend. In 2022 presenteerde Nederland een nationale transitiestrategie met twee aandachtspunten: nieuwbouwwoningen moeten de hoogste energie-efficiëntienormen halen en bestaande woningen met lage energieprestaties renoveren.
Nieuwe bouwstandaarden en regels: sinds medio 2018 worden alle nieuwe woningen gasvrij gebouwd en sinds 2021 voldoen ze aan strenge, bijna-energieneutrale normen (BENG). Op dit moment staat de aandacht op renovatie van woningen met energielabels E, F en G; vanaf 2030 mogen dergelijke huurwoningen niet meer verhuurd worden. Substantiële financiering wordt geboden via subsidies zoals ISDE, met ondersteuning voor isolatie, hybride warmtepompen en stadsverwarming.

Volgens CBS-cijfers in 2024 stond 11,2 procent van de woningen volledig aardgasvrij, twee jaar eerder 8,7 procent. Daarnaast groeide het aantal bijna-aardgasvrije woningen, waaronder hybride warmtepompen die het gasverbruik aanzienlijk terugdringen. In woningen gebouwd vanaf 2015 is elektrisch verwarmen in 2023 al 36 procent, met name via warmtepompen; een derde van deze woningen is volledig aardgasvrij. Voor woningen van vóór 2015 is stadsverwarming het belangrijkste alternatief.
Regionale verschillen zijn opvallend: stadsverwarming is veelal gevestigd in en rondom steden, terwijl hybride verwarming vaker voorkomt in het oosten en noorden van het land. Volledig elektrisch verwarmen komt juist veel voor in Randstedelijke gemeenten. Het aandeel woningen met stadsverwarming blijft afhankelijk van het woningtype: 12 procent van de appartementen versus 1 procent van vrijstaande woningen.
De Europese energietransitie voor de woningmarkt (EPBD) vereist daling van het gemiddelde energieverbruik per m², en streeft naar emissievrije nieuwbouw tegen 2030 en grootschalige renovatie van bestaande woningen. De Nederlandse regering zet in op het renoveren van 2,5 miljoen woningen tegen 2030 (40 procent van de voorraad), installatie van minstens 1 miljoen hybride warmtepompen en uitbreiding van stadsverwarmingsnetten. Veel doelstellingen zijn nog niet wettelijk bindend.
Het aantal woningen in Nederland is historisch gegroeid. Begin 2025 telde Nederland bijna 8,4 miljoen particuliere huishoudens in 8,4 miljoen woningen, met een gemiddelde huishoudensgrootte van ongeveer 2,1 personen. Ongeveer 40 procent van alle huishoudens bestaat uit één persoon. In 2025 woonden 320.141 personen in institutionele huishoudens zoals zorginstellingen. De woningvoorraad bestaat uit verschillende typen en bouwjaren, wat invloed heeft op energie-efficiëntie en verwarmingskeuzes.
Het woningtekort is een belangrijke context voor de energietransitie. In 2021 steeg het tekort tot 279.000 woningen en werd verwacht dat dit tot 317.000 in 2024 zou lopen. Door demografische ontwikkelingen en bouwcapaciteit streeft de overheid naar 900.000 nieuw te bouwen woningen tot 2030, met tweederde betaalbaar (huur en koop). Het Plan van aanpak versnellen processen en procedures woningbouw beoogt de realisatie te versnellen, onder andere door gelijktijdig meerdere stappen uit te voeren. Daarnaast wordt tot 2024 37.500 flexwoningen gebouwd om schommelingen op te vangen.
De stikstofproblematiek speelt een rol bij bouwprojecten: woningbouw in sloop- of bouwfase valt onder stikstofvrijstellingen, maar lokale oplossingen blijven noodzakelijk. Het warming-net (warmtenet) wordt gezien als mogelijke oplossing voor de elektrificatie, maar vereist financieringsverdeling en investeringen.

In 2024 werd gemeld dat steeds meer woningen zonder aardgas worden verwarmd. CBS meldde dat aardgasvrije woningen vaak worden verwarmd met warmtepompen of stadsverwarming en dat hybride warmtepompen het gasverbruik aanzienlijk verlagen. Per woningtype en regio variëren de cijfers, waarbij stadsverwarming in stedelijke gebieden toeneemt en elektrisch verwarmen vooral in Randstedelijke gemeenten voorkomt.
Samengevat toont de Nederlandse woningvoorraad een zachte maar gestage verschuiving richting minder aardgas, met verschillen naar bouwjaar, woningtype en regio. De EU- en nationale plannen stimuleren elektrificatie en renovatie, maar uitvoering kent uitdagingen zoals kosten, netbelasting en juridische bindendheid.
- 11,2% van de woningen volledig aardgasvrij (2024)
- 3,7% hybride woningen (2024)
- 36% van woningen gebouwd vanaf 2015 elektrisch verwarmd (2023)
- 12% appartementen aangesloten op stadsverwarming vs 1% vrijstaande woningen
- Stadsverwarming: belangrijkste in Purmerend, Almere, Duiven, Nieuwegein (2023)
- Aandeel nieuwe emissievrije woningen ~5,5% ( extrapolatie )
Vragen voor de toekomst: welke regio's slagen erin om aardgasvrij te worden en welke maatregelen zijn het meest kosteneffectief? Hoe verloopt de samenwerking tussen nationale plannen en EU-richtlijnen om tegen 2050 energieneutraal te zijn?