Bij verbouwingen, sloop en zelfs bij restauraties gaan historische tegels nog vaak verloren. In dit kennisartikel belichten we de grote verscheidenheid aan wand- en vloertegels uit de periode 1895-1965 om het bewustwordingsproces voor deze bijzondere producten van industrie en kunstnijverheid te bevorderen.
De geschiedenis van geglazuurde tegels gaat terug tot in het Oude Egypte en Mesopotamië, waar voor het eerst uit klei gebakken geglazuurde tegels verschenen. Door de Arabische verovering van onder andere Zuid-Spanje kwam de tegelkunst in Spaans-Moorse stijl tot ontwikkeling, met hoogtepunten zoals de betegelde muren van het Alhambra in Granada. Van Spanje werden veelkleurige tegels naar Italië geëxporteerd, waarna Italiaanse tegelbakkers naar Antwerpen trokken en uiteindelijk naar de noordelijke Nederlanden verhuisden, waardoor tegelfabrieken als Rotterdam, Delft, Amsterdam en Utrecht ontstonden.
Begin 17e eeuw werden veelkleurige ornamenttegels gemaakt en vormden meerdere tegels samen een patroon. Na 1620 kwamen tegels met een voorstelling op één tegel in zwang, aanvankelijk kleurrijk maar door de import van Chinees porselein in toenemende mate blauwwit. Vanaf de 18e eeuw zijn de voorstellingen op de tegels meestal paars, terwijl de industrie in de 19e eeuw door de opkomst van massaproductie en behang concurrerend werd beproefd. De laatste bloeiperiode van de Nederlandse tegel viel samen met de Jugendstil-periode van 1890-1910.
Technische ontwikkelingen maakte de aanwezigheid van wand- en vloertegels in architectuur groter: machinaal geperste tegels, randen en div. tile-types werden wereldwijd gedemonstreerd op industriële tentoonstellingen vanaf circa 1851, wat leidde tot een ruime variatie aan stijlen en toepassingen. In Nederland begon mechanisatie pas rond 1900 echt op gang te komen; veel wandtegels werden nog met de hand vervaardigd in tinglazuurtechniek in Friesland en Utrecht, terwijl vloertegels machinaal geperst werden bij leveranciers als Alfred Regout in Maastricht.
Wandtegels en lambriseringen hadden grote invloed op interieurs en gevels: verzamelingen en tableau-achtige toepassingen werden speciaal ontworpen voor bepaalde gevelvlakken of interieurs, vaak met artistieke waarde. Voor interieurbekleding werd tussen 1900 en 1930 veel Hollandse muurtegels toegepast, met traditionelle maten zoals circa 13 x 13 cm, halfformaat 6,5 x 13 cm en massepiek 15 x 15 cm bij machinaal vervaardigde tegels. De verschillende formaten waren afgestemd op effen majolicategels en reliëftegels die samen mogelijk maakten mooie decorelementen in lambriseringen en schouwpartijen te vormen.
Een belangrijke ontwikkeling was de mogelijkheid om tegeltablo’s te koppelen aan bedrijfsnaam- en jaarvermeldingen, vaak toegepast in gevels en shoppuibekledingen. Tegeltableaus bestaan uit tegels die samen een voorstelling vormen over meerdere tegels; vaak met een natuurlijke maatvoering zoals 13 x 13 cm (tinglazuurtegels) of 15 x 15 cm/20 x 20 cm (machinaal geperste tegels). Sommige tableau-achtige decoraties werden vervaardigd als uniek maatwerk voor specifieke gevelvlakken of interieurs, met hoge artistieke waarde.

In de periode 1880-1940 zagen we een toenemende belangstelling voor beschilderde en decoratieve wandtegels, waaronder kinderspeltegels, met voorstellingen van kinderen die spelen. Dit type tegelverbeelding biedt waardevolle inzichten in sociale en culturele patronen van vroeger. Kinderspeltegels bevatten voorstellingen zoals touwtjespringen, knikkeren, knoppenmaken en andere spelmomenten; van 96 verschillende spelen op tegels zijn slechts bij 21 voorstellingen meisjes betrokken, wat wijst op gendergerelateerde vertegenwoordiging in de iconografie. De meeste scènes tonen kinderen van circa 6-10 jaar en verschillen in uitbeelding tussen jongens en meisjes weerspiegelen maatschappelijke verwachtingen van die tijd.
In de 20e eeuw werd de tegeltoepassing ook verspreid naar puibekleding en trappenhuizen in winkelarchitectuur. Winkelpuibekledingen werden soms uitgevoerd in combinatie met bouwkeramiek en geglazuurde bekledingselementen. De glasharde matte tegelscherf leende zich goed voor buitentoepassingen en gevelbestrating; in winkelportieken en toegangsportalen besloeg betegeling vaak het volledige muurvlak van plint tot plafond.
Het onderwerp antieke tegels is in de afgelopen halve eeuw uitgebreid bestudeerd: Delftse tinglazuurtegels zijn al lang geliefde verzamelobjecten en de publicaties over sier- en gebruiksaardewerk van Nederlandse plateelbakkerijen hebben de aandacht op tegels en tegeltoepassingen gericht. Een combinatie van decoratieve patronen en kunstglazuren ging het architectonische beeld bepalen, waarbij naast wandtegels ook vloertegels hun plek kregen in interieurs en exterieurs. De gebruikskenmerken van de verschillende perioden worden nog steeds door verzamelaars en kenners bestudeerd in catalogi en tentoonstellingen, zoals de database van het Nederlands Tegelmuseum die opgedane kennis toegankelijk maakt voor geïnteresseerden.
Om een beter beeld te krijgen van herkomst en datums, wordt vaak geput uit patroonkaarten en modellenboeken van tegelfabrikanten. Bij restauraties en reconstructies kan men enteren op kenmerken zoals formaat, decor, en fabricagemethode (tinglazuur vs. majolica) om informatie te achterhalen over oorsprong en dateering. De verscheidenheid aan motieven-bloemen, dieren, kinderspelen, landschappen, en figuratieve taferelen-duidt op een rijk cultureel erfgoed dat nog onvoldoende bekend is bij het brede publiek, ondanks de rijke traditie van Nederlandse tegelindustrie.

Enkele referenties die vaak aangehaald worden in de literatuur zijn onder andere “De Nederlandse tegel” van Hans van Lemmen, “Tegels” van Dingeman Korf, en werken over tegels en dierfiguren op tegels door Pluis, Van den Akker en Muller. Daarnaast biedt het Nederlands Tegelmuseum via vragen en afbeeldingen uit de collectie een determinatiedatabase die helpt bij identificatie en herkomst van tegels uit de periode.
Harich (Frl.): Diefstal antieke keramieken tegels
- Analyseer de tegelmaat en fabricagemethode bij herkomstbepaling (tinglazuur vs. majolica).
- Onderzoek het patroon: bloemmotieven, kinderspeltegels of geometrische reliëfdecoraties.
- Let op speciale tableaucompositie en fabrieksmerkpositie als indicatie voor datum en maker.
- Bekijk gevelbetegeling en winkelpuibekleding als indicator voor functionele toepassingen in de architectuur.
- Raadpleeg het Nederlands Tegelmuseum voor vergelijkingsmateriaal en ontleringen over onbekende stukken.
Tijdens restauratie- en herindelingswerkzaamheden is het essentieel om kennis over herkomst en betekenis van antieke wandtegels te behouden. Door het verzamelen van kennis over periodes en technieken, en het herkennen van kenmerkende motieven en productiestappen, kunnen de vaak kostbare en zeldzame tegels beter behouden blijven en in historische context geplaatst worden.
Handige kenmerkende verschillen en toepassingen
- tinglazuurtegels (Delft-achtige, handgemaakt) met maat circa 13 x 13 cm; vaak gebruikt voor interieurs
- machinaal geperste tegels (15 x 15 cm; 10 mm dik) met hoogglans of mat glazuur
- halfformaat en kwartformaat tegels (bijv. 15 x 7,5 cm) voor rand- en hoekafwerkingen
- geglazuurde wandtegels met reliëfs en cloisonné-tegels voor rijke lambrisering en schouwdecoratie
- kinderspeltegels met scenes uit het dagelijks leven en traditionele spellen

In de verkoop- en handelscatalogi uit de periode 1880-1960 is een scala aan tegels te vinden: wandtegels, vloertegels, randen en strips, vaak geïmporteerd uit Engeland, Duitsland, België en Frankrijk. In Nederland kwam de mechanisatie van de tegelindustrie pas vrij laat van de grond; rond 1900 bleef handwerk domineren bij veel producenten zoals J. van Hulst, S. Tjallingii, Ravesteijn en Mijnlieff, terwijl andere bedrijven in Maastricht, Utrecht en Delft de machinale productietechnieken ontwikkelden en toepasten. Een bijzondere groep vormen de unique tableau- en maatwerktegels die speciaal zijn ontworpen voor particular gevelvlakken of interieurs, vaak met een hoge artistieke waarde en beperkte oplage.
Tot slot blijven antieke tegels die figuurlijk “in verval” raken soms in architectuur en stadsbeeld bewaard, terwijl veel karakteristieke betegelingen bij gebrek aan kennis en inzicht worden vervangen. Het behoud van deze stukken vraagt actieve kennisdeling, documentatie en onderwijs, zodat toekomstige generaties de rijkdom van deze Nederlandse tegelcultuur waarderen en beschermen.
tags: #antieke #wandtegels #meisje #met #hoed