Chemotherapie en radiotherapie zijn krachtige behandelingen voor diverse kwaadaardige bloed- en lymfklierziekten. Hoewel deze therapieën vaak leiden tot genezing, kunnen ze ook leiden tot late schade en complicaties die pas jaren later aan het licht komen. Een veelvoorkomende bijwerking, die zowel tijdens als na de behandeling kan optreden, is koorts.
Wat is Koorts?
Koorts wordt gedefinieerd als een lichaamstemperatuur boven de 38,5°C. Deze verhoging van de lichaamstemperatuur is een normale reactie van het lichaam op de aanwezigheid van virussen of bacteriën. De hersenstam bevat een 'thermostaat' die de lichaamstemperatuur regelt. Bij infecties kunnen bepaalde stoffen vrijkomen die ervoor zorgen dat deze thermostaat hoger wordt ingesteld, wat resulteert in koorts.
Koorts kan gepaard gaan met verschillende symptomen:
- Koude rillingen (rillen en klappertanden)
- Zweten
- Het warm hebben
- Zich ziek voelen
- Hoofdpijn
- Spier- en gewrichtspijn
- Lage bloeddruk
- Versnelde pols en ademhaling
- Vermoeidheid

Oorzaken van Koorts na Chemotherapie en Radiotherapie
Koorts na chemotherapie of radiotherapie kan meerdere oorzaken hebben:
Infecties
Tijdens een behandeling met chemotherapie kan het lichaam gevoeliger worden voor infecties. Dit komt doordat chemotherapie de aanmaak van witte bloedcellen kan verminderen. Witte bloedcellen zijn essentieel voor het bestrijden van bacteriën en virussen. Een tekort aan witte bloedcellen verzwakt de afweer, waardoor het risico op infecties toeneemt.
Symptomen van een infectie naast koorts kunnen zijn:
- Benauwdheid
- Hoesten, soms met slijm
- Keelpijn
- Pijn bij het plassen, vaker plassen of troebele urine
- Diarree
- Buikpijn
Reactie op Medicatie
Koorts kan ook een directe reactie van het lichaam zijn op medicatie die tijdens de behandeling is toegediend.
Bestralingsreactie
Hoewel minder direct gerelateerd aan koorts, kunnen bestralingsreacties zoals huidirritatie of irritatie van slijmvliezen in sommige gevallen bijdragen aan algemeen ongemak en het gevoel van ziek zijn, wat geassocieerd kan worden met koorts.
Wat te Doen bij Koorts?
Als uw lichaamstemperatuur hoger is dan 38,5°C, is het belangrijk om direct contact op te nemen met uw arts of verpleegkundige.
Medicatie
Indien de arts of verpleegkundige toestemming geeft, kunt u paracetamol gebruiken. Neem 2 tabletten van 500 mg per keer, maar niet vaker dan 4 keer per 24 uur. Paracetamol kan helpen om pijn te verlichten en de koorts te verlagen. Echter, het is belangrijk te weten dat koorts een normale reactie is en niet altijd verlaagd hoeft te worden.
Bij verdenking op tumorkoorts kan een proefbehandeling met naproxen (een NSAID) worden overwogen. Bij tumorkoorts treedt doorgaans een daling van de koorts op binnen een dag.
Hydratatie
Bij koorts heeft het lichaam extra vocht nodig. Drink minimaal 1,5 tot 2 liter vocht per dag (ongeveer 10-12 glazen of 14 bekers). Dit kan water, thee, bouillon, sap of limonade zijn. Genoeg drinken kan lastig zijn als u geen dorst heeft; het kan helpen om bij te houden wat u drinkt.
Rust
Zorg voor voldoende rust. U hoeft niet per se in bed te blijven, maar luister naar uw lichaam.
Omgevingsfactoren
Zorg voor een stabiele, koele omgevingstemperatuur. Draag dunne, loszittende kleding. Een koude of natte doek op de huid of afspoelen met koud water kan verlichting bieden bij hevige warmte.
Minder Kans op Koorts: Preventieve Maatregelen
Het voorkomen van virussen en infecties is cruciaal:
- Was uw handen regelmatig, vooral na toiletbezoek.
- Vermijd contact met zieke mensen en laat zieke mensen niet bij u op bezoek komen.
- Bespreek met uw arts of het zinvol is om de griepprik of de coronaprik te halen.
Deze adviezen zijn algemeen. Uw specifieke situatie kan andere adviezen vereisen. Raadpleeg altijd uw arts of verpleegkundige.
Wat als je nooit je handen wast?
Late Schade en Complicaties na Chemotherapie en Radiotherapie
Naast acute bijwerkingen zoals koorts, kunnen chemotherapie en radiotherapie ook leiden tot late complicaties:
Cardiovasculaire Schade
Bepaalde chemotherapeutica, met name anthracyclines (zoals adriamycine), kunnen het risico op hartschade verhogen. Dit kan leiden tot hartfalen, hartspierbeschadiging en ritmestoornissen. Factoren zoals hoge bloeddruk, roken en eerdere behandelingen verhogen dit risico. Bestraling van het mediastinum (borstholte) kan dit risico eveneens vergroten. Symptomen van hartfalen moeten herkend en behandeld worden.
Radiotherapie in het borstgebied kan leiden tot schade aan het hart en de bloedvaten, met een verhoogd risico op aderverkalking, bloedvatvernauwing, hartinfarcten en hartritmestoornissen. Vanaf 10 jaar na bestraling is er een verhoogd risico op nieuwe tumoren, zoals huid-, long-, slokdarm- en borstkanker. Regelmatige controles, waaronder mammografie, zijn aan te raden.
Fertiliteitsproblemen
Bij mannen kan chemotherapie leiden tot verminderde of volledige onvruchtbaarheid door schade aan de zaadcelvorming. Mannelijke hormonen en seksuele functies blijven over het algemeen normaal. Controle na de chemotherapie is belangrijk. Bij vrouwen, met name boven de 30-35 jaar, kan chemotherapie leiden tot een vroegtijdige menopauze, met symptomen als opvliegers en pijn bij het vrijen. Dit verhoogt het risico op botontkalking en vereist hormoonsuppletie. Door bestraling van de voortplantingsorganen kan de vruchtbaarheid ook afnemen.
Secondaire Tumoren
Zowel chemotherapie als radiotherapie kunnen het risico op het ontwikkelen van nieuwe kwaadaardige aandoeningen verhogen, jaren na de oorspronkelijke behandeling. Dit geldt met name voor bestraalde gebieden. Het risico neemt toe naarmate de tijd vordert na de behandeling. Factoren zoals de dosis bestraling en leeftijd spelen een rol. Het uitschakelen van risicofactoren voor hart- en vaatziekten (niet roken, gezonde leefstijl) is ook belangrijk ter preventie van deze tweede tumoren.
Bestraling van bepaalde gebieden kan leiden tot:
- Huidkanker (na zonnebaden op bestraalde huid).
- Kanker van de mondholte, keel, slokdarm of schildklier (na bestraling in het hoofd-halsgebied).
Schade aan Organen
- Bloedvaten: Verhoogd risico op aderverkalking en vernauwing, met name in de hals.
- Schildklier: Kan te langzaam gaan werken.
- Gebit: Droge mond door schade aan speekselklieren, wat leidt tot meer gebitsproblemen.
- Nieren: Verminderde nierwerking, verhoogd risico op aderverkalking en hoge bloeddruk.
- Milt: Kan minder goed functioneren als deze bestraald is.
Vermoeidheid
Aanslepende vermoeidheid is een veelvoorkomende bijwerking van kankerbehandelingen. Deze moeheid is reëel en niet tussen de oren. Voldoende rust helpt niet altijd; conditieverbetering door beweging kan wel effectief zijn. Patiënten moeten hun werkzaamheden vaak aanpassen en kunnen te maken krijgen met een gebrek aan begrip van hun omgeving.
Schade aan Slijmvliezen
Bestraling van slijmvliezen (mond, keel, slokdarm, darmen) kan leiden tot irritatie, aften, slikproblemen, droge mond, smaakveranderingen en diarree. Goede mondverzorging en aangepaste voeding zijn belangrijk.
Lymfoedeem
Bestraling kan de lymfedrainage verstoren, wat kan leiden tot zwelling (lymfoedeem), met name in het onderbeen. Dit kan gepaard gaan met een zwaar gevoel en een verhoogd risico op ontstekingen. Kinesitherapie kan helpen.
Hyperthermie: Een Aanvullende Behandeling
Hyperthermie, of het verwarmen van tumoren tot ongeveer 42°C, kan de effectiviteit van radio- en chemotherapie verhogen. Dit kan leiden tot een betere genezing en een vermindering van de benodigde dosis straling en medicatie, met als gevolg minder bijwerkingen. Technieken zoals MR-HIFU (Magnetic-Resonance-guided High-Intensity Focused Ultrasound) maken het mogelijk om tumoren nauwkeurig te verwarmen en de temperatuur te controleren. Onderzoek naar geautomatiseerde 'regelaars' voor deze behandelingen is gaande, met als doel gepersonaliseerde, nauwkeurige en veilige hyperthermiebehandelingen.

Belang van Communicatie en Follow-up
Het is essentieel om alle bijwerkingen of onverklaarbare klachten te bespreken met uw radiotherapeut-oncoloog of arts. Elke patiënt heeft een individueel risicoprofiel en een gepersonaliseerd follow-upplan is nodig. Dit omvat regelmatige controles en, indien nodig, actieve interventies om late complicaties te monitoren en te behandelen.