Verlaagd plafond detail dwg tekening opbouw met Knauf plaatplafonds

Plaatsingsinstructies en toepassingsgebieden voor Knauf plaatplafonds worden uiteengezet, met speciale aandacht voor zowel plafondbeplating als verlaagd plafond.

Knauf plaatplafonds kunnen worden gebruikt als plafondbeplating of als verlaagd plafond.

Volgens DIN 18168 geldt de volgende omschrijving: plafondbeplatingen en verlaagde plafonds zijn «…vlakke of verschillend gevormde plafonds met een glad, geperforeerd of gedeeld oppervlak, bestaande uit een structuur en een deklaag als oppervlak; dat bij plafondbeplatingen rechtstreeks in het dragende bouwelement is veranker; dat bij verlaagde plafonds is opgehangen .…»

Bekijk onze brochure D11Zoeken naar systeem voor Knauf plafondsStel uw plafondensysteem in enkele klikken samenEen systeem dat aan uw akoestische, brand- en andere eisen voldoet.

Toepassingsgebied en vochtbestendigheid

Plafonds of verlaagde plafonds vallen alleen binnen gebouwen.

Knauf plaatplafonds kunnen worden gebruikt in gebieden met een constante of hoge constante vochtigheid die niet rechtstreeks aan het weer zijn blootgesteld, onder bepaalde voorwaarden, zoals een tegen corrosie beschermde structuur en het gebruik van geschikte platen, bijv. Knauf Drystar-Board of Diamond Board ONE.

Op verzoek kan de structuur worden voorgedimensioneerd, rekening houdend met de eisen buiten (druk/ zuiging).

Brandweerstand en plafondtypes

BrandweerstandDe brandweerstand van Knauf plaatplafonds wordt beoordeeld zonder betrokkenheid van of rekening te houden met de dragende vloer; die heeft alleen betrekking op de verlaagde plafonds.

Nadat de scheiding tussen de verdiepingen te verzekeren is, is dit met name van belang wanneer het plenum moet worden beschermd tegen blootstelling aan brand vanuit de kamer (van onder of wanneer de kamer moet worden beschermd tegen blootstelling aan brand vanuit het plenum van boven).

Afhankelijk van de brandweerstandseisen kunnen beide vereisten ook worden gecombineerd. Voor meer details, zie onze technische brochure en onze brochure over brandwerende systemen.

Montage van de structuur

Verankering aan bovenverdiepingen De afhanger wordt verankerd door middel van pluggen die aangepast zijn aan de ondergrond. Ondergrond van gewapend beton: geschikte stalen pluggen Ondergrond van andere materialen: goedgekeurde of genormaliseerde verankeringselementen specifiek voor het betrokken bouwmateriaal. Brandstabiele of brandwerende plafonds: metalen pluggen zijn verplicht.

Afhanger Afhanger van de basisprofielen, respectievelijk de draagprofielen uitsluitend met afhangers volgens brochure blz. 19 tot 21 (indien nodig moet meextra maatregelen rekening gehouden).

Voor de bevestigingsafstanden van plafonds en de afstand tussen profielen/latten de systeemtabellen in het hoofdstuk «Planningsgegevens» raadplegen.

Latten/profielenDe basislatten/basisprofielen, respectievelijk de draaglatten/ draagprofielen met afhangers verbinden en ze correct uitlijnen op de gewenste ophanghoogte. Alle profielverbinders verschuiven Verlenging van draagprofielen CD 60/27 met profielverbinders CD 60/27.

WandaansluitingDoor middel van profiel UD 28/27 als draagverbinder, hulpmiddel bij de montage of indien brandweerstand. Bevestiging met bevestigingsmateriaal geschikt voor de ondergrond, max. tussenafstand 1 m indien niet dragend, of 625 mm indien dragend. Voor akoestische eisen Knauf Dichtingsband gebruiken.

Montage van de beplating

Om vervorming te voorkomen, beginnen met het bevestigen van de platen in het midden of de hoek ervan. Elke laag platen stevig tegen het geraamte drukken en ze afzonderlijk bevestigen. Zie onze brochure over gipsplafonds voor andere installatieschema's met verschillende plaatafmetingen.

Knauf platen - dwarse plaatsing1ste laag: 600 mm bv. Silentboard 12,5 en 2de laag: 1200 mm bv. Diamond Board 12,5 Knauf platen dwars op de draaglatten/draagprofielen plaatsen. De aansluitingen van de dwarsplaten op de draaglatten/ draagprofielen plaatsen (min. 400 mm uit elkaar). De aansluitingen van de kopse kanten gelijkmatig tussen de lagen platen verschuiven. De aansluitingen van de langse kanten met een halve plaatbreedte verschuiven ten opzichte van de eerste laag platen.

  1. Horizonboard - dwarse plaatsing - kruisvoegPlaatbreedte 1ste laag: 1200 mm bv. standaard plaat 13 AK 2de laag: 1200 mm
  2. Horizonboard A 13 Horizonboard dwars op de draaglatten/draagprofielen plaatsen. De aansluitingen van de dwarsplaten op de draaglatten/ draagprofielen plaatsen. In geval van meervoudige beplating, de aansluitingen van kopse kanten tussen de lagen platen verschuiven.

Voegen en afwerking van gipsplaten Gipsplaten met een kartonnen oppervlak worden gevoegd volgens de vereiste afwerkingsgraad, van F1 tot F3. Voor het vullen en de eerste bewerking van de voegen raden we aan de poederpleister EasyFiller 45/90 of het kant-en-klaar product Fill & Finish Light te gebruiken. De voegen worden handmatig gevuld met papieren of glasvezelvoegbanden.

Voor F2a, F2b en F3 afwerkingen, zowel handmatig als mechanisch, kun je kant-en-klare producten gebruiken zoals Fill & Finish Light of Super Finish, of kiezen voor een poederproduct zoals Jointfinisher. Tips voor het voegen : Breng papiertape aan op dwarsnaden, snijkanten en gemengde naden (bijv. AK + snijkant), Bedek de zichtbare schroefkoppen, Zodra de voeg is opgedroogd, schuur je het zichtbare oppervlak licht op indien nodig. Gebruik Trenn-Fix voor de voegen tussen aangrenzende droogbouwdelen (plafond/wand). Deze speciale papieren tape kan worden gebruikt om de randvoegen van gipskartonconstructies op te vullen zonder noodzaak van aansluiting op het ruwbouwwerk, waardoor een afwerking zonder ongelijkmatige scheuren wordt gegarandeerd.

Akoestische isolatie en systeemkeuzes

Akoestische isolatie: structurele verbindingen. Akoestische isolatie: gemetselde structuren. Isolatie contactgeluid. Het Metal Stud Plafondsysteem is een handige constructie waarmee je eenvoudig een verlaagd plafond kunt monteren. Dit systeem bestaat uit verschillende profielen, afhangers en diverse andere hulpstukken. Deze profielen vormen samen een metalen frame van verzinkt staal waarop je de gipsplaten monteert. De ruimte tussen de profielen kun je gemakkelijk vullen met isolatiemateriaal, zoals glaswol- of steenwolplaten.

Kies je een enkel of dubbel raster? Voordat je begint met de montage van de constructie, kies je tussen een enkel of dubbel raster van metal stud C-plafondprofielen. Een dubbel raster kan gunstig zijn wanneer je het aantal bevestigingspunten aan de bovenliggende constructie wilt beperken. Daar staat tegenover dat je een extra laag profielen en kruisverbinders monteert. Voor lichtere constructies of kleinere ruimtes kan een enkel raster een goede keuze zijn, vooral als materiaalbesparing een rol speelt.

Bij de keuze spelen ook de afmetingen van de ruimte, de gewenste plafondverlaging, de beplating en eventuele extra belastingen een rol. We leggen uit hoe je beide opties maakt. De juiste afmetingen voor een metal stud plafond hangen onder andere af van de dikte en het type gipsplaat dat je gebruikt. Ook de gekozen profielen, het aantal plaatlagen en eventuele eisen aan brandwerendheid, geluidsisolatie of belasting zijn van invloed.

Montageadviezen en hart-op-hart afstanden

Kies bij de montage van het plafond áltijd een goede combinatie van gipsplaten, profielen en hart-op-hartafstanden die bij elkaar hoort. De aanbevolen hart-op-hart afstanden voor verschillende gipsplaten zijn hieronder vermeld. Controleer bij afwijkende profielen, platen, extra belastingen of specifieke prestatie-eisen altijd de actuele verwerkingsvoorschriften van de fabrikant. Het combineren van onderdelen uit verschillende plafondsystemen kan invloed hebben op de toegestane afstanden.

GipsplaatHoofdregelsPlaatdragende profielenAfhangers
9,5 RK Gipsplaat1250 mm400 mm1000 mm
12,5 AK Gipsplaat1250 mm500 mm1000 mm
2 x 12,5 Gipsplaat750 mm500 mm750 mm

De juiste hart-op-hart afstanden voor een enkel raster verschillen van die van een dubbel raster. Deze afstanden vind je verderop in deze kennisbank. Bij het monteren van een metal stud systeemplafond met een dubbel raster werk je met twee soorten profielen: Metal stud C-plafondprofielen en Metal stud U-plafondprofielen (U27). De maximale overspanning is afhankelijk van de breedte van het toegepaste metal stud profiel, de beplating en de volledige systeemopbouw.

Het volgende advies voor montage is gebaseerd op het gebruik van gipsplaten van 9,5 mm dik met ronde kanten. Begin met het bevestigen van de U-profielen aan de omliggende wanden. Door foamband op het U-profiel aan te brengen, kun je de geluidsoverdracht via de aansluiting beperken. Bevestig het U-profiel altijd op een voldoende draagkrachtige ondergrond. Afhankelijk van het materiaal van de wanden gebruik je de volgende bevestigingsmiddelen:Hout: gebruik geschikte schroeven.Bestaande gipswand: bevestig het profiel bij voorkeur in het achterliggende stijl- of regelwerk. Gebruik alleen een geschikte hollewandbevestiging wanneer deze voldoende draagkracht biedt voor de toepassing. Gebruik bijvoorbeeld gefosfateerde gipsplaatschroeven bij een bestaande gipswand.Beton of metselwerk: gebruik een plug-schroefcombinatie die geschikt is voor de betreffende ondergrond en belasting, zoals Fischer DUOPOWER pluggen.Bevestig het U-profiel aan de wand met een hart-op-hartafstand van 600 mm tussen de bevestigingspunten. De U-profielen kun je met een blikschaar inkorten tot de juiste lengte. Vervolgens monteer je de C-profiellen bovenop de U-profielen om het hoofdregelwerk te creëren. Deze C-profielen plaats je op een onderlinge afstond van 1250 mm.

Het hoofdregelwerk bevestig je vervolgens aan het plafond, oftewel de bovenliggende constructie. Gebruik afhangers en bevestigingsmiddelen die geschikt zijn voor de betreffende ondergrond en de belasting van het plafond. De afhangers worden geplaatst met een maximale afstand van 1000 mm tussen de bevestigingspunten. Dit betekent dat zowel de maximale afstand tussen de afhangers als de onderlinge overspanning van het plafond niet meer dan 1000 mm mag zijn. Welke afhanger bij jouw project past, lees je verderop in dit kennisbankartikel!

Let op: plaats de eerste ophangpunten van de C-profielen op maximaal 400 mm van de wand. Dit zorgt voor extra stabiliteit langs de randen van het plafond. Onder het hoofdregelwerk monteer je de plaatdragende C-plafondprofielen. Deze schuif je in de U-profielen en plaats je op een onderlinge afstand van 400 mm. Bevestig deze plaatdragende C-profielen aan het hoofdregelwerk met metal stud kruisverbinders. Plaats een kruisverbinder op ieder punt waar de C-profielen elkaar kruisen. De C-profielen kun je, indien nodig, verlengen met behulp van een metal stud verbindingsstuk. Zorg ervoor dat de verbindingen tussen naast elkaar liggende profielen verspringen. Zo voorkom je dat meerdere verbindingen op dezelfde lijn liggen en heb je extra stabiliteit.

Nadat het metalen frame van verzinkt stalen profielen is gemonteerd, kun je de gipsplaten vastschroeven om het verlaagde plafond af te maken. Monteer de gipsplaten haaks op de plaatdragende C60/27-profielen. Laat de naden tussen de platen verspringen en zorg dat kopse naden voldoende worden ondersteund. Gebruik gipsplaatschroeven met een lengte die past bij het aantal plaatlagen. Draai de schroeven zo diep dat de kop iets in de plaat ligt, zonder het karton te beschadigen. Volg voor de schroefafstanden, randafstanden en voegafwerking de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant.

Infographic: overzicht verlaagd plafond opbouw met Knauf systeem

Wil je verlichting, installaties of andere elementen in of aan het plafond aanbrengen? Controleer dan vooraf of de gekozen systeemopbouw geschikt is voor de extra belasting. Zwaardere onderdelen bevestig je doorgaans rechtstreeks aan de bovenliggende bouwconstructie en niet alleen aan de gipsplaat of plafondprofielen.

Bestel direct gipsplaten! Bij een plafond met een enkel raster worden de C-plafondprofielen zowel als hoofdregelwerk als plaatdragend regelwerk gebruikt. Dit betekent dat er slechts één laag profielen is die de gipsplaten draagt en aan het bouwplafond wordt opgehangen. Hierdoor zijn er doorgaans meer afhangpunten nodig dan bij een dubbel raster. Dit zorgt voor meer bevestigingswerk aan de bovenliggende constructie en een langere montagetijd.

De C-profielen schuif je in de U-plafondprofielen en bevestig je vervolgens met afhangers aan het bouwplafond. Omdat de stabiliteit van een enkel raster sterk afhankelijk is van de afhangers, moet je de ophangpunten zorgvuldig plaatsen om doorbuiging te voorkomen. De exacte afstanden tussen de C-profielen en de afhangpunten hangen af van het profiel, het type gipsplaat, het aantal plaatlagen en de volledige systeemopbouw. De juiste afhanger kiezen: drie opties bieden wij:

  • De ankerhanger: geschikt bij een balklaag, vaste lengte van 170 mm, haaks op de balklaag bevestigd en daarna in de C-profielen geklikt.
  • De direct hanger: flexibiliteit wanneer een haakse bevestiging niet nodig is; afhanghoogte tussen 30 en 125 mm onder het bouwplafond.
  • De nonius hanger: voor grotere afstanden; bestaat uit drie onderdelen en kan grotere afstanden overbruggen.

Met behulp van onderstaande tabel kun je bepalen hoeveel producten je ongeveer nodig hebt voor een plafond met een enkel of dubbel raster. Hierbij gaan we uit van een hart-op-hart afstand van 400 mm. Voor profielen met hart-op-hartafstand van 300 mm verhoog je de factor met 1,3; bij 500 mm verhoogt met 0,8.

Diagram: hart-op-hart afstanden bij enkel en dubbel raster

Kies altijd afhangers en bevestigingsmiddelen die geschikt zijn voor het gekozen plafondsysteem, de ondergrond en de verwachte belasting. Een aangegeven draagvermogen van een afzonderlijk onderdeel kan niet los worden gezien van de bevestigingswijze en de volledige plafondconstructie. Voor de metal stud U-plafondprofielen zijn de exacte afmetingen van de ruimte nodig om de hoeveelheid te bepalen. Hierbij is vooral de omtrek van het plafond van belang. Heb je nog vragen? Neem contact op met één van onze productspecialisten.

How to: een Gyproc Metal Stud Plafond plaatsen

Samenvatting van kernpunten

Knauf plaatplafonds bieden flexibele toepassingen als zowel plafondbeplating als verlaagd plafond, met verschillende materialen en brandsystemen.

Montage vereist zorgvuldige verankering, juiste hart-op-hart afstanden en aandacht voor akoestische en brandwerende eisen, afhankelijk van de toepassing.

Bij grotere afstanden of complexe belastingsituaties kunnen nonius of direct hangers nuttig zijn, terwijl bij balklagen ankerhangers soms nodig zijn voor stabiele bevestiging.

tags: #verlaagd #plafond #detail #dwg