De Vormfactor is de verhouding tussen het vloer-, gevel- en dakoppervlakte en het bruto vloeroppervlak (BVO) van een gebouw, deze varieert. Een hoge vormfactor geeft aan dat een gebouw relatief veel bruikbaar oppervlak heeft en weinig ruimte gebruikt voor liften, techniek, muurdiktes e.d. De bouwkosten van een gevel zijn aanzienlijk hoger dan die van een vloer of dak. Om kosten te besparen is het slim om compact te bouwen. Een gebouw met meerdere verdiepingen in plaats van alleen begane grondvloer, zoals je veel bij recreatie-woningen ziet.
Bruto vloeroppervlak (BVO) = Een of meerdere ruimten op 1 vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie. De BVO is de som van de buitenwerks gemeten vloeroppervlakte van alle bouwlagen. Totaal Bruto bebouwd. De oppervlakte binnen de buitenomtrek van een gebouw ter hoogte van het maaiveld.
Bruto geveloppervlak open (BGO) = Tot de open delen van de geveloppervlakte worden alle kozijnen en deuren gerekend in de totale geveloppervlakte. Hoe hoger de factor, hoe meer gevel. Gevel is een duur element in de bouwkostenraming. Overwegend kun je stellen dat een open gevel duurder is dan een dichte gevel. Een bakstenen gevel is het goedkoopst en een vliesgevel met triple glas het duurst. Geveloppervlak/BVO is 0,63, wat betekent dat 63% van het BVO opgaat aan geveloppervlak. Dit zegt echter nog niets over de verhouding open/dicht!
TBB (BBO) = totaal bruto bebouwd. De oppervlakte binnen de buitenomtrek van een gebouw ter hoogte van het maaiveld, voor zover deze oppervlakte binnen de terreinoppervlakte is gelegen. Exclusief ondergeschiktebouwdelen kleiner dan 4 m².
Bruto geveloppervlak (BGO) omvat alle open en dichte delen van alle gevels van een gebouw. Tot het bruto dakoppervlak worden alle open en dichte delen gerekend van alle daken van een gebouwtype. Tot daken worden gerekend: Platte en hellende daken, koepels etc., dus ook betreedbare daken, dakterrassen, parkeerdaken en daken van uitbouwen.
Bruto dakoppervlak open (BDO) geeft een voorbeeld: Dakoppervlak/BVO is 0,63. Dit betekent dat 63% van het BVO opgaat aan het dakoppervlak, wat duidt op een relatief laag gebouw.
Het product van de bruto vloeroppervlakte, vermeerderd met de vides en schalmgaten die elk afzonderlijk groter zijn dan of gelijk aan 4 m² en de bruto hoogte, geeft de inhoud in kubieke meters (m3). De eenheid is m3.
De te gebruiken kengetallen zijn afhankelijk van het woningtype. Uitgaande van een cataloguswoning en standaardwoning, bepalen kengetallen de verhouding GO/BVO, geveloppervlak en inhoud. Voorbeeldsituaties tonen hoe deze verhoudingen invloed hebben op kosten en ontwerp.
Praktische definities en berekeningen
Wat is Bruto Vloeroppervlak (BVO)? Het BVO is simpelweg het vloeroppervlak van een ruimte of gebouw, gemeten langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies. Indien een binnenruimte grenst aan een andere binnenruimte, wordt gemeten tot het hart van de scheidingsconstructie. Op afbeelding vind je voorbeelden zoals vide en nis die buiten beschouwing blijven als ze groter zijn dan 4 m².
Hoe bereken je het BVO? Bij het BVO gaat het om 100% van de vloeroppervlakte, gemeten inclusief de omringende muren van een ruimte. Schalmgaten en vides met oppervlakte groter dan 4 m² blijven buiten beschouwing. De oppervlakte van een trapgat, liftschacht of leidingschacht telt wel mee bij de bepaling van het BVO. De oppervlaktes van gebouwgebonden buitenruimten zoals balkons of dakterrassen worden doorgaans niet tot BVO gerekend, tenzij expliciet anders vermeld.
Vormfactoren in de praktijk: als voorbeeld bereken je de vormfactor voor gevelopening ten opzichte van gevel door openingsoppervlak te delen door geveloppervlak. Vormfactor gevelopening: gevel = 10:30 = 0,33. Een gewijzigde openingsmaat vergroot de vormfactor en kan de kosten per m2 gevel verhogen, omdat ramen doorgaans duurder zijn dan muurisolatie per m2.
Voorbeelden uit de cataloguswoning tonen kengetallen afhankelijk van bouwkeuzes: twee-onder-een-kap versus vrijstaande woning, plat dak vs. schuine kap, metselwerk gevel of kunststof kozijnen, en hoeveel repetitie er is in gevelopeningen. Deze verschillen beïnvloeden GO/BVO, BGO en BDO in verhouding tot de totale kosten.
Toepassing: kostenraming met vormfactoren
Het controleren maken van de opdracht kostenraming van les 5 leert je wat een vormfactor is en wat de afkortingen betekenen die in de kostenraming gebruikt worden. De Vormfactor is de verhouding tussen het vloer-, gevel- en dakoppervlakte en het bruto vloeroppervlak (BVO) van een gebouw, deze varieert. Een hoge vormfactor geeft aan dat een gebouw relatief veel bruikbaar oppervlak heeft en weinig ruimte gebruikt voor liften, techniek, muurdiktes e.d. De bouwkosten van een gevel zijn aanzienlijk hoger dan die van een vloer of dak. Om kosten te besparen is het slim om compact te bouwen.
Uitgaande van een standaard woning met symmetrische opzet en een schuin dak met pannenbekleding, resulteert dit in specifieke verhoudingen voor geveloppervlak, BVO en inhoud. Kengetallen afhankelijk van woningtype helpen bij het schatten van GO/BVO, verticale geveloppervlak tot BVO en het aandeel openingen in geveloppervlak.
Berekeningsoefening: eenvoudige i2-kostenraming
- Geveloppervlak: 6 meter × 5 meter = 30 m2; vier ramen van 2 m × 1,25 m = 10 m2 openingsoppervlak.
- Vormfactor gevelopening: 10 : 30 = 0,33
- Bij grotere ramen (2,5 m × 1,2 m = 3 m2 extra openingsoppervlak) kan de vormfactor stijgen naar 0,4 en de gevelkosten per m2 stijgen door hogere ramendemands.
- Maak een kostenraming af met vormfactoren voor de 2-onder-1-kapwoning in twee exemplaren.
- Bereken de verhouding tussen GO en BVO, en de verhouding geveloppervlak exclusief dak tot BVO.
- Bereken het aandeel openingen in het verticale geveloppervlak voor daglicht en thermische prestaties.
Belangrijk: bovenstaande berekeningen dienen als eerste raming en niet als definitieve specificatie. Gebruik de getallen als basis om offertes te toetsen en om ontwerpkeuzes te maken die de totalen optimaliseren.
Inzicht en referenties voor bouwprofessionals
VALKENBURG - In de huidige bouwsector is het essentieel om grondig inzicht te hebben in hoe vormfactoren de bouwkosten beïnvloeden. Onze referentiemodellen tonen dat verschillen in typologie en grootte niet per se leiden tot grote prijsverschillen per vierkante meter BVO, maar wel in de verhouding van geveloppervlak en installaties. De Architectuur- en Bouwsector biedt ondersteunde referentiemodellen en marktmonitoren die actuele kengetallen leveren voor betere begrotingen.
De Archidat Marktmonitor biedt actuele en gedetailleerde kengetallen. De verhouding van vloeroppervlakte tegenover de buitenwanden geeft een beeld van de efficiëntie van het ontwerp. De kosten van de installatiecomponenten en de gevel hangen samen met de totale geveloppervlakte en het type materiaal buitenwanden. Dit beïnvloedt prijsdynamiek en projecttoleranties bij begrotingen.

Praktisch advies: bereken de benodigde hoeveelheden vóórdat je bestelt. Een exacte oppervlakteberekening verlaagt het risico op vertragingen en kleurverschillen bij leveringen. Voor onregelmatige ruimten kun je delen verdelen in rechthoeken en driehoeken, vervolgens de oppervlakten optellen. Houd rekening met 5-10% extra materiaal voor snijverlies bij tegels en vloerbedekking, vooral bij complexe vormen.
Samenvattingstabel van kernbegrippen
| Term | Betekenis | Belang voor kosten |
|---|---|---|
| BVO | Bruto vloeroppervlak: alle vloeren langs buitenomtrek; incl. schachtopeningen, excl. vide groter dan 4 m² | Basismaat voor oppervlaktes en kostenraming |
| BGO | Bruto geveloppervlak open: open delen van gevel; inclusief kozijnen en deuren | Hoge BGO verhoogt gevelkosten |
| BDO | Bruto dakoppervlak open: dakdelen incl. plat/hellend en dakterrassen | Vergelijkt met BVO voor dakbelasting en kosten |
| Geveloppervlak/BVO | Percentage van BVO dat geveloppervlak vertegenwoordigt | Indicator voor gevelkostencentrum |
| Vormfactor | Verhouding tussen GO, geveloppervlak en dakoppervlak t.o.v. BVO | Sterk beïnvloedt constructie- en gevelkosten |
tags: #verhouding #gevel #vloeroppervlak