Verbouwingsprojecten in strijd met bestemmingsplan: afkeurprocedure en mogelijkheden

portalcenter.cl

Het komt nogal eens voor dat de vergunningverlenende instantie de gegeven bevoegdheid die voortvloeit uit het door mij onderstreepte woordje ‘kan’ opvat als een gebonden bevoegdheid, in die zin dat de vergunning moet worden verleend. Dat mag niet. Een bestemmingsplan is niet gemaakt om er zonder meer van af te wijken. Het in algemene zin naar een nota parkeerbeleid verwijzen mag niet omdat een belangenafweging voldoende kenbaar moet zijn. Het bestuur mag blijkens de rechtspraak op het advies van een deskundige afgaan, mits wordt nagegaan of het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de daarin gebezigde redenering begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Dit heet de vergewisplicht. Als een bezwaarmaker concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van het deskundigenrapport aanvoert of concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de gevolgde redenering aanvoert dan mag het bestuur niet zonder nadere motivering op dat rapport afgaan. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het tijdelijk deel van het omgevingsplan ontstaan. Onderdeel van dit tijdelijk omgevingsplan zijn de geldende bestemmingsplannen. Op basis van de regels van bestemmingsplannen was het vaak mogelijk om met een omgevingsvergunning binnenplans af te wijken. Dit regelde artikel 3.6 lid 1 onder c Wro. Bijvoorbeeld de maximale hoogte van een bedrijfspand is 10 meter. De regels in het bestemmingsplan regelen dat het onder voorwaarden mogelijk is om een afwijkvergunning te verlenen tot maximaal 11 meter hoogte. Het gaat om kleine afwijkingen. Onder de Wro en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) toetsten burgemeester en wethouders de aanvraag om een afwijkvergunning aan de voorwaarden voor afwijking in het bestemmingsplan. Dit regelde artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 1° Wabo. In beginsel verleenden burgemeester en wethouders de afwijkvergunning als aan de voorwaarden werd voldaan. Burgemeester en wethouders hoefden echter niet per definitie in te stemmen met een aanvraag die aan de voorwaarden voor afwijking voldeden. De activiteit mocht ook niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Zij hadden afwegingsruimte. Artikel 22.10 Omgevingswet bepaalt expliciet dat deze binnenplanse afwijkregels uit het bestemmingsplan gelden als regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan die worden toegepast bij verlening van een omgevingsvergunning. Als in het tijdelijk deel van het omgevingsplan een dergelijke binnenplanse afwijkmogelijkheid staat, geldt deze als verbod om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten. Dit staat in artikel 22.280 van de bruidsschat. Er moet dus een aanvraag om een omgevingsvergunning worden ingediend om binnenplans af te wijken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. In artikel 8.0a Bkl staat dat een omgevingsvergunning moet worden verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels van het omgevingsplan. Voor een dergelijke omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels was er onder het oude recht altijd beslissingsruimte. Daarom regelt artikel 22.281 van de bruidsschat omgevingsplan dat als de regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan de verplichting bevatten om een omgevingsvergunning te verlenen om af te wijken van de regels, deze verplichting wordt gelezen als een bevoegdheid. Burgemeester en wethouders kunnen dus net als onder het oude recht een afweging maken en de vergunning weigeren. Hierbij is een zorgvuldige motivering nodig waarbij wordt gemotiveerd of de aanvraag voldoet aan of in strijd is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zie ECLI:NL:RVS:2024:4624, Raad van State, 202302148/1/R1, r.o. Burgemeester en wethouders kunnen in 1 situatie de omgevingsvergunning toch binnenplans verlenen als activiteit niet aan de in het tijdelijk deel van het omgevingsplan gestelde voorwaarden voor afwijking voldoet. Dat is mogelijk als er een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht geldt. De aanvraag omgevingsplanactiviteit mag dan niet in strijd zijn met de regels voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Dit regelt artikel 22.282 bruidsschat. Als een initiatiefnemer ter plaatse een bedrijf uit de categorie 3.1 wil vestigen, moet hij een aanvraag omgevingsvergunning indienen op basis van artikel 22.280 bruidsschat omgevingsplan. Burgemeester en wethouders beoordelen dan met toepassing van artikel 8.0a, lid 1 Bkl en artikel 22.281 van de bruidsschat omgevingsplan of aan de gestelde voorwaarden is voldaan en of het wenselijk is de vergunning te verlenen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de aanvraag te weigeren, ook al is aan de gestelde voorwaarden voldaan. De beheersverordeningen zijn ook onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Ook op basis van regels in beheersverordeningen is het soms mogelijk om af te wijken van de regels. De initiatiefnemer kan een aparte aanvraag indienen als de omgevingsvergunning bouwwerken (artikel 22.26, bruidsschat omgevingsplan) alleen met toepassing van de binnenplanse afwijking kan worden verleend. Het bevoegd gezag beoordeelt of de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken. Dit regelt artikel 22.29 bruidsschat. Als het bevoegd gezag gebruikmaakt van de bevoegdheid om af te wijken, wordt de omgevingsvergunning verleend. In de vergunning staat dan dat het bouwplan niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan, maar dat het bouwwerk met de binnenplanse afwijkmogelijkheid mag worden gerealiseerd. In de vastgoedpraktijk komt het geregeld voor dat een omgevingsvergunning wordt verleend in afwijking van een bestemmingsplan of een beheersverordening. De mogelijkheid tot afwijking kan grote betekenis hebben voor het optimaal kunnen ontwikkelen van een vastgoedproject. Iedere bouwaanvraag wordt (onder andere) getoetst aan het bestemmingsplan. Bij de beoordeling kan blijken dat een aanvraag niet in het bestemmingsplan past, bijvoorbeeld omdat het bouwplan uitgaat van wonen maar het bestemmingsplan alleen kantoorgebruik toestaat. Als burgemeester en wethouders (B&W) vaststellen dat de aanvraag in strijd is met het bestemmingsplan volgt er niet meteen een weigering. Eerst moet nog beoordeeld worden of de vergunning in afwijking van het bestemmingsplan tóch kan worden verleend. B&W kunnen dit alleen doen als zij voor het specifieke geval een wettelijke bevoegdheid hebben om af te wijken. Daarnaast mag een project door de afwijking niet in strijd met een ‘goede ruimtelijke ordening’ komen. De wet (de Wabo) kent drie soorten afwijkingsmogelijkheden die afhankelijk van het specifieke geval kunnen worden ingezet. Met de binnenplanse afwijking wordt de situatie bedoeld waarin het bestemmingsplan zelf bepaalt dat van een bepaald voorschrift in dat bestemmingsplan kan worden afgeweken. Een voorbeeld van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is de regel dat B&W bevoegd zijn om een omgevingsvergunning te verlenen voor overschrijding van de maximale maatvoering van bouwwerken met 10 %. Hoewel de aanwezigheid van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid betekent dat de gemeenteraad de afwijking planologisch aanvaardbaar heeft geacht, betekent dit niet dat B&W ook altijd verplicht zijn om van die bevoegdheid gebruik te maken. Volgens vaste rechtspraak hebben B&W bij deze beslissing beoordelingsvrijheid. Als het bestemmingsplan zelf geen afwijkingsbevoegdheid bevat, moeten B&W beoordelen of afwijking van het bestemmingsplan mogelijk is op grond van de in het jargon genoemde ‘kruimellijst’. Dit is een door de Rijksoverheid opgestelde lijst van situaties waarin B&W bevoegd zijn om van een bestemmingsplan af te wijken. De term ‘kruimellijst’ suggereert dat hiermee slechts medewerking kan worden verleend aan bouwplannen van ondergeschikte betekenis. Met de kruimelafwijking kunnen in de praktijk echter bouwplannen van behoorlijke afmetingen worden gerealiseerd. Ook kan hiermee toestemming voor wijziging van gebruik van gronden of een bouwwerk worden bewerkstelligd. Ook bij deze categorie beschikken B&W bij de beslissing tot het al dan niet verlenen van de omgevingsvergunning over beoordelingsvrijheid. Deze beoordelingsvrijheid wordt kleiner als het bestuursorgaan beleidsregels (als bedoeld in artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht) heeft vastgesteld waaraan aanvragen voor afwijking van het bestemmingsplan op grond van de kruimellijst worden getoetst. Als binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan en afwijking op grond van de kruimellijst niet mogelijk is, bestaat de mogelijkheid om van het bestemmingsplan af te wijken mits de motivering van de omgevingsvergunning een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Deze onderbouwing is enigszins vergelijkbaar met de toelichting bij een bestemmingsplan. Om aan deze aspecten te kunnen voldoen dienen ontwikkelaars rekening te houden met aanzienlijke (onderzoeks)kosten. Bij deze categorie is verder van belang dat er pas van het bestemmingsplan kan worden afgeweken als de gemeenteraad een ‘verklaring van geen bedenkingen’ heeft afgegeven. Deze verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad kan overigens categorieën van gevallen aanwijzen waarin de verklaring niet is vereist. Omgevingsvergunningen die worden verleend via een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid of via de kruimellijst, worden door B&W voorbereid met de zogeheten ‘reguliere voorbereidingsprocedure’. Na ontvangst van de aanvraag moet het bestuursorgaan daar binnen acht weken op beslissen, tenzij de beslistermijn tijdig bij besluit wordt verlengd. Wordt er te laat beslist dan is de omgevingsvergunning van rechtswege verleend. Aanvragen voor omgevingsvergunningen die slechts kunnen worden verleend door afwijking van het bestemmingsplan via de categorie ‘overige gevallen’ worden voorbereid met toepassing van de zogeheten ‘uniforme openbare voorbereidingsprocedure’. Op grond van die procedure leggen B&W een ontwerp van het te nemen besluit ter inzage. Belanghebbenden kunnen daartegen binnen zes weken een zienswijze indienen. B&W hebben vervolgens een termijn van zes maanden om een definitieve beslissing op de aanvraag te nemen. Bij deze procedure wordt bij te laat beslissen geen vergunning van rechtswege verleend. Tegen de uiteindelijke beslissing op de aanvraag staat geen bezwaar bij het bestuursorgaan maar direct beroep bij de rechtbank open. Een regelmatig gehoorde misvatting is dat een afwijking van een bestemmingsplan wordt verward met herziening of wijziging van een bestemmingsplan. Deze zaken moeten van elkaar worden onderscheiden. Afwijken van het bestemmingsplan is een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning van B&W nodig is. Het herzien van een bestemmingsplan, dat iedere tien jaar moet plaatsvinden, is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Een bestemmingsplan heeft vaak betrekking op een groot gebied met meerdere percelen. Bij het wijzigen van het bestemmingsplan wordt het bestemmingsplan binnen bij het plan bepaalde grenzen door B&W gewijzigd. Dit betreft dus een B&W-bevoegdheid en geen raadsbevoegdheid.

Belangenafweging en de rol van de regels

BELANGENAFWEGING 1.5 VERPLICHTE PLANOLOGISCHE AFWIJKING? oktober 2010. geraadpleegd. 1. omgevingsrecht (hierna: Wabo) in werking getreden. (hierna: Wro) gewijzigd. Bor). ruimtelijke ordening 1985. het bouwen verleend dan wel geweigerd. bestemmingsplan. planologische ontheffing voor strijdig gebruik. vereist is. het planologisch strijdige gebruik “in ruime zin”. ontheffingenmogelijkheden voor alleen het gebruik. aan het bestemmingsplan worden geweigerd. gerealiseerd kan worden. grond van artikel 2.12 van de Wabo kan worden verleend. bestemmingsplan en de onderhavige beleidsregels. medewerking worden verleend. bestaande woongebieden de structuur van een bestemmingsplanregel. geactualiseerde bestemmingsplannen wordt opgenomen. vastgestelde beleidsregels zeer regelmatig toegepast. samenhang van de te maken afwegingen vergroot. rechtszekerheid voor burgers verbeterd. aanmerking komt. belangenafweging. verlenen van een ontheffing kan plaatsvinden. willekeur zoveel mogelijk uitsluiten. beleidsregels een belangrijke rol. van slagen heeft. van de beleidsregels afgeweken dient te worden. voortvarend ter hand genomen. neergelegd, opgenomen. volledig actueel bestemm_plannenbestand te beschikken. volgens de nieuwe bestemmingsplannen zonder meer zijn toegelaten. huis”. gebruik te maken. vinden. van derden. Het belang van de aanvrager ligt voor de hand. woongenot dan wel gebruiksgenot zal toenemen. belangen van derden. privaatrechtelijke belangen). tegenover elkaar dienen te worden afgewogen. gehonoreerd.

De regelgeving rondom afwijkingen vereist zorgvuldige motivering en afwegingen tussen functies, milieu- en welstandsaspecten. In de praktijk kan een binnenplanse afwijking of kruimellijst de mogelijkheid geven om een project toch toe te staan, mits de ruimtelijke onderbouwing en de wettelijke toetsing worden nageleefd. De gemeente kan besluiten tot weigering ondanks voldoeien aan de voorwaarden, als dit in het belang van een goede ruimtelijke orde is. Een tijdelijke afwijking kan soms uitkomst bieden wanneer lange doorlooptijden onwenselijk zijn. Onder de Omgevingswet zal naar verwachting veel vaker de reguliere korte procedures worden toegepast en de kruimelregeling minder relevant zijn. Voor vragen over omgevingsvergunningen, afwijkingen en overige omgevingsrechtelijke onderwerpen kan vrijblijvend contact worden opgenomen.

Infographic: Overzicht afwijkingsmogelijkheden binnenplans, kruimellijst en reguliere procedures

Animatie regels op de kaart bij het Omgevingsloket

Toelichting op de verschillende procedures

De aanvraag omgevingsvergunning kan volgens de reguliere procedure geregeld worden; de termijn is acht weken tot beslissing, met mogelijkheid tot verlenging. Bij binnenplanse afwijking of kruimellijst geldt de reguliere voorbereidingsprocedure, met inzage en een zienswijzeperiode van zes weken. Voor overige gevallen geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure met inzage en zes weken zienswijze en zes maanden beslistermijn. Bij een wijziging van het bestemmingsplan door B&W bestaan beoordelingsruimte en vereist een zorgvuldige onderbouwing. Een afwijking kan ook leiden tot planschadevergoeding als gevolg van economische schade of waardevermindering van aangrenzende percelen. De gemeenteraad kan verklaringen van geen bedenkingen afgeven of achterwege laten afhankelijk van het belang van een goede ruimtelijke orde. De basisregels en beleidsregels voor afwijkingen worden periodiek herzien en bijgewerkt om gelijke behandeling en rechtszekerheid te waarborgen.

Praktische kenmerken en aandachtspunten

  • Een bestemmingsplan bevat regels voor gebruiksfuncties en bouwhoogten, maar afwijkingen kunnen binnenplanse regels mogelijk maken.
  • De afweging tussen economische belangen, leefomgeving en privacy is essentieel bij elke beslissing.
  • Een vergunning kan worden geweigerd ondanks voldaan aan de afwijkingsvoorwaarden als dit past bij een goede ruimtelijke ordening.
  • Voor tijdelijke afwijkingen kan een maximale duur bestaan; vaak gelden specifieke regels in het omgevingsplan.
  • Vooroverleg met de gemeente kan kosten besparen en de haalbaarheid vooraf toetsen.

Samenvatting van de belangrijkste begrippen

Binnenplanse afwijking: afwijking die mogelijk is doordat het bestemmingsplan dit als bevoegdheid toelaat in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Kruimellijst: een beperkte lijst van situaties waarin afwijking mogelijk is zonder uitgebreide procedure. Uniforme openbare voorbereidingsprocedure: uitgebreide procedure voor overige afwijkingen met inzage en zienswijze. Planschade: schadevergoeding die kan ontstaan bij afwijkend bouwplan ten opzichte van het bestemmingsplan.

tags: #in #strijd #bestemmingsplan #verbouwing #afkeur