Net als de bouwmethoden is ook de gemetselde gevel aan veranderingen onderhevig. In de loop der jaren is de gemetselde binnenmuur steeds meer vervangen door een gelijmde binnenmuur van kalkzandsteen of keramische snelbouwstenen. Ook de metselstenen voor de buitenmuur zijn aan veranderingen onderhevig. Metselstenen worden steeds vaker voorzien van een oppervlaktebehandeling, meestal een hydrofobeermiddel. Hierdoor worden gehydrofobeerde of gesilliconiseerde (ook wel gecoate) metselstenen minder gevoelig voor vervuiling en uitslag. Deze behandeling zou in de CE prestatieverklaring van de steen vermeld moeten staan, maar dat is niet altijd het geval.
Voor het verbindingsmiddel, de mortel, is dit wel degelijk van belang. Een “traditionele” mortel is dan niet meer toereikend met hechtingsproblemen en stapelproblemen als gevolg. Hechting is gebaseerd op aanmaakwater dat vanuit de mortel in de steen trekt en dat proces wordt verstoord door het hydrofobeermiddel. Volgens het Mortel-Op Maat systeem® heeft Remix voor grotere projecten speciale metsel, doorstrijk en dunbedmortels ontwikkeld, die ondanks de hydrofobeerlaag toch een goede hechting en stapelbaarheid hebben. De morteltechnologie wordt ook ingezet voor ander moeilijke metseltoepassingen. Denk aan sterk bezande stenen of knetterharde stenen met geen of nauwelijks wateropname.
Aan de andere kant zijn er ook metselstenen die als een spons al het water uit de metselmortel willen zuigen, zoals bijvoorbeeld de Deense stenen. Die vragen weer om een mortel met een hoog watervasthoudend vermogen om ‘verbranding’ van de mortel te voorkomen. Ook hierin voorziet het Mortel-Op Maat systeem, met Museum de Lakenhal te Leiden als mooi voorbeeld. Aan metselwerk in aardbevingsgebieden wordt weer heel andere eisen gesteld. Hier is een superieure hechting gewenst om losraken van de stenen tijdens een aardbeving te voorkomen (doodsoorzaak nr.1). Remix is samen met TNO gaan testen op de nieuwe triltafeltest van TNO. De hiervoor ontwikkelde ER® (Earthquake Resistance) mortels zijn door TNO met goed resultaat getest tot 2,5 keer de zwaarst verwachte aardbeving in 2475 jaar!
Hier worden al vele woningbouwprojecten en gebouwen in Groningen mee uitgevoerd. Maar deze ER® mortels worden niet alleen in Groningen gebruikt. Denk ook bevingen/zakkingen door de mijnen in Limburg en de zoutkoepels in Twente. Bij metselmortels voor de kleinere projecten/klussen wordt veelal gekozen voor 25 kg zakken metselmortel met kalk (normaal zuigende stenen) of metselmortel zonder kalk (weinig zuigende stenen). Voor deze stenen is dit een goede keuze, maar voor kalkzandsteen en de eerdere genoemde stenen zijn deze mortels niet toereikend. Hechtingsproblemen, stapelproblemen en/of verbranding van de mortel kunnen dan al gauw optreden.
Met de Sakrete Multimortel zijn deze ‘moeilijke’ stenen wel goed te vermetselen. De hoge hechtsterkte, hoge stabiliteit en het uitstekende watervasthoudende vermogen geven deze mortel de unieke eigenschappen die hiervoor zijn benodigd. Dit geldt ook voor de Sakrete allround doorstrijkmortels, die dezelfde morteltechnologie hebben. Voor Sakrete Voegmortels is Sakrete Voegfix FX ontwikkeld, een vloeibaar additief aan het aanmaakwater, waarmee Sakrete Voegmortels ook deze unieke eigenschappen krijgen.
Wil je meer weten? Metselspecie is een specie (een plastisch, nog niet hard geworden materiaal) die voor het metselen wordt gebruikt en tegenwoordig hoofdzakelijk bestaat uit zand, cement (bindmiddel) en water. Soms zijn of worden hulpstoffen toegevoegd, bijvoorbeeld luchtbelvormer om de verwerkbaarheid van de specie te vergroten. Soms is kalk toegevoegd, een bindmiddel vergelijkbaar met cement, om het vocht uit de specie langzamer in de zuigende steen te laten trekken (de specie droogt niet te snel op, waardoor hij beter kan uitharden). Metselspecie is nodig om stenen of blokken aaneen te kunnen hechten tot één muur en om eventuele openingen te vullen tussen de stenen of blokken. Metselspecie moet dus, zeker als hij uitgehard is, goed hechten aan steen of blok.
De algemene verhouding van metselspecie is 1 deel cement op 3 delen zand (metselzand, korrelgroep 0-2, dus korrels van 0,063 tot en met 2 mm). Sommige metselaars prefereren een vettere specie (verhouding 1 cement op 2,5 zand) of juist een schralere (1 op 3,5). Metselmortel kwaliteiten zijn meestal M5, M10 of M15 [aanduiding in N/mm2]. Bij de metselmortelspecificaties behoort ook de mate van wateropname van de baksteen: IW1 t/m IW4, zie bij initiële wateropzuiging en eventueel bij hallergetal en baksteenspecificaties.
Een paar opmerkingen over metselspecie (zie o.m. de pdf Metselwerk en de andere documenten bij Documentatie, ook voor tips en trucs) - aangeraden wordt gebruik te maken van fabrieksmatig metselspecie of metselcement (droog) voor het specifieke werk (steensoort, druksterkte, hechtsterkte, zomer/winter e.d.) en dit te kopen bij een leverancier met een snelle omloop, zodat de bestanddelen altijd vers zijn; prefab metselcement is in vele soorten verkrijgbaar en van constante kwaliteit; bij metselcement dienen nog zand en water toegevoegd te worden, bij metselspecie hoort dat alleen water te zijn; altijd geldt: volg de adviezen op van de producent van de metselcement... - bij bijvoorbeeld metselcement Heidelberg Cement MC 12,5 is al enig kalksteenmeel en luchtbelvormer toegevoegd; alleen zand en water toevoegen - werk niet bij vorst en niet bij een omgevingstemperatuur van meer dan 30 graden C; bij voorkeur wordt gemetseld bij een temperatuur van tussen +5 en +25 graden C (in noodgevallen kan bij lichte vorst worden gewerkt met zogenoemde vorstmortel waarbij ook geldt dat bakstenen en alle andere bestanddelen een temperatuur moeten hebben die, in dit geval, boven 0 graden C ligt; omdat de metselspecie na aanbrengen meestal de temperatuur van de stenen aanneemt, is het raadzaam de stenen een temperatuur van meer dan 10 graden C te geven, bijvoorbeeld door opslag in een verwarmde ruimte)
- de verhouding cement en zand is mede afhankelijk van de hardheid van de steen - hoeveelheid water: te natte specie geeft drijvend metselwerk; te droge specie kan hechtingsproblemen geven; een hardere steen neemt minder snel water op en heeft daarom een wat drogere, stuggere specie nodig, dus wat minder water toevoegen- metselspecie met kalk wordt meestal toegepast bij zuigende stenen (normale baksteen, kalkzandsteen, porisosteen, tegelvloer met authentieke plavuizen); metselspecie met uitsluitend kalk als bindmiddel (dus geen cement) wordt kalkmortel genoemd- metselspecie zonder kalk wordt meestal toegepast bij niet-zuigende stenen (betonklinkers, harde klinkers voor een trasraam)- te weinig cement geeft een poreuze, onsamenhangende specie- te veel cement laat de specie krimpen en verkleint de hechting tussen specie en steen- bij te droge stenen hecht de specie slecht; bij te natte stenen loopt de specie weg en komen er speciesmetten op de stenen- betonstenen en niet-zuigende bakstenen hebben een geringe stapelhoogte (niet teveel lagen in 1 dag); dit geldt ook voor metselspecie met (zeer) veel kalk- droge, sterk zuigende metselstenen ca. 24 uur voor de verwerking bevochtigen (bespuiten met leidingwater; de 24 uur is gesteld, omdat de stenen anders weer te nat zijn; eventueel bij zeer droog weer en droge wind iets korter als dat nodig is, maar boven 30 graden C mag niet gemetseld worden)- de hardheid van de uitgeharde metselspecie is o.m. afhankelijk van de hoeveelheid cement in de specie; bijvoorbeeld een gemiddelde druksterkte van 20 N/mm2 wordt met een verhouding van 1 deel cement op 3 delen zand bereikt (zie tabel in afbeelding verderop).
Werkwijze - meng eerst de droge delen (cement, zand, eventueel kalk e.d.) - gebruik altijd gewoon leidingwater (zonder chloor); doe eerst driekwart van het water in de molen of kuip en daarna de droge mortel - voeg tijdens het mengen zoveel water toe dat een goed verwerkbare specie ontstaat (voeg in de eerste minuten het water niet te snel toe); vaak zal ca. 3 à 4 liter water op 25 kg metselspecie volstaan; reken voor machinaal mengen ca. 3 minuten en voor handmatig ca. 5 minuten (voor de "dikte" van de specie zie de afbeelding onder) - bij bijvoorbeeld Stiho metselmortel met kalk klasse M5 geeft 25 kg ca. 15 liter specie wat goed is voor ca. 0,5 m2 halfsteens metselwerk waalformaat - doe vóór het metselen de 1-minuut-proef om het goede vochtgehalte van de stenen te controleren: \"hierbij worden twee stenen op elkaar gemetseld en onder lichte druk, gedurende één minuut, vastgehouden; als de stenen vervolgens uit elkaar worden getrokken, moet op beide stenen specie achterblijven; zo niet, dan zijn de stenen te droog of te nat\" (zie de afbeelding onder) - metselspecie moet binnen 2 uur na het aanmaken verwerkt worden - metsel bij voorkeur vol-en-zat (vol-en-zat is bij doorstrijken uiteraard een eis) - denk aan eventuele dilatatievoegen, open stootvoegen (voor afwatering, ventilatie e.d.) en spouwankers - metselspecie die op het zichtbare deel van de stenen is gekomen, moet verwijderd worden (bij geglazuurde stenen direct de metselspecie van de zichtzijde van de steen verwijderen, vooral als kalk aan de metselspecie is toegevoegd).
Attentiepunten na het metselen - zie bij metselen voor allerlei tips - wanneer het voegen later plaatsvindt (geen doorstrijk-specie), dan moet de metselspecie bij de voeg uitgekrabd worden en met een veger worden schoongemaakt (om een goede diepe voeg te verkrijgen zodat die minder snel loslaat van de metselspecie en de steen) - om ontmengen van de specie en om witte uitslag te vermijden moet het metselwerk met een waterdichte kunststof folie afgedekt worden (minimaal 48 uur bedekt houden); dit geeft bescherming tegen inwatering (regen, spatwater) en uitdroging (door zon of hoge temperatuur) - voor de volgende dag: maak goed zuigende stenen alvast nat (een dag van tevoren).
Zelf mengen Aangeraden wordt gebruik te maken van prefab metselcement voor het specifieke werk. Fabrieksmatig geproduceerde metselspecie moet voldoen aan NEN-EN 998-2 "Specificaties voor mortels voor metselwerk - Deel 2: Mortels voor metselwerk".
Documentatie metselspecie (metselmortel) algemeen - Metselwerk, algemene en technische informatie (van Heidelberg Cement) - Verwerkingsadviezen metselmortel (van MegaMix) - Verbruikstabel metselmortel, voegmortel, doorstrijkmortel e.d. (in kg/m2 metselwerk; van Weber-Beamix)
Documentatie specifieke metselspecies - Metselcement MC 12,5 van Heidelberg Cement - Metselmortel MC 12,5 van MegaMix - Beamix metselmortel 320 - Remix metselmortel met kalk - Remix metselmortel zonder kalk - Sakrete Brickfix metselmortel - Knauf mortelmix met kalk - Ambacht van den metselaar (oud woordenboek metselen) - P.S.: Voegspecie (voegmortel) heeft vaak een verhouding van 1 deel cement op 4 delen zand, soms wordt 1 deel cement, 3 delen zand en 0,5 deel kalk (voor zachtere stenen). Bij monumenten wordt vaak kalkmortel toegepast omdat een cementen bindmiddel meestal te hard is voor de vroeger gebruikte stenen.
Verg. Eng. mortar, masonry mortar Een hoogwaardige droge mortel op cementbasis, conform NEN-EN 998-2 ‘mortels voor metselwerk’ en BRL 1905. Deze mortel is speciaal ontwikkeld voor het metselen van gangbare steensoorten en is bij uitstek geschikt voor weinig zuigende steensoorten. Dankzij de uitgebalanceerde samenstelling biedt MMZK uitstekende verwerkbaarheid en hechtkracht, wat zorgt voor een duurzaam en stabiel eindresultaat. Uitermate geschikt voor stelringen MMZK is dé ideale keuze voor het plaatsen van stelringen. Door de kalkvrije samenstelling heeft deze mortel een gecontroleerde en voorspelbare verharding, waardoor de stelringen stevig en nauwkeurig gepositioneerd blijven. Dit is essentieel voor een correcte montage en een langdurig stabiele constructie. Weerbestendig en veelzijdig Deze mortel is perfect voor metselwerk in alle weersomstandigheden, zowel binnen als buiten, en kan worden toegepast in dragende constructies. Dit maakt MMZK een betrouwbare oplossing voor diverse bouwtoepassingen waar sterkte en duurzaamheid vereist zijn. Remix Metselmortel zonder kalk MMZK is een droge mortel op cementbasis (NEN-EN 998-2 ‘mortels voor metselwerk’ en BRL 1905). Deze mortel is geschikt voor metselen van de meeste gangbare steensoorten, met name voor weinig zuigende steensoorten. Ca. Ca. Ca. Te droge of te natte metselstenen kunnen leiden tot een slechte hechting. Droge, sterk zuigende metselstenen minimaal 24 uur voor de verwerking bevochtigen. Mengtijd is afhankelijk van mengwijze. Bescherm het metselwerk van begin af aan tegen hemelwater of andere mogelijkheden van vochtbelasting, zoals bijvoorbeeld inwatering in de spouw.

Convergente zones: Subductie
tags: #remix #metselmortel #zonder #kalk