De natuur in huis halen blijft aantrekkelijk. Ook in de badkamer. Al eeuwenlang gebruiken we natuurlijke materialen om ruimtes sfeervol te maken. Sphinx heeft twee series ontwikkeld die lijken op marmer, maar onderhoudsvriendelijker zijn: de keramische collecties tegels Marbles en Terrazzo. In dit artikel lees je meer over deze mooie badkamertegels.
Luxe en comfort van de Marbles-serie
De marmerlook staat symbool voor rijkdom en status. Dat vonden ze al in tijden van de oude Grieken en Romeinen. De keramische serie Marbles van Sphinx doet denken aan het type marmer dat erg populair was in die tijd. De huidige collectie is praktisch, onderhoudsvriendelijk en beter bestand tegen vuil en zuren dan echt marmer. En dat verhoogt het hedendaagse gevoel van luxe en comfort.
De keramische Marbles tegels zijn geschikt voor zowel vloer als wand en zijn ideaal in combinatie met vloerverwarming. Door een goede warmtegeleiding wordt er een optimaal rendement uit energie gehaald, wat weer comfortabel en kostenbesparend is. De serie Marbles is geschikt voor zowel binnen- als buitentoepassingen en is bestand tegen intensief gebruik. De tegels zijn verkrijgbaar in gangbare formaten in de kleuren wit, grijs en zwart. Daarnaast zit de populaire hexagon tegel ook in de collectie.
Terrazzo-collectie met de look van weleer
De Terrazzo tegels van Sphinx zijn vooral gebaseerd op terrassen van vroeger die waren voorzien van grotere kiezels. De look van deze keramische tegel is daarom onderscheidend en past in een tijdloos interieur. De traditionele ambachtelijke Terrazzo tegel komt oorspronkelijk uit Venetië en is ontstaan tijdens de bouw van kerken in de vijftiende-eeuw. Beton, kiezels, marmer en graniet werden in die tijd veelvuldig gebruikt. Het belopen van deze terrassen door de jaren heen zorgde voor een uniek gepolijste look. Door deze serie te combineren met moderne middelen kunnen oude tijden herleven met het comfort en luxe van nu.
De serie Terrazzo is leverbaar in grijs en zwart in de gangbare maten. Doordat de serie Terrazzo van Sphinx keramisch en vorstbestendig is, is de tegel geschikt voor zowel binnen als buiten én is hij perfect te combineren met vloerverwarming. De tegels zijn ijzersterk en daardoor perfect voor commercieel gebruik en huishoudens met kinderen. Voor meer informatie, download de brochures of vraag informatie aan.
Plaatsing en legpatronen: hoe het patroon de ruimte beïnvloedt
Met het kiezen van tegels voor je nieuwe badkamer ben je er nog niet. Want wat misschien nog wel meer invloed heeft op de beleving van de ruimte is het legpatroon. Staand of liggend. Strak of speels. Eenvoudig of opvallend. Er zijn heel veel verschillende mogelijkheden. Het patroon waarin de tegels worden geplaatst maakt écht een verschil. Je beleeft de ruimte namelijk op een andere manier. Maar tegelpatronen zijn alleen mooi als je strakke voeglijnen krijgt. Vereiste daarvoor is dat je tegels kaarsrecht zijn. En dat is precies waar de tegels van Mosa en Motto by Mosa om bekend staan. Doordat de tegels altijd maatvast zijn bereik je het mooiste resultaat.
Bij alle zes de sferen van Motto bij Mosa vind je in pakket #1 witte wandtegels van 15 x 15 centimeter. Zoals de naam al doet vermoeden worden de tegels in keurige rijen gestapeld. Dus recht naast elkaar, zowel van boven naar beneden als van links naar rechts. Daardoor vormen de voegen rechte lijnen die elkaar kruisen. Een strak raster, dat rustig oogt. Bij een halfsteensverband worden tegels niet recht boven of onder elkaar gelegd, maar verspringen ze telkens een halve tegel ten opzichte van de voorgaande rij. Met rechthoekige tegels kun je nóg meer patronen maken dan met vierkante tegels. Doordat de lengte en breedte van elkaar verschillen kun je ze staand en liggend inzetten. Liggend geplaatste tegels laten je ruimte breder lijken, terwijl ze staand juist een verlengend effect hebben. Net als met vierkante tegels kun je met rechthoekige tegels een gestapeld patroon maken. Oftewel de tegels netjes naast en boven elkaar plaatsen in rechte rijen. Gestapelde patronen zijn eigenlijk de simpelste die er zijn. Daardoor kun je ze op alle wanden toepassen. Maar ook op een accentmuur misstaat zo’n patroon niet. Door voor die wand bijvoorbeeld juist kleine tegels te gebruiken ontstaat een heel ander effect. Het fijne is dat je de voegen van de grote tegels wel mooi kunt laten uitlijnen met die van de kleine. Zo behoud je een rustig eindresultaat.
Een ander voordeel van dit patroon is dat er weinig zaag- of knipwerk is. Bij een halfsteens verband verspringt elke rij tegels een halve lengte ten opzichte van de voorgaande rij. Liggend halfsteens kun je eigenlijk vergelijken met een patroon zoals bij muren van baksteen. Daarom wordt dit veelgebruikte patroon ook wel ‘metselverband’ genoemd. Een wildverband is eigenlijk een variant op liggend halfsteens. De tegels verspringen echter geen halve tegel ten opzichte van de regel erboven of eronder, maar een derde en dan ook nog eens willekeurig ten opzichte van de rij eronder. Ideaal als je een speelse accentwand wil creëren. Dit patroon komt alleen tot zijn recht bij een lange smalle tegel. Zoals de glanzende Motto by Mosa accenttegel van 15 x 45 centimeter. Bij een visgraatverband staan de voegen haaks op elkaar, waardoor er een zigzag patroon ontstaat. Een visgraatmotief is zeer geschikt als blikvanger voor een accentmuur. Het geeft de ruimte een chique uitstraling. In onze configurator kun je na het kiezen van een tegel verschillende zetpatronen uitproberen. Je ziet dan meteen wat voor invloed het patroon heeft op de ruimte. En wat het effect is als je verschillende patronen gebruikt op wanden die op elkaar aansluiten.
Bij verbouwingen, sloop en zelfs bij restauraties gaan historische tegels nog vaak verloren. Vooral voor de relatief jonge tegeltoepassingen uit de 20ste eeuw ontbreekt vaak zowel kennis over de herkomst als het besef van de cultuurhistorische waarde. In dit kennisartikel belichten we de grote verscheidenheid aan wand- en vloertegels uit de periode 1895-1965 om het bewustwordingsproces voor deze bijzondere producten van industrie en kunstnijverheid te bevorderen.
Tegelfabriek Holland leverde bij een verbouwing in 1900 de kleurrijke betegeling in het portiek aan de Nieuwe Rijn 8 in Leiden. Wandtegels van de Engelse tegelfabrikant Maw & Co uit omstreeks 1880. Florale keuze in muurtegels in de catalogus van tegelfabrikant J. Bouwaardewerk gecombineerd met tegels van de Porceleyne Fles als puibekleding aan de Beeklaan 303, Den Haag. Vloertegels en hardgebakken gele trottoir tegels beheersen de vloertegelmode in Nederland decennia lang. Het aanbod van Alfred Regout in de catalogus van A.N. Toepassing van ‘krakelingen’ in gebouw de Rijnstroom, Noordeinde 64, Den Haag, naar ontwerp van A.D.N. Gepatroneerde ceramiektegels, ook met stijlkenmerken van Nieuwe Kunst, zijn nog actueel in het aanbod van N.V. Bricorna decoratiesteen van Fr. van de Loo Sr. Volledig betegeld interieur voor een slagerij uit 1908 is de geschiedenis ingegaan als Café de Bonte Koe in Leiden.
Lambriseringstegels van de ‘Boizenburger Wandplatten Fabrik’ in jugendstil en neostijlen in de catalogus van A.N. Versobering, abstractie en geometrie in de catalogus van N.V. Portiekbetegeling van Boch Frères La Louvière, in de Prins Hendrikstraat 4a, Den Haag. De motieven zijn exact overgenomen uit ‘La plante et ses applications ornamentales’ uit 1896, naar ontwerp van M.P. ‘Schoonheid in verval’, tegeltableau in tinglazuurtegels van J. Naamtableau ‘Entrepot’ in de havenloods van de voormalige firma Wm. H. Plaatsing van replicategels en -bouwkeramiek bij herstel van de winkelpuibekleding aan de Breestraat 125 te Leiden in 2015.
Betegelde portiek met jugendstil-reliëftegels van de Norddeutsche Steingutfabriek in Grohn. Tegellambrisering ontwerp J. Technische ontwikkelingen in de productie van tegels hebben er samen met stijlevoluties toe geleid dat wand- en vloertegels in de loop van de 19de eeuw meer dan voorheen een beeldbepalend onderdeel van de architectuur werden. Architecten en sierkunstenaars gebruikten vanaf omstreeks 1895 in toenemende mate tegels als ornamentdrager voor verfraaiing van interieurs en gevels van gebouwen. Nieuwe inzichten rond hygiëne leidden verder tot tegelrealisaties waarbij praktisch en stijlvol vaak samengaan. Bij de inrichting van openbare gebouwen en in de opkomende winkelarchitectuur voerde men ook puibekledingen en trappenhuizen uit in een combinatie van tegels en geglazuurde keramische bekledingselementen, bouwkeramiek genoemd.
Gevelversieringen in tegels en tegelsculpturen bleven zelfs in de economisch moeilijke jaren dertig en in de periode van de wederopbouw veel toegepast, ook bij flatgebouwen. Bij stadsvernieuwing blijven dergelijke karakteristieke betegelingen helaas zelden behouden. Ze worden bij gebrek aan kennis en inzicht vaak onnodig vervangen. Over antieke tegels is in de afgelopen vijftig jaar veel geschreven. Antieke Delftse tinglazuurtegels zijn immers allang gewilde verzamelobjecten. De toenemende belangstelling voor kunstnijverheidsproducten uit de periode 1880-1940 zorgde in de laatste decennia voor veel publicaties over de artistieke productie van sier- en gebruiksaardewerk van de Nederlandse plateelbakkerijen. Ook tegels en tegeltoepassingen kwamen hiermee in beeld, met name de gedecoreerde wandtegels, die als gebruiksgoed en woondecoratie veelvuldig toepassing vonden. Aan de minder verzamelbare niet-gedecoreerde tegels, die in een enorme verscheidenheid zijn toegepast, gaat men vaak volledig voorbij.
Dit terwijl de gedecoreerde tegel al vóór de Eerste Wereldoorlog in de architectuur aan belang verliest en decoratieve patronen en kunstglazuren het architectonische beeld gaan bepalen. De Nederlandse tegelindustrie kent in het begin van de 17de eeuw een periode van bloei met de productie van tegels in karakteristiek blauw-wit tinglazuur, inspelend op het kostbare Chinese en Japanse porselein. Deze zogenoemde ‘Delftse’ tegels domineren tot het eind van de 19de eeuw het Nederlandse interieur. De muurtegels, evenals de vloertegels of estriken, werden in Friesland en Utrecht met de hand gevormd uit een plastische kleimassa in de zogenoemde fijnkeramische plateelbakkerijen. Omstreeks 1840 ontwikkelde men in Engeland nieuwe productietechnieken om tegels machinaal te vormen. Als grondstof gebruikte men droog, fijn gemalen kleistof, dat tot tegels werd geperst, in plaats van plastische klei. Deze perstechniek werd overgenomen en verder ontwikkeld in belangrijke nieuwe centra van de tegelindustrie in Duitsland, België en Frankrijk. Met behulp van tegelpersen maakte men snel, efficiënt en maatvast zowel vlakke en geornamenteerde wand- en vloertegels, alsook alle mogelijke vormtegels. Door deze perstechniek veranderden ook de mogelijkheden voor het decoreren. Een scala aan nieuwe keramische tegelproducten, in de meest uiteenlopende stijlen, werd vanaf 1851 op de internationale nijverheidstentoonstellingen aan het brede publiek gepresenteerd. De omvang van het aanbod van wand- en vloertegels is in de architectuur zichtbaar. Maar wat toepassingsmogelijkheden betreft wordt dit nog duidelijker bij bestudering van de verkoop- of handelscatalogi van tegelproducenten en handelaars in bouwmaterialen uit de periode tussen 1880 en 1960. Voor de betegelingen van interieurs en exterieurs hadden architecten, aannemers en bouwheren een enorme keuze aan tegels. De overwegend seriematige productie van machinaal geperste wand- en vloertegels, profieltegels, randen en strippen, en in het bijzonder gedecoreerde vloertegels, werd door de bouwmaterialenhandel op grote schaal geïmporteerd uit Engeland, Duitsland, België en Frankrijk. In Nederland komt de mechanisatie van de tegelindustrie pas vrij laat van de grond. Omstreeks 1900 worden wandtegels nog steeds handmatig in tinglazuurtechniek gemaakt in Friesland door J. van Hulst en S. Tjallingii in Harlingen en bij de Gebrs. Tichelaar in Makkum; en in Utrecht bij de Gebrs. Ravesteijn en J.W. Mijnlieff. In Maastricht worden vloertegels machinaal geperst bij Alfred Regout en wandtegels bij Sphinx, Société Ceramique en Mosa. De productie van met de tegelpers vervaardigde wandtegels vindt verder op relatief beperkte schaal plaats bij de plateelbakkerijen van Rozenburg in Den Haag, J.W. Mijnlieff in Utrecht en bij De Porceleyne Fles in Delft. Ook Plateelbakkerij De Distel in Amsterdam bracht geperste tegels op de markt, maar betrok volgens de huidige stand van het onderzoek de halffabricaten in biscuit (slechts eenmaal gebakken aardewerk) van andere producenten. Deze producenten leverden tegeltableaus in maatwerk, met een hoge artistieke waarde, in de lijn van hun sieraardewerk. Daarnaast boden deze fabrikanten in hun modellenboeken en op patroonkaarten ook tegen vaste prijzen uit voorraad leverbaar cataloguswerk aan. Voor interieurbekledingen past men in Nederland tussen 1900 en 1930 nog vaak Hollandse muurtegels toe. De maten van traditioneel handmatig gemaakte tinglazuurtegels zijn in Nederland overwegend circa 13 x 13 cm, of voor randjes het halfformaat 6,5 x 13 cm. In Engeland was van oudsher de standaardmaat voor vierkante wandtegels 6 inch. Dit werd op het Europese vasteland gaandeweg de basismaat. De machinaal met de tegelpers vervaardigde verglaasde wandtegels zijn ongeveer 15 x 15 cm en hebben rondom 1900 een dikte van ongeveer 10 mm. Ook het halfformaat 15 x 7,5 cm en het kwartformaat 7,5 x 7,5 cm stonden ter beschikking. De benaming ‘faiencetegels’ is historisch gezien nogal verwarrend. Van oorsprong is faience namelijk de naam voor aardewerk in tinglazuurtechniek. Omstreeks 1900 gebruikt men dit begrip ook voor tegels die zijn gefabriceerd met de tegelpers via de droge kleitechniek. Deze tegels hebben over het algemeen een witbakkende scherf, op basis van de samenstelling van de klei, en worden in tegenstelling tot tinglazuurtegels direct op de biscuitscherf gedecoreerd. Alvorens de biscuittegels voor de tweede keer te bakken worden ze met transparant bakkend loodglazuur behandeld. In Engeland gebruikte men voor deze ‘faiencetegels’ het begrip ‘majolica tiles’. Ook deze benaming werd in het Nederlandse handelsjargon overgenomen als ‘majolicategels’ of ‘verglaasde wandtegels’. Vlakke gedecoreerde tegels werden, evenals gedecoreerde strippen en randen, geleverd met voorstellingen aangebracht in transfer- of koper- druktechniek, sjabloontechniek en handschilderwerk. Een ware revolutie in de decoratie ontstond door het in reliëf persen van ornamenttegels. Hiermee kreeg de voorstelling dieptewerking, nog versterkt door het meerkleurig met glazuurverf invullen van de door het reliëf gescheiden ornamentvlakken. De verschillende maten van reliëftegels waren afgestemd op de effen majolicategels en werden gecombineerd verwerkt. Voor een mooie beëindiging van tegelvlakken met de vloer of de bovengelegen wand bestonden geprofileerde plinttegels, buiklijsttegels en randtegels. Voor de hoekafwerkingen werden kwartronde in- en omhoektegels gebruikt. Bloktegels of biseautétegels zijn de oorspronkelijke benamingen voor gefacetteerde tegels, in het algemeen bekend als metrotegels. Ze werden in verschillende facetbreedten geleverd, doorgaans in de maten 18 x 12, 15 x 15 en 15 x 7,5 cm. Zoals de naam bloktegel aangeeft, werd hiermee het effect van metselwerk in glad geprofileerde steen geïmiteerd. Omstreeks 1907 ontwikkelde De Porceleyne Fles uit Delft ook ‘gekristalliseerde’ wandtegels in het kleinere formaat van 10,4 x 10,4 cm, met een matglanzend, enigszins vlekkerig en gevlamd glazuur. Deze bijzondere tegelmaat is iets groter dan 4 inch en vond internationaal niet bij alle fabrikanten navolging. De uitwisselbaarheid en combinatiemogelijkheden met serieproducten van andere fabrikanten werd hiermee mogelijk doelbewust bemoeilijkt. Dit type tegels kon worden gecombineerd met bijpassende geornamenteerde randtegels, en reliëftegels van eigen fabricaat met de naam cloisonnétegels. In de lijn van het vernieuwende sieraardewerk leverde deze fabrikant ook tegels met metaalglanseffecten, onder de naam Reflèt metallique. De tegels vonden veel toepassing in betegelde lambriseringen, schoorsteenmantels en schouwtjes. De gekristalliseerde tegels werden in combinatie met bouwaardewerk in de luxueuzere inrichtingen en voor bekledingen van hallen, trappen, schoorsteenmantels en plafonds verwerkt. Begin jaren twintig kwamen naast vierkante ook rechthoekige tegels in de mode, in formaten 10,4 x 21 en 16 x 24 cm, die zowel liggend als staand verwerkt werden. Voor bovenplaten van schoorsteenmantels en vensterbanken ontwikkelde men vensterbanktegels. Daarnaast kwamen ook verglaasde wandtegels met een gespikkelde scherf op de markt, met namen als Porfier- of Vuurkleitegels en enigszins lijkend op kunstglazuren. Veel tegels vonden toepassing in de vorm van een lambrisering, met een hoogte van circa 130 cm, bedoeld ter bescherming van de lage muurvlakken tegen beschadiging en vervuiling. De toepassing van tegels in gevels komt in Nederland in het laatste kwart van de 19de eeuw in ontwikkeling door de beschikbaarheid van geperste vloertegels bestand tegen wisselende weersomstandigheden. Tegels worden in sierbanden en als toog- en friesvullingen verwerkt. Pas met de opkomst van de vernieuwingsarchitectuur omstreeks 1895 ontstaat er een explosieve toename in de toepassing van geglazuurde gedecoreerde wandtegels in de gevel. Voor de plaatsing van veelkleurige tegeltableaus worden in de gevelontwerpen speciaal verdiepte muurvlakken opgenomen ter versiering. Daarnaast gebruikt men tegeltableaus ook voor het aangeven van bedrijfsnamen, vermeldingen van het bouwjaar, en zelfs voor reclameboodschappen. Op een tegeltableau of -paneel wordt een als één geheel ontworpen voorstelling over meerdere tegels afgebeeld.
De maat van de tegels en fabricagetechniek zijn kenmerken van herkomst. Tegeltableaus samengesteld uit tegels van 13 x 13 cm zijn doorgaans op traditionele tinglazuurtegels geschilderd, vervaardigd bij één van de drie Friese fabrikanten en overwegend ongemerkt. Tegeltableaus samengesteld uit tegels van 15 x 15 of 20 x 20 cm zijn doorgaans opgebouwd uit machinaal geperste tegels, hebben een hoge glansgraad en worden meestal rechts onder in de voorstelling met de fabrieksnaam gemerkt. Sectieltegelwerk, waarbij de lijnen van de compositie de vorm van de tegels bepalen, werd in 1900 door De Porceleyne Fles commercieel ontwikkeld. Zo voorkwam men dat de tegelvoegen het tableau in storende vierkanten verdeelden. De glasharde, matte tegelscherf leende zich zeer goed voor buitentoepassingen. Bij Rozenburg in Den Haag maakte men tegeltableaus in veelkleurig gres (dichtgesinterd aardewerk), dat eveneens goed tegen weersinvloeden bestand is. Wandtegels zijn buiten veelal toegepast als wandbekleding in winkelportieken en toegangsportalen van woningen. Winkelpuibekledingen werden soms met bouwkeramiek uitgevoerd. Herkenbare voorbeelden zijn de kruidenierswinkels van P. de Gruyter & Zn. De tegels en bouwkeramiek in kunstglazuren werden vervaardigd door De Porceleyne Fles of bij de tegelfabriek Westraven in Utrecht. Ze werden in verschillende stijlen uitgevoerd. De invloeden van art deco overheersen daarbij. Vanaf 1930 worden mat geglazuurde tegelstrips van 4 cm hoog en 25 cm lang toegepast. Voor hoekoplossingen zijn er doorlopende omhoeken van 7 cm lang. Het ruime aanbod van machinaal vervaardigde vloertegels in de bouwmaterialenhandel omstreeks 1900 is voornamelijk geïmporteerd uit Engeland, Frankrijk, Duitsland en België. Machinaal vervaardigde hardgebakken vloertegels werden in Nederland vanaf 1888 uitsluitend vervaardigd bij Alfred Regout in Maastricht. De tegelmaat is 16 x 16 cm. De vormen zijn vierkant, ruit, zeskant en achtkant met vierkante inlagen, ofwel kleinere tussentegeltjes. Ze waren verkrijgbaar in geel, rood, bruin, zwart en wit. Kleuren en legpatronen zijn ontwikkeld naar Engels voorbeeld, al boden de Engelse ‘geometrical’ en ‘encaustic tiles’ met ingelegd patroon wat kleur en decoratie betreft veel meer mogelijkheden. De meest toegepaste maat van effen vloertegels veranderde omstreeks de Eerste Wereldoorlog gaandeweg naar vierkantformaten van 10 x 10 en 15 x 15 cm. Van dan af werden ook kleinere tegels in de vorm van vijfhoeken en krakelingen toegepast. Krakelingen zijn kleine tegels in diabolovorm, waarmee je zeer sprekende mozaïekvloeren kunt samenstellen.
Iedereen is anders, kijkt anders tegen vormen en stijlen aan en voelt zich bij het ene badkamerconcept beter thuis dan bij het andere. Daarom heeft Sphinx een ruime keus uit verschillende concepten, waarbinnen alle elementen op elkaar zijn afgestemd. Elk badkamerconcept heeft een eigen, kenmerkend vorm- en lijnenspel. Soms zijn de verschillen groot, dan weer zeer subtiel. Zo vindt iedereen bij Sphinx het badkamerdomein dat precies past. Creëer die vitaliserende rust in je eigen domein. Combineer ze tot een eigen sfeer. Tot de badkamer die meer is dan een badruimte. Korrels Tegelshowroom in Swifterbant heeft Sphinx in haar leveringsprogramma. In onze showroom zijn verschilende producten uit de Sphinx collectie te bekijken. Wij nemen graag de tijd voor u! Vrijblijvend advies of een afspraak maken? Direct geholpen worden?

Doe-het-zelf marmerlook afwerking
Met het kiezen van tegels voor je badkamer ben je er nog niet; het patroon en de maatvoering bepalen grotendeels de uitstraling en het gebruiksgemak. De combinatie van verschillende patronen en legzichten kan voor een heel andere beleving zorgen. In de showroom kun je de verschillende opties zelf ervaren en vergelijken.
tags: #mosa #en #sphinx #wandtegels