Samengestelde woorden in het Nederlands: uitleg, regels en voorbeelden

Samengestelde woorden, misschien heb je er al wel eens van gehoord. In dit artikel lees je er alles over. Samengestelde woorden zijn woorden die bestaan uit 2 of meer kortere woorden. Die delen zijn dan samengevoegd tot 1 woord. Samenstellingen bestaan in allerlei soorten en maten. Toch bestaan lang niet alle samenstellingen alleen uit zelfstandige naamwoorden. Ook werkwoorden kunnen onderdeel zijn van samenstellingen. Er zijn nog veel meer combinaties te bedenken. En dan te bedenken dat bovenstaande samenstellingen steeds maar uit 2 woorden bestaan. Zo zie je maar dat er nogal wat mogelijkheden zijn.

Soms vragen mensen zich af of woorden als uitgang ook samengestelde woorden zijn. Als het goed is, weet je nu het antwoord op die vraag. Zijn de woorden uit en gang ook los van elkaar te gebruiken? Jazeker. Het woord uitgang bestaat uit het voorzetsel uit en het zelfstandige naamwoord gang. Conclusie? In heel veel gevallen doe je dat automatisch goed. Vooral bij de korte samenstellingen. Maar als de samenstellingen wat langer worden, maken mensen vaker fouten.

Belangrijke regels en uitzonderingen

Zoals bij bijna elke regel binnen de Nederlandse taal bestaan ook op de spellingsregel voor samenstellingen heel wat uitzonderingen. Hieronder geven we je een overzicht van de belangrijkste uitzonderingen.

  • Je schrijft een streepje als je zonder het streepje het woord verkeerd zou uitspreken.
  • Soms staat binnen de samenstelling een woordgroep die bij elkaar hoort.
  • Sommige samenstellingen bestaan uit 2 gelijke delen, die ook in volgorde om te wisselen zijn.

Op de basisschool komen in elke groep de samengestelde woorden terug. Natuurlijk begint groep 3 met makkelijke woorden. Hier vind je een globaal overzicht van het niveau van de samengestelde woorden per groep. Let op: deze lijst geeft een globaal beeld van het niveau per leerjaar. Niet iedere basisschool biedt de verschillende soorten samenstellingen precies gelijk aan.

Kinder leren lezen en schrijven in groep 3. De losse woorden van de samenstelling zijn niet meer dan 1 lettergreep lang. Meestal zijn de losse delen zelfstandige naamwoorden. In groep 4 worden de samengestelde woorden wat langer. Nog steeds worden voornamelijk zelfstandige naamwoorden en werkwoorden gebruikt om nieuwe samenstellingen mee te vormen. In groep 5 komen binnen de samengestelde woorden vaker verkleinwoorden voor. Samenstellingen waarbij het eerste deel in het meervoud staat, krijgen op dit niveau eigenlijk altijd een tussen-n. De samenstellingen zijn soms langer dan in groep 5. Ook is de schrijfwijze van de losse delen vaak wat lastiger dan in de voorgaande jaren. Al deze lastigheden komen nu ook voor in de samenstellingen. Groep 8 gaat verder waar groep 7 gebleven is. Woorden met -eel, -eur, -uw, -ch, -nk, -ooi, -oei, -eeuw en -ieuw komen aan bod.

Nu jij alles weet over de samengestelde woorden en de spelling ervan, geven we je graag nog wat opdrachten. De antwoorden van deze oefeningen staan onderaan de pagina. Veel succes! En heb je nog vragen bij de theorie of over de opdrachten? Schrijf je de woorden los of aan elkaar?

Voorbeelden en types van samenstellingen

drs. Samenstellingen of samengestelde woorden zijn lange woorden die uit twee of meerdere woorden bestaan. Een voorbeeld is "rugzak" dit bestaat uit woord "rug" en "zak". Andere voorbeelden zijn "kunstschilder", "eettafel", "minister-president" en "Kerstman". Voor samengestelde woorden in het Nederlands bestaan regels. Let op! Samengestelde woorden vrijwel nooit met een spatie geschreven!

Vaak hoor je dit door het woord uit te spreken. Soms heb je een verbindingsstreepje nodig, zoals in gouverneur-generaal, twee-onder-een-kapwoning en zwart-wittelevisie. Het een plaatsnaam is, zoals Baarle-Nassau, 's-Hertogenbosch, maar Den Haag en Sint Maarten. Soms heb je een trema nodig om verwarringen te voorkomingen. Dit gebeurt wanneer de laatste letter van het eerste woord en de eerste letter van de tweede woord samen voor verwarring kunnen zorgen. Een voorbeeld is het woord "tweeëntwintig". Zonder trema zou men het eerste deel (twee) moeilijk van de "en" kunnen onderscheiden. Ook kan dit voorkomen bij twee verschillende letters, zoals in "beïnvloeden". De "e" en "i" kunnen namelijk als "ei" gelezen worden. Andere woorden zijn "egoïsme", "continuüm", "reëel", "skiën" en "coördinatie". De tussen-e of tussen-en is vrij lastig. Wij raden daarom aan de woorden altijd even op te zoeken bij twijfel.

Je gebruikt de tussen-en als het eerste deel in meervoud staat, zoals "bessensap" en "boekenworm". Let op! Sommige woorden hebben een meervoud met -s én -n. In dit geval gebruik altijd de -n (dus "docententoilet" en "agentenuniform"). Je gebruikt de tussen-e in de overige gevallen. Als het eerste deel in meervoud staat, maar uniek is (er is er maar één van). Als het eerste deel een versterkende betekenis heeft. De tussen-s is iets minder lastig dan de tussen-e(n). Toch raden wij aan bij twijfel het woord altijd even op te zoeken. Soms kan de tussen-s moeilijk te horen zijn doordat het tweede woord met een "s" of s-klank begint, zoals bij "meisjesstem". Je kan dit controleren door het tweede deel te vervangen door een woord dat niet met een "s" begint. In sommige gevallen kun je woorden zowel met of zonder tussen-s schrijven. Beide zijn dan goed!

Drieledige en overige samenstellingen

In deze tekst komen combinaties aan bod van een bijvoeglijk naamwoord en twee of meer zelfstandige naamwoorden. In sommige gevallen vormen zulke combinaties een samenstelling (bijvoorbeeld een lagereschoolkind), in andere gevallen een woordgroep (een slimme beleidskeuze). Een samenstelling is een woord dat bestaat uit twee delen die beide ook zelfstandig kunnen voorkomen (bijvoorbeeld: nachtvlinder = nacht + vlinder). Een samenstelling kan zelf ook weer het linker- of rechterdeel van een nieuwe samenstelling zijn (badkamerdeur = [bad + kamer] + deur). Maar ook in samenstellingen waarin er geen klinkerbotsing optreedt, kan voor de leesbaarheid een koppelteken gezet worden. Dit wordt ook wel een ‘facultatief koppelteken’ genoemd. Een samengesteld woord waarin het eerste deel een woordgroep is van een bijvoeglijk naamwoord (of telwoord) en een zelfstandig naamwoord, wordt vaak een ‘drieledige samenstelling’ (of ‘driedelige samenstelling’) genoemd. Zulke samenstellingen worden in de regel ook helemaal aaneengeschreven. Bij klinkerbotsing komt er een streepje. In zulke samenstellingen heeft het bijvoeglijk naamwoord (of telwoord) betrekking op het zelfstandig naamwoord dat er direct op volgt. Een dodehoekongeval is een ongeval veroorzaakt door een dode hoek, een socialemediastrategie een strategie voor de sociale media. Hetzelfde principe is van toepassing bij drieledige samenstellingen die beginnen met een bijvoeglijk naamwoord dat afgeleid is van een aardrijkskundige naam (bijvoorbeeld Mexicaans, Nederlands): die worden ook helemaal aaneengeschreven. De hoofdletter blijft behouden. Als een meerdelige eigennaam (bijvoorbeeld Rode Kruis) het eerste deel van een samenstelling is, wordt de naam aan het laatste deel van de samenstelling vast geschreven.

Woordgroepen zijn combinaties van woorden die bij elkaar horen in een grammaticaal verband (bijvoorbeeld in een zin) maar niet één woord vormen. Tussen de delen van een woordgroep komt een spatie. Combinaties als een recent regeringsakkoord, een Spaanse vakantiewoning, het groene gedachtegoed, gelijke onderwijskansen zijn woordgroepen van een bijvoeglijk naamwoord en een samengesteld zelfstandig naamwoord. Het rechterdeel van dat samengestelde zelfstandig naamwoord is de kern; het woordgeslacht en het getal daarvan bepalen of het bijvoeglijk naamwoord een buigings-e krijgt of niet. Spaans wordt bijvoorbeeld verbogen voor vakantiewoning omdat woning een de-woord is; gelijke wordt verbogen bij het meervoud onderwijskansen. Bij een enkelvoudig het-woord krijgt het bijvoeglijk naamwoord een buigings-e na het, dit, dat, een bezittelijk voornaamwoord of een vooropgeplaatste genitief. In andere gevallen blijft het onverbogen.

Woordgroep of samenstelling? In de meeste gevallen gaat het ofwel om een woordgroep, ofwel om een samenstelling, en is er dus maar één spelling mogelijk. In het geval van een woordgroep kan het bijvoeglijk naamwoord alleen betrekking hebben op de erop volgende samengesteld eenheid als geheel, bijvoorbeeld mooie vloertegels, een oude wijnboer. Mooievloertegels of een oudewijnboer betekenen iets anders dan wat bedoeld is. In het geval van een samenstelling maakt het bijvoeglijk naamwoord deel uit van het eerste deel van de samenstelling, bijvoorbeeld: een openluchtzwembad, het rondetafelgesprek.

In een beperkt aantal gevallen is zowel de schrijfwijze als woordgroep als die als samenstelling mogelijk. Soms zijn er twee schrijfwijzen mogelijk, maar hebben de woordgroep en de samenstelling een duidelijk verschillende betekenis. Zo is een socialemediacoördinator een coördinator van de sociale media en een sociale mediacoördinator een mediacoördinator die sociaal is. Rodewijnglazen zijn glazen voor rode wijn, rode wijnglazen zijn wijnglazen die een rode kleur hebben. Een Brusselsewafelliefhebber is een fan van Brusselse wafels, een Brusselse wafelliefhebber is een wafelliefhebber die uit Brussel komt (en misschien ook van Luikse wafels houdt).

Ook in woordgroepen met begrippen die een vakgebied of maatschappelijk terrein aanduiden, zijn vaak twee schrijfwijzen verdedigbaar; bijvoorbeeld in combinaties met sociaal, cultureel, wetenschappelijk, financieel, fiscaal en dergelijke. Bij de schrijfwijze als woordgroep betekent het bijvoeglijk naamwoord iets als ‘op sociaal/wetenschappelijk/financieel… vlak’ of ‘met een sociaal/wetenschappelijk/financieel … doel’. Zo kan sociale woningbouw omschreven worden als ‘woningbouw met een sociaal doel’, terwijl het bij socialewoningbouw gaat om ‘de bouw van sociale woningen’.

In de onderstaande uitleg staan enkele vuistregels die juryën en leerlingen kunnen helpen bepalen of het woord als woordgroep of als samenstelling geschreven moet worden. Regel 1 betreft bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord; Regel 2-11 behandelen overige situaties en uitzonderingen. Bij twijfel kun je altijd een woordenboek raadplegen.

Overige regels en voorbeelden

  1. Bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord: meestal los geschreven (woordgroep). Voorbeelden: arme man, rijke mensen, hete vuur.
  2. Samenstellingen met bijvoeglijke naamwoorden: meestal aaneengeeschreven; voorbeelden zonder buigings-e: dubbelleven, frisdrank; met buigings-e: blindedarm, rijkelui.
  3. Woorden met tussen-e of tussen-en: wanneer het eerste deel meervoud heeft, of uniek is, of versterkende betekenis heeft, wordt vaak tussen-e of tussen-en geschreven; voorbeelden: bessensap, boekenworm; lentekriebels, geboortedag.
  4. Tussen-s: wanneer de tweede deel begint met -s of wanneer de uitspraak moeilijker wordt, kan tussen-s noodzakelijk zijn; voorbeelden: dorpsstraat, dorpshuis.
  5. Zelfstandig naamwoord + werkwoord: vaak los geschreven, maar soms aaneengeeschreven met specifieke betekenis; voorbeelden: blokfluit spelen vs. blokfluitenspelen (afhankelijk van context).
  6. Woordgroepen met afleidingen op -ing: zelfstandig naamwoord + -ing wordt aan elkaar geschreven in sommige gevallen (inbedrijfstelling, totstandkoming), maar los in andere gevallen.
  7. Klinkerbotsing: koppelteken kan nodig zijn om uitspraak te vergemakkelijken (bijv. diploma-uitreiking, radio-uitzending).
  8. Kleine speciale gevallen: namen, geografische aanduidingen, en gelijkwaardige delen kunnen koppelteken of aan elkaar geschreven worden afhankelijk van betekenis en uitspraak.

Oefening en praktijk

Als laatste geven we een korte schematische samenvatting die veelvoorkomende schrijfwijzen verduidelijkt:

  • Samenstellingen van twee zelfstandige naamwoorden: vaak aan elkaar (rugzak, voetbalveld).
  • Samenstellingen met bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord: afhankelijk van betekenis, soms aan elkaar, soms los (langdurige relatie of langeafstandsloper).
  • Woordgroepen blijven los van elkaar gescheiden door spatie (een recent regeringsakkoord).
  • Verbinding met koppelteken wanneer dit de leesbaarheid of uitspraak ten goede komt (bv. twee-onder-een-kapwoning, bas-aria).
Infographic: Types van samenstellingen (2ZN, 1ZN, WOORDGROEPEN, koppeltekenregels)

Wanneer schrijf je een tussen-n?

Tot slot: wanneer een woordenboek twijfels oproept, is het raadzaam de juiste schrijfwijze op te zoeken. Spellingcontrole kan foute suggesties geven, omdat samenstellingen soms ten onrechte los geschreven worden.

tags: #welke #woorden #voeg #je #samen