Kenmerken van Luchtplafonds en Interieurs uit de Zeventiende Eeuw in Nederland

In de zeventiende eeuw is Nederland een wereldmacht, daarom wordt deze periode ook wel de Gouden Eeuw genoemd. De handel bloeit, de militaire vloot groeit en de Nederlandse kunsten en wetenschappen dienen wereldwijd als voorbeeld. Deze periode kent ook minder glorieuze kanten; de welvaart komt voor een groot deel voort uit de handel in tot slaaf gemaakte mensen. Wereldmacht De zogenaamde 'Gouden Eeuw' start volgens velen met de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) in 1602. De V.O.C. heeft het monopolie op de handel met Azië en wordt de grootste handelsonderneming ter wereld. Haar schepen beheersen de wereldzeeën. Ook het jaar 1609 is een belangrijke datum. In dat jaar wordt een wapenstilstand met Spanje getekend in de Tachtigjarige Oorlog. Nederland heeft tot die tijd deel uitgemaakt van het Spaanse rijk en krijgt nu een grotere zelfstandigheid. Hendrick Jacobsz. Onder invloed van deze gebeurtenissen ontwikkelt de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich tot een wereldmacht. De smaak van particuliere verzamelaars In de Republiek ontwikkelt zich voor kunstenaars een belangrijke nieuwe markt. Niet langer werken zij in eerste plaats in opdracht voor de kerk, koningshuizen en rijke adel. De burgerij, rijk door de handel, wordt de belangrijkste koper van kunst. Dit heeft een grote invloed op de manier van werken en de specialisatie van kunstenaars. De kunstenaar kiest nu zelf het onderwerp en brengt de werken zelf of via kunsthandelaren bij de rijke burgerij onder de aandacht. Schilderijen zijn nu te zien in de woonhuizen van burgers en gaan deel uitmaken van omvangrijke particuliere kunstverzamelingen. Historiestukken Van de verschillende genres in de schilderkunst heeft het ene meer aanzien dan het andere. Volgens de zeventiende eeuwse opvatting staat het historiestuk op de hoogste plaats in de hiërarchie van onderwerpen die een schilder kan kiezen. Historiestukken zijn doeken met meerdere figuren die historische gebeurtenissen, Bijbelse of mythologische verhalen uitbeelden. De collectie van het Museum Boijmans Van Beuningen bevat verscheidene voorbeelden van historiestukken. Juno ontvangt van Mercurius de ogen van Argus (1615) De jaloerse Juno gaf opdracht aan Argus met de honderd ogen om Io, de geliefde van haar man Jupiter, te bewaken. Jupiter beval echter Mercurius om Argus te doden. Mercurius slaagt er in Argus in slaap te laten vallen waarna hij hem onthoofdt. Op het schilderij van Hendrik Goltzius is te zien hoe Mercurius de honderd ogen van Argus aan Juno geeft, die er de staart van een pauw mee versiert. Dergelijke historiestukken kunnen alleen door de grootste meesters worden vervaardigd. De schilder moet in staat zijn zich in te leven in het uitgebeelde verhaal, hij moet emoties kunnen weergeven en voldoende kennis hebben van anatomie om bewegende mensenlichamen te schilderen. Tegelijkertijd heeft hij verschillende vaardigheden nodig: het schilderen van stillevens, landschappen, perspectivische weergave en meer. Een kunstenaar moet dus alle facetten van de schilderkunst beheersen. Stillevens De productie van stillevens bereikt in Nederland een hoogtepunt in de 17de eeuw. Stilleven met oesters, roemer, citroen en een zilveren pronkschaal (1634) Willem Claesz. Heda besteedt veel aandacht aan de weerspiegelingen van de verschillende materialen: zilver in glas, glas in zilver, zilver in tin en tin in zilver. Dit soort eenvoudige stillevens zijn kenmerkend voor het eerste deel van 17de eeuw. Later in die eeuw komen juist de pronkstillevens op, waarin kostbare voorwerpen, een rijk kleurgebruik en een volle compositie domineren. Hollandse luchten De Hollandse luchten zijn wereldberoemd, mede dankzij de landschappen die geschilderd worden in de Gouden Eeuw. Een van de bekendste landschapsschilders is Jan van Goyen. Hij geeft de Hollandse luchten, bij hem vaak grijs en nevelig, alle ruimte door de horizon laag te houden. Jan Josefsz. van Goyen, Riviergezicht met vissers, 1643, olieverf op paneel, legaat: F.J.O. Landschap Een andere beroemde landschapsschilder in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen is Jacob van Ruisdael. Het schilderij 'Het korenveld, op de achtergrond de Zuiderzee' (ca. 1660) toont een typisch Hollands landschap met de sfeer van een zwaarbewolkte dag, waarop de zon zo nu en dan kans ziet door te breken. Ook de oom van Jacob van Ruisdael, Simon van Ruysdael, staat bekend om zijn Hollandse landschappen.Binnen dit genre zijn er schilders die zich nog verder specialiseren en zich toeleggen op zeegezichten zoals Simon de Vlieger en Jan van de Cappelle. Genrestukken Een onderwerp dat zeer populair wordt in de Gouden Eeuw is het genrestuk. De kunstenaars schilderen alledaagse taferelen. 'Soo gewonne, soo verteert' (1661) In dit werk zijn kansspelen, oesters, wijn en de geluksgodin Vrouwe Fortuna afgebeeld: met het vrolijke tafereel waarschuwt Jan Steen ons voor de verleidingen en verlokkingen van het leven en de grimmigheid van het lot. Steen en andere 17de-eeuwse genreschilders maken wel vaker dergelijke moralistisch bedoelde werken. Portretten De burgerij, zeer welvarend dankzij de internationale handel, laat zich in de 17de eeuw graag portretteren. Zo’n opdrachtgever is Abraham del Court, een Amsterdamse lakenkoopman. In 1651 trouwt hij met Maria de Keerssegieter. Monumentaal dubbelportret Van der Helst is een veel gevraagd portretschilder. Hij is een meester in het nauwgezet weergeven van gezichten, maar ook in het weergeven van stoffen. Op dit monumentale dubbelportret uit 1654 is del Court in een zwartzijden kostuum afgebeeld naast zijn vrouw die gekleed is volgens de laatste Franse mode. Rembrandt van Rijn Een van de grootste meesters van de Gouden Eeuw is Rembrandt van Rijn. In de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen bevinden zich drie schilderijen van Rembrandt die een goede indruk geven van zijn veelzijdigheid.Het portret van Aletta Adriaenssdochter uit 1639 is karakteristiek voor Rembrandts werk als portretschilder. De eendragt van het land (1637-1645) Behalve portretten manifesteert Rembrandt zich als historieschilder, een genre dat hoog in aanzien staat. Een voorbeeld daarvan is ‘De eendragt van het land’ uit circa 1641. Het portret van zijn zoon Titus uit 1655 is een voorbeeld van Rembrandts late schilderstijl. Hij schildert in deze tijd met dikke lagen verf en een brede verfstreek. In de oorspronkelijke collectie van F.J.O. Boijmans bevinden zich onder andere 124 etsen van Rembrandt. Ze zijn, met alle andere grafiek, verloren gegaan tijdens de brand in het museum in 1864. Rembrandts portret van zijn zoon Titus uit 1655 is een dierbaar schilderij voor oud-conservator oude kunst Jeroen Giltaij. Hij legt uit wat dit schilderij zo bijzonder maakt. Werelds interieur Het interieur van welgestelde 17de-eeuwse Hollandse burgers kenmerkt zich door de fascinatie voor nieuwe exotische materialen en producten. Tulpenkast van Herman Doomer (circa 1635-1650) De befaamde tulpenkast representeert het begin van het fenomeen 'museum'. Dit bijzondere rariteitenkabinet, gemaakt van tropische houtsoorten zoals ebben- en cederhout met inlegwerk van ivoor en parelmoer, wordt de bewaarplaats van uiteenlopende overzeese naturalia en artificialia, zeldzame natuur- en kunstproducten. Het op de kast uitgebeelde motief van de tulp, in de 17de eeuw voor het eerst geïmporteerd uit Turkije, is een statussymbool. Het kunstkabinet kan gezien worden als de voorloper van het museum. Mienke Simon Thomas, senior conservator toegepaste kunst en vormgeving, toont hier het 17de eeuwse tulpenkabinet gemaakt door Herman Doomer. Bij verbouwingswerkzaamheden in het pand Oude Dieze 17 zijn in 2016 op twee stucplafonds schilderingen gevonden. De plafonds dateren uit de late 19de eeuw. Nadat dit rijksmonument jarenlang werd gebruikt als kantoor, werd het in 2016 verbouwd tot woonhuis. Met die bestemming bouwde de Bossche architect Jacob van Vechel het kort na 1764. Rond 1900 woonde de drukker en boekhandelaar B.W.M. Lutkie in het huis. Bij de voorbereidingen voor de restauratie van het stucwerk ontdekte restaurateur Bjorn Fleuren de schilderingen. Het gaat om een versiering met neorenaissance-elementen die langs de lijst en rond het middenornament is aangebracht. Daarvoor zijn sjablonen gebruikt, gecombineerd met uit de hand geschilderde elementen. De plafonds bevinden zich in de voor- en achterkamer op de begane grond en zijn bijna identiek. Rondom is iets voor de muur een brede geprofileerde lijst aangebracht met versiering op de hoeken. In ’s-Hertogenbosch zijn bij bouwhistorisch onderzoek verschillende beschilderde stucplafonds gevonden. Sommige daarvan zijn bijzonder rijk uitgevoerd, zoals in Hinthamerstraat 207 en Peperstraat 2. Wat het plafond in Oude Dieze 17 bijzonder maakt is dat de schildering niet rechtstreeks op het stucwerk is aangebracht, maar op linnen doek. Het verlijmen hiervan moet gezien het grote oppervlak een hele kunst zijn geweest. Onbekend is waarom voor deze werkwijze is gekozen. De bruine kleuren en gestileerde krullen maakte oorspronkelijke deel uit van een donker interieur. Een dergelijke stemmige sfeer was aan het eind van de 19de eeuw in de mode. De plafonds lijken dan ook niet direct te passen in een licht hedendaags interieur. De plafonds in Oude Dieze 17 vormen waardevolle voorbeelden van laat 19de-eeuwse interieurafwerking in ’s-Hertogenbosch. De kennis daarover is tot nog toe beperkt. Vandaag de dag valt er aan plafonds in gebouwen niet veel te zien. Dat was vroeger anders. Samen met de gerenommeerde adviseur en monumentenspecialist Krijn van den Ende bekijken we de verschillende, vermaarde plafonds van het Binnenhof.Beeld: Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedPlafond plenaire zaal Eerste KamerNadat we bij de ingang zijn voorzien van een toegangspas, helm en veiligheidsschoenen, lopen we de bouwplaats van het Binnenhof op. Op diverse plekken wordt gewerkt en klinkt het lawaai van machines. Krijn van den Ende is zichtbaar gewend aan deze situatie en oogt thuis in dit grootse complex. Vandaag krijgen we een rondleiding langs de plafonds. "Met een plafond wilden architecten iets uitdrukken, een verhaal vertellen, imponeren ook. Door omhoog te kijken volg je als het ware de geschiedenis van het Binnenhof en Nederland", aldus Krijn van den Ende. En zo begint onze rondgang, met de blik steeds naar boven gericht.Van zoldering tot wolkenplafondsDe ontwikkeling van plafonds in Nederland is sterk beïnvloed door de geschiedenis van esthetische trends, evolutie van bouwtechnieken en brandveiligheid. In de dertiende en veertiende eeuw waren veel huizen in Nederlandse steden van hout, wat het brandgevaar vergrootte. De grote stadsbrand van Deventer in 1334 leidde tot strengere voorschriften om de brandveiligheid te verbeteren. Zo werden stenen rookkanalen langs de wand gemaakt, in plaats van open vuren midden in een ruimte. Dit maakte het weer mogelijk om een verdieping te plaatsen, waardoor er een ‘zoldering’ ontstond.Beeld: Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedHet rijk versierde interieur van de Noenzaal; tot de renovatie in gebruik als restaurant van de Eerste Kamer Vanaf de zestiende eeuw werden deze houten zolderingen steeds vaker afgewerkt met beschilderingen; variërend van eenvoudige kleuren tot gedetailleerde ornamenten in renaissancestijl. In de zeventiende eeuw werden ook barokke stijlen toegepast, met rijke schilderingen en gedecoreerde plafonds in paleizen en stadshuizen. De invloed van architecten zoals Pieter Post en Daniël Marot was groot. In het Binnenhof is de ontwikkeling van zolderingen en plafonds goed zichtbaar, van de middeleeuwse houten constructies tot de barokke en rococo-interieurs.

Infographic: Vraag en aanbod in Gouden Eeuw interieur

tags: #lucht #plafond #zeventiende #eeuw #interieur